maandag 5 januari 2015

Blogtour 'De Barmhartigen' – Koen van Wichelen

Genre; Literaire roman
Uitgever; WPG
ISBN; 9789022329948
Uitvoering; paperback
Aantal pagina's; 320
Uitgave; november 2014

In het kader van de blogtour, georganiseerd door WPG, heeft Chester voor DPB  'De barmhartigen' gelezen.
  

Cover:

Op de cover van “De Barmhartigen” is een foto van een man te zien die een winkelwagen voortduwt met een Maria-beeld erin. De man is half kalend, draagt een zonnebril, heeft een ketting met een goud kruisje om zijn nek hangen en zijn geblokte overhemd is tot het bovenste knoopje dichtgeknoopt. Het overhemd, in combinatie met het kruisje en het Maria-beeld, geeft hem de uitstraling van een geflipte straatpredikant die zo ongeveer in elke grote stad voorkomt. Naast de winkelwagen loopt een treurig ogende hond mee. Ze bevinden zich midden op straat. De foto is overwegend zwart-wit, met enkele kleuraspecten. Het geheel heeft een absurdistisch en mistroostig karakter met toch een vreemd gevoel voor humor. Een foto die qua context uitstekend aansluit bij de inhoud van het boek en die op het eerste oog meteen je nieuwsgierigheid triggert. Ik geef de cover een 9.


Samenvatting:

David Sores is nog geen veertien als zijn moeder zijn zelfgeschreven gedichtje op het bloemetjesbehang leest. Een gedicht dat “in vrij expliciete woorden zijn puberale worsteling met zijn ontluikende seksualiteit” beschrijft. Een gedicht over zijn zonnebadende buurmeisje Martha met de melkwitte borsten. Ter geruststelling van zijn bezorgde strenggelovige moeder verzekert David haar dat ze zich geen zorgen hoeft te maken over hem. Hij zal later namelijk schrijver worden.

De tijd verplaatst zich en Sores is inmiddels tegen de 45 jaar oud. Freelance broodschrijver, zonder werk. Hij heeft een gigantisch drankprobleem. Gescheiden van Jenny die hem hartgrondig lijkt te haten en die nooit een kans voorbij laat gaan om hem te 'jennen' en te wijzen op wat voor een loser hij is. Hun zoon Simon zit er middenin. Sores is het prototype van een veertiger met een gierende midlife-crisis. Het leven is hem ontglipt en hij zwelgt in zelfmedelijden. De schrijver die hij ooit beloofde en geloofde te worden, blijkt een uitgebluste, gefrustreerde lafaard te zijn. Op de vlucht voor zichzelf. Verstrikt in een neerwaartse spiraal stoot hij zijn omgeving steeds verder van zich af. Als gevolg hiervan vlucht hij enkel nog meer met blinde overtuiging en zelfdestructie. De kennismaking met uitgerekend een cafébazin, de hoogzwangere Vanessa, brengt echter de ommekeer. Hij zweert de drank af en begint te schrijven aan de roman 'Hij was mijn vader'. Een verhaal over zijn familie en over zijn verleden. Weliswaar gebaseerd op feiten, maar zeker niet autobiografisch. Dit op advies van zijn enige en beste vriend 'Slomo' (Luc) die naar eigen zeggen “doodziek wordt van al die fijngevoelige zielen die boek na boek in hun eigen navel zitten te peuteren en hun existentiële overpeinzingen overgieten met een dikke laag niet te harden pseudodiepzinnige ernst waar je tanden en je haren spontaan van uitvallen. Poseurs zijn het. Aandachtshoeren in de ordinaire peepshow die de literatuur vandaag de dag steeds meer geworden is.”

David Sores stopt met drinken en gaat aan het werk. Drie maanden werkt hij aan het boek en na enig leuren bij uitgeverijen weet hij het boek te verkopen. Aanvankelijk doet het boek helemaal niets, maar na een aardige recensie in de krant wordt hij uitgenodigd voor een signeersessie in zijn geboortestreek. Daar wordt hij letterlijk door zijn eigen verleden in het gezicht geslagen. De familie is, op zijn zachtst gezegd, 'not amused' over het boek. De beelden van de klap van neef Benny of Björn gaan het hele land door en zelfs buiten de landsgrenzen is het nieuws. David Sores wordt de nieuwe Salman Rushdie genoemd. Het boek wordt een grote hit. Sores is eindelijk de schrijver die hij beloofde te worden. Het leven lijkt hem weer te omarmen, maar het verleden lijkt hem te omklemmen in een dwingende wurggreep.

Het verhaal “De Barmhartigen” eindigt op bladzijde 268 en het boek wordt vervolgd met de roman van David Sores “Hij was mijn vader”. Het verleden vouwt zich uit in een fictief jasje.



Conclusie:

In elke schrijver schuilt een leugenaar. In elke leugen schuilt een waarheid. Dit gevoel druipt tussen de regels door van beide romans “De Barmhartigen” en “Hij was mijn vader”. Vanaf bladzijde 1 wordt je als lezer meegetrokken in de soms absurde maar vlijmscherpe geest van Koen van Wichelen. Het hele verhaal ademt 'midlife crisis' en schreeuwt depressie, maar verraadt pure menselijkheid. De grimmige sfeer die Koen van Wichelen creëert grijpt je bij de kloten en geeft je een ongegeneerd en ongemakkelijk kijkje in de wachtkamer van het leven. Het tussenstation. Het onvermijdelijke punt waarop je de balans opmaakt en je realiseert dat je idealen een kosmische grap (b)lijken te zijn geweest. Het moment waarop je stil gaat staan terwijl alles om je heen in razende vaart blijft doordenderen. De schrijfstijl van Koen van Wichelen is puur, oprecht en aangrijpend. Hij weet op subtiele wijze de lezer volledig onder te dompelen in somberheid. Het gemoed van de hoofdpersoon wordt stevig ingevlochten in het karakter van het boek. Herfst of winter in het hoofd van Sores? Dan regent of sneeuwt het buiten gewoon mee. Maar dan miezerregen, mist en natte sneeuw. Geen frisse buien of serene sneeuwdekens. Is er licht aan de horizon? Een sprankje hoop? Dan breekt de zon door en keert de warmte terug. Het verhaal kent vele lagen van symboliek. Sommige, zoals het weer of karakternamen als 'Sores', 'Jenny', 'Slomo', lijken er uitgesproken dik bovenop te liggen. Veelal bespringt de symboliek je ongemerkt. Je herkent het direct of het schuurt langs de grens van je comfort zone. Of de schrijver dit al dan niet beoogd heeft, doet niet eens ter zake, maar het illustreert subliem de allesomvattende teneur van het voortschrijdende individu. Uiteindelijk sta je er alleen voor. Uiteindelijk moet je het zelf doen. Dat wil zeggen: uiteindelijk moet je maakbaarheid beschouwen als een dood paard en gewoon wat gaan doen.
Als Sores de bodem bereikt heeft en besluit, op basis van een test in de krant, om een boek te gaan schrijven, zet hij eigenhandig het rad van verandering in beweging. Waar deze uiteindelijk stopt is een ondervinding. Een ontdekkingsreis, maar in ieder geval geen vlucht meer. Koen van Wichelen geeft blijk van een ongenadig observatievermogen. Hij weet op weergaloze wijze de geest van een depressieve man en zijn omgeving te beschrijven.


“Alles vloeit, alles glipt weg door onze vingers. Tegen de stroom in roeien heeft geen zin. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. We kunnen het best zachtjes meeschudden op het ritme van de genadeloos tikkende tijd, meezeilen over de open zee tot ons uur gekomen is. Tot de glimmende neger op het voordek stopt met op zijn grote trom te slaan.”


De verschillende karakters vertonen een grote mate van menselijkheid en de dialogen zijn bij vlagen diepzinnig en filosoferend. De wijze waarop hij 'Slomo' soms laat fulmineren is meeslepend en overtuigend en de uitvoerig beschreven gedachtenspinsels van Sores lijken de bloemlezing van een ervaringsdeskundige.

“Schrijvers zien er allemaal eender uit, denkt Sores. Ze zijn niet bepaald moeders mooiste, maar ze hebben allemaal wel iets markants, iets speciaals, iets geks over zich. En hoe nors en arrogant ze ook in de lens staren – slechts bij enkelen krult er voorzichtig een hooghartige glimlach rond de mondhoeken – tegelijk hebben ze iets zachts en kwetsbaars”

“Ik ben de uitverkorene, denkt hij. En hij kijkt zoals het een uitverkorene past naar het gewriemel van de gewone stervelingen om hem heen. Minzaam en welwillend, met niet meer dan een hooghartige krul rond zijn mondhoeken”.

Deze passage beschrijft een fraai staaltje van narcisme. De eigengeilheid van een schrijver. Een schepper. Een uiting van zelfrelativering die het verhaal een mooie kwetsbaarheid meegeeft. Menselijkheid. Koen van Wichelen weet met zijn roman fijnzinnig de kwetsbare menselijkheid een gezicht te geven. En niet elk gezicht staat je aan.


“Terwijl hij zijn Volvo voorzichtig door de mistige straten stuurt, ziet hij hoe Slomo een overdosis pillen slikt en een plastic zak over zijn hoofd trekt. Hij ziet hoe Slomo een touw over een balk op de zolder gooit en op een leeg krat bier gaat staan. Hij ziet hoe Slomo de loop van een jachtgeweer tegen zijn onderkin drukt en het bloed tegen de muur spat. Hij ziet hoe Slomo met doorgesneden polsen in zijn bad ligt. Hij ziet hoe Slomo op de reling van de brug klimt waar zijn Volvo net onderdoor rijdt”.

“Het besef, het diepere inzicht, komt op kousenvoeten.”


Een prachtige gedachte. De conclusie besluipt je. Een prachtige illustratie die de kracht van het verhaal weergeeft in een kernzin.

Net als in het echte leven lopen hoofd- en bijzaken in het verhaal in elkaar over en worden deze door iedereen anders geïnterpreteerd. We mogen in een mensenleven kijken dat voorzien is van verhelderende 'ondertiteling'. Verhoudingen tussen (ex-)vrienden, (ex-)geliefden, familie en figuranten worden rauw en overtuigend vormgegeven. David Sores is gewoon een mens en David Sores vertelt zijn verhaal. En een echt verhaal kent pijn en verdriet. In een echt verhaal verlies je en hoop je. En heel soms win je.

“Geluk zit in het nu. Niet in gisteren, niet in morgen, maar in het hier en nu. Mijn leven is allesbehalve simpel, denkt Sores. Maar ooit zal ik er klaar voor zijn. Ooit zal het me lukken om simpelweg in het hier en nu te leven. Ooit zullen het geluk en de liefde weer in mijn richting waaien. Maar nu nog niet. Nu moet ik nog op de blaren zitten en mijn wonden likken.”


Beoordeling:

Het verhaal van Koen van Wichelen, van David Sores eigenlijk, is fenomenaal puur. Menselijk met een scherpe, zwartgekleurde rand. De neerslachtigheid en de hoop is herkenbaar geschreven met goed doordachte observaties, poëtische oneliners en soms inspirerende filosofiën.

“Want er bestaan geen eeuwige verliezers, alleen tijdelijke nederlagen.”

“Rouw is liefde die geen huis heeft”

“Pijn is geen competitie. Pijn is pijn. En nodeloos lijden heeft geen zin. Van pijn kun je niet winnen”

“Wat blijft er twintig jaar na zijn dood van hem over? Wat heeft de tand des tijds doorstaan? Niet erg veel, vrees ik. Een grafsteen vol duivenstront in een verloren hoek van een tochtig kerkhof, een gerafelde zwart-witfoto in mijn portefeuille en de zekerheid dat de herinneringen aan hem die ik koester in mijn hart ooit onherroepelijk zullen oplossen en verdampen als flarden mist, als regenplassen in de ochtendzon.”


Koen van Wichelen graaft in de ziel en legt het leven op de ontledingstafel met subtiele symboliek. Sores die in zijn eigen reflectie zijn vader herkent, de eenzaamheid en afstand van zijn familie die spreekt uit een droom waarin hij vanuit de lucht naar zijn vader, moeder en zus zwaait, de afscheidsbrief van 'Slomo' en 'Shana', het besef van David Sores dat zijn vriendschap met 'Slomo' fundamenteel veranderd is, het is echt, uiterst geloofwaardig en aangrijpend. Het is inspirerend en deprimerend tegelijk. Een verrekt knap staaltje schrijfwerk. Dit boek moet gelezen worden. Ik geef dit boek 4,5 ster.

Chester Gerritse

Geen opmerkingen: