vrijdag 31 oktober 2014

`Ik wist het` - Chantal van Gastel

Genre; roman/chicklit
Uitgeverij; The House of Books
ISBN; 9789044344868
Uitvoering; paperback
Aantal pagina’s; 478 pagina’s
Uitgavedatum; 24 september 2014

Een betoverend verhaal over liefde, vriendschap en geloven in jezelf. Mia Robbins is niet het type dat de gebaande paden bewandelt. Puur op intuïtie zegt ze haar baan in de marketing op om haar eigen bloemenwinkel te beginnen. Niet in het drukke nieuwe deel van het centrum, maar op het idyllische stationsplein dat al in haar jeugd haar hart gestolen heeft. Mia zet alles op alles om een succes van haar winkel te maken. Maar de magie van de bloemen brengt haar meer dan ze had verwacht. Ze ontmoet Feo. 
Hij is ondernemend en levenslustig. De man van wie ze letterlijk altijd heeft gedroomd. En alsof dat nog niet verwarrend genoeg is, vinden plots allerlei mysterieuze boodschappen hun weg naar haar. Al snel wordt Mia de levens van iedereen om zich heen ingezogen. Als een magneet trekt ze bijzondere verhalen aan. Dit blijft niet onopgemerkt door Axel, een verslaggever die De Haai wordt genoemd. Hij heeft zijn eigen binding met het winkelplein en naar een bijzonder verhaal is hij altijd op zoek. Durft Mia haar gevoel te blijven volgen, ook als dit meer van haar vraagt dan ze zich ooit had kunnen voorstellen? Hoezeer mag ze betrokken raken bij de levens van anderen? En hoe kan ze ervoor zorgen dat de man van haar dromen ook de man van haar leven wordt?

Het boek heeft iets van hoop, geloof en liefde, dat is het eerste wat me te binnen schiet bij het lezen van dit boek. Zonder dat het een overdreven chicklit is want daar houd ik niet van. Het gaat over hopen op het uitkomen van je dromen. Over het geloof in jezelf en in de liefde. De schrijfstijl van Chantal is heerlijk. Alsof je naar een goede vriendin zit te luisteren die haar leven met je deelt. Heel bijzonder. Ze is duidelijk in haar element met dit genre, deze manier van schrijven. Er zit alles in, een lach en een traan. Herkenning en verrassing. Ik ben aangenaam verrast moet ik zeggen!
Het idealisme van Mia is aanstekelijk, je zou haast zelf de boeg omgooien. Een beetje ´the shop around the corner´ gevoel. Een Meg Ryan en Tom Hanks sfeertje heeft het bij me achtergelaten. En dat is alleszins positief!

Al bij al heb ik een paar heerlijke uren doorgebracht met deze dikke pil. Ben benieuwd waar ze de volgende keer mee gaat komen!! Een vervolg zou zeker niet verkeerd zijn want er zijn legio mogelijkheden en interessante verhaallijnen te bedenken met deze hoofdpersonages!

Een zeer aangename kennismaking met Chantal haar boeken. En dat voor een overtuigd thrillerlezer!

4 sterren!!


dinsdag 28 oktober 2014

'In het niets verdwenen' - A.J. Cross


Genre; Thriller
Uitgever; De Fontein Tirion
ISBN; 9789026133336
Uitvoering; paperback
Uitgavedatum; 23-9-2014


'In het niets verdwenen' van A.J. Cross is een thriller voor fans van Patricia Cornwell en Kathy Reichs. A.J. Cross is zelf forensisch psycholoog en haar kennis verweeft ze met de verhaallijnen in deze angsaanjagende thriller.

Dr. Kate Hanson is forensisch psycholoog en werkt bij het coldcaseteam van de plaatselijke politie. Als het skelet van de al vijf jaar vermiste tiener Molly ontdekt wordt, krijgen Kate en haar collega s de zaak onder hun hoede. Hoe dieper ze op de zaak ingaan, hoe gruwelijker de aanwijzingen worden. 
De vondst van een tweede skelet overtuigt Kate ervan dat het hier om een moordenaar gaat die niet zal stoppen tot hij opgepakt wordt. 
Kan Kate de moordenaar op tijd vinden om te voorkomen dat hij een volgend slachtoffer maakt?


Kate is gescheiden en woont samen met haar dochter in Birmingham. Ze heeft het op zich goed voor elkaar. Al zou de band met haar ex wel wat beter kunnen, zeker als het om hun dochter gaat. Als forensisch psycholoog is Kate verbonden aan de Universiteit van Birmingham en ze werkt samen met het zogenaamde coldcaseteam van de recherche in dezelfde stad. Op school hangen ze aan haar lippen, wat zij te vertellen heeft boeit haar studenten enorm. Ze heeft dan ook een geheel eigen wijze van lesgeven en geeft op een bijzondere wijze zicht in het denken en doen van seriemoordenaars. Dat het niet zo is als in films wordt neergezet, dat de harde werkelijkheid heel anders werkt en hoe onvoorspelbaar hun gedrag en werkwijzen zijn. Wanneer er in de regio van Birmingham het lichaam wordt gevonden van Molly worden alle registers opengetrokken. Jaren geleden is dit jonge meisje in het niets verdwenen en nu pas vinden ze haar. Maar wat meteen opvalt zijn de aanwijzingen op en rondom het lichaam van Molly. Het team gaat aan de slag. Helaas werkt niet iedereen mee en krijgt Kate te maken met grote ego’s, bureaucratie en concurrentie. Toch is zij eigenzinnig genoeg om door te zetten, haar voelsprieten staan op scherp en ze zet door. Met haar team bijt ze zich vast in deze zaak en wanneer er nog een lichaam wordt gevonden lijkt ze er haast een missie van te maken om te achterhalen wat het verhaal erachter is en wie dit op zijn geweten heeft.

Als je liefhebber bent van Criminal Minds, Bones en Rizzoli & Isles zit je volgens de cover helemaal goed met dit boek. Dat schept natuurlijk wel een verwachtingspatroon. Ik ben absoluut liefhebber van dit soort boeken. De eerste hoofdstukken is het vooral kennis maken met de vele personages en het toelichten van de band die ze met elkaar en Kate hebben. Het gevoel is meteen aanwezig dat juist dat laatste niet voldoende ruimte krijgt en je met de nodige vragen blijft zitten betreffende die (werk)relatie, het komt later ook niet of nauwelijks meer ter sprake en dus de gedachte “Hoe zit het nu tussen Kate en ……? “ blijft. De spanning tussen haar en collega Joe heeft wel iets sprankelends maar komt uiteindelijk ook niet echt uit de verf, dit doet vermoeden dat er meerdere delen met Kate gaan komen, althans dat hoop ik dan maar want anders laat de auteur hier een onafgemaakte verhaallijn liggen. 
Het technische aspect van de forensische psychologie en diverse onderzoekstechnieken komt ruim aan bod. Dat aangaande is het heel goed geschreven maar het loopt niet altijd vloeiend over in de verhaallijn, dat kan natuurlijk ook met de vertaling te maken hebben. Gelukkig is het verhaal en het gegeven van ‘In het niets verdwenen’ ijzersterk. De omschrijvingen van onderzoek en het denkwerk zijn realistisch weergegeven en kunnen zo uit de dagelijkse onderzoekroutine zijn opgenomen. A.J. Cross is in het dagelijks leven zelf forensisch psycholoog en dat is te merken. Het gaat allemaal heel vloeiend en vanzelfsprekend en is geschreven op een manier dat een leek nagenoeg alles wel kan volgen. Het wordt niet té technisch en daardoor blijf je lezen. Het is absoluut interessant.

Maar wordt het verhaal ook echt spannend? Eerlijk gezegd pas op het allerlaatste moment. Tot die tijd ben je als lezer vooral betrokken in een onderzoek en de betrokken personages. Ik mis daarin dus wel diepgang. Er zijn diverse verhaallijnen die nog meer dan genoeg vragen of openingen hebben. De personages zijn boeiend genoeg om er meer over te willen weten. Wat wel heel sterk is dat is het samenwerken met de collega’s van het team. Waar de een tekort schiet, vult de ander dat aan. Samen vormen de perfecte eenheid en dat geeft een hoog ‘feelgood’ effect. Samen gaan ze het redden. Of dat uiteindelijk ook zo blijkt te zijn laat ik in het midden. Wat na het dichtslaan van het boek overblijft is het gevoel van ‘waar is het vervolg?’. Dus al bij al kan ik de conclusie trekken dat het boeiend en interessant is maar wat ik mis is de spanning. De titel en covertekst creëren die verwachting wel. Wellicht dat een volgend deel verder gaat met spanning waar dit boek mee heeft afgesloten? Ik hoop het! Mijn interesse is gewekt en lezen ga ik het zeker. 

3,5 ster

Patrice

De waanzinnige boomhut deel 2 - Andy Griffith

Uitgeverij Lannoo
Adviesverkoopprijs €9,99

“Deel 2 van de waaaaaaaaaaanzinnig succesvolle boomhutreeks. Ga op bezoek bij Andy en Terry in hun uitgebouwde boomhut, nu met 13 gloednieuwe verdiepingen, waaronder een botsautobaan, een skate-ramp, een arena voor moddergevechten, een antizwaartekrachtkamer, een ijssalon met 78 smaken, waar een ijs-opscheppende robot werkt, die Edward Schephand heet, en het Labyrint des Doods, dat zo ingewikkeld is dat niemand die er naar binnen is gegaan er ooit weer uit is gekomen... althans, tot nog toe niet. Dus waar wacht je op? Kom naar boven!”


Wonen in een boomhut, wie wil dat nou niet? En al helemaal een boomhut zoals deze! Dat is toch de droom van ieder kind? Een boomhut voor jou en je vriendjes, slapen onder de sterren, het beleven van een spannend avontuur, verhalen bedenken en vertellen. En dát is precies wat Andy en Terry dus ook doen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is te vinden in deze super-spannende-knotsgekke boomhut. Skaten, haaien die je onderbroeken opeten of een robot die je ijsbollen op het hoorntje schept. Alles kan en mag. Niets is te gek in deze bijzondere boomhut.

Terry en Andy wonen in deze waanzinnige boom. Behalve het maken van veel plezier schrijven deze twee vrienden ook boeken. Andy vertelt en Terry tekent. Het resultaat daarvan was het eerste deel in deze serie in 2013 en nu dus deel 2. Het eerste deel telde 13 verdiepingen, maar na een flinke verbouwing nu in deel 2 zelfs 26! Nóg meer té gek lees –én visueel plezier!

De cover is stevig en felgekleurd. “Een attractiepark in een boom” Dit is de omschrijving die mijn 9 jarige dochter geeft bij het in handen krijgen van dit dikke kinderboek. Meteen slaat ze het boek open en begint enthousiast te lezen, lachen en vertellen. Bladzijde na bladzijde, want zo nieuwsgierig is ze naar dit tweede boek. Meteen al volop lachend om de schaatsende pinguïns, meneer Grootneus en de haaien die de onderbroeken van Terry hebben opgegeten. De illustraties in het boek zijn zwart/wit en uit de vrije hand getekend.

Ik had bij de aanschaf van het eerste deel toch wel een beetje het idee dat mijn dochter de ongekleurde tekeningen wat saai zou vinden. Maar in tegendeel! En ook nu weer verslindt ze dit dikke boek. Waarom spreken de illustraties haar zo aan? Heel simpel. Kijk naar een plaatje en ontdek dat iedere tekening een ontdekking is, een puzzeltje, een miniverhaal op zich. Iedere pagina heeft een klein stukje tekst, de illustraties vertellen het verhaal verder maar zijn meteen ook een aanmoediging om zelf te gaan vertellen, een uitnodiging om je fantasie op de vrije loop te laten gaan. Als je naar een tekening kijkt zie je ineens van alles, ook wij als ouders. De details zijn zo geniaal weergegeven, op een manier dat iedere bladzijde weer een verrassing blijft! Het boek verveelt op geen enkel moment, het is grappig, leerzaam en krijgt zelfs mijn dochter, die niet graag leest vanwege haar dyslexie, enthousiast. 

Vorig jaar met het eerste deel en nu dus weer. Ze noemt het haar “lievelingsboek” en vraagt nu al om deel drie. Het is ook niet gek natuurlijk dat als de meest bijzondere en toch wel rare avonturen ervoor zorgen dat er volop afwisseling is en dat daardoor de drang om tóch nog even snel een bladzijde extra om te slaan ontstaat. Mijn dochter is elke keer weer zo nieuwsgierig dat we dit boek per hoofdstuk hebben gelezen, vaker 2 of 3 dan 1. Om daarna weer enthousiast opnieuw te gaan beginnen. Er is ook zoveel te zien! Iedere keer roept mijn dochter dat ze weer iets ziet wat ze de keer daarvoor niet heeft gezien, om in lachen uit te barsten. Hoe leuk is dat!? Hoe leuk is lezen dan?! Superleuk dus!

In de omschrijving van het boek staat vermeld dat het ook geschikt is voor kinderen die niet graag lezen of wat leesproblemen hebben. Ik kan dat volmondig beamen gezien mijn dochter dyslectisch is en beelddenker, ze is er ontzettend enthousiast over en dan ben ik dat als ouder automatisch ook.
Want niets zo belangrijk als het plezier in lezen én dus leren. Misschien lijkt het na het lezen van deze recensie nu wat overbodig om een oordeel te hangen aan dit boek. Vooral gezien onze omschreven ervaringen met deze boekenserie maar we doen het toch. Zowel mijn dochter als ikzelf vinden dit een geweldig leuk, grappig en leerzaam boek. En bevelen het dan ook van harte aan, aan iedere lezer (jong én oud!)

Patrice

In gesprek met.........Bronja Hoffschlag winnaar Hebban/Crimezone Debuutprijs 2014

Vorig jaar is je debuut uitgekomen, het eerste deel in de Project X trilogie. Denk je op een dag; ik ga een knaller van ruim 700 pagina's schrijven en omdat het kan schrijf ik er meteen maar drie?

- ‘De Dode Kamer’ begon ooit als een kort verhaal of eigenlijk als een lange dialoog. De personages boeiden me en ik vond dat ik ze met een kort verhaal tekort deed. Er zat veel meer in, maar op dat moment kon ik er niets mee. Jaren later kwam ik in een Amerikaans tijdschrift een artikel tegen over de dode kamer in het Orfield Laboratorium. Naar aanleiding daarvan bedacht ik in grote lijnen het verhaal rond ‘DDK’. Toen ik na ging denken over de personages, herinnerde ik me het korte verhaal en herlas het. 

Dit waren de personages die bij mijn opzet pasten. Tijdens het schrijven kwam er zelfs een moment waarop het korte verhaal bijna letterlijk in ‘DDK’ paste, al vrij vroeg in het verhaal. Vanaf dat moment wist ik: dit moet ik afmaken. Ik heb lang gedacht dat 'DDK' gewoon een boek werd van 300-350 pagina's. Aangezien ik volkomen a-technisch ben en werk op A4 formaat, had ik geen flauw benul van het pagina-aantal. Daar ben ik ook helemaal niet mee bezig tijdens het schrijven. Het verhaal valt hoe het valt. Bij 'DDK' was dat op 713 pagina's en bij 'SNUFF' op 119. Zo is het ook met het boek waar ik nu aan werk. Als dat verhaal het beste uitkomt op 500 pagina's worden het er 500 en als het beter werkt op 900 dan worden het er 900. De dikte van het boek wordt bepaald door het verhaal en niet door een gemiddelde of zelfs door zijn voorganger. Bij 'DDK' zag ik halverwege in dat het niet bij één boek moest blijven. Ik had nog teveel ideeën en tijdens de laatste herschrijfronde ben ik de lijnen uit gaan zetten voor deel 2 en zelfs al voor deel 3.


Waar heb je de inspiratie vandaan voor Project X?
- Ik ben een nieuws freak. En dan niet het nieuws zoals in de Telegraaf of zo, maar 'ander' nieuws: misdrijven, complottheorieën, onverklaarbare zaken, wetenschappelijke onderzoeken. Ik kan heel erg geboeid raken door rare dingen en ik heb ook de tic dat als iets me boeit, ik er alles over wil weten. Zo ook met het artikel over het Orfield Laboratorium. Het gegeven dat je een kamer kunt bouwen, waarin niemand het langer dan 45 minuten kan uithouden, zonder dat daar enige vorm van geweld of intimidatie aan te pas komt, vond ik intrigerend. Je kunt iemand tot waanzin drijven door niets te doen en de kamer voor je laten werken, als een wapen. Dat leek me een uniek gegeven voor een thriller. Daardoor kwam ik ook uit bij een architect als hoofdpersoon. Voor Lennart komt de inspiratie meer uit het leven zelf. Dingen die me verteld zijn, die ik gezien heb, meegemaakt heb. Daarna was het een kwestie van heel veel research.

De meest kritische lezers hebben DDK en Snuff met vijf sterren beoordeeld. Ook in diverse leesclubs scoor je hoog. Voor een debuut moet dat 'a dream come true' zijn? Kun je beschrijven hoe dat voelt?
- Iedereen om je heen kan je natuurlijk wel vertellen dat je een geweldig boek hebt geschreven, maar dat zijn niet de meest objectieve lezers over het algemeen. ‘DDK’ gaat tegen alle thrillerwetten in, qua stijl, opbouw en personages, dus ik hield er wel rekening mee dat er een kans was dat het negatieve reacties zou krijgen. Toen kwam de eerste recensie, goed onderbouwd en lovend. 5 sterren. Het was echt een opsteker, omdat 'DDK' op dat moment in de Leesclub ging bij Crimezone, wat echt een impulsieve actie was en toen ik me had aangemeld opeens doodeng was. Toen ook dat goed uitpakte en overal eigenlijk alleen maar positieve reacties verschenen, was dat een enorme high. Het is toch je 'kindje', waar je zolang aan gewerkt hebt, en vooral omdat ik nog twee delen wil schrijven is het natuurlijk wel zo prettig als er ook nog mensen zijn die daarop zitten te wachten. Mijn boeken zijn anders en anders is altijd een risico. Mensen snappen het of ze snappen het niet. Ze houden ervan of juist helemaal niet. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, maar ik kan echt genieten van een berichtje van iemand die schrijft, dat hij of zij zo genoten heeft van één van mijn boeken of zo heeft meegeleefd met een bepaald personage.


Waarom heb je gekozen voor een dergelijk zware psychologische thriller?
- Ik heb niet gekozen voor een genre. Ik heb een verhaal geschreven en daarna hebben we eindeloos gedebatteerd over het genre dat daar het dichtst bij in de buurt kwam. 'DDK' is een thriller, maar met de nadruk op de personages en de psychologie en met sterke romaninvloeden qua schrijfstijl en opbouw. Het zou ook een psychologische, spannende roman genoemd kunnen worden, maar met het oog op de twee vervolgen hebben we daar uiteindelijk niet voor gekozen.


De hoofdpersonen in je boeken zijn voornamelijk mannen. Is dat een weloverwogen keuze geweest of toeval?
- Toevallig las ik kort geleden ergens iets van Clemens van Bunschot, die zei bewust voor vrouwelijke hoofdpersonen te kiezen, omdat die verder van hem afstaan. Dat kan ik begrijpen, maar bij mij werkt het anders. Ik denk ruw de verhaallijnen uit en dan groeien de personages eigenlijk vanzelf, gedurende het denk- en kladproces.


Misha is architect, heb je zelf iets met ontwerpen of architectuur?
- Misha is architect, alleen vanwege het gegeven van de dode kamer. Ik heb er verder niets mee, maar als je het verder doortrekt: hij creëert gebouwen, ik verhalen. Het heeft wel raakvlakken. Ik snap daardoor hoe hij tegen zijn creaties aankijkt.


Lennart is de tegenpool van z'n broer Misha. Waarom die twee uitersten?
- De verhaallijn die ik in mijn hoofd had toen ik aan ‘DDK’ begon, vroeg om twee uitersten. Dan zijn ergernis en onbegrip logische gevolgen. Daardoor kon het verhaal zich ontwikkelen, zoals het dat gedaan heeft. Misha is succesvol, een carriereman. In zijn ogen is Lennart een loser, omdat hij niet werkt, drinkt en drugs gebruikt. Het staaft zijn overtuiging dat hij niet op zijn broer kan rekenen, het verklaart waarom hij naar andere mensen toetrekt en niet naar Lennart. Ook met het verdere verloop van de trilogie is dit fijn om mee te werken, omdat ze van elkaar niet begrijpen hoe de ander echt in elkaar zit en dat nu gaandeweg moeten gaan ontdekken.


Zijn er autobiografische elementen aanwezig in je boeken?
- In 'SNUFF' in mindere mate dan in 'DDK'. Sixten Jinks heeft vrij extreme opvattingen over de boekenwereld en het gegeven marketing, maar er zitten wel dingetjes in die ik zelf heb meegemaakt en nu dus lekker heb kunnen overdrijven in 'SNUFF'. Het is een heel ander soort boek dan ‘DDK’, dat soms best zwaar is om te schrijven. Misha is een personage dat heel erg onder mijn huid kan gaan zitten, omdat hij qua karakter vrij dicht bij me staat en daardoor lang ‘doorwerkt’ op mijn stemming. Het schuwen van mensenmassa's, er moeite mee hebben als de aandacht op je gevestigd is, het teveel onthouden en snel afgeleid zijn, zijn wel dingen die hij en ik gemeen hebben.


Zijn bepaalde personages gebaseerd op mensen die je kent?
- Ik baseer personages weleens op diverse mensen die ik ken, nooit op eentje. Niet qua uiterlijk, maar ik 'gebruik' wel bepaalde karaktertrekjes en eigenschappen om personages op te bouwen. Daarnaast vind ik het heel belangrijk dat ze hun eigen manier van spreken hebben. Iedereen is tenslotte anders. Een mooie manier om dat te schetsen is door de woordkeuze van personages binnen de dialogen, maar ook binnen de verhalende delen. Lennart gebruikt uitdrukkingen, die Misha nooit zou gebruiken en andersom. Ze hebben hun eigen geluid. Bepaalde stopwoordjes en uitdrukkingen in 'DDK' komen van mensen die ik ken, maar ik zal nooit een personage volledig baseren op de buurman van twee huizen verder of zoiets.


DDK speelt zich voornamelijk af in NL en de VS, waarom die landen?
- Omdat dit voor het verhaal het beste uitkwam.


Je staat bekend om je zogenaamde 'mindgames', je hebt zelfs 'sleutels' in je boeken achtergelaten waarmee de lezer in een volgend deel weer verder kan. Die 'sleutels' zijn maar heel moeilijk te vinden zelfs als je heel specifiek gaat zoeken. Waarom heb je voor die opzet gekozen?
- Ik vind het leuk om de lezer aan het werk te zetten. Ze moeten lekker meepuzzelen en als je heel goed puzzelt, is er meer dan op het eerste gezicht lijkt. Het is niet zo dat je niet verder kunt met het verhaal als je het niet ontdekt. Het is meer een bonusje, zoals een bonustrack op een cd. Ik heb daarvoor gekozen, omdat ik het zelf ook leuk vind als er meer in een boek zit dan alleen het verhaal. Dat er als het ware nog een verhaal achter zit, of dat ik kan achterhalen dat het geïnspireerd is op een bepaald nieuwsbericht. Zo Google ik zelf altijd iedere boektitel, bekend klinkende naam en genoemd feit, die ik in fictieboeken tegenkom, om te zien of ze echt bestaan en zo ja, waarom de schrijver het boeiend genoeg vond om het erin te stoppen.


Je boeken zijn daardoor niet echt gemakkelijk. Niet iedereen zal de boeken naar waarde kunnen waarderen. Is dat een keuze of is het zo gegaan?
- In de eerste instantie is het verhaal zo gegroeid, maar we waren ons wel bewust van het risico toen we besloten het uit te geven. Het heeft gunstig uitgepakt, maar het muntje had net zo goed de andere kant op kunnen vallen. Gelukkig zijn veel mensen erg enthousiast, juist omdat ze het leuk vinden om mee te puzzelen en te moeten nadenken. Een aantal mensen vond mijn boeken om diezelfde redenen helemaal niks. Ik denk niet dat je een boek kunt schrijven dat echt iedereen geweldig vindt. Daar moet je niet naar willen streven.


Alles rondom DDK hebben jullie zelf gedaan, het boek is in eigen beheer uitgegeven. Waarom is dat?
- Voornamelijk omdat ik dan volledige creatieve vrijheid heb. Ik begrijp dat een boek nagekeken wordt op fouten en onwaarheden, maar inhoudelijke bemoeienis is voor mij echt een no-go. Voor mij moet een verhaal zijn zoals de auteur het bedoeld heeft, zoals het verhaal gegroeid is. Dat is waar ik tegenaan liep met 'DDK'. Er was een uitgever die het wilde hebben, maar dan moest er wel een personage overlijden (die toch echt nog mee moest naar deel 2 en 3) en er moest een gesloten einde komen, omdat, als het niet aansloeg, ze dan niet vastzaten aan een deel 2 en 3. Ik begrijp dat vanuit commercieel oogpunt, maar ik vertel mijn verhalen zoals ze ontstaan en niet zoals ze binnen een budget passen of zoals ze binnen de ‘thrillerformule’ vallen. Daarnaast vind ik het fijn dat we alles zelf kunnen bepalen: mijn agenda, de deadlines, verplichtingen, de covers en vooral dus de inhoud van mijn boeken.


Zijn daar volgens jou voordelen of nadelen aan verbonden?
- Het enige nadeel dat ik in deze constructie kan noemen is dat je budget beperkt is. Daardoor wordt het moeilijk om een boek onder de aandacht te brengen. Het aanbod is zo groot, dat je slechts een klein en anoniem visje bent in een vijver vol. Zonder publiciteit is het lastig om de aandacht van lezers te trekken en dat is jammer. Verder heeft het zelfstandig zijn voor mij alleen maar voordelen. Ik heb een paar goede mensen om me heen, die me veel uit handen nemen, zodat ik me op het schrijven kan richten, omdat het met mijn baan anders teveel zou worden of omdat het dingen zijn waar ik me niet mee bezig wil houden.




Je bent nu genomineerd voor de Debuutprijs van Hebban/Crimezone 2014, je staat zelfs op de shortlist. Hoe schat je je kansen in?
- Realistisch: 1 op 6. Elf mensen lezen zes boeken en die vinden daar iets van. Het blijft een kwestie van smaak en niet iets waar je een wiskundige formule op kunt loslaten.







Heb je de boeken van de andere genomineerden gelezen? Zo ja, wie zie je als grootste concurrent?
- Ik heb de laatste drie jaar nauwelijks een boek gelezen, dus ik moet eerlijk bekennen dat ik de andere boeken niet gelezen heb.


Stel; een grote uitgever komt naar je toe en wil je in zijn portefeuille, wat doe je dan?
- Ik ben benaderd, maar ben er niet op ingegaan. We zouden het nooit eens kunnen worden. Ik verkoop liever 1.000 boeken en dat ik er volledig achter kan staan, dan dat ik er 100.000 verkoop en mijn vrijheid moet opofferen en een verhaal uitbreng dat eigenlijk niet meer van mij is, omdat er van alles is aangepast. Zo wil ik niet werken.


De trilogie is straks een feit, Snuff is geschreven. Wat kunnen we nog meer van je verwachten? Wat ligt er nog in dat geheime laatje van je?
- Veel. Ik schrijf al vanaf mijn veertiende, dus toen ik aan 'DDK' begon lag er al vijftien jaar aan experimenten op de plank. Nu is natuurlijk lang niet alles levensvatbaar, maar er zitten echt nog een paar waanzinnige dingen tussen. Ik heb sowieso nog concrete plannen liggen voor twee stand alone psychologische thrillers, beide net als 'DDK' geïnspireerd op een waar gegeven, maar wel heel anders dan de Project X trilogie. Verder heb ik nog vijf projecten liggen waarvan ik weet dat het iets zou kunnen worden.


Zou je ook een YA of een roman kunnen/willen schrijven?
- Ik heb geen enkele ambitie richting YA of jeugdboeken. Dat is een vak apart en wordt vaak onderschat. Ik heb het vroeger wel geprobeerd, maar ik kan de 'toon' niet vinden. Het irriteert me mateloos als jeugdboeken of YA's kinderlijk of belerend overkomen. Niemand heeft een betere toon voor YA dan Natazsa Tardio. ‘Moordvrienden’ vond ik echt subliem. Ik heb het genre niets te bieden dat zij of iemand anders niet kan bieden. Verder trek ik me niet zoveel aan van genres, dus bijna alles is mogelijk.


Jij hebt een geheel eigen schrijfritueel toch? Vertel eens?
- Het is eerder een methode dan een ritueel. Die heb ik in de loop der jaren ontwikkeld, omdat ik heel snel afgeleid ben. Ik moet niets horen of zien om me heen, want dan kan ik het vergeten. Daarom staat mijn bureau in een hoek en tegen de muur. Als ik naar buiten kan kijken, komt er niets uit mijn handen. Ik begin altijd met koffiezetten, dan rook ik een sigaretje en blader ik globaal door wat ik de vorige avond/nacht heb geschreven. Dan gaat mijn koptelefoon op, volume op twintig. Meestal ben ik wel een half uurtje aan het freestylen, totdat ik mijn flow heb en dan ga ik beginnen.


Je bent nu bezig aan het tweede deel in de Project X trilogie "De Skinner methode". Hoe ver ben je en zit deel 3 ook al in de pen?
- 'De Skinner Methode' zit in de eerste herschrijfronde, wat inhoudt dat ik het verder aan het uitwerken ben. Sommige delen zijn al helemaal uitgeschreven en hoeven alleen bijgewerkt of verplaatst te worden, andere delen zijn nog een soort steno. Grote delen staan. Als de eerste (min of meer) volledige versie staat, ga ik nog een keer alles fact checken: genoemde data, dagen, jaartallen, weersomstandigheden, locaties. Alles moet kloppen. Daarna ga ik opnieuw in de herschrijffase, totdat het helemaal naar mijn zin is. Voor het derde deel staat alleen wat ik het 'skelet' noem: de ruwe lijnen, feiten en bronvermeldingen voor research, met her en der wat rauwe fragmenten. Ik denk nu alles bij elkaar 50 pagina's aantekeningen.


Als je in een negatieve flow zit schrijf je vanuit Skinner en positief vanuit Lennart. Je kruipt in de huid van en gaat schrijven? Werkt het zo?
- Het helpt me om de mindset van mijn personage aan te nemen. Je moet anders tegen dingen aankijken, vooral met personages die ver van je af staan. Het personage dat op dat moment het dichtst bij mijn stemming staat, daar ga ik die avond mee werken. Het klinkt een beetje zweverig, maar zo kun je alle heftige invloeden zowel positief als negatief soms omzetten in iets heel moois. Het maakt het dan krachtiger, omdat je net een andere woordkeuze maakt dan je volledig rationeel gemaakt zou hebben. Vaak pakt dat goed uit en zo niet kan ik het altijd later aanpassen.


Je hebt eens aangegeven de zogenaamde 'Method writing' te hanteren. Zou je dat eens kunnen toelichten?
- Method writing werd al gebruikt door de Beat Generation schrijvers in de jaren ’50, zoals William S. Burroughs, Allen Ginsberg en Hunter S. Thompson. Zij waren voor zover bekend de eerste auteurs die iets bedachten, dat in de praktijk gingen uitproberen en dat verwerkten in hun boeken of fictie ophingen aan ware gebeurtenissen uit hun leven, zonder er echt een autobiografie van te maken. In feite werkt het hetzelfde als de Meisner techniek, die acteurs gebruiken. Je doet, praat en denkt als je personage, wordt hem of haar. Schrijven is acteren op papier, je verplaatsen in iemands gedachten, logica en handelswijzen, hoe ver die ook van de jouwe vandaan ligt. In plaats van het uit te beelden schrijf ik het op.


Naast je drukke baan, man en beesten presteer jij het om tot diep in de nacht te schrijven. Is dat omdat je een nachtmens bent of omdat je eenmaal in die flow niet kan stoppen? Ben je op een gegeven moment niet bekaf?
- Ik ben een nachtmens, dus dat helpt wel. Met werken, schrijven, dieren, man en al het andere ben ik gemiddeld 18/19 uur per dag bezig, de overige uren probeer ik zoveel mogelijk te slapen. Gelukkig heb ik fijne collega's en is mijn werkschema dusdanig gecreëerd dat ik mijn tijd optimaal kan gebruiken. Ik werk drie ochtenden en vijf middagen. Ik hoef dus maar drie dagen vroeg op. Daardoor kan ik vier dagen in de week doorschrijven zolang ik wil, maar het gebeurt regelmatig dat ik de tijd uit het oog verlies op de dagen dat de wekker om 6.30 uur gaat, omdat ik inderdaad in een goede flow zit. Je wordt er wel moe van, maar ik heb het er graag voor over. Eens in de zoveel weken 'verslaap' ik een zaterdag en dan kan ik weer een poosje door.


Hoe bevalt het je in boekenland?
- Wisselend. Ik ben er blind ingestapt en ik had geen enkele verwachting, dus het is me niet mee- of tegengevallen. Ik heb hele leuke dingen meegemaakt, maar ook minder leuke dingen. Zo heb ik een tijdje iemand gehad die dag en nacht belde en dan ophing, zodra je opnam. Dat was erg irritant. Wat ook teleurstellend was, was dat - buiten de Leesclubs voor Crimezone en De Perfecte Buren - er van de tientallen recensieboeken voor 'DDK' maar vijf zijn gerecenseerd. Ik had echt niet verwacht dat iedereen het op zou pakken, maar wel meer dan vijf. Er verscheen wel een aantal exemplaren ongelezen op Bol.com en Marktplaats. Dat zijn dingetjes die me irriteren, maar overwegend is het leuk en ik moet eerlijk toegeven dat er ook veel aan me voorbij gaat. In alles om het schrijven heen ben ik nog een beetje zoekende. Ik schrijf omdat ik wil schrijven, niet omdat ik beroemd wil worden of veel geld wil verdienen. Deels is dat desinteresse, maar ook een keuze. Als ik aan een boek werk, zit ik het liefst in een cocon, zonder invloeden van buitenaf die me kunnen afleiden. Ik Google mezelf niet. Ik lees dingen in de media, omdat anderen me erop wijzen. Ik heb geen marketing skills. Zo is Facebook voor mij iets, waar ik me jarenlang tegen verzet heb, omdat ik het inbreuk op mijn privacy vond. Toen ‘DDK’ uitkwam ben ik overgehaald door mijn team om een account te openen, maar ik ben niet goed in het promotionele aspect. Ik vind het leuk als mensen schrijven dat ze hebben genoten van mijn boek, maar ook – wanneer het mensen zijn die ik enigszins ken – om 26 foto’s van iemands nieuwe kitten te bekijken of te luisteren naar een stuk muziek dat iemand bijzonder genoeg vond om te delen. Ik denk dat ik moet concluderen dat ik in de boekenwereld voornamelijk de lezers en het schrijven zelf leuk vind en de rest liever zoveel mogelijk overlaat aan anderen. Ik vond het bijvoorbeeld wel onwijs leuk om actief bezig te zijn met de leesclubs van Crimezone en DPB. En de nominatie voor de Hebban/Crimezone Debuut Prijs was natuurlijk een droom.

Wat is het laatste boek dat je hebt gelezen?
- Ik ben al maanden bezig in een boek, maar dat is nog niet uit. Niet omdat het niet goed is, maar gewoon puur door tijdgebrek. Het laatste boek dat ik uit heb gelezen was deel 3 van Jens Lapidus' Stockholm trilogie. Als ik aan een boek werk, lees ik alleen dingen die ver buiten mijn eigen project vallen. Dus YA, Fantasy of werk van schrijvers van wie de schrijfstijl totaal afwijkt van de mijne. Dus vandaar, Jens.


Welke schrijvers kunnen op jouw waardering rekenen?
- Ik heb een heel brede smaak. Toen ik jonger was las ik voornamelijk Beat Generation werk en (auto)biografieën. Later heel veel romans en ook wel thrillers, maar niet zoveel. Ik vind Allen Ginsberg als dichter echt fenomenaal. Jack Kerouac en William S. Burroughs behoren nog steeds tot mijn favorieten. Voor Fantasy J.K. Rowling, omdat ze heel beeldend is en zoveel in haar boeken verstopt heeft, dat je steeds weer iets nieuws ontdekt. Alice Sebold vind ik geniaal. En ik moet tot mijn grote schande bekennen dat ik pas begin dit jaar R.J. Ellory heb ontdekt. Wat die man doet is echt van een andere planeet. Prachtig!




Als je niet schrijft, wat doe je dan graag?
- Ik lees graag. Verder kijken mijn man en ik allebei graag horrorfilms en series als ‘American Horror Story’ en ‘Boardwalk Empire’.


Stel, je mag een droomreis maken. Waar ga je heen en met wie?
- Nergens. Heel saai, maar ik ben een vreselijke huismus. Ik ben eigenlijk het gelukkigst achter mijn computer, met een grote beker koffie ernaast en een kat op schoot.


Je bent een heel rustig en bescheiden mens. Word je weleens kwaad?
- Het duurt heel lang, voordat ik op het punt kom dat ik kwaad word, maar dan moet je ook echt maken dat je wegkomt.

Waar zie je jezelf over 5 en over 10 jaar?
- Een paar boeken verder.


Doe een wens.
- Dat zal ik doen, maar ik zeg niet wat, anders komt het niet uit.


Hoe en waar doe je je research, heb je daar hulp bij?
- In de eerste instantie gebruik ik voornamelijk het internet en naslagwerken. Aangezien ‘Project X’ zich voor een groot deel in de VS afspeelt, is het niet zo dat je even gaat kijken hoe het daar in zijn werk gaat. Ik maak veel gebruik van documentaires en interviews met experts. Verder heb ik een groeiend netwerk van mensen die me van informatie voorzien. Mensen die me tippen over artikelen of docu’s waarvan ze denken dat ik die nuttig vind, mensen die een achtergrond hebben binnen een aspect van ‘Project X’. Ik werk voornamelijk met ervaringsdeskundigen. Zo heb ik bijvoorbeeld een gepensioneerde bewaker in New York, die me heel erg heeft geholpen met ‘DDK’ en ik heb een paar mensen in Seattle en Detroit, die me gigantisch hebben geholpen met ‘De Skinner Methode’.


Je hebt recent een songtekst geschreven voor een muzieknummer. Vertel eens?
- Ik werd benaderd door Hugo Koch, de leadzanger van de metalband Burning. Hij had ‘SNUFF’ gelezen en vroeg of ik het zag zitten om een tekst voor hen te schrijven, omdat we qua sfeer en onderwerpen in dezelfde hoek zitten. Ik kreeg de muziek aangeleverd en ze gaven me carte blanche voor de tekst en daar kwam ‘Razors and Reasons’ uit. Ik heb al een paar ruwe demo’s gehoord en het wordt echt waanzinnig!

Waar liggen je ambities met DDK/ProjectX? Wat zou je graag zien?
- Ik heb een aantal mensen om me heen die mijn zaken voor me regelen, omdat ik dus totaal geen ambities heb, buiten het schrijven zelf. Het feit dat daar überhaupt een zakelijk aspect bij komt kijken, vergeet ik liever. Ik krijg regelmatig de vraag wie ik in de verfilming zou willen zien. Geen idee. Wat ik wel graag zou zien met ‘Project X’ is dat ieder deel zijn voorganger overtreft en dat de mensen die ‘DDK’ goed vonden, net zo lovend zijn over de twee vervolgen.

Lezersvraag van collega-auteur Rosa Miller; 

Zijn er dingen die in je hoofd opkomen, die je niet durft op te schrijven omdat ze veel te eng zijn?
(Zelf heb ik dat wel: oh nee, denk ik dan, dat ga ik dus echt niet in mijn verhaal verwerken.)
Of werkt het mss andersom: gebruik je het schrijven om van je angsten af te komen (of nog iets anders natuurlijk, dat kan natuurlijk ook ;-) ) 
- Het is nog nooit voorgekomen dat ik iets heb geschrapt of herschreven, omdat ik het te eng of te heftig vond. Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik ook nog nooit een boek heb gelezen, waarin iets stond waarvan ik dacht: dit kan echt niet. In 'DDK' staat een zin, waarvan een lezer vond dat die aanstootgevend was. Verder heb ik er niemand over gehoord. Grenzen zijn natuurlijk ook heel persoonlijk. De tijd zal uit moeten wijzen waar de mijne precies liggen op schrijfgebied.
26 oktober heeft Bronja de Hebban/Crimezone Debuutprijs 2014 gewonnen!
Esther Verhoef won de prijs voor 'De beste thriller 2014' en 
Bronja die van 'Het beste thrillerdebuut 2014'

De leesclub ontmoet.....

Teams Thrillerlovers en DPB met Debuutprijswinnaar Bronja Hoffschlag

Hebban winnaars Esther Verhoef en Bronja Hoffschlag
26-10-2014


NS Publieksprijs jurylid Brigitta met Isa Hoes

Boekpresentatie 'Tango met een knal -Yara March


 Boekpresentatie 'Nobody'-Marelle Boersma

< Donald Nolet

< Anna Levander

< Olga Hoekstra en Bronja Hoffschlag

< Tess Gerritsen en Patrice

Melissa Skaye en Karin Kallenberg

< Tess Gerritsen en Bianca

< Karin Kallenberg en Patrice

< Judith Visser en Patrice

< Met Marelle Boersma

< Karin Kallenberg en Bianca

< Signeren bij Karin Slaughter

< Karin Slaughter

< Met Nathalie Pagie



De laatste dagen van Amelia - Kimberly McCreight

Genre; Romans
Uitgever; Luijtingh Sijthoff B.V.
ISBN; 9789021808963
Uitvoering; Paperback
Uitgave; augustus 2014

Het leven als moeder én carrièrevrouw is best pittig maar advocate Kate heeft het zo op het oog prima voor elkaar samen met haar 15 jarige dochter Amelia. Financieel ontbreekt het hen aan niets en Amelia zit dan ook op een exclusieve school waar zij een echte uitblinker is. Sinds de lagere school is Amelia bevriend met de excentrieke Sylvia, een echte jongensgek, wat vooral wordt gevoed door onzekerheid. De meiden zijn hecht maar horen niet echt ergens bij. Ook heeft ze veel online contact met Ben, ze hebben elkaar nog niet live ontmoet maar ze heeft wel veel steun aan hem. Dan krijgt Amelia ineens allemaal rare sms’jes. Ze wordt uitgenodigd voor een geheime ontmoeting met een groep meiden. Wat blijkt, op school is een verboden bende actief, en Amelia wordt min of meer geboden zich hierbij aan te sluiten. Omdat ze onzeker is en ook wel eenzaam sluit ze zich vervolgens aan bij ‘De eksters’. Een groep van rijkeluiskindjes en snobs met de illustere leus ‘steun, zusterschap, bezieling of zout een eind op’. 

Het is haar een volkomen raadsel waarom ze hiervoor wordt gevraagd.Toch laat ze zich, geheel tegen de afspraak en haar gevoel in, meevoeren in deze haatdragende wereld vol geheimen en rottigheid. Ze moet de meest bizarre ontgroeningsopdrachten uitvoeren maar durft, wanneer het uit de hand loopt, niemand hierover in vertrouwen te nemen. Intuïtief voelt ze aan dat het fout is waarmee ze bezig is, ze schaamt zich. Haar grootste drijfveer om bij de groep te blijven is echter een van de andere meisjes; Dylan. Er is inmiddels een vriendschap tussen hen ontstaan die behoorlijk complex is. Niet beseffende dat ze daarmee een broeiende jaloezie aanwakkeren bij een van de andere groepsleden, Zadie. Het loopt vervolgens allemaal gruwelijk uit de hand, school dringt aan bij Amelia om kleur te bekennen en iemand hierover op de hoogte te brengen. Dus biecht ze alles op bij haar vriendin Sylvia. Maar daarmee tekent Amelia schijnbaar haar doodsvonnis.

Het boek begint met een blogbericht van gRaCefully. Het doet aan als een soort roddelpagina, een muskiet die zich stort op het wel en wee van de scholieren. Wie doet het met wie, en dan vooral waar, waarom en hoe vaak? Niemand wordt ontzien, zelfs de leraren niet. Het komt venijnig en veroordelend over en het zet meteen de toon van het boek. Getreiter. Dan is daar ook de gebeurtenis waar het verhaal om draait, de dood van Amelia. Meteen het verdriet en de schuldgevoelens van Kate. Bijna tastbaar en behoorlijk heftig. Haar verdriet is zo groot dat ze er volledig in dreigt te verdrinken. Ze kan het allemaal niet bevatten, dit kan toch niet waar zijn? De wanhoop, frustratie en boosheid volgen elkaar in een snel tempo op.

We volgen om en om de verhalen van Kate –in het nu, ná het overlijden van haar dochter- en van Amelia -in haar laatste dagen-. Schrijnend wordt al heel snel duidelijk waar Kate tegenaan loopt. Het onderzoek naar de dood van Amelia biedt niet de antwoorden die ze zoekt en ze besluit het er niet bij te laten zitten. Je merkt dat het verdriet iets verplaatst en dat vastberadenheid, een vechtlust naar boven komt. Pure moedergevoelens zorgen ervoor dat ze langzaamaan steeds meer antwoorden krijgt op hetgeen wat is gebeurd. Maar dat dit meteen een overvolle beerput van bedrog, pesterijen, kleineren en status blijkt te zijn is ronduit schokkend. Dit proces wordt heel beeldend en realistisch geschreven. Je voelt als het ware de emoties die Kate ook voelt. Echt spannend is het boek niet. Althans niet wat je van een thriller verwacht. Spanning daarentegen voel je wel maar dat komt vooral vanuit de emoties, de frustratie en wanhoop die je overneemt. Je zou haast vergeten dat het fictie is. Volledig in het boek getrokken is het dan ook moeilijk om het weg te leggen. Je krijgt last van plaatsvervangende boosheid. Dat snobisme, bah!

De hoofdstukken zijn duidelijk aangegeven met data en persoon. Amelia’s verhaal wordt vanuit de ik-persoon geschreven. Sms’jes, Facebook en mailcontacten maken dat deze legpuzzel uiteindelijk compleet is. Kate’s verhaal behapt ook een stuk verleden, dat blijkt namelijk ook van invloed te zijn op wat zich in het nu afspeelt. Het klinkt ingewikkeld maar het leest allemaal als een goedlopende trein, geschreven in een stijl die heerlijk leest. Alsof je een kijkje mag nemen in het dagboek van twee bijzondere vrouwen. De verhaallijnen werken steeds meer naar het einde toe, je voelt dat de ontknoping eraan zit te komen. Ik had werkelijk niet kunnen bedenken dat het op deze manier zou aflopen, echt niet! Totaal onverwacht neemt het plot een wending die ik niet heb zien aankomen. Na afloop is het ook maar wat duidelijk dat dit verhaal een zeer actueel onderwerp belicht. Pesten en social media lijken haast hand in hand te gaan in deze tijd. Dit verhaal maakt op een indringende manier duidelijk hoe ver zoiets kan gaan en dat het afschuwelijke gevolgen kan hebben. Dat ouders denken hun kind(eren) te kennen, dat ze je alles vertellen. Helaas blijkt het vaak anders te zijn. “De laatste dagen van Amelia” is hiervan een triest en indringend voorbeeld. Prachtig geschreven!!

Al bij al heb ik dit boek als heel bijzonder ervaren, ik ben ook wel geschrokken van de realiteitszin en dat de actualiteit zo in een fictief verhaal verweven zit. Het heeft indruk gemaakt. De auteur heeft ervoor gezorgd dat het me nog niet heeft losgelaten. En dan spreek ik van een verdraaid goed boek!


Patrice

Nú in de leesclub........

























DPB teamlid Brigitta zit in de Kernjury NS Publieksprijs 2014

Het verslag van onze Brigitta die in de NS Kernjury zit van de NS Publieksprijs 2014.

Vandaag, 23 oktober 2014, is het weer zover. De installatie van de Kernjuryleden van de NS Publieksprijs 2014. En ik ben 1 van de 275 bofbipsen die jurylid mag zijn. Dit genoegen is me ook in 2012 al als geschonken en ik heb daar toen enorm van genoten.


Als je als jurylid wordt uitgekozen krijg je een NS-OV-ticket om gratis met bus en trein naar Utrecht te komen. Daar begint om 16:45 het programma in het hoofdkantoor van de NS. Karin de Groot is onze gastvrouw, zij doet dit al jaren met heel veel plezier. De spanning wordt opgevoerd en er volgt een heuse beëdiging, geleid door Eppo van Nispen (directeur Stichting CPNB). 



Wanneer iedereen de belofte heeft gedaan om de boeken te lezen en zoveel mogelijk mensen enthousiast te maken om ook te stemmen worden de schrijvers en hun genomineerde boeken voorgesteld.



Esther Verhoef mag het spits afbijten, gevolgd door Saskia Noort, Michel van Egmond en Bart Wagendorp. Helaas was Herman Koch er niet bij, hij zat in Canada. Isa Hoes was verlaat omdat zij een draaidag had voor de nieuwe serie van “celblok H”.

Vervolgens werd iedereen uitgenodigd om de felbegeerde tas met boeken te halen en bij het lopend buffet. Onder het genot van een hapje en een drankje was het wachten op je beurt bij de signeersessie. 

Omdat het alleen voor genodigden is, kent niemand elkaar. Maar al wachtend in de rij leer je vanzelf gezellige mensen kennen. De mensen zijn allemaal verschillend qua leeftijd (leuk om te zien dat er ook veel jongeren waren) en in tegenstelling tot 2 jaar geleden waren de mannen ook rijk vertegenwoordigd.

Vlak voordat ik aan de beurt was kwam dan ook Isa Hoes binnen dus kon ik ook haar boek gelijk signeren. 






Er was een erg gezellige sfeer en er was ruimte voor een praatje met de schrijvers. Er werd voor iedereen ruim de tijd genomen. En er mochten foto’s gemaakt worden…
Natuurlijk heb ik bij iedereen bekend gemaakt dat de foto’s gepubliceerd zouden gaan worden bij “De Perfecte Buren”, dit in de hoop er misschien nog een leuk “in gesprek met…”-interview uit te halen. En wie weet nieuwe boeken voor groepsrecensie ’s? En omdat de NS 175 jaar bestaat kregen we bij vertrek nog het gouden boekje “Feest in de trein”.

Dat ik gekozen ben als Kernjurylid is natuurlijk geweldig voor een “Lettervreter” als ik. Je krijgt alle boeken en je moet mensen enthousiast maken, daar weet ik natuurlijk wel weg mee. Maar ook voor jullie is er goed nieuws want als je stemt kun je een jaar lang gratis boeken EN vrij reizen winnen. Wie wil dat nu niet? 


















En wil je mij helpen met stemmen gebruik dan deze link: https://nspublieksprijs.nl/jurylid/B8P5RV BVD



Meer foto’s zien van de installatie? https://www.flickr.com/photos/cpnb/sets/72157648533874908/



Geschiedenis NS-publieksprijs.

Publieksprijs voor het Nederlandse Boek:

De Publieksprijs voor het Nederlandse boek, ook Boek van het jaar genoemd, is een literatuurprijs die in 1987 werd ingesteld door de Stichting CPNB en sindsdien jaarlijks wordt uitgereikt. Tot en met 1991 was het een oeuvreprijs. Sindsdien worden afzonderlijke boeken bekroond. Anders dan bij veel andere literatuurprijzen, wordt voor deze prijs geen speciale jury ingesteld. Iedere lezer kan zijn stem uitbrengen en hoewel er door boekverkopers en bibliothecarissen een lijst van 6 boeken wordt genomineerd, hoeven de kiezers zich niet tot deze keuze te beperken. Voor de prijs komt niet alleen oorspronkelijk Nederlands werk in aanmerking, maar ook buitenlandse schrijvers van wie vertalingen in het Nederlands zijn verschenen, kunnen de prijs ontvangen. Van 1992 tot 2000 heette de prijs de Trouw Publieksprijs. Sinds 2001 zijn de Nederlandse Spoorwegen sponsor van de prijs en is de naam NS Publieksprijs.
Drie auteurs hebben de prijs tweemaal gewonnen (in chronologische volgorde): Annie M.G. Schmidt, Hella Haasse en Geert Mak.

Winnaars:

1987 - Kees van Kooten oeuvreprijs
1988 - Annie M.G. Schmidt oeuvreprijs
1989 - Marjolein Bastin oeuvreprijs
1990 - Jean M. Auel oeuvreprijs
1991 - Annie M.G. Schmidt oeuvreprijs
1992 - Betty Mahmoody voor Uit liefde voor mijn kind
1993 - Hella S. Haasse voor Heren van de thee
1994 - Tessa de Loo voor De Tweeling
1995 - Adriaan van Dis voor Indische duinen
1996 - Connie Palmen voor De vriendschap
1997 - Anna Enquist voor Het geheim
1998 - Marianne Fredriksson voor Anna, Hanna en Johanna
1999 - Yvonne Keuls voor Mevrouw mijn moeder
2000 - Geert Mak voor De eeuw van mijn vader
2001 - J.K. Rowling voor Harry Potter en de Vuurbeker
2002 - Judith Koelemeijer voor Het zwijgen van Maria Zachea
2003 - Hella S. Haasse voor Sleuteloog
2004 - Geert Mak voor In Europa
2005 - (verschillende auteurs) voor de Nieuwe Bijbelvertaling
2006 - Kluun voor Komt een vrouw bij de dokter
2007 - Joris Luyendijk voor Het zijn net mensen (Beelden van het Midden-Oosten)
2008 - Arthur Japin voor De overgave
2009 - Herman Koch voor Het Diner
2010 - Simone van der Vlugt voor Op klaarlichte dag
2011 - Esther Verhoef voor Déjà Vu
2012 - A.F.Th. van der Heijden voor Tonio. Een requiemroman
2013 - Michel van Egmond voor Gijp



Door: Brigitta Dielman-Bleeker.

In gesprek met.........Loes den Hollander

Lees hier alles wat jullie wilden weten over Loes. Haar reactie op ons voorstel haar te interviewen was meteen enthousiast en hartverwarmend. Loes bedankt!!

DPB > Je bent een van de meest succesvolle Nederlandstalige auteurs. Wat is volgens jou het geheim van al die jaren schrijfsucces?
·   LdH > Nou, geheim... Wat ik begrijp uit reacties en recensies is het een kwestie van verhalen bedenken die voor de lezers invoelbaar en herkenbaar zijn. Ik vind het prachtig als dit lukt.

    DPB > Je werkt nu aan je 18e boek. Kun/wil je daar al iets over kwijt?
    LdH > Het is mijn 18e thriller en voor dit verhaal werd ik geïnspireerd door de recente vliegtuigramp. Het boek gaat niet expliciet over deze ramp, maar deze gebeurtenis haalt wel bij de hoofdpersoon herinneringen naar boven die zo onverteerbaar zijn dat ze besluit toe te geven aan haar behoefte tot wraak.

    DPB > Waar haal jij toch je inspiratie vandaan? Het lijkt alsof je de verhalen zo uit je mouw schudt (bij wijze van spreken).
    LdH > Ik vind de ideeën voor nieuwe verhalen in kranten, in gesprekken  (die ik zelf voer of die mijn oren opvangen), in alle mogelijke gebeurtenissen die in de wereld plaatsvinden. Ik zoek ze niet op, ze vinden mij.

    DPB > Je laatste boek "Voorbedacht" komt binnenkort uit. Hoe is je gevoel over dit boek?
    LdH > Voor ‘Voorbedacht’ werd ik geïnspireerd door de vermissing en naar later bleek de dood van de twee broertjes in 2013. Al in de weken dat ze vermist waren wist ik dat ik een verhaal zou schrijven over de vermissing van een kind, beleefd vanuit de moeder van dit kind. Het was een heftige ervaring om dit te schrijven en het is in meerdere opzichten een heftig boek geworden. Als ik mijn gevoel erover moet samenvatten, is ‘heftig’ dus het beste woord.

    DPB > Is "Voorbedacht" gebaseerd op een waargebeurd verhaal of is het fictie?LdH > Zoals ik al meldde: ik werd geïnspireerd door de vermissing van de broertjes. Het verhaal heeft verder niets met deze zaak te maken, het is fictie, van het begin tot het einde.
  
    
    DPB > Je schrijft ook over behoorlijk gevoelige onderwerpen die mensen raken, die dicht bij de maatschappij liggen.  Is dat iets waar je op dat moment ook bewust voor kiest?  
    LdH > Ik zoek niet echt naar onderwerpen, ze komen in me op als er in de maatschappij iets gebeurt wat me raakt. Maar ook al ontstaan ze door situaties die plaatsvinden in de maatschappij, ik wil absoluut voorkomen dat mijn verhaal direct verwijst naar de realiteit. Ik schrijf fictie. Het gaat er voor mij niet om een eigen visie te geven op een bestaande situatie, het gaat mij erom te vertellen wat bepaalde gebeurtenissen met mensen kunnen doen en hoe/waarom iemand kan ontsporen.

    DPB > Je boeken hebben een hoog psychologisch gehalte, je besteedt veel aandacht aan karakterverdieping en research. Zijn dat voor jouw boeken een noodzakelijk ingrediënt?
    LdH > Zeker weten. Het moet ergens over gaan, anders vind ik het niet eens de moeite waard om te schrijven.

    DPB > Hoe zou je je stijl omschrijven voor mensen die je boeken nog niet kennen?
    LdH > Direct, toegankelijk, verdiepend. En spannend, natuurlijk.

    DPB > Over welk onderwerp zou je graag willen schrijven waar je tot nu toe nog niet aan bent toegekomen?
    LdH > Er dwaalt nog een verhaal door mijn hoofd over een man die vrouw wil worden, maar ik vind dit onderwerp meer geschikt voor een roman dan voor een thriller. Dus wie weet, wordt dit mijn tweede roman.

    DPB > Heb je een vast schrijfritueel?
    LdH > Nee, ik schrijf als ik zin heb om te schrijven, en dat is regelmatig het geval.

    DPB > Wat staat er in jouw boekenkast? Wat lees je als je niet schrijft? Lees je ooit een boek van jezelf?
    LdH > Mijn boekenkasten zijn nogal vol. Ik lees graag romans en thrillers waarin relaties tussen mensen worden uitgediept. Ik heb recent de laatste Linwood Barclay ‘Een tik op het raam’ uitgelezen. Genoten! Op dit moment ligt ‘Een goed nest’ van Tessa de Loo te wachten. Soms, bijvoorbeeld als er een herdruk komt van een boek dat al geruime tijd geleden is verschenen, lees ik een boek van mezelf. Een paar weken geleden las ik daarom ‘Glansrol’ nog een keer.

    DPB > Welk boek dat je zelf hebt geschreven is je favoriet en waarom?
    LdH > Er is niet één favoriet, ik heb met ieder boek een aparte relatie.

    DPB > Als je zou stoppen met schrijven, wat zou je dan gaan doen?
    LdH > Veel lezen, denk ik. En weer gaan schrijven.

    DPB > Wat is jouw persoonlijk hoogtepunt in je schrijfcarrière? 
    LdH > Er waren al verschillende hoogtepunten, maar de uitnodiging om het geschenkboekje voor de maand van het spannende boek in 2013 te schrijven was wel heel bijzonder.

   

    DPB > Heb je nog wensen op schrijfgebied?
    LdH > Ik ben begonnen met het schrijven van een toneelstuk en ik hoop dat het niet bij één blijft.

    DPB > Als een van je lezers zelf een boek zou willen schrijven, wat is dan jouw 'gouden tip'? 
    LdH > Verzin een uniek verhaal en houd je eigen leed op afstand.

    



    DPB > Oorspronkelijk kom jij uit de gezondheidszorg. Je was jarenlang directeur van een gezondheidsinstelling. Er is in de afgelopen jaren veel veranderd. Zou je onder de nieuwe omstandigheden weer kunnen/willen werken in de zorg? Wat is jouw persoonlijke 'zorg' over het huidige zorgstelsel? Wat zou je als eerste willen veranderen of juist niet?
    LdH > Het wordt steeds minder leuk om in de zorg te werken. Het huidige zorgstelsel is volslagen dichtgetimmerd door protocollen en verplichte administratieve verantwoording. Dat betekent veel verspilde tijd die aan daadwerkelijke zorg zou kunnen worden besteed. Ik zou rigoureus gaan snoeien in het doolhof van regels en de zorgverleners terugbrengen naar het werk waar het om gaat: het contact met de cliënt.

    DPB > Je bent heel actief op social media. Wat is volgens jou de toegevoegde waarde hiervan? En wat niet?
    LdH > Social media is een goede gelegenheid om aan marketing te werken. Maar het is ook/vooral een mogelijkheid om contact te hebben met mijn lezers en aangezien schrijven een zeer solistisch proces is, voorkomt dit contact dat ik in het schrijfproces verdwijn. Maar  het blijven natuurlijk wel mediacontacten. Het echte leven vindt plaats in mijn gezin, en met mijn vrienden.

    DPB > Het is algemeen bekend dat je gek bent op dieren, je hebt sinds kort weer een pup, Thora. Waarom heb je gekozen voor een Duitse Herder en voor haar naam?
    LdH > Mijn man en ik zijn dol op dit ras, omdat het mooie, slimme en heel baasgerichte honden zijn. Thora is al onze derde Duitse herder. Wij hebben haar naam niet zelf gekozen, ze kreeg die mee uit het nest. Ze heet thuis ook Thoradora en Thoortje. En ze luistert net zo goed als je ‘Jansen’ roept.

    DPB > Thora pubert nogal (is nu 7-8 maanden?) hoe combineer je dat met je schrijven?
    LdH> Een hond in huis betekent opvoeden, uitlaten, trainen. Dat vergt tijd, maar ik hoef niet meer naar een werkgever, dus kan mijn eigen tijd indelen. Ik ga vaak met Thora naar buiten en maak mooie wandelingen, bij voorkeur in de duinen. In de buitenlucht komen de beste ideeën in me op, dus de zorg voor Thora is eerder een noodzakelijkheid dan een probleem.

    DPB > Je mag een reis gaan maken, wie neem je mee, waar ga je heen en waarom?
    LdH > Ik wil nog wel eens naar Toscane, daar ben ik nog nooit geweest en ik hoor vaak dat de omgeving daar zo mooi is. Dan moeten mijn man en mijn hond natuurlijk mee, dus we zullen met een camper reizen.

    DPB > Tot slot, wat is de raarste of meest merkwaardige vraag die je ooit is gevraagd tijdens een interview?
    LdH > Mij werd eens gevraagd of alles wat ik schreef autobiografisch is. Toen antwoordde ik: ‘Alleen de seks.’ De interviewer geloofde dat niet. Tja...