zondag 11 januari 2015

In gesprek met.......... Ellen Gerretzen


Ellen Gerretzen zei meteen volmondig 'Ja' op onze vraag of we haar mochten interviewen. Het gesprek liep alsof je met haar aan tafel zat. Hier is daarvan het resultaat. Het is een open, gedreven en persoonlijk gesprek geworden. Ellen, dank je wel!! 

Het boek 'Manzanilla' was deze week te winnen bij DPB d.m.v een 'cocktailwedstrijd'. Op onze groep daarover meer; De Buren op Facebook


Wie is Ellen G.? Vertel eens iets over jezelf.

Ik ben geboren en getogen in Dieren, Gelderland, woon sinds mijn 18e in Amsterdam en sinds ik mijn baan heb opgezegd om eindelijk een thriller te gaan schrijven is ook een tweede droom werkelijkheid geworden: een deel van het jaar in het buitenland wonen.
Reizen is eigenlijk altijd al een way of life geweest. Toen mijn lief en ik nog full-time werkten en er een lang weekend was dan stonden we op Schiphol, meestal met de handbagage rechtstreeks vanaf het werk en dan weer rechtstreeks vanuit Spanje, Berlijn, New York vanaf Schiphol weer naar de baas. Ik vraag me af en toe echt af hoe ik dat heb volgehouden.
Een thriller schrijven is altijd al mijn droom geweest maar het lukte me niet naast een fulltime baan, ik moet tijd hebben, rust in mijn hoofd, me uitsluitend op mijn boeken kunnen richten. Daarom heb ik ontslag genomen om te gaan schrijven en inmiddels is een leven zonder te schrijven niet meer voorstelbaar.
Als je vraagt iets over mezelf te vertellen wil je waarschijnlijk ook iets persoonlijkers weten dan wat je op een flaptekst van mijn boeken kunt vinden. Wel, here goes!
Ik ben als sinds ik een kind was heel verlegen. Op latere leeftijd werd ik wel een ‘ingetogen persoon’ genoemd. Ik heb er nog steeds een hekel aan op de voorgrond te treden, in grotere gezelschappen zul je mij nooit het hoogste woord zien voeren. Ik hou meer van gesprekken in kleinere kring. Door die verlegenheid ben ik al op jonge leeftijd een observator geworden, gevoelig voor sfeer en emoties die mensen al dan niet bewust laten zien, en een leven lang observeren komt me nu als auteur heel goed van pas.
Een prater kun je me dus niet noemen, maar gelukkig kan ik wel schrijven, een passie die bijna een obsessie is geworden. Het is voor mijn levensgezel bepaald niet gemakkelijk, maar hij ondersteunt me ongelooflijk. De buurvrouwen in mijn Spaanse dorp zijn jaloers omdat ik een man heb die het stoepje veegt, boodschappen doet, kookt en zelfs strijkt. In de buurt waar ik woon is het leven nog erg traditioneel. Daarnaast is hij mijn meest kritische meelezer.
Ik ben niet gesteld op luxe. Ik heb geen auto, zelfs geen rijbewijs, behalve een brommerrijbewijs. Mijn brommertje, een plattelandsmodel Mobylette, heb ik ooit nieuw gekocht in Almeria en deze maand wordt hij alweer 25 jaar. We tuffen in Extremadura van dorp naar dorp, door de prachtige dehesas waar de befaamde zwarte varkentjes rondhuppelen. Bergop kun je me regelmatig - al dan niet vloekend- zien meetrappen omdat mijn brommertje de helling niet trekt.
We hebben geen kinderen. Dat zou ook niet te combineren zijn geweest met onze levensstijl.


Voorheen schreef je onder de naam Ellen Gerretzen, nu onder Ellen G. Waarom de verandering?
Dat was een idee van mijn eerste uitgever, hij vond dat een krachtige naam die paste bij het soort thrillers die ik schrijf. Ik heb er maar heel kort over na moeten denken, vond het ook wel mysterieuzer klinken, een beetje zoals Rivella: vreemd, maar wel lekker.


Je reist en schrijft veel. Staan deze twee onlosmakelijk met elkaar in verbinding? Wat doe je het liefst?
Dankzij het feit dat ik veel reis en op de plaatsen waar ik langere tijd doorbreng goed ben ingeburgerd kan ik de internationale thrillers schrijven die ik nu schrijf, dus ja, het een kan absoluut niet zonder het ander. Als ik schrijf over Berlijn moet ik een tijd in Berlijn zitten om ter plekke de sfeer op te snuiven en hetzelfde geldt voor Lissabon en Spanje, feitelijk mijn tweede vaderland. Ik ken Berlijn nog van de tijd dat de Muur er nog was en kwam veel in Oost-Berlijn, had er goede vrienden, ken de sfeer. Daarom kan ik over Berlijn schrijven. Eigenlijk zie ik het ook niet meer als reizen. Berlijn, Lissabon, Spanje, het is elke keer of ik thuiskom en er naadloos in het leven word opgenomen, een leven dat zo verschillend is van het Amsterdamse. Een andere reden dat ik heen en weer blijf pendelen is dat je een land of stad pas goed leert kennen als je steeds op dezelfde plekken terugkomt en er mensen leert kennen, ziet hoe die leven en denken, vrienden maakt.


Amsterdam, Berlijn, Lissabon en Spanje. Drie steden en een land. Waarom en wat trekt je het meeste aan deze vier?

In Amsterdam geniet ik ervan samen met vrienden een glaasje te drinken in de mooie, oude Amsterdamse café’s. De historische binnenstad is prachtig.
Berlijn is in tegenstelling tot Amsterdam een wereldstad, ruim en groen en bruisend en bijzonder prettig om te wonen. Een stad die gespleten was door een muur, een muur die nu afgebroken is maar die je als je de stad goed kent nog steeds kunt voelen. Een stad met een litteken.
Lissabon is zo bijzonder, als je niet blijft hangen in toeristische delen. De Taag. De contrasten tussen arm en rijk. Oude glorie en verval. Monstrueuze nieuwbouwcomplexen
die in oude wijken zijn geplempt. Fascinerend. Ik hou van contrasten, die maken een stad interessant.
Spanje heeft geleden onder een burgeroorlog en een dictatuur en de effecten daarvan zijn nog steeds duidelijk merkbaar. Het is een land dat ook een litteken heeft dat nog niet geheeld is en daarom voor mij interessant. Ik ken het land heel goed, het kent zoveel variatie. De provincie Cádiz is zo anders dan Galicia, of Extremadura, waar ik woon. Sanlúcar is een bijzondere stad waar ik al ruim dertig jaar met heel veel plezier kom en ik wilde met Manzanilla mijn liefde voor dit unieke stadje uitdrukken. Aan de reacties tot nu toe denk ik dat ik daarin geslaagd ben.


Je mag één plek kiezen van deze vier om te vestigen, welke gaat t worden?
Gelukkig hoef ik niet te kiezen, want ik zou niet meer op één plek willen wonen. Het is voor mij als persoon en als schrijfster verrijkend in verschillende culturen te leven. Het is geweldig als je je daar thuis voelt, overal vrienden hebt, maar dat maakt het tegelijkertijd wel gecompliceerd.
Als je me zou vragen welke van de vier als eerste af zou vallen kan ik het wel zeggen. Dat zou Amsterdam zijn. Het is niet meer de stad van vroeger en het is me te vol en luidruchtig. Als ik er twee maanden ben krijg ik geen lucht meer, moet ik er weg. Amsterdam is klein, terwijl het zichzelf zo groot waant.


Door te reizen maak je kennis met diverse landen en hun gewoontes. Doe je daarmee inspiratie op voor je boeken?
Absoluut. Mijn debuut Bloedbruiloft speelt in mijn dorp in Extremadura en dat boek had ik nooit kunnen schrijven als ik daar niet een deel van het jaar woonde, gewoon in een huis in een straat in een arme buurt. Over Lissabon had ik niet kunnen schrijven als ik die stad niet jarenlang binnenstebuiten had gekeerd, zoals ik dat noem, niet alleen de mooie stadscentra maar juist de gewone buurten, waar mensen sappelen om hun gezin te eten te geven, en ook de lelijke buitenwijken met criminaliteit en drugs. Daklozen.
In Berlijn heb ik mijn personage Wolfgang gevonden, al lang geleden, voor ik begon te schrijven. Hij had een bar in een oud pompstation, leek op Charles Bronsson, had een paardenstaart en reed op een Harley Davidson. Net als Gitta in Neukölln, een cafébazin in een Eckkneipe met de tatoeage van een bulldog op haar arm. Het beest lag zelf op een kleedje aan het eind van de bar. Als je steden of landen zo goed kent en je buiten de
gebaande paden begeeft levert dat een schat aan ervaringen op waar je uit kunt putten, ontmoetingen met mensen, verhalen en anecdotes.


Je boeken hebben Wolfgang in de hoofdrol, waarom voor een man gekozen?
Dat mijn hoofdpersoon een man zou worden stond voor mij bij voorbaat vast omdat ik thrillers wil schrijven die zowel mannen als vrouwen aanspreken. Ik was bang dat met een vrouw als hoofdpersoon mijn boeken in de hoek van de “vrouwenthrillers” geschoven zouden worden. In de eerste recensie van mijn debuut Bloedbruiloft werd ik “een nieuwe loot aan de stam van de vrouwelijke thrillerauteurs” genoemd en ik begreep werkelijk niet waarom die persoon het nodig vond mij zo te typeren. Ik was een nieuwe loot aan de stam van de thrillerschrijvers, punt uit. Het gaat om mijn boeken, niet om mijn geslacht.
De recensent was een man, by the way.


Zit er in een of meer van je boeken iets autobiografisch verwerkt?
Het woord autobiografisch zou ik niet willen gebruiken, wel verwerk ik ervaringen die ik in mijn leven heb gehad, mijn gevoelens en dingen die ik heb meegemaakt in mijn boeken. Stukjes van mezelf vind je terug in diverse personages. Je zou kunnen zeggen dat je in elk van mijn hoofdpersonen wel iets van mezelf terug kunt vinden, een karaktereigenschap, gevoelens, een opvatting, de manier waarop ik tegen de wereld aankijk. Ik gebruik mijn eigen emoties in mijn verhalen en maak die tot de gevoelens van mijn personages.


Waarom heb je juist voor het schrijven van thrillers gekozen?
Dat is de schuld van Agatha Christie. Toen ik op mijn dertiende voor het eerst een van haar boeken las, met Hercule Poirot in de hoofdrol, was ik verkocht en besloot ik dat ik ooit een thriller zou schrijven. Ik heb al haar boeken gelezen en nooit kon ik ontdekken wie het gedaan had. Dat wilde ik ook! Ik heb al haar boeken herlezen en nog eens herlezen om die subtiel verborgen kleine hints te ontdekken die me bij eerste lezing niet opgevallen waren.
Het is bijzonder moeilijk een gedegen misdaadroman te schrijven die goed in elkaar steekt en waarin alles klopt, zeker als de plot ingewikkeld is. Je moet zo verschrikkelijk goed opletten om geen blunder te begaan, ook al zijn het maar kleintjes die voor de lezer irritant kunnen zijn , zoals iemand die opspringt terwijl hij de vorige bladzijde al was opgestaan.
Losse eindjes zijn ook een gruwel. Als thrillerauteur moet je een mierenneuker zijn en minstens één muggenzifter hebben als meelezer.
Het is trouwens niet alleen de schuld van Agatha Christie. Ik heb ooit in een interview in de Boekenkrant gekscherend gezegd dat er misschien zoiets bestaat als een thrillergen, omdat ik denk dat je geest op een bepaalde manier moet werken om gecompliceerde thrillers te kunnen schrijven. En ja, ik heb a tortuous mind, zoals de Engelsen zo fraai zeggen.


Kun jij je stijl omschrijven? Voor de lezers die je boeken nog niet kennen.
Poeh, moeilijk om mijn eigen stijl te omschrijven. Als ik recensies lees zie ik dat mensen mijn schrijfstijl omschrijven als beeldend, filmisch, sfeervol. Veel mensen zeggen dat ze al lezend het gevoel hebben dat ze erbij zijn op de plekken waar ik over schrijf. In het eerste mailtje dat ik van mijn eerste uitgever kreeg zei hij ´je schildert met woorden´. Ik vind dat allemaal prachtige complimenten omdat dat is wat ik wil: sfeer schilderen.
Ik schrijf geen bloedstollende thrillers. Ik hou helemaal niet van plastische beschrijvingen van gruwelijke verkrachtingen of martelingen, dat lees ik niet graag en daar schrijf ik niet graag over.
Ook in mijn laatste thriller Manzanilla heb ik geprobeerd de sfeer over te brengen van een stad waar ik vreselijk van hou, ook voor mensen die er nog nooit geweest zijn. Uit de reacties tot nu toe concludeer ik dat ik daarin geslaagd ben en daar ben ik verschrikkelijk blij om.


Lees je zelf ook? Hoeveel en wat?
Jazeker, ik heb mijn hele leven veel gelezen, zowel literatuur als thrillers. Op mijn zesde had ik een abonnement op de bibliotheek. Het begon met Arendsoog, De Vijf, Pim Pandoer de schrik van de Imbos, noem maar op. Het laatste anderhalf jaar ben ik te veel met schrijven en met nog wat andere zaken bezig geweest en lees ik te weinig, maar dat ga ik weer oppakken, want ik heb gemerkt dat ik niet kan ontspannen als ik niet lees. Ik ben nu The Honey Badger van Robert Ruark aan het herlezen, geweldig boek, en daarna begin ik met I am Pelgrim.


Wat is je persoonlijke top 5 van wat je hebt gelezen?
Dat is een vraag die onmogelijk te beantwoorden is omdat er zoveel prachtige boeken zijn geschreven, maar deze boeken zijn voor mij heel bijzonder.
Vigoleis Theelen, Die Insel des zweiten Gesichts
Pascal Mercier, Nachtzug nach Lissabon
Tom Wolfe, The bonfire of the vanities
Joseph Heller, Catch 22
Theun de Vries, Het meisje met het rode haar
En dan is er natuurlijk in het thrillerachtige genre Agatha Christie, Elizabeth George, John le Carré, Len Deighton, Stieg Larsson, enfin en zoveel meer.


De titel 'Manzanilla' van je laatste boek gaat samen met een lekker drankje. Ben je zelf een liefhebber van lekkere drankjes en hapjes? Zo ja, wat is je favoriet?
Daar ben ik zeker een liefhebber van, en manzanilla behoort tot mijn favorieten. Ik drink hem het liefst uit het vat in het hol van de leeuw, Sanlúcar de Barrameda, in een van de bars waar Wolfgang in mijn thriller Manzanilla ook komt. Met een goede rode wijn kun je me een groot plezier doen, en dat hoeft echt geen dure te zijn. Een witte albariño uit Galicia met oesters vind ik ook niet te versmaden, net zoals een een knoflooktaart naar het recept van Ottolenghi en een knoflooksoep. En een pikante spaghetti, met een handvol hete pepers, een bol knoflook, olijfolie en parmezaner vergezeld door een stevige rode wijn. Manzanilla met langoustinos of met carpaccio van gambas, of flinterdunne schijfjes bacalao of een gekookt krielaardappeltje met zeezout. Mediterrane salades. Teveel om op te noemen eigenlijk, belangrijk is dat het goede en verse producten zijn. Ik ben geen vegetariër maar ik eet niet veel vlees en al helemaal geen plofkippen of varkens die samengepropt staan in betonnen schuren.
Ik kook trouwens ook erg graag.


Waarom heb je juist gekozen voor die titel?
Er was voor dit boek maar één titel mogelijk. Een thriller die in Sanlúcar speelt, in de wereld van de bodega’s, kan geen andere titel hebben en ook de cover is wat mij betreft perfect. Deze thriller speelt tijdens de jaarlijkse manzanillafeesten, waar ik zelf ook Sevillanas dans. Ik kom bijzonder graag in Sanlúcar en ken het als mijn broekzak, de geur van sherry in de bodegas, de Guadalquivir, de visserswijk, en niet te vergeten de mensen, want daar gaat het uiteindelijk om.


Wanneer denk je dat je volgende boek uit gaat komen? Is er al een werktitel bekend? Mogen wij die weten? ;-)
God, uitgeverij en deze auteuse willing in mei. Er is nog veel werk aan en ik probeer niet te panikeren. Ja, ik heb een werktitel maar die wil ik nog even niet verklappen, sorry. Ik ben een beetje vreemd wat dat betreft –of sowieso, zullen sommigen die dit lezen wellicht zullen denken-, ik wil dat liever nog even voor mezelf houden. Het is een korte, pakkende titel van één woord en de cover die ik al in mijn hoofd heb –maar daar zal mijn uitgever natuurlijk ook een grote stem in hebben- zal exact passen bij de titel en jullie verrassen en intrigeren. Dat hoop ik tenminste!


Wordt dat weer een boek met Wolfgang en consorten? Kun je er al iets over loslaten?
Wolfgang en consorten zijn zeker weer van de partij en ik kan alvast verklappen dat dit keer de ambitieuze jonge Esra, die zo graag de eerste vrouwelijke hoofdcommissaris van Turkse komaf in het Berlijnse Landeskriminalamt wil worden, weer een prominente rol zal spelen. Ik kan ook vertellen dat het verhaal grotendeels in Berlijn zal spelen, met een uitstapje naar een stad in een ander land. En nee, dat zal niet Spanje zijn, en ook niet Lissabon.


Zou je ook een stand alone of een roman overwegen? Waar zou die over moeten gaan?
Ik denk er al langer over eens een stand alone (een alleenstaande? Waarom hebben we hier eigenlijk geen Nederlands woord voor?) te schrijven.Niet dat ik Wolfgang al beu ben, integendeel, want als dat zo zou zijn zou ik, met pijn in het hart, afscheid van hem nemen. Mijn personages ontwikkelen zich, samen met mij, en blijven me nog steeds verrassen, doen soms dingen die ik niet had verwacht en leren van zichzelf en van hun fouten.
Maar ik zou graag eens een losstaande thriller schrijven omdat het me eenvoudiger lijkt. Nieuwe karakters waarvan je weet dat ze, om het oneerbiedig te zeggen, maar één keer mee hoeven. Volstrekte vrijheid. Want een serie schrijven en je personages levend en menselijk houden is niet eenvoudig.
En ooit wil ik een literaire roman schrijven. Waar die over zal gaan? In Manzanilla laat ik een van mijn personages het volgende zeggen: Maar uiteindelijk zijn de achterliggende thema's van een goede roman, ook van een misdaadroman, altijd hetzelfde. Liefde, melancholie en dood. Meer is er niet.


Je bent actief op social media. Heeft dat een meerwaarde voor jou als schrijver?
Absoluut. Ik moet bekennen dat ik wat huiverig was om de wondere wereld van Facebook te betreden en als ik niet was gaan schrijven zou dat wellicht niet gebeurd zijn. En het grote virtuele kwekbos, zoals ik Twitter altijd omschrijf, zou al helemaal niet.
Het probleem dat je hebt als relatief onbekende schrijver is dat je nauwelijks aandacht krijgt van professionele recensenten. Bekende auteurs krijgen recensies in kranten en weekbladen en hun bestsellers liggen bij de AKO en de Bruna, een felbegeerd plekje waar ik niet lig omdat voor dat soort ketens verkoopcijfers doorslaggevend zijn. Hoe kom je op die manier aan bekendheid? De sociale media zijn voor auteurs geweldig omdat lezers elkaar tips geven, recensies zetten in de vele enthousiaste boekengroepen of in hun blog. Ik vind het hele leuk om af en toe een boek te verloten in ruil voor een recensie, en lezersreacties op Facebook vind ik geweldig. Met Verdorven heb ik meegedaan aan de leesclub van Crimezone en de vele reacties en mooie recensies vond ik hartverwarmend, dan weet je voor wie je schrijft. Ik vind het fantastisch om direct contact te hebben met “mijn” lezers.


Heb je een schrijfritueel? Wil je met rust gelaten worden, heb je een aparte ruimte? Of zoek je juist de drukte op?
Absolute rust is voor mij voorwaarde om te kunnen schrijven. Zolang ik nog in het stadium zit van wat ik plotworstelen noem (ik worstel echt met mijn plots en ze worstelen terug!) kan ik dat overal, je kunt me met mijn notitieboekje en pen aan de toog in café’s zien zitten, op een terras, in de trein, in het vliegtuig, maakt niet uit of het lawaaierig is. Maar zodra ik echt begin te schrijven zonder ik mij af. ’s Ochtends heb ik mijn meest productieve uren. Eerst een douche en koffie, dan maak ik een thermoskan kruidenthee, griekse yoghurt met muesli en vers fruit, vers sinaasappelsap. Daarmee nestel ik me aan mijn werkplek. Comfortabele kleding, een joggingbroek, slofjes, jullie kennen dat wel. Mijn werktafel vol met stapeltjes handgeschreven aantekeningen en gele post-its met losse flodders, boeken, plattegronden van Berlijn en Lissabon. De ooievaarsveer die ik ooit aan de voet van de kerktoren vond. Volgekrabbelde notitieboekjes. In de donkere winterdagen een kaars of waxinelichtje. Vooral geen mensen in de buurt. In mijn Spaanse huis ga ik af en toe met het laptopje in de tuin werken, onder de sinaasappelboom, met als muziek het gekwetter van de vogeltjes in het vogelbadje en het geklepper van de ooievaars op de kerktoren. ’s Winters maak ik af en toe een vuurtje in wat we onze openhaardkamer noemen en werk daar aan een campingtafeltje. Leuk detail: deze ruimte komt uit in de tuin, het was vroeger de stal van de varkentjes. Dat spreekt mij tot de verbeelding, als varkentjesverzamelaar.
Terwijl ik schrijf zet ik vooral klassieke muziek op, piano, hobo, viool, rustige achtergrondmuziek die niet afleidt. Ik kan wekenlang de hele dag dezelfde CD draaien, op dit moment is een hoboconcert van Bach de uitverkorene. The Doors etc. draai ik wel in mijn vrije tijd.


Wat is jouw ultieme (schrijvers)droom?
Een van mijn dromen is het schrijven van een literaire roman. Ik zou uiteraard ook graag bij een breed publiek bekend raken. Ik hoop op publicatie van mijn boeken in het Duits en Spaans. Mijn ultieme droom is dat een van mijn boeken verfilmd zou worden. Bloedbruiloft, dat in mijn dorp in Extremadura speelt, Manzanilla in Sanlúcar, Schaduwspel of Verdorven in Berlijn. Ik weet dat de kans dat dat gebeurt bijzonder klein is, maar ja, wat is een mens zonder dromen?

Geen opmerkingen: