maandag 12 januari 2015

"De onderkant van sneeuw" - Ilse Ruijters, gelezen door Charles

Genre - Psychologische thriller
Uitgever -Mistral
ISBN - 9789048822072
Uitvoering - paperback
Aantal - pagina´s 256 
Uitgave- september 2014

“De onderkant van sneeuw” is de debuutthriller van Ilse Ruijters. Hoofdpersoon Irene Visser komt in een nachtmerrie terecht als zij in een sneeuwbui met haar auto de driejarige Maja doodrijdt op het moment dat zij in haar dashboardkastje het oortje van haar telefoon zoekt. Ze krijgt van de rechter een taakstraf opgelegd. Tijdens het vervullen daarvan krijgt ze een opmerkelijke relatie met de jonge Delano die ook een taakstraf volbrengt.
Irene verhuist met haar man Marco en kinderen Hugo en Sanne naar een andere plaats omdat zij het leven in haar oude woonplaats niet meer aankan. In haar nieuwe omgeving wordt zij ook door velen gemeden doch ze raakt bevriend met Freya die bij haar dorpsgenoten niet erg goed ligt.
Irene heeft last van nare publicaties over haar op de website doodrijders.com, een site die is opgezet door Ad en Marie Winkel. Ook heeft ze een enigszins moeizame relatie met haar zus Renske die een nog steeds niet vervulde kinderwens heeft en er opmerkelijke redeneringen daaromtrent op nahoudt.
Dan vinden er enkele bedreigende gebeurtenissen plaats die Irene tot de overtuiging brengen dat iemand het uit wraak heeft gemunt op haar dochtertje Sanne. Politieagent Peters heeft nauwelijks begrip voor haar aangifte. Irene komt dan onder behandeling bij psychiater Liesbeth van Limburg Stirum.
Het verhaal culmineert in een ruim voor het einde al voorspelbare doch nogal onwaarschijnlijke ontknoping. Deze wordt nog gevolgd door een mysterieuze slotscène die de lezer met vragen over de geestestoestand van de hoofdpersoon of van zichzelve achterlaat.

Het begin van het boek doet even denken aan het indrukwekkende boek “Dood door schuld” van Tineke Beishuizen, doch gelukkig slaat Ilse Ruijters alras haar eigen weg in. Het verhaal is aardig gecomponeerd en een aantal karakters komt goed uit de verf. Ruijters hanteert de taal over het algemeen vaardig doch bedient zich helaas met enige regelmaat van zeer gewrongen aandoende beeldspraak en metaforen. 

Enkele voorbeelden daarvan:


“Een onzichtbare schil was om mijn ziel geritst.”

“Vastgeketend aan de wal van bewustzijn en tijd.”

“Als vette strengen zeewier lagen zijn haren te rotten op de drooggevallen zandplaat die zijn schedel vormde.”

“In ondergelopen potten stonden dode planten geduldig hun verdrinkingsdood af te wachten.”

“In mijn lijf begon het te sneeuwen….. Vlokken die brandden op mijn open zenuwen en mijn hart samenpakten tot een sneeuwbal.”


Van dit taalgebruik zijn lezers niet altijd gecharmeerd, en terecht. De kracht van een thriller schuilt niet alleen in een goede en verrassende plot maar ook in gepolijst taalgebruik waarbij scherpe beelden worden neergezet met heldere taal in bij voorkeur korte krachtige zinnen.
Ilse Ruijters hanteert het neologisme “tril” als zelfstandig naamwoord. Een aardige vondst doch het te veelvuldige gebruik ervan lijkt op koketteren.
Uitgesproken irritant is het extreem frequente gebruik van het woord “kanker” door Delano. Dat had echt anders gekund zonder het karakter van deze ruwe jongen geweld aan te doen.
Een op zichzelve aardig debuut wordt derhalve ontsierd door moeizame beeldspraak, vermijdbaar kwetsend taalgebruik en een voorzienbare maar onwerkelijke ontknoping.
Omdat drie sterren teveel zijn in deze en twee voor dit aardige debuut te mager, krijgt “De onderkant van sneeuw” –ofschoon halfjes normaliter niet worden gebruikt- tweeĂ«neenhalve ster.

Charles

Geen opmerkingen: