zaterdag 31 januari 2015

In gesprek met.......Belinda Aebi


Het was een grijze dag toen ik met de vragen naast mij in de auto, onderweg was naar Belinda Aebi. Ik was uitgenodigd bij haar thuis, een mooi plekje aan De Schelde. We hadden een heel fijn gesprek, waar ik jullie graag van laat meegenieten.








Wie is Belinda Aebi?

Ik denk dat je met die vraag vooral wilt weten waar die vreemde naam ‘Aebi’ vandaan komt. Het is een Zwitserse naam. Mijn vader is Zwitser, mijn moeder is Vlaamse; de naam Aebi komt in Zwitserland vrij veel voor. Ik kom uit een warm nest van drie kinderen en ik ben de jongste, ik ben 56. Samen met mijn man heb ik ook drie kinderen, de jongste is 24 en de oudste 30. Ons derde kleinkind is onderweg. We hebben een leuk gezin, het klikt goed, de kinderen zijn gezond, mijn ouders leven nog. Als ik zie wat er allemaal rondom mij gebeurt, ben ik blij dat die basisdingen voor mij aanwezig zijn. Het feit dat ik dan ook nog eens de kans krijg om boeken te schrijven die worden uitgegeven, maakt dat ik alle reden heb om gelukkig te zijn. Ik ben nu zes jaar aan het schrijven. Zigeunerbloed is mijn vijfde thriller en het contract voor mijn nieuwste is net in de bus gevallen. Blij!


Je eerste boek ‘Swiss Made’ (2009) was een ode aan je vader, zijn biografie?

Dat was idd helemaal geen thriller, maar door dat boek te schrijven heb ik de schrijfmicrobe bij mezelf gevoeld. Ik was ook erg verdiept in wat mijn vader mij allemaal verteld had en ik had oude foto’s opgezocht. Door met dat boek bezig te zijn, heb ik bij mezelf ontdekt dat dit mijn ding was: schrijven. Graag alleen bezig zijn, het opzoekwerk, de juiste zinnen zoeken.... 50 worden was voor mij echt een mijlpaal en dat boek was voor mij een teken dat ik schrijven ook echt heel graag deed en het nog wou doen! Het geeft ook een enorme voldoening als een boek af is; een bevestiging van maandenlang werken, je ziet je tekst in vorm gegoten, de cover, je naam erop. Bij elk nieuw boek zijn er nog steeds die traantjes. Ik schrijf dan wel thrillers maar ik ben een vat vol emotie.


Daarna volgen er thrillers. Waarom die keuze?

Ik hou van het spanningselement en ik vind het een grote uitdaging om alles in een thriller te laten kloppen. Dat betekent: 50x herlezen, de chronologie checken, de plot moet kloppen, de locaties moeten kloppen, wie wat zegt in een dialoog moet kloppen. Bij de start van een nieuw boek ligt de schrijftafel dan ook helemaal vol met notities, post-it.... Eenmaal het manuscript af is en naar de uitgever, dan is de tafel redelijk clean. Ik kan dan op pc de foutjes en inconsequenties eruit halen, het verhaal ‘bijvijlen’. Dat vind ik een heel toffe periode, omdat je weet ‘mijn boek komt er, we zijn er bijna’, maar ik moet het nu nog zo goed mogelijk maken; polijsten.

Ook de research vind ik heel leuk om te doen. Eigenlijk begint alles bij de vraag:
Waarover ga ik schrijven? Wat gaat de plot zijn? Er zijn zoveel onderwerpen die op je af komen in je leven, items in het journaal, iets wat familie of vrienden je vertellen, een speciale gebeurtenis die in je gedachten blijft hangen. Aangezien er enkele maanden overgaan om een verhaal in elkaar te boksen, moet het onderwerp mij ook zolang kunnen boeien.



Wat is het moeilijkste aan het schrijven van een boek?

Voor mij is dat altijd het einde, naar de ontknoping toe, want je moet zien dat de losse eindjes weggewerkt worden, het moet spannend blijven, de lezer moet toch bij het nekvel gegrepen worden tot op het einde. Meestal weet ik wel hoe mijn verhaal zal evolueren, maar tijdens het schrijven komen daar allerlei dingen tussen. Bij Zigeunerbloed wist ik wel hoe het einde zou zijn, maar bij mijn vorige boeken niet. Eigenlijk zou ik beter de structuur schetsen vooraleer ik begin met schrijven, het zou voor mezelf veel makkelijker zijn. Als ik op voorhand weet, dit is mijn begin en dàt wordt mijn einde, moet ik daartussen maar ‘gewoon’ invullen. Nu ja, ‘gewoon’ is snel gezegd. Het blijft puzzelen en schuiven met passages en hoofdstukken. Maar met een vaste structuur, waar je het einde al weet, wijk je minder af van het verhaal, omdat je weet wat de ‘clou’, de ontknoping, gaat zijn.


Hoe kijk je nu terug op je eerste thriller ‘Dubbelspel’? Vind je jezelf beter geworden of anders?

Dubbelspel was mijn eerste thriller en ik heb daar eigenlijk heel goede reacties op gehad. Als ik het boek nu zelf nog eens vastpak, ben ik daar nog altijd tevreden over, omdat het mijn debuut was en al bij al dus goed onthaald. Ik vind er ook die dingen in terug die bij mij passen: to the point, tempo en ook wel met momenten gedoseerd grappig op een bepaalde manier.
Het zou spijtig zijn mocht ik nu, na mijn vijfde boek, niet geleerd hebben. Vooral naar structuur en opbouw toe. Het einde in ‘Het geluid van stilte’ was heel abrupt, volgens bepaalde lezers. Moest ik hem nu opnieuw schrijven, zou ik weten waar ik zou moeten aanpassen. Ik weet nu dat een onderzoek bij de recherche veel tijd vergt. Er komt heel wat bij kijken en soms maak ik mij daar in mijn verhaal te gemakkelijk van af, weet ik nu. Dat zijn dingen die je leert als je een thriller schrijft. Het onderzoek degelijk uitwerken is tijdrovend maar belangrijk.


In dit boek kwam het personage Maud Gelderman als onderzoeksrechter in de hoofdrol en die hoofdrol heeft ze nog steeds, alhoewel ze in dit boek minder op de voorgrond treedt? Hoe is je relatie met/tot haar?

Dat klopt. Dat is eigenlijk een bewuste keuze om mij meer te focussen op het verhaal. Ik vind niet dat ik in elk boek weer moet herhalen hoe de gezinssituatie is en dat soort dingen, maar misschien evolueert ze inderdaad minder mee en moet ik toch weer eens wat meer aandacht aan het privéleven van het team besteden. In Zigeunerbloed stond het team ook niet centraal. Hier heb ik ook de keuze gemaakt om Lucas en Iulia de hoofdrol te geven. Ik heb Maud willen schetsen als een echte vakvrouw, maar die ook wel een emotionele kant heeft waar ze soms mee worstelt. Er zijn haar puberende kinderen waar ze te weinig tijd voor heeft en dan steken schuldgevoelens de kop op. Ze is een gedreven vrouw met een heel menselijke kant. Ook met haar rechercheurs heeft ze een aangename band. Dat vind ik mooi aan haar.


Was een vrouw als hoofd van het rechercheteam een bewuste keuze?

Ja, eigenlijk wel. Niet lang over nagedacht. Het was vlug beslist!


Je boeken spelen zich af in en rond Gent, waarom Gent?

Ik heb daar gewoond en ook gestudeerd, twee van mijn kinderen zijn daar op kot/kamers gegaan. Ik heb er een band mee en ik vind Gent een heel aangename, compacte stad. Ik voel me daar een beetje thuis. Het is ook zo, dat wanneer je een reeks begint te schrijven, een locatie nodig hebt, en Gent was nog vrij :-)


'Zigeunerbloed' gaat over Roma. Hoe begin je daaraan? Wat komt er bijvoorbeeld op je pad, als je aan dit verhaal begint?

‘Zigeunerbloed’ zat zeker al drie jaar in mijn gedachten. Ik wilde iets schrijven rond de Gentse Feesten. De Gentse binnenstad moet centraal staan en ‘alle’ Gentenaars moeten dat boek lezen, was mijn idee. Na de beslissing dat ik daadwerkelijk dat boek ging schrijven, ben ik aan de research begonnen; opzoeken op internet, proberen om mensen te contacteren die mij daar meer over kunnen vertellen. Dat is wel bij elk boek zo. Ik ga kijken wie mij over mijn gekozen thema meer informatie kan geven en daar ga ik dan mee praten. Ik lees er veel over en druk ook heel veel af. Op het einde van de rit heb ik een hele dikke map met allerlei info, ook artikelen uit tijdschriften. Daarna begin ik in die map te lezen, je leert daar heel veel van bij hoor! En zo begint mijn verhaal te groeien. Ik begin dan alles uit te werken. Het plot moet vorm krijgen en van mijn personages maak ik fiches; hoe zien ze eruit, welk karakter hebben ze, hoe leven ze..... Je moet je personages heel goed leren kennen; zijn ze getrouwd, welk werk doen ze, hebben ze hobby’s, welke kleur haar hebben ze? Ik vind dat eens je de personages goed kent, je aan je verhaal kunt beginnen. Doe je dit niet, dan maak je fouten door dingen te schrijven die niet consequent zijn. Bijvoorbeeld dat je die persoon zaken laat zeggen die niet bij zijn karakter passen of die niet logisch zijn. Ik vind dat heel leuk om te doen en in die periode vliegen mijn dagen voorbij! Dit gaat natuurlijk niet allemaal vanzelf. Mijn ‘probleem’ is, dat ik zodanig veel fantasie en impulsen heb, dat ik dikwijls moet snoeien in mijn verhaal. Soms heb ik stof voor twee boeken. Dan bestaat het gevaar dat ik mezelf vast schrijf door het teveel aan elementen. Teveel nevenintriges die afwijken van de plot geven geen meerwaarde, integendeel. Je moet bij je verhaal en bij je personages blijven. Als ik zelf lees vind ik het ook storend dat er te veel is! Ik wil dat mijn lezers niet aandoen. Ik wil boeken schrijven die vlot lezen, voor een ruim publiek zijn, niet te moeilijk, geen vijftig verschillende personages. Ik vind ook dat er tempo in een boek moet zitten. Ik ben zelf geen liefhebber van boeken waar je jezelf de vraag stelt: wanneer begint het verhaal nu eigenlijk? Wanneer komt er schot in? Ik vind ook dat ik trouw moet blijven aan het genre dat ik koos: ‘Thrillers.’ De lezers die mijn boeken kopen verwachten een spannend boek en ik vind dan ook dat ik dit moet waarmaken. Daarom ben ik zelf héél kritisch wat mijn boeken betreft. Ben niet snel tevreden. Om terug te komen op de Gentse Feesten, in 'Zigeunerbloed', was het uitgangspunt dat ik een contrast wilde hebben in mijn verhaal. Gentse Feesten staat voor: veel en laat uitgaan, overvloedig drinken, plezier…. én bergen afval! Met contrast bedoel ik, dat er tijdens de feesten iets ergs zou gebeuren. Dan ben ik beginnen denken, wat leeft er nog in Gent? Ben dan gaan praten met mensen van de burgerdiensten en het OCMW, met Daniël Termont (burgemeester van Gent) en nog met verschillende mensen. Zo ben ik op het idee gekomen om een Roma-meisje te laten verdwijnen, mede doordat er een tijd geleden in de media veel berichten waren over problemen met Roma in de Gentse regio. Ik pik zoiets dan op en zo is dat verhaal gegroeid.


Wat vind je zelf je beste boek?

Dat is moeilijk. Misschien wel de laatste die nu gaat uitkomen in mei. Ja, ik denk het wel, de laatste.


Alle delen met Maud Gelderman zijn uitgegeven bij Manteau. Zijn er nog meer delen te verwachten of heb je een leuke primeur voor ons? :-)

Er is de regelmaat van één boek per jaar. Ik zou er twee kunnen schrijven, maar ik denk dat de lat dan wel hoog ligt, omdat er dan een druk op mijn schouders ligt en die wil ik eigenlijk niet. Ik wil liever één goed boek waar ik mijn tijd voor neem en waarin alles klopt, dan dat ik twee “halve” boeken maak waarbij je die tijdsdruk ‘voelt’. Ook de uitgever heeft er liever één per jaar en dan steeds rond mei. Denk dat het wel een goede periode is om met een nieuw boek te komen; de maand daarop is juni en dan kopen de mensen vakantielectuur. Het is mijn plan om in de reeks met Maud Gelderman zeven boeken te schrijven. Nu in mei komt dus de zesde uit en in 2016 nummer zeven. Deze die nu uitkomt is geen ‘Who Done it’, maar een ‘Why Done it’, het verhaal is geschreven vanuit de dader. Na nummer zeven zou ik graag eens een stand-alone schrijven, maar dat zien we nog wel.


Is Maud op?

Zo bekijk ik het niet. Ik wil gewoon eens met een wit blad beginnen. Alles blanco. Een thriller hoeft niet altijd met een rechercheteam te zijn, zoals in de Maud Gelderman-reeks. Dat zou ik eens willen uitproberen, een thriller zonder rechercheteam. Maud is niet op, ik zie het meer als een uitdaging voor mezelf. Maar misschien val ik wel terug op haar en haar speurders, ik weet het niet. Wait and see.



Ben jij zo iemand die in totale afzondering een boek schrijft.... Zonder iemand om je heen?

Volmondig ja, geen muziek, geen ‘passanten’, absolute stilte. Ik ben over de hele lijn een persoon die stilte om zich heen moet hebben. Ik ben overgevoelig voor lawaai, voor druk verkeer, rumoerige restaurants of recepties, mensen die luid praten... Ik geniet van rust! Ik ben niet voor niets aan het water komen wonen J





Wat doe je met kritiek?

Kritiek moet je kunnen verdragen. Iets negatiefs lezen doet altijd pijn, maar je moet dat even laten bezinken. Je moet het aandachtig lezen en vaak pik je daar iets van op. Ook van een testlezer, de uitgever of een redacteur uit, als hij bijvoorbeeld zegt om een hoofdstuk of een passage te schrappen. Ik denk daar dan goed over na en stel mezelf de vraag of hij daar een punt heeft. Soms wel, soms niet, maar ik wimpel het niet meteen weg. Als ik kritiek krijg probeer ik daar dus iets mee te doen en neem ik dat eventueel mee naar een volgend boek, om het dan anders of beter te doen. Maar bovenal moet kritiek steeds onderbouwd zijn. Het moet leerrijk zijn. En dan is er ook nog, niet te vergeten, het feit dat iedereen ‘anders’ leest. De waardering van een boek is heel subjectief. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken of een boek goed is, en zich niet laten leiden door de opinies van anderen. Soms vind ik een ‘hype’ maar zo en zo, maar soms lees ik een redelijk onbekend boek, waarvan ik zeg: wow, dat is een goeie! Maar een positieve kritiek/recensie doet natuurlijk veel deugd hé! Dan voel je ineens een hele vlindertuin in je buik en een kick om verder te doen. Dan zou je die recensie wel van de daken kunnen schreeuwen.


Voor lezers die jouw boeken nog niet kennen. Omschrijf je schrijfstijl eens?

To the point, geen te lange zinnen, geen ingewikkelde verhaallijnen, niet te uitleggerig, er moet een goede cadans in zitten en toegankelijk voor een groot publiek. En geloofwaardig zijn. Het verhaal hoeft niet persé gebeurd te zijn, maar het moet wel ‘kunnen’ gebeuren. Ik probeer met mijn boeken de lezer een aangename tijd te bezorgen. Mijn boeken hebben min of meer hetzelfde aantal pagina’s, rond de 300 en ik probeer er ook altijd een maatschappelijk thema in te verwerken. Het is leuk als iemand zegt: ‘je verhaal is blijven hangen.’ Mooi compliment.


Zie je schrijven als een hobby?

Als het geen hobby is, dan hou je dit niet vol. Nu kan ik mijn schrijven meer tot ontwikkeling brengen, omdat ik meer tijd heb. Ik denk ook dat de behoefte tot schrijven lange tijd latent aanwezig was, en dat ik nu voluit kan gaan. Het is niet zo dat ik ‘s morgens om 8.00u begin tot ‘s avond 18.00u, maar ik schrijf wel enkele uren na elkaar. Als ik bijvoorbeeld ‘vast’ zit in het verhaal, dan schrijf ik een paar dagen niet. Het is dus zeker een hobby, dat is een eerste vereiste, maar het is ook hard werken. Daar ben ik nooit bang voor geweest.


Van je collega Toni Coppens zijn boeken wordt momenteel een tv-serie gemaakt. Hoe zou jij daartegenover staan mochten ze met zo’n voorstel komen? Jouw boeken lenen zich ook uitstekend voor een film. Hoe zou dan je reactie zijn en welk boek/scenario zou je nemen?

Er is niets leuker dan dat je je eigen werk verfilmd ziet, denk ik. Ik zou volmondig JA zeggen, natuurlijk. Als verhaal zou ik 'Zigeunerbloed' kiezen, ik zie de film zo voor mij, maar de vorige boeken zouden ook kunnen. Het is mij wel vaker gezegd, dat ik filmisch schrijf. 'Zigeunerbloed' heeft Lucas, de maatschappelijk werker en er is het intrigerende Roma meisje Iulia. Beide boeiende personages. En de Gentse binnenstad natuurlijk. Perfecte decor. Criminele stad.


Wat staat er in je eigen boekenkast en lees je zelf veel?

Jeroen Brouwers is mijn grote favoriet. Prachtige boeken! Ik heb nu “Het Hout” gelezen van hem. Hij is een prachtige stylist. Voor mij is dat een ‘echte’ schrijver. Hij kan én een goed verhaal schrijven én zinnen die, als je ze twee keer leest, twee keer geniet en nog nageniet. Ik beschouw mezelf niet als een échte schrijfster, maar eerder als een verhaalverteller. Wat Jeroen Brouwers met taal doet, is kunst met een grote ‘K’. Iedereen van ons moet het doen met dezelfde 26 letters, maar wat hij daarmee doet, hoe hij daarmee goochelt, is briljant. In ons Vlaanderen heeft mij nog iemand verrast, Lara Taveirne, een jonge schrijfster die volgens mij een mooie toekomst wacht. Talent van de bovenste plank. Lees: ‘De kinderen van Calais.’

Als thriller lees ik de Noorse Karin Fossum héél graag. Als je zou vragen wie mijn voorbeeld is, dan is het Karin Fossum. Zij schrijft in een stijl die ik heel graag lees en zelf graag schrijf. Niet te ingewikkeld, menselijk en toch spannend. Pik er een boek van haar uit, ze zijn allemaal goed.

De laatste tijd heb ik ook veel thrillers van eigen bodem gelezen. Ik wil van elke Vlaamse thrillerschrijver iets gelezen hebben. Uit nieuwsgierigheid. Zo leer ik hun werk en hun stijl kennen en kan ik erover meepraten. Ik lees ook steevast de genomineerden voor de Poirotprijs, want dat zijn dan (volgens recensenten) de vijf ‘beste’ Vlaamse boeken. Soms zit er echt een originele tussen; vorige week heb ik bijvoorbeeld twee boeken van Patrick Conrad gelezen, en zeer gesmaakt. Net iets anders. Springt eruit. Wat uit het buitenland komt is zeker niet per definitie beter. Ik lees ook veel artikels, als research. Ik lees vooral in een periode van ‘wacht’. Wanneer het manuscript naar de uitgever is en je wacht op feedback. Dat is een periode waarin je bij wijze van spreken in een zwart gat valt en dan lees ik veel. Als ik zelf aan het schrijven ben, lees ik geen boeken. Te verwarrend. Ik kan me maar concentreren op één verhaal.


Als je niet schrijft, hoe vul je dan je tijd in?

Ik spring in bij de kinderen waar nodig. Ik pas regelmatig op de kleinkinderen of brei een leuke trui voor ze. Dat betekent ontspanning voor mij. Een keer een uitstapje af en toe, een fietstochtje in de zomer, maar ben ook heel graag thuis.



Hoe sta je tegenover de sociale media zoals FB, Twitter, Linkedin.....

Je moet mee met je tijd, maar of het voor mij voordelen opbrengt? Twitteren heb ik een of twee maanden gedaan, maar nee, niks voor mij. Facebook vind ik fantastisch om eens af te spreken, te chatten of een foto door te sturen; ik maak er vooral gebruik van om met de kinderen te communiceren. Of het mij helpt beroepshalve, om mijn boekenverkoop omhoog te krikken, dat betwijfel ik.


Hoe beschrijven jouw familie en vrienden jou als persoon?

Dat weet ik niet, maar ik denk: ongeduldig, plichtsbewust, trouw en zorgend. Ik hoop dat ze ook zullen zeggen dat ik lief ben.


Maak een keuze;

* Thriller of roman? Thriller, zonder twijfel.
* Zoet of hartig? Hartig, tomaat mozzarella met verse basilicumblaadjes en een toast met olijfolie
* Ski- of strandvakantie? Ik haat kou, dus strand, maar combinatie van lezen, luieren en ook cultuur snuiven.


Als afsluiter; Waar kan men je midden in de nacht voor wakker maken?

Voor niet veel, maar voor de mooie wisselende kleuren van de lucht/hemel die we hier zien vanuit ons raam en de zonsopgang of ondergang, prachtig!
Waar ze me zeker voor wakker mogen maken: de verfilming van één van mijn boeken. Dan sta ik gelijk naast mijn bed!





Lezersvragen;


Bianca Couwenberg Otten: Waar haalt ze de inspiratie vandaan om een verhaallijn helemaal uit te denken en op papier te zetten?

Dagelijkse zaken die op me afkomen en die blijven hangen. Ik schrijf ze ook op en soms doe ik er iets mee, maar andere nota’s verdwijnen na een tijd in de prullenmand.


Demi van der Veldt: Wat was het eerste moment in je leven dat je dacht: En nou weet ik het zeker. Ik ga een boek schrijven. En toen je dat dacht, ging het toen ook in een keer goed of vond je dat nog lastig?

Lastig is niet het juiste woord, het is vooral moeilijk en tegelijk uitdagend en ik vind het leuk om te doen. Is ook niet evident om een boek te schrijven. Er komt zoveel bij kijken. De kunst is om er zelf in te geloven en door te bijten. Wanneer je zelf voelt, dit wordt niks, dan kun je er beter mee stoppen.


Nola Dijkmans; Blijf je trouw aan je eigen onderwerp of schrijfstijl of doe je ook wel eens concessies omdat het boek dan beter aanslaat bij een groter publiek?

Ik probeer trouw te blijven aan mijn schrijfstijl; de dingen die ik schrijf moeten bij mijn persoon blijven passen. Ik denk dat, wanneer je probeert om het anders te doen, dat tegenwerkt. Ik denk niet dat het zou vlotten. En als lezer merk je dat, denk ik.


Soraya Vink: Welk onderwerp is te gruwelijk om in een thriller te beschrijven? Of bestaan er misschien geen onderwerpen die te gruwelijk zijn om in een thriller voor te komen?

Nooit horror, ook geen bloederige dingen in detail, niets voor mij. Je kan al veel met onderhuidse, psychologische spanning. Alles kan, maar bloederige zaken en vuurgevechten zeker niet.


Peter Barzilay: Wat is jouw manier om een vastgelopen verhaal weer vlot te trekken?

Zelfkritisch zijn en de vraag stellen: hoe komt het dat het verhaal vast zit? Meestal is het doordat ik teveel materie in mijn boek wil verwerken en ik het te moeilijk maak voor mezelf.
Als ik dat voel ga ik passages die mij kopzorgen baren, schrappen en kijken hoe ik het verhaal kan oppikken en het een andere wending kan geven. Dit leer je door ervaring! Het is dikwijls door een paar cruciale zinnen te schrappen, dat je al een goed eind op weg bent. Zo hoef je geen volledige hoofdstukken of pagina’s te wissen. Altijd kritisch zijn en dat blijven, kijken welke passage wel of niet kan, misschien is ze te verwarrend of zelfs overbodig? Als het voor mezelf verwarrend is, dan is het dat zeker ook voor de lezer. Vaak stukjes herlezen, soms luidop, dan vind je de zwakke stukken. Je hoort ze. Een goede manier is ook om verder te breien op passages die je zelf sterk vindt. Soms moet je wat zoeken naar de juiste ‘toon’; maar eens je die gevonden hebt, gaat het veel beter. Het is ook soms een kwestie van het juiste vertelperspectief te vinden. Van bij het begin een keuze hierin maken, helpt.



Daniel Warmoeskerken: Merk je veel verschillen tussen Vlaamse romans en Nederlandse? Wat valt je op en wat is typisch Vlaams in jouw boeken?

Ik lees in besprekingen, dat Nederlanders zich soms storen aan het Vlaams taalgebruik. Een Nederlandse redacteur zal bvb ‘zetel’ wijzigen in ‘bank’ of ‘sofa’. Ik vind dat Vlaams ook Vlaams mag zijn. Er is een kloof in taal en uitdrukkingen. Wij hebben ‘andere’, gezegden en afkortingen enz…maar dat maakt nu net een taal. Dat moet kunnen. Laten we elkaar lezen, zoveel mogelijk zou ik zeggen, zonder onze identiteit te verliezen en onze taal te vervormen. Ik vind het goed dat we elk ons eigen taal en uitdrukkingen hebben. Wanneer ik een boek lees van een Nederlander, dan denk ik ook soms, hé, grappig, typisch Nederlands. Geen probleem. In ‘Zigeunerbloed’ komen enkele typische, Gentse zinnen. Die horen daar thuis, in dàt verhaal. Die zinnen had ik zeker niet in mooi Nederlands mogen neerpennen; het karakter van het personage vroeg erom. Het is allemaal sfeerschepping, en taal maakt daar deel van uit.
Ik ga mijn verhalen dus niet wijzigen om bijvoorbeeld in Nederland te verkopen, dan denk ik aan Zigeunerbloed met het Gentse dialect. Dus met dit boek breek ik misschien niet door in Nederland, omdat het een typisch Vlaams (Gents) boek is. Anderzijds, er komen heel veel Nederlanders naar de Gentse Feesten, dus waarom niet? Met mijn nieuwe thriller die in mei 2015 uitkomt, zal ik zowel Vlaamse als Nederlandse lezers boeien. Zeker weten.
Wel vind ik, dat in je in een Vlaams of Nederlands boek het aantal zinnen in een vreemde taal (E, D, FR) zeker beperkt moet houden. Een teveel, stoort. Heel goed doseren dan.



Wendy Koedoot: Zou je ook boeken in een heel ander genre willen en kunnen schrijven, bijvoorbeeld fantasy of YA of blijft het bij je supergoede thrillers?

Nee, geen YA of fantasy, ik blijf bij mijn thrillers. Maar zeg nooit, nooit.


Bep Heutink-Groothedde: Heb je zelf ook invloed op hoe een cover er uit gaat zien?

De cover wordt in overleg met de uitgever gekozen, natuurlijk heb ik daar inspraak in. Het is uiteindelijk ‘mijn’ boek. Een cover kiezen is heel leuk; je boek/verhaal krijgt dan echt vorm. Het is een creatief proces en ik vergelijk het altijd met iemand die muziek componeert of iemand die schildert of kleding maakt... De makers kleven daar ook hun naam op. Het is je visitekaartje; het eerste wat iemand die een boekwinkel binnenstapt, ziet. Je boek schrijven is een creatief proces waar je toch lang mee bezig bent geweest. De verpakking, de cover in dit gevel, is dan heel belangrijk. Het is de kers op de taart. Ik zoek zelf mee naar een gepaste cover, en de uitgever stuurt mij ook voorstellen. Daar kiezen we dan de beste uit. Tot we allebei zeggen: ‘Dat is ‘m!’



Vragen leden DPB;


Peggy-Yves Van Clapdurp-Van Aert: Weet ze of Daniël Termont haar boeken heeft gelezen, en wat hij ervan vindt ? M.a.w. heeft ze het hart van de burgemeester van Gent veroverd met haar boeken?

Er staat een quote van hem op de flap van Zigeunerbloed. Het is een sympathieke man en hij heeft het boek met veel plezier gelezen. Het was de eerste officiële thriller van de Gentse Feesten. Ook de feestenburgemeester Christophe Peeters heeft het boek gelezen en gepromoot tijdens de persvoorstelling. Of ik hun harten veroverd heb, weet ik niet. Ja, misschien toch een beetje.


Suzan Van de Vendel: Zie dat het boek gaat over een vermissing. Welke vermissing is Belinda zelf het meeste bij gebleven? Je hebt wel eens van die verdwijningen die je nog jaren bijblijven of een die haar heeft geïnspireerd bij het schrijven van dit boek. Ik ben benieuwd......

Geïnspireerd niet, maar Natascha Kampusch zal mij altijd bijblijven. Zij heeft ook een boek geschreven. Zij kwam mij ook zeer volwassen over, na 8 jaar vast te hebben gezeten in een piepkleine kelder. Een heel merkwaardig verhaal.
Dichter bij huis, Ann en Eefje, Julie en Melissa, die blijven ook een heel leven bij. Maar rechtsreeks geïnspireerd hebben ze mij niet.


Peggy-Yves Van Clapdurp-Van Aert: Nog een vraagje : was het niet moeilijk / beetje controversieel dit thema voor haar boek te gebruiken, aangezien Aurore Ruyffelaere in 2013 op de Gentse Feesten is verdwenen. Of heeft deze verdwijning onrechtstreeks meegespeeld voor het schrijven van het boek?

Dat was een koude douche. Mijn manuscript was opgestuurd naar de uitgever en twee dagen daarna gebeurde die ontvoering. Ik zag het op het journaal en dacht; ‘Nee, het kan niet waar zijn. Mijn boek’! Mijn uitgever belde mij direct op en we besloten om erover na te denken, het even te laten bezinken. Na twee dagen waren we tot inzicht gekomen dat het eigenlijk weinig met elkaar te maken had. De ontvoering van Aurore is gebeurd buiten het centrum van Gent, op een parking, toen zij van de feesten kwam. Mijn verhaal speelt zich af in hartje Gent, en het verhaal is dat van een maatschappelijk werker en een Roma meisje. Ik ga ook dieper in op de grote afvalberg die ontstaat na tien dagen feesten en ik schrijf over de problematiek van de Roma; integratie, schoolverzuim, werkloosheid….Er is eigenlijk maar één link met die ontvoering en dat is de locatie van de Gentse Feesten, maar het verhaal is totaal anders. Mochten er meerdere raakpunten zijn geweest, dan kun je dat niet maken. Ook nog een gegeven was, dat mijn boek pas een jaar later zou verschijnen.


Elisabeth Spruijt: Of ze inderdaad met dit boek een stapje dichter bij ons, haar Noorderburen is gekomen. Kan ze dat al merken aan haar verkoop?

Dat merk ik niet. Ik heb eigenlijk geen idee hoe mijn boeken in Nederland lopen. De uitgever antwoordt altijd dat het erg moeilijk ligt, en dat Nederlanders vooral Nederlanders lezen. Ik zou het wel heel graag willen, een keertje mijn boeken zien liggen in een boekwinkel in Nederland. Begrijp niet goed waarom het zo moeilijk voor mekaar te krijgen is. We wonen in elkaars achtertuin, bij wijze van spreken.




***


Belinda had ook nog een leuke verrassing voor ons.
We mogen twee, op naam gesigneerde, exemplaren verloten van haar vorige boeken: ‘Dubbelspel’ en ‘Het geluid van stilte’, waarvoor hartelijk dank!


Hier moeten jullie natuurlijk wel iets voor doen :-)


Wil je ‘Dubbelspel’ graag op je boekenplank, vertel ons dan in een paar korte zinnen wat voor jou het ‘ultieme dubbelspel’ is!
Laat je fantasie de vrije loop.
Je tekst kan je mailen naar; deperfecteburen@gmail.com



Heb je liever ‘Het geluid van stilte’ in je collectie, geef dan antwoord op onderstaande vraag;

Hoe heet de therapie met paarden die gebruikt wordt in het boek?
Dit antwoord kan je mailen naar; deperfecteburen@gmail.com

Inzenden kan t/m zaterdag 7 februari 2015

Karin (Team DPB)

Rudy's wereld - Social media.

Misschien is het de leeftijd wel. 
Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik begin zo stilaan meer en meer bedenkingen te krijgen ten opzichte van de zogenaamde 'social media'. (Valt het u overigens ook op dat we in het Nederlands haast altijd praten over de 'social media', en nooit over de 'socialè' media?) Facebook, Twitter, LinkedIn gedeeltelijk ook, zijn ondertussen zo goed als geintegreerd in de moderne wereld, uitgezonderd op die plaatsen waar octopus 'Internet' z'n tentakels nog niet heeft ingegraven. Uiteraard hebben die 'social media' ook al hun nut bewezen: bij calamiteiten kan vooral Twitter nuttig zijn - als de aanwezigen op de betrokken plek een verbinding kunnen maken, tenminste. Allemaal waar. 
Maar...

Steeds vaker krijg ik het gevoel dat vooral Facebook zo'n beetje een wereldomspannende cafétoog geworden is. In het authentieke dorpscafé vroeger had zo ongeveer iedereen wel een mening, over alles, zeker na enkele biertjes. Er werden al eens foto's bovengehaald, grappen verteld en anderen geplaagd. Het was met andere woorden een sociaal gebeuren - 'a social event' in newspeak. Aan elke toog kwam je af en toe ook wel individuen tegen met een 'kwade dronk', die agressief werden als ze wat op hadden, en begonnen te schelden, of erger. Soms werd er zelfs een robbertje gevochten. Al gebeurde dat niet zò vaak. Iedereen kénde immers iedereen. 'In het echt'.

Tussen dié cafétoog en Facebook zijn echter grote verschillen, en ik heb het gevoel dat niet iedereen dat lijkt te begrijpen.
Als je aan een cafétoog onzin uitkraamt, worden jouw woorden in het slechtste geval de volgende dag door een enkeling bij de slager herhaald. Met een beetje 'geluk' kan het verhaal zelfs een sappige anekdote worden op familiefeestjes. Maar daar stopt het. Niet zo op Facebook. Wat je daar aan onzin uitkraamt, wordt letterlijk vereeuwigd. Niet omdat enkele aanwezigen jouw woorden het onthouden waard vinden. Neen, puur systematisch. Omdàt je iets hebt gezegd/gepost. Wat dan ook. Het wordt opgeslagen op Amerikaanse servers, for the world to explore. Gedurende twintig jaar, of langer, we weten het niet echt. 
Big data zijn hot dezer dagen. Wat jij hebt gepost, kan alles tezamen als een dossier over jou worden beschouwd. En zo worden gebruikt. Ten allen tijde, ook in de verre toekomst. Door welke instantie dan ook. En door 'andere' organisaties, die niet noodzakelijk goede bedoelingen hebben, maar wel beschikken over voldoende technische kennis.
De boutade 'het internet weet meer over mij dan ik me zelf kan herinneren' is al lang geen boutade meer.
Wat mij echter het meest verbijstert, is de gemiddelde reactie op deze vaststelling. 
'So what? Ik heb toch niks te verbergen?'


Het is de reactie van de kikker die je in koud water op een vuurtje hebt gezet. Die merkt niet dat het water héél geleidelijk warmer wordt. Die zegt op elke waarschuwing 'so what?'. 
Tot hij gekookt is.
'Ach. Zo erg is het toch niet?'
Het hangt er maar van af. Een Ajaxsuppporter, bijvoorbeeld, die doorslaat en iedereen wil liquideren die ooit een kwaad woord over zijn club heeft gezegd, hoeft echt niet lang te zoeken. Hij vindt genoeg details online om rustig zijn doelwit uit te kiezen, en toe te slaan. 
Onmogelijk? Vergezocht? Allemaal al gebeurd. Lees er de Amerikaanse pulpmedia (bestaat dat woord eigenlijk al?) maar op na. Je kan het zo gek niet bedenken...In de ogen van die Ajaxfreak zijn al die criticasters immers subversieve elementen, die monddood moeten worden gemaakt. Makkelijk op te zoeken.
Subversieve elementen identificeren, is dankzij Facebook uitermate eenvoudig geworden. De vraag is alleen: wie bepaalt er wat subversief is? Wie bepaalt wat een gevaar is voor onze maatschappij? Wie bepaalt welk gedrag het gezag ondermijnt? 
Het gezag zelf, dus. 
En het gezag kan altijd van gelaat veranderen. Kijk er de geschiedenis maar op na. Het is niet omdat je in een democratie leefde toen je je mening op Facebook postte, dat dat altijd zo zal blijven. 
Wat je ooit aan de cafétoog hebt uitgekraamd, mag dan wel uit het geheugen van de aanwezigen zijn verdwenen, wat je op de Facebooktoog hebt gezet, is opgeslagen op servers, die klaar staan wanneer iemand die gegevens wil onderzoeken. Data-mining, noemt men dat in het jargon. 
Heb je je al eens proberen voor te stellen hoe de geschiedenis er zou uitzien als Facebook in 1930 zou bestaan hebben? 
Die tijd komt nooit terug, hoor ik dan. Zijn we daar wel zeker van? 
Natuurlijk, het zal wel de fantasierijke geest van een misdaadauteur zijn, maar toch...
Bovendien...
Ja, het is nog niet gedaan.
Als je al je gedachten op Facebook post, dan zijn je gedachten niet langer meer exclusief de jouwe. Dan zijn ze letterlijk eigendom geworden van Facebook. Jouw naam kan bijvoorbeeld zonder dat jij het weet, gebruikt worden om reclame te maken over een product - zelfs als jij dat product hebt afgekraakt. En denk niet dat dat niet zal gebeuren: reclame en waarheid zijn nu eenmaal gezworen vijanden. 
Hoe lang duurt het overigens nog vooraleer een producent jou voor de rechtbank zal dagen, omdat je op Facebook kritiek hebt geuit op een van hun producten? Onmogelijk? Lees er dan het aankomend handelsakkoord tussen Europa en de US maar eens op na. Je gelooft je eigen ogen niet.
Natuurlijk vinden jullie dit niet leuk. En zolang je alleen maar onbelangrijke en ogenschijnlijk onpersoonlijke dingen post, lijkt er me ook niks mis mee. Zolang je maar beséft wat de risico's zijn, en in welke richting onze maatschappij evolueert. Maar realiseer je wel dat de social media zo stilaan de grootste bondgenoot worden van ieder systeem dat censuur wil invoeren, zonder dat we het zelf in de gaten hebben. Men zal die censuur niet eens moeten invoeren. Zelfcensuur neemt immers spontaan toe - het moet alleen af en toe een beetje gestimuleerd worden. En voor je het weet, riskeer je ineens te worden gelyncht, omdat je een mening hebt geuit die afwijkt van wat men in het Engels zo mooi mainstream noemt. 
Hoofdstroom. 
En wat zal de goegemeente dan zeggen? Nu ja... Posten?
'Tja, als je zòiets post, is het je eigen schuld dat je wordt afgeknald.' 
Zelfcensuur. Zonder dat we het in de gaten hebben.
Het is dàt, het niet in de gaten hebben, en erger nog, het niet WILLEN weten, dat ik zo verschrikkelijk vind. 
Toen Orwell 1984 schreef, leek dat sciencefiction. Een sociale kritiek, natuurlijk, maar geen mens geloofde dat het verhaal in al zijn details ooit realiteit kon worden. Als je een modernere versie wil, moet je Blind Faith van Ben Elton lezen. Het griezelige aan dat laatste is het hoge realiteitsgehalte. Niemand zal het in z'n hoofd halen te zeggen dat wat daarin gebeurt niet kan. 
Merkwaardig genoeg is het ook zo ongeveer het enige boek van Elton dat nooit in het Nederlands vertaald is. 
Merkwaardig genoeg, ja.
Ik heb het nooit duidelijker gedemonstreerd gezien dan op dit filmpje.


vrijdag 30 januari 2015

Groepsrecensie "Mara" – Sterre Carron

Genre; Thriller

Uitgever; NAU (Nederlandse Auteurs Uitgeverij)
ISBN; 9789491535307
Uitvoering; paperback
Aantal pagina's; 367
Uitgave; september 2013

Moord, verminking, dubbellevens, het vernietigende middel antrax, een lang bewaard geheim, zoete wraak en een gevaarlijke sekte in Zwitserland zijn de ingrediënten van de meeslepende thriller ´Mara´. Op een herfstdag wordt het rustige leven van de inwoners van Mechelen opgeschrikt door een moord op een jonge vrouw in een hotel op de Vismarkt. Rani Diaz, de temperamentvolle hoofdinspecteur moordzaken, en haar team worden op de zaak gezet. Het bewijsmateriaal wijst al snel in de richting van een minnaar. Enkele dagen later wordt Kathirah Al Saadi door haar vriendin Sierra Capaldi gruwelijk verminkt aangetroffen. Sierra draagt al zestien jaar een geheim met zich mee, waarvan ze niet had gedacht dat iemand ervan op de hoogte was. Als er al een bindende factor tussen de slachtoffers is, wat probeert de moordenaar dan duidelijk te maken? En wie speelt er een duivels spel en verleidt mensen om zich over te geven aan hun driften?


Dit is de eerste groepsrecensie uit een serie. Alle drie de delen, tot nu toe verschenen uit de Rani Diaz reeks, zijn door deze lezers gelezen en gerecenseerd. 'Tirtha' en 'Matsya' volgen binnenkort.

Lezers; Cindy, Ingrid en Patrice
Groepsrecensie is samengesteld door Patrice (team DPB)
Recensiemateriaal beschikbaar gesteld door NAU middels een verlotingsactie op Facebook, waarvoor onze hartelijke dank.

Cover;

Cindy; De cover verdient 10 op 10, het toont de skyline van Mechelen met de mooie Romboutstoren, een donkere dreigende achtergrond en een bebloed mes boven een jonge dame… Dit boek zou ik zeker meenemen mocht ik het zien liggen!

Ingrid; Mara is het eerste deel in de Rani Diaz-reeks. Een mooie blauwe cover met op de achtergrond Mechelse gebouwen omdat de verhalen zich voornamelijk in Mechelen (België) afspelen. Daarbovenop een dode vrouw en een man met een bebloed mes in zijn hand. Mooie maar niet speciale cover die toch wel de aandacht weet te trekken.

Patrice;  Een mooie kleur (ijskoud)-blauw valt meteen op. De gevels van een onmiskenbaar oud stadscentrum, uit het verhaal wordt duidelijk dat het Mechelen is?, is erg mooi. Het bloedend mes is veelzeggend, jammer alleen dat er op de vrouw geen bloedsporen zichtbaar zijn. Gezien de hoeveelheid bloed op het mes zou er in ieder geval iets te zien moeten zijn. Een  6.

Samenvatting;

Cindy; De stad van de Maneblussers – Mechelen- en nabije omgeving is het decor van een reeks brutale moorden, angstwekkende achtervolgingen en beklemmende stalking bij verschillende personages.

Patrice; Rani is een fanatiek inspecteur bij politie. Ze is eigenzinnig, eigenwijs en intuïtief. Iets wat haar niet bij iedereen even populair maakt. Ze zit daar niet mee, zolang ze haar werk kan doen en zaken waaraan ze werkt kan oplossen. Ook privé heeft ze nogal het een en ander voor haar kiezen gekregen. In haar jeugd heeft iets plaatsgevonden dat scherpe littekens heeft achtergelaten én daarbij nu de voogdij van haar zusje Romy. Ze probeert haar carrière en de zorg voor de kleine meid zo goed mogelijk te combineren.

Cindy; De jonge gedreven hoofdinspecteur moordzaken Rani Diaz en haar gezette partner Bert Simons zetten alles op alles om de rode draad te vinden en de dader(s) op te sporen. Ze worden hierin bijgestaan door een fantastisch team die ondanks het zware werk, de urenlange ondervragingen en buurtonderzoeken ook te vinden zijn voor een grapje, vooral om de draak te steken met hun zure baas, Van Damme.

Ingrid; In dit eerste deel maken we kennis met rechercheur Rani Diaz, een fijngebouwde vrouw mét ballen aan haar lijf. Samen met haar partner Bert Simons maken ze deel uit van de dienst Moordzaken.

Patrice; Het is druk op het werk. Recente zaken hebben behoorlijk hun tol geëist wanneer in hotel Glamour op de Vismarkt het lichaam van een jonge vrouw wordt gevonden. Rani werkt inmiddels als een paar jaar samen met Bert Simons. Haar steun en toeverlaat is al op locatie. Ze maken daar kennis met de nieuwe schouwarts, Frederik Matthieu. Rani is onder de indruk van hem maar haar aandacht is snel weer op de zaak gericht. Een berichtje op de telefoon van het slachtoffer stuurt het onderzoek richting Immunoloog Nick Verhulst. Hij heeft zo zijn problemen qua privé en werk. Wat heeft hij met deze zaak te maken? Ze hebben geen keuze, ze starten vol gas het onderzoek op.

Cindy; Wie heeft de jonge vrouw, Jill Van Regenmortel, in het hotel vermoord? Waarom werd Kathira Al Saadi, de jonge vriendin van Sierra zo ernstig toegetakeld en wat is de betekenis van alle symbolen die erbij komen kijken? Wie is Claudine Dumortier écht? Wat heeft de seksverslaafde Verhulst allemaal te verbergen en wat houdt Sierra zelf allemaal geheim? Wat is de verbindende factor tussen de slachtoffers?

Patrice; Kathira (Kat) en Sierra zijn beide verloskundige en hebben in elkaar de liefde gevonden. Kat is echter van Islamitische afkomst en haar familie is niet gediend van haar seksuele geaardheid en keert de rug naar haar toe. Toch besluiten de twee vrouwen voor elkaar te gaan, ondanks ook de tegenwerking van de echtgenoot van Sierra. Wanneer Kat een paar dagen later meer dood dan levend wordt aangetroffen lijken ook hier sporen richting Nick Verhulst te wijzen.  Tijd om deze Nick eens onder de loep te houden. Rani voelt aan dat Sierra niet het achterste van haar tong laat zien, dat Nick ook het een en ander achter houdt, iets wat het onderzoek onnodig vertraagd. Dan gebeurt er iets met de zus van Sierra, de tijd tikt letterlijk want zij is hoogzwanger. Rani is niet te genieten.

Conclusie;

Ingrid; Hetgeen me heel hard aantrok in dit boek zijn de korte hoofdstukken. Het leest als een trein en de spanning zit er vanaf de eerste pagina in. Heel goed geschreven, weliswaar in het Vlaams, wat het geheel toch wel wat 'sappiger' maakt qua uitspraken. Het verhaal zit heel goed in elkaar geknutseld en waar ik toch een kleine verwachting naar Sterre Carron had, zijn deze dan ook volledig ingelost.

Cindy; Er zijn een heleboel puzzelstukjes maar die vallen uiteindelijk allemaal prachtig op hun plaats! Het verhaal grijpt je naar de keel en houd je in de ban. Het was ontzettend moeilijk om weg te leggen en me daarna op mijn werk te concentreren, je moét gewoon het vervolg weten!

Patrice; Een vlotte schrijfstijl, dat zeker! Een lekker boek om te lezen, om even bij weg te dromen. Niet te moeilijk of ingewikkeld. Lekker korte hoofdstukken. Diaz en Simons zijn aansprekende karakters, aan elkaar gewaagd. Diaz is een pittige tante, op z'n tijd een harde noot te kraken. Wat opvalt is het laagdrempelige, de personages kunnen iedereen zijn. Heel gewoon, herkenbaar, menselijk en met dito emoties en manieren van handelen.

Ingrid; Voor de ontknoping moet je het ganse boek uitlezen. Eerder wordt er weinig prijsgegeven, wat heel de zaak nog spannender maakt.

Cindy; Diaz en Simons zijn een geweldig duo en vullen mekaar goed aan. Ze zijn eerst beiden vrijgezel maar daar komt in de loop van het verhaal verandering in. Ze zijn niet alleen erg goed in hun werk, maar bovendien heel ‘mooie’ mensen met een rugzakje vol bagage uit het verleden waar ze zo goed mogelijk trachten mee om te gaan. Diaz heeft de voogdij van haar zusje op zich genomen en is erg voorzichtig om een nieuwe relatie te beginnen.

Patrice; Toch had het allemaal wel stukken krachtiger gemogen. Inhoudelijk had Sterre Carron nog behoorlijk wat verdieping kunnen toepassen. De personages lenen zich ervoor en het verhaal ook. De wisselwerking tussen Rani en Simons is subliem. Het zorgt voor een komische noot en deze twee kunnen nog voor veel spanning en hilariteit zorgen, zoveel is zeker. Hopelijk pakt Sterre dat ook zo op en geeft ze deze twee intrigerende partners ook de ruimte. Niets zo leuk dan humor in een spannend verhaal. Voor een debuut is het absoluut veelbelovend. 

Cindy; Er komt ook heel wat humor in het boek voor, zoals onder andere K3-zaakje: kut, kak en klote .  De vreemde woorden (PRETA = vertrokken, overleden, dode; PUTRA = de zoon; MARA = de doder, AGNI = vuur) maakt het allemaal extra mysterieus…

Beoordeling;

Ingrid; Sterre Carron heeft zichzelf een eigen manier van schrijven toebedeeld waar ze hier en daar haar kennis over oosterse spiritualiteit in verwerkt.

Patrice; Met dit boek heeft Sterre Carron een zeer lezenswaardig debuut geschreven. Merkbaar is een affiniteit met het spirituele, zo ook in de titelkeuze. Mooi bedacht, onderscheidend. Qua verdieping en psychologie had het boek nog meer mogelijkheden. Wellicht in het tweede deel van deze serie? De potentie is er zeker, hopelijk komt het ook uit de verf. 

Cindy; Ik heb het ongelooflijke geluk gehad de 3 boeken van Sterre Carron te mogen winnen bij De Perfecte Buren en ik kan bijna niet wachten om aan het tweede boek te beginnen. Het is niet te geloven dat dit het debuut is van Sterre Carron, wat een fantastisch talent heeft deze dame! Ik heb écht 2 nachten liggen woelen in mijn bed omdat de spanning bezit van me nam en ik eigenlijk veel liever stiekem wou doorlezen…

Patrice; Kenmerkend voor ‘Mara’  is de vlotte schrijfstijl. Het is opmerkelijk voor een debuut wanneer het meteen goed ‘valt’, ongemerkt lees je heel wat pagina’s weg en ontwikkel je sympathie voor de hoofdrolspelers. 3 dikke sterren!

Ingrid; Mara vind ik zeker het aanraden waard en dit boek krijgt van mij dan ook een 4/5.


Cindy; Ik kan het eenieder aanbevelen en van mij krijgt het dan ook een welverdiende 5 Sterre(n). Knappe prestatie! Op naar het volgende hopelijk even spannende verhaal van Sterre!

De lezers zijn het unaniem met elkaar eens dat Sterre Carron een goed debuut heeft geschreven met "Mara". Wat opvalt én aanspreekt is de combinatie tussen spanning en humor. De menselijke factor bij alle personages maakt alles herkenbaar en realistisch. Vol enthousiasme zetten ze koers naar het tweede deel in de reeks rondom Rani Diaz. Binnenkort de groepsrecensie over "Tirtha" hier bij De Perfecte Buren.

Duorecensie “Een van ons” – Åsne Seierstad


Genre: Literaire non-fictie algemeen
Uitgever: De Geus
ISBN: 9789044526004
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 544
Uitgave: oktober 2014

Noorwegen: een van de landen met de laagste moordcijfers ter wereld. Veel jongeren hebben nog nooit een geweer horen afgaan. Degenen die daar op 22 juli 2011 wel mee werden geconfronteerd, kunnen het niet allemaal meer navertellen. 77 mensen kwamen om op het eiland Utøya. Asne Seierstad woonde de rechtszaak tegen dader Anders Breivik bij en luisterde naar de ooggetuigen, artsen, politie, advocaten, psychiaters en de familie van de dader en de slachtoffers. Hoe zijn ze geworden wie ze zijn, of waren?


Duo recensie op verzoek van Uitgeverij De Geus door Patrice en Nancy (Team DPB) 
Uitgeverij De Geus heeft hiervoor recensie exemplaren beschikbaar gesteld. Waarvoor hartelijk dank. Recensie is samengesteld door Nancy (team DPB)

Cover;

Nancy; Op de cover zie je Breivik afgebeeld staan, weliswaar niet met zijn gezicht naar de camera. Dit heeft de auteur expres gedaan denk ik en ik ben er zeker van dat Breivik dit niet leuk zal vinden. Er zijn ook krassen gemaakt doorheen zijn gezicht tot schouders toe, ook dit is veelzeggend. De titel is in knalrode letters en wederom kunnen we ons zelf afvragen waar het op slaat. De titel heeft verscheidene betekenissen en je kunt het zelf interpreteren wat je ervan denkt/maakt. Ik geef deze cover 8 punten.

Patrice; Duidelijk herkenbaar, ook al is hij vanaf de rug zichtbaar. Anders Behring Breivik, het monster van Noorwegen. Massamoordenaar. Een goed zichtbare foto, simpel qua fotografie en daardoor sterk. Even de persoon wegdenkend en puur op de lay-out; een 8.


Samenvatting van het verhaal;

Patrice; Ze is op de vlucht, er wordt geschoten. Steeds dichterbij, haar vrienden rennen in paniek door elkaar, overlopen elkaar, paniek en gegil. Ze heeft gezien hoe hij heeft geschoten, hoe hij zijn doel –haar vrienden- heeft geraakt. De hel is losgebroken, waar moet ze heen, wat is er toch aan de hand? Het eiland weet van niets, ligt er bij zoals altijd. Het regent…….druppels en bloed.

Patrice; De proloog is adembenemend en geeft een moment van paniek weer. Wetende waar dit verhaal over gaat is het benauwend en angstaanjagend. Dit is een beschrijving van een moment op dé dag, 22 juli 2011 – Utøya – Noorwegen.

Nancy; Dit boek bestaat uit 3 delen:
Het eerste deel vertelt het leven van de dader zelf en we volgen ook families, hun geboorte, hun jeugd tot op de dag van 22 juli 2011.
Het tweede luik verteld over de rechtszaak en wat die allemaal inhoudt en dit in een tijdspanne van 10 weken.
Het derde deel vertelt hoe het erna is voor de families en de dader.

Patrice; Geboren tijdens een huwelijk dat niet sprankelt van warmte en liefde groeit Anders Breivik op in een omgeving van instabiliteit, onzekerheid, onrust en depressie. Ook hijzelf heeft te maken met een aantal kenmerken die minstens merkwaardig zijn. Een vervelend en agressief kind is hij, moeder Wenche kan hem niet aan, vraagt al heel snel om hulp aan maatschappelijk werk en jeugdinstanties. Daar laat men flink steken vallen en de nodige hulp wordt niet geboden. Uiteindelijk wordt er in de weekenden een pleeggezin gevonden voor Anders maar dat loopt uit op een fiasco. Mede door gesteggel van beide ouders kan jeugdzorg uiteindelijk niets doen en wordt het dossier Anders Breivik gesloten. Thuis ontstaat een steeds ongezondere situatie, de rolverdeling is niet normaal te noemen. Moeder werkt dag en nacht, laat de zorg van Anders over aan zijn oudere zusje. Buurtbewoners maken zich zorgen over het gedrag en de omstandigheden waarin de kinderen opgroeien.

Nancy; Anders Breivik wordt geboren op 13 februari 1979. Zijn ouders zijn nog niet lang getrouwd. Vader Jens is een diplomaat en als Anders 6 maanden is vertrekken zijn ouders naar Londen. Zijn moeder kan het daar niet vinden en vertrekt met Anders en zijn halfzus Elisabeth terug naar Noorwegen. Ze vraagt de echtscheiding aan. Anders wordt een klitterig, zeurderige peuter en zijn moeder kan er geen handen aan uitsteken. Anders slaat ook zijn moeder en halfzusje en ontwikkelt een raar gedrag. Zijn vader is uit het beeld verdwenen. Hij zou zijn vader pas terug zien als hij vier en een half jaar oud is. Zijn stiefmoeder is wel op hem gesteld. In 1983 verhuizen ze weer en in de buurt wordt hij bestempeld als agressief op een gemene manier. De buren vinden dat zowel Anders als zijn moeder zich raar gedragen. Op een bepaald moment komt er zelfs de kinderbescherming aan te pas.

Patrice; Tijdens zijn jeugd maakt de landelijke politiek in Noorwegen een aantal grote veranderingen door. Links is in opmars, een doorn in het oog van de gevestigde orde en van Breivik. De eerste vrouwelijke premier komt aan de macht, er is een grote opmars van de socialisten. Hiermee gepaard gaat een nieuw sociaal –en vreemdelingenbeleid, vrouwen krijgen meer rechten én nemen deze ook aan. In het gezin waar Anders opgroeit is dit meteen merkbaar. De meningen over deze kentering zijn verdeeld, vooral in de directe omgeving waar hij woont. Zekerheden zijn ineens zo zeker niet meer en dingen veranderen niet altijd in het voordeel van de autochtone, rechtse, Noren.

Nancy; Op school was hij een middenmoot, zowel in het basis- als middelbaar onderwijs. Hij heeft dan een hechte vriendschap met Ahmed, een jongen uit Pakistan.
In 1992 is hij een puber en gaat naar de onderbouw van de middelbare school. Hij noemt zichzelf ‘Morg’ en wordt uitgesproken als ‘Morgue’ wat betekent een lijkenhuisje. Het is de tijd van de hip-hop muziek en graffiti. Anders wil er volledig bij horen, meer zelfs, hij wil bovenaan de ladder staan in het leventje van de graffiti spuiters. In die tijd vindt hij dat de buitenlanders helden zijn en hij voelt zich meer op zijn gemak bij de “bruinkoppen”.

Patrice; De ‘nieuwe macht van Noorwegen’ wordt als dreigend ervaren, ook door Breivik wanneer hij op een leeftijd komt dat hij zich dat realiseert. Hij zet zich af tegen de samenleving, zondert zich af en ontwikkelt een bepaalde gedachte. Breivik lijkt gevoelloos te zijn voor anderen, het ontbreekt hem aan bepaalde sociale vaardigheden. Hij komt weer bij de kinderbescherming in het vizier wanneer hij zich ontwikkelt tot graffiti-artist met de bijnaam Morg (spreek uit als ‘morgue’, zoals in lijkenhuis)en ook daar krijgt hij geen aansluiting. Breivik blijft zich beter vinden dan anderen, profileert zich ook zo en dat wekt irritatie op, met uitsluiting als gevolg. 

Nancy; 2003 – hij ondergaat plastische chirurgie, weg met die knobbel op zijn neus! Hij wordt vicevoorzitter van de Fremskrittsparti van de plaatselijke afdeling in Oslo. Hij verlaat school en richt zelf een bedrijfje op. Hij speculeert ook met aandelen wat hem een flinke duit opbrengt. Hij noemt zich nu Anders Behring i.p.v. Breivik. Hij heeft nu ook een firma opgericht met een dubieus handeltje. Als de partij hem niet genoeg benadert stapt hij eruit.

Patrice; Hij is een eenling, aparte gedragingen en uitspraken kenmerken hem. Hij keert zich tegen de politiek, zoekt bevestiging van zijn –inmiddels- vergevorderde plannen maar merkt dat hij daardoor alleen nog verder van iedereen af komt te staan. Wanneer hij ook nog eens verslaafd raakt aan computergames ziet hij een manier waarop hij zich kan laten gelden. Zijn waanwereld denkt hij te kunnen vertalen naar de echte wereld, zijn plan is geboren, het is nu alleen nog een kwestie van uitvoeren.

Nancy; Na elf jaar telefoneert Anders nog eens met zijn vader, hij miste zijn vader enorm bij tijden en vertelt hem dat zijn leven op rolletjes loopt. Ze zeggen dat ze contact zullen houden maar Anders zal nooit meer naar zijn vader bellen. Hij wilde gewoon dat zijn vader hem werkelijk zag staan, als hij iets groots zou doen bijvoorbeeld. Hij wilde zo graag dat zijn vader trots was op hem.
Na een tijd gaat hij terug bij zijn moeder wonen omdat hij geldtekort heeft. Het grootste deel van zijn geld zit in aandelen die door een handelsverbod waren getroffen. Hij verzorgt zichzelf niet meer en begint zijn vrienden te vermijden. Hij raakt verslaafd aan ‘World of Warcraft’, dit spel nam hem zo in beslag dat het uiteindelijk 5 jaar zou duren dat hij zo op zijn kamer leefde. Zijn moeder zeurt en zegt dat hij een baan moet gaan zoeken en een vriendin.

Conclusie;

Patrice; We maken kennis met een aantal jongeren van diverse –etnische- achtergronden. Ze hebben één ding gemeen en dat zijn hun dromen, hun idealen. Allemaal gaan ze ervoor, de toekomst nog volledig voor hen. Zo jong als ze zijn, tussen de 12 en 20 jaar, hebben ze allemaal de drive om via de plaatselijke of landelijke jeugdpolitiek iets te gaan betekenen voor Noorwegen. Aangemoedigd door hun ouders, familie en vrienden kunnen ze een verschil gaan maken. De maatschappij verhardt en zij willen juist dat er voor elkaar gezorgd wordt, dat men een hechte samenleving wordt. En dat doen ze door de dialoog te zoeken, met elkaar en niet tegen elkaar.
Wanneer het jaarlijkse zomerkamp voor de jeugdafdeling van de Arbeidersparti op Utøya zich aankondigt aarzelen ze dan ook geen van allen. Dit moeten ze minstens eenmaal hebben meegemaakt, de sprekers zijn hun grote voorbeelden, de teambuilding is ongekend. Daar moeten ze gewoon bij zijn!

Nancy; In dit boek wordt ook het verhaal vertelt van een Noors gezin en een gezin dat uit Irak moest vluchten omwille van Sadam Hoessein. Dit zijn ook hun levensverhalen die hier worden verteld. Van hun geboorte, hun prille jeugd en hoe zij politiek actief worden bij de jongeren afdeling van de AUF 
(socialistische partij). Hoe ze zijn opgegroeid, hun waarden en hun vriendschappen en hoe ze zich hebben ingezet voor de Noorse maatschappij. Zij keken zoals vele andere jongeren enorm uit naar het jaarlijkse zomerkamp van de partij. Er komen dingen aan bod zoals hun vriendschappen met andere jongeren en hun gezamenlijke interesses voor de politiek. Deze verhaallijnen zijn op een mooie manier ingeweven en lopen simultaan met Breivik zijn leven.
2008 – Anders houdt geschriften bij over de islamisering in Europa, het is belangrijk voor hem. Hij is ook woest op de Arbeiderspartij want die hebben volgens hem het land kapot gemaakt. Hij zit nu fulltime op het internet dingen te zoeken die over dit onderwerp gaan.

Patrice; En dan is daar de volledig doorgeslagen, uitgestoten en emotieloze Breivik. Hij gaat voor verandering in Noorwegen en hij weet ook precies hoe hij dat gaat doen. Met waanideeën in zijn hoofd, behoorlijke hoogmoedswaanzin en de overtuiging dat ‘links Noorwegen’ zijn land volledig naar de verdommenis helpt, en daarbij totaal geen mededogen voor zijn medemens, maken dat hij stappen gaat ondernemen die Noorwegen –inderdaad- voorgoed zullen veranderen. Hij gaat zorgvuldig te werk, doet alles alleen –zoals eigenlijk alles in zijn leven- en plant alles geruime tijd vooraf. Hij is voorbereid, hij gaat het doen en er is niets wat hem kan tegenhouden.

Nancy; In 2009 begint hij zijn boek te schrijven: “ 2083 – A European Declaration of Indepence”. Hij schrijft dit onder de naam Andrew Berwick. Hij schrijft dat de meeste Europeanen terug kijken naar de jaren ’50 als een fijne tijd. Hij geeft de schuld aan de politieke correctheid dat het misging met Europa. Hij is heel fel gekant tegen de moslims en de sharia, tegen het geweld dat door moslims wordt begaan. Dit boek telt 1500 bladzijden en is een echte oorlogsverklaring. Hij kopieert veel dingen van andere websites e.a. maar het laatste deel komt van hemzelf, hij noemt het zijn manifest, zijn testament.

Patrice; De slachtoffers die gaan vallen zijn een klein offer voor wat hij in gedachten heeft, daarvan is hij overtuigd. Noorwegen zal niet om hem heen kunnen, hij gaat geschiedenis schrijven, hij zal Noorwegen veranderen. Hij is wat Noorwegen nodig heeft, dat is zijn gedachte al jaren. Helaas zoekt hij niet de dialoog maar gaat over tot een stap die zo uit zijn waanwereld komt gelopen, de wereld van ‘World of Warcraft’ en ‘Call of Duty’, games waaraan hij verslaafd is geweest, jaren lang. Gevoed door internet en het gemak waarop alles naar hem toe kan komen isoleert hij zich nog verder af, zijn missie is begonnen.

Nancy; 2010 – Hij huurt een boerderij ver van Oslo vandaan waar hij al zijn spullen koopt zoals kunstmest om zijn bom te bouwen. Hij koopt nog allerlei andere dingen en let daar bij op dat dat hij voor alles een verklaring heeft mocht de politie hem iets komen vragen. Zo koopt hij dingen op het internet, bij apothekers en altijd op verschillende plaatsen. Hij koopt ook veel dingen in de maand december omdat er weinig controle is op pakketten wegens overbelasting van de kerstcadeaus. Zijn buren vinden hem een rare snuiter, des te meer omdat hij niets doet op de boerderij maar ze gaan er verder niet op in en contacteren ook geen politie.
2011 – In februari wordt hij 32 jaar oud. Naast zijn boek begint hij nu ook een film in elkaar te steken. Zijn gewicht neemt nu ook toe, zijn stemmingen wisselen. De steroïden beïnvloeden zowel zijn spieren als zijn psyche. Door de steroïden is hij ook agressiever geworden, dat effect wil hij ook graag hebben op het moment dat het nodig is want het onderdrukt zijn angst. Hij vindt het ook zeer vervelend dat geburen zomaar op zijn erf komen en stoort er zich geweldig aan. Verschillende dingen mislukken ook met het maken van de bom en hij zoekt naarstig naar een oplossing. Hij vindt van zichzelf dat hij er goed uit ziet, in die streek wonen vooral onverfijnde ongecultiveerde mensen.
Juli 2011 – Breivik stuurt zijn manifest en filmpje door naar 8000 e-mail adressen die hij in de loop van de jaren heeft verzameld.

Patrice; Iedereen weet wat er op 22 juli 2011 is gebeurd op Utøya. Iedereen heeft de wanstaltige beelden gezien. De jonge slachtoffers op het eiland maar ook die van de aanslag in Oslo. 900 kilo explosief, zelf in elkaar geknutseld met op internet vergaard materiaal, knalt uit elkaar. Noorwegen is in shock. Zijn ze het slachtoffer van een terreurorganisatie? In zekere zin is het antwoord daarop ja.

Nancy; Op 22 juli om 15u15 parkeert hij zijn bestelwagen aan het gebouw van Justitie en ook waar de premier gehuisvest is. Om 15u25 ontploft de bom en er worden direct 8 mensen gedood. Alles werd ofwel het gebouw in geblazen of naar buiten. Door de drukgolf liggen er nu doden en gewonden op straat. In de chaos die er daarna volgt wordt het al snel duidelijk dat de politiediensten niet op elkaar zijn afgestemd. Een getuige die Breivik heeft gezien belt naar de politie met de nodige informatie maar met deze info wordt er niet direct iets gedaan en zo gaat kostbare tijd verloren. Tegen dan is de vogel allang gaan vliegen. Na een uur en achttien minuten werd er pas een nationaal alarm afgekondigd.
Op dat moment staat Breivik al aan de kade om de oversteek te maken naar Utøya. Het is nu 17u00 en hij geeft zich uit als politieman. Op Utøya is iedereen al op de hoogte van de bom in Oslo. Samen met de kapitein van de boot en een paar anderen begeeft hij zich naar het eiland. Op het eiland gekomen begint hij zijn plan uit te voeren om zoveel mogelijk mensen te vermoorden.
Om 17u24 kwam de eerste melding binnen dat er werd geschoten op het eiland. Er heerste paniek en chaos op het eiland en iedereen liep naar de randen van het eiland. Alle kinderen die naar binnen waren gelopen in een gebouw zaten als ratten in een val!! Ook hier weer triestig te melden dat de communicatie tussen de politiediensten spaak liep. Minuten gaan verloren terwijl Breivik per minuut een kind vermoordt. Breivik mikt vooral op de rug en dan het hoofd. Sommigen krijgen zelfs meerdere kogels zodat hij zeker is dat ze dood zijn. Gruwelijke verminkingen alsof één kogel nog niet voldoende is!! Hij is uiterst kalm en zeer beheerst. Uiteindelijk komt de speciale eenheid van de Delta om 18u27 op het eiland. Er waren toen al meer dan twee uren verstreken sinds de veiligheidsbeambten in Oslo melding hadden gemaakt van Breivik en het uniform dat hij aan heeft. Breivik zelf heeft dan al twee maal naar de politie gebeld. Hij wil dat zijn plan slaagt en dit bestaat uit drie fases: het manifest, zijn bom in Oslo en het eiland Utøya en de rechtszaak. Hij geeft zich over aan de politie omdat hij niet wil gedood worden anders mist hij zijn rechtszaak. Tegen de politie zegt hij “Ik heb het niet op jullie gemunt. Ik zie jullie als mijn broeders”. Hij is uiterst kalm en zegt dat hij alleen heeft gehandeld.
De ouders die nu via de media en hun kinderen zelf op de hoogte zijn gebracht zijn in volle paniek want er stroomt weinig informatie binnen. Degenen die het zelf overleefd hebben bellen zelf naar hun ouders.
Breivik zelf wordt nu vast gehouden op het eiland. Hem naar Oslo brengen zou teveel tijd in beslag nemen nu. Hij vertelt dat hij commandant is van de Knights Templar. Hij stelt eisen, zijn operatie is voor 100% geslaagd daarom geeft hij zichzelf over. Hij komt over als een klein kind als hij een klein schrammetje opmerkt aan zijn vinger. Hij moet direct verzorgd worden! De volgende ochtend om 4u00 wordt het verhoor afgesloten en brengen ze hem naar het hoofdbureau in Oslo.

Patrice; Jarenlang is het Breivik gelukt om onder de radar te blijven, heeft hij zich vrij kunnen voorbereiden, heeft zich kunnen ontwikkelen tot een rechts-extremist. Onbegrijpelijk als je het verhaal leest. Hij ging, net als de meeste mensen, op in de massa. Viel soms op door zijn gedrag en verdween net zo gemakkelijk weer in de anonimiteit. Wanneer Breivik op de dag zelf toeslaat is er niemand die hem tegenhoudt. De communicatie tussen de hulpdiensten is zo slecht, zo ongecoördineerd, dat hij nagenoeg vrij spel heeft. Fout op fout wordt er gemaakt zodat hij niet wordt tegengehouden. Noorwegen is het land met de laagste criminaliteit, er is gewoon geen plan voor een scenario zoals dit. Het verrassingseffect is enorm, zo ook het bedroevende eindresultaat.

Nancy; Voor de ouders begint de nachtmerrie, wie is dood en wie heeft het overleefd. Ze worden samen gebracht in een hotel en daar worden de kenmerken van de kinderen afgeroepen die in het
ziekenhuis liggen. Alle ouders moesten de kenmerken van hun kinderen opschrijven zodat men te weten kon komen of hij / zij gewond of dood was.
Breivik heeft ondertussen een advocaat die hij zelf heeft aangewezen en de verhoren worden verder gezet. Hij is vooral bezig met zijn eisenpakket. Hij weigert voort de doen vooraleer hij er zeker van is dat zijn eisen worden ingewilligd. Hij eiste zelfs het ontslag van de regering.
De doden en gewonden zijn nu geteld: een trieste balans van 85 doden!! 77 kinderen vermoord op Utøya en 8 mensen gedood door de bom in het centrum van Oslo.
Noorwegen is in diepe rouw en op zondag zit de Domkerk dan ook overvol, nog eens zoveel mensen staan op straat. Op maandag komt er een mensenmassa samen en allen hebben een roos in hun hand.
Het proces duurt van april tot augustus 2012. Hier worden alle doden besproken: naam, leeftijd, foto’s, verslagen van de pathologen-anatomen, de verminkingen … Psychiaters, politie en overlevenden komen getuigen. Een ding staat vast: hij is een narcist en zal dat voor de rest van zijn leven zo blijven. Hij zal alleen geen aandacht meer krijgen die hij wil in de gevangenis, waar hij zo op rekent.

Beoordeling;

Patrice; “Een van ons” is het verslag van journaliste Asne Seierstad. Zij heeft gesproken met ooggetuigen, familie, vrienden en professionals. Ook was zij aanwezig bij de rechtszaak. Wat opvalt aan het verhaal is dat Breivik wel ánders was, maar niet dusdanig ‘anders’ zodat hij een gevaar voor de samenleving leek te zijn. Een moeilijk opvoedbaar kind in een dito gezin garandeert niet een ontwikkeling tot massamoordenaar. Was het maar zo simpel. Nee, hij viel niet echt op en dat heeft hem de vrijheid gegeven te doen wat hij heeft gedaan. Het boek gaat niet alleen over Breivik. We lezen het leven van vier andere hoofdpersonages met hun verhaal en gezinnen. Indrukwekkend is het allemaal maar dat van Bano en Lara, twee dochters uit een Koerdisch emigrantengezin uit Irak is prachtig neergezet. Overleven, vluchten, alles achterlaten, een nieuw leven opbouwen en dan komt Breivik op je pad……. Bijna surrealistisch te noemen.

Nancy; De auteur heeft in dit boek alles vermeld wat er moest verteld worden. Ook heeft zij van de families toestemming gekregen om hen te vernoemen en om hun verhaal in dit boek te vermelden. Respect voor de families zou ik zeggen. Ze heeft andere jongeren ook een naam gegeven ook al komen ze maar eventjes voor in het boek. Ze heeft niets terzijde gelaten en haar verhaal is heftig maar tegelijkertijd ook interessant om het geheel te kunnen begrijpen. Ze geeft een totaal beeld van de grootste moordenaar van het land weer. Ook zijn relatie tussen hem en zijn moeder wordt goed weergegeven.

Patrice; Het boek is ruim 500 pagina’s dik maar daar merk je niets van. Het is een boeiend, triest en indrukwekkend verhaal. De belangrijke politieke inhoud geeft de reden aan waarom iedereen doet wat hij doet in dit verhaal, ook voor Breivik. Maar het wordt op een dusdanige manier verteld dat het goed te volgen is, niet moeilijk en geen vakjargon. Het is ook zeker niet geschreven in het voordeel van Breivik, absoluut niet.

Nancy; Je weet ook wat er gaat volgen als je aan de hoofdstukken komt van de bom tot aan de moordpartij in Utøya. Deze zijn echt verschrikkelijk, ik heb het toen ook gevolgd op televisie en in de kranten maar dit weergeeft toch totaal iets anders als je dan leest wat voor verminkingen hij die kinderen heeft aangedaan. Ik zelf ben op internet gaan zoeken naar verscheidene namen van de jongeren om er een gezicht te kunnen opplakken, ik wou dit absoluut met mijn eigen ogen zien wat
voor stralende en mooie kinderen dit waren. Ook ben ik er eentje gaan opzoeken die heel zwaar verminkt is maar die nu een ‘normaal’ leven leidt in hoeverre je het nog normaal kunt noemen. Dit boek is heel pakkend maar oh zo interessant om te lezen.

Patrice; Seierstad heeft het boek objectief geschreven en dat is gezien de omstandigheden bewonderenswaardig te noemen. Een boek gebaseerd op feiten en niet op emotie, hoe moeilijk dat waarschijnlijk ook moet zijn geweest. Daardoor is het een hard en realistisch verhaal geworden dat het meer dan waard is om gelezen te worden. Het is zorgwekkend want types zoals Breivik lopen er nog veel meer rond, en die zitten niet veilig achter de tralies van de buitenwereld afgesneden.

Nancy; Noorwegen was een land dat in diepe rouw was maar ze hebben veel uit hun fouten geleerd en zaken waar ze nu heel goed voor moeten opletten. Zelfs nu hij in de gevangenis zit meent hij nog te denken dat hij speciale eisen kan stellen. Deze massamoordenaar heeft 21 jaar gekregen in de gevangenis maar hij zal nooit meer vrijkomen en nogal goed ook.
Het mooie van dit boek is ook dat de auteur geen geld wil voor dit boek. De opbrengst gaat naar goede doelen die de nabestaanden van de slachtoffers zelf mogen kiezen.

Patrice; Het is goed dat een verhaal zoals dit wordt uitgebracht. Het laat zien hoe betrekkelijk eenvoudig een onopvallend iemand, 'een van ons', een eenling, een extremist, de samenleving kan beschadigen. Het is een waarschuwing, een nachtmerrie. Een onvergetelijk verhaal dat nooit had mogen gebeuren. 4,5 ster

Nancy; Heel mooi weergegeven met alle respect voor de families en nabestaanden, een boek dat je treft tot in je ziel en waar je nog lang over nadenkt van het hoe en waarom. Ook mooi omdat je een inzicht krijgt van verschillende families en ook omdat dit boek dan niet alleen Breivik vermeldt, hij moet dit delen met andere families en jongeren, de focus is niet alleen op hem gericht (iets waar hij ook over zal balen). Dit boek krijgt 4 sterren.


Ook al worden er in dit boek gruwelijke dingen beschreven, het is en blijft toch zeker de moeite om dit boek te lezen, dat is een mening die wij beiden absoluut delen.


Åsne Seierstad (Noorwegen, 1970) was correspondente in Rusland, China, Kosovo, Tsjetsjenië, Afghanistan en Irak. Ze vertrok in maart 2003 naar Bagdad en versloeg daar de oorlog voor de Scandinavische, Duitse en Nederlandse pers. In Nederland werd ze bekend met haar reportages vanuit Irak voor NOVA en haar artikelen voor Trouw. De Geus publiceerde met succes haar internationale bestseller De boekhandelaar van Kaboel. Voor haar journalistieke werk ontving ze diverse prijzen. Een van ons is het eerste boek dat ze over Noorwegen schreef.