zondag 15 februari 2015

De derde plaats voor 'Nieuwjaar' van Chester Gerritse



Vannacht heb ik een mooie droom gehad. Ik zag de hele wereld voor me zo helder als glas. Elk detail, zo scherp ingekleurd, alsof het eeuwig zomer was. Het gras was groen als in kinderboeken, precies hoog genoeg om het tussen je blote tenen te laten kriebelen. De lucht was zo intens blauw en helder verblindend, dat ik de lichtvlekken voor mijn ogen voor sporadische wolkjes aan zag. Mijn huid, mijn handen, mijn voorkomen waren volmaakt als van een filmster. Sterke kaaklijn, gespierde armen en die onbestemde blik in mijn ogen die enkel voor de hele groten weggelegd lijkt te zijn. Eindelijk totale (absoluut oppervlakkige) perfectie!!! Alsof ik mijn gedachten kon lezen, paste mijn omgeving zich al aan. Stoer keek ik vanaf het hagelwitte strand uit over een zee, die net zo blauw was als de lucht. Enkel het warme, mulle zand vormde het contrast en gaf de wereld om me heen wat vorm. Voor de rest leek het of ik me bevond in een duizelingwekkend blauwe kubus, of bal eigenlijk. Mijn reis ging voort; gedreven door nieuw verworven arrogantie. Met stappen, met sprongen, met continenten tegelijk. De wereld aan mijn voeten. Niets was onmogelijk. Ik had alles binnen handbereik. Ik droomde van een carrière, een huis, volmaakte liefde, eeuwige vriendschappen, duistere verlangens, onschuldige kinderwensen, vergeten verdriet ... Ik droomde een leven. Ik droomde mijn leven. Mijn gedachten voerden mij naar een eiland. Verlaten uiteraard. Als solist in oneindige keuzes, eenzaam in het genot, verlaten in mijn angsten. Daar lag ik dan in mijn hangmat. Enkel palmbomen, zand, water en twee tekeningen naast me. Tekeningen in het zand welteverstaan.

Eén tekening was van een poppetje, nogal gekunsteld gemaakt. Het leek nog het meest op zo'n harkpoppetje, bij elkaar gekrast uit louter grove lijnen. De stok die hiervoor gebruikt was, lag er nog pal naast. Had ik dat getekend? Ik kon het mij niet herinneren. Wie is hier nog meer in mijn hoofd? Ik onderdrukte het kleine twijfelstemmetje direct. Gedachten zijn soms te groot om te kunnen bevatten. Te alomtegenwoordig om mee om te kunnen gaan. Ze kunnen je kop laten exploderen van extase of frustratie. Ze kunnen je het gevoel geven dat je op het punt staat om een hartaanval te krijgen. Je voelt je arm al tintelen, je voelt de pijnscheuten in je schouder en je adem begint te stokken. Het laatste wat ik wilde, was er rekening mee houden dat ik dit gevoel van onaards ontzag wellicht ook voor een ander zou moeten dragen. Hier ben ik alleen. Moet ik alleen zijn. Hier kan ik in mijn eentje vorm geven aan alles. Goddelijk boetseren.


Boven het rare mannetje stond het woord “vriend”. “Nou vriend, je ziet er beroerd uit vandaag”, bromde ik. De tweede tekening daarentegen was perfect. Adembenemend zelfs. Wat ik zag, was wat ik vaak dacht. Of hoopte. Of droomde eigenlijk. Wie had dat getekend? Zo mooi. Het was een compleet schilderij van diamanten zandkorreltjes. Een exotisch landschap, een groot huis op de heuvel, een pad ernaartoe. Kronkelig en geel zoals in het land van Oz. Ik werd over dat pad vanaf de voet van de heuvel meegevoerd naar het huis. Onderweg begon alles om me heen kleur te krijgen. Ik werd opgenomen in de tekening. Het kwam tot leven, alsof het mij wilde overtuigen van haar schoonheid. Het huis was te groot om te kunnen benoemen binnen het aardse metrieke stelsel. Dure auto's voor de deur, vele garages, zwembaden binnen en buiten, ettelijke balkons, terrasvlaktes, bizarre planten, een surrealistisch clichématig gietijzeren hek, een oneindig uitzicht vanaf het dichtstbijzijnde helikopterplatform ... Simpelweg luxe, onnoemelijk veel luxe. Zelfs in gedachten, mijn eigen wereld, durfde ik niet naar binnen te gaan. Te overweldigend. Ik gaf de olifant in de roze tutu een hand en slenterde terug.

Terug op het strand bij de twee tekeningen. Boven de tweede tekening stond nu “keuzes”. Wat moet ik hier nou mee? Is dit zo'n moment waarop ik wakker word en probeer om mij alles te herinneren, waarbij ik alleen maar deze cryptische omschrijving kan vasthouden? Zodat ik weer de godganse dag loop te malen over wat mijn onderbewuste mij probeert te vertellen? Wat de diepere betekenis hierachter is? Vriend versus keuzes. Vriend versus keuzes. Ga er maar eens aan staan. Probeer daar maar eens wat mee te bereiken. Een beetje chagrijnig kneep ik mijn ogen dicht, wachtend op het moment dat óf de wekker, óf de hond mij ruw wakker zou maken. De één uit plicht, de ander uit
liefde. Mijn ogen gingen open en ik zag nog steeds die twee tekeningen voor me. Nee, ik was nog steeds op het strand. Nog een keer de ogen dicht, alsof het trucje mislukt was. Ook de tweede keer werd mijn verwarring niet verlost door de realiteit. “Dat is ook wat”, zei ik tegen mezelf. Raar eigenlijk dat je in zo'n geval tegen jezelf gaat praten. Maar ja, wat moet je anders? Zou ik dood zijn? Was dit dan de hemel? Teruggebracht tot twee irritante tekeningen die mij vragend toeschreeuwden: “VRIEND?”, “KEUZES?”. Tsja, ik begon nu toch wel enigszins getriggerd te raken door de situatie, maar niet voldoende om mij te laten dwingen tot een queeste naar de “waarheid” erachter. Ik liet de tekeningen voor wat ze waren en overmoedig in mijn nieuwe staat van “zijn” rende ik over het eiland, daarbij mij bedienend van uitgekauwde clichéslogans als “Joehoeoeoe, king of the world” en “That's all folks”, daarbij zorgvuldig de moeder der clichés 'I'll be back...' vermijdend.

“Verdomme, als dit de hemel is …”, gilde ik, terwijl ik kronkelend van de pijn in mijn zij op de grond viel, ondertussen uit alle macht proberend mijn adem te hervatten. Hijgend als Ron Brandsteder in een lachstuip bleef ik zeker 10 minuten liggen. Nog steeds geen conditie dus. Nou ja, geeft ook niet. Langzaam probeerde ik overeind te komen en tot mijn verbazing zag ik dat ik, als bij een ongeloofwaardig toeval, tussen de twee tekeningen in was beland. Ik begon verder op te staan en, terwijl ik het zand en wat gras (waar kwam dat nou vandaan?) van mijn mooie katoenen playboybroek afklopte, werden mijn ogen weer naar die “tijdelijke” afbeeldingen in het zand getrokken. Oké, daar zal vast wel een boodschap achter zitten. “Vriend” en “keuzes”. Hmmm, klinkt als een flauwe levensvraag, bedacht ik me nog. Kies je voor je vrienden, of kies je voor … keuzes? Dat klinkt niet logisch. Kiezen voor keuzes. Kun je kiezen voor keuzes? Een keuze is een keuze, niet kiezen is ook een keuze. Hier schiet ik geen ene moer mee op. Wat een verwarring weer. Kijk, ik vind het leuker om gewoon duidelijk weg te dromen, gewoon concreet. Een beetje zoals een Hollywoodfilm met eind goed, al goed. Maar dit begon meer te lijken op zo'n “Arty Farty” cult-schijtfilm. Zo eentje waar niemand ene donder van begrijpt en waar uiteindelijk niemand beter van wordt.

Nu begon ik toch zowaar nijdig te worden van het gebrek aan controle, want dat kan nooit de bedoeling zijn als je zelf de scriptschrijver bent. Ik nam dus snel een doeltreffend besluit. Bekijk het maar, ik ga slapen, in mijn droom, lekker puh. De mensheid ziet maar hoe ze het oplost vandaag. Geen antwoord van mijn kant, ik ben het zat. "Dus jij bent het zat? Een beetje makkelijk, vind je ook niet?". Ik zoog een teug lucht in en slaakte een diepe zucht, meer uit berusting dan uit ergernis. Gezellig! Dat zal vast mijn geweten zijn. Je mag ook nooit eens lekker kinderachtig doen in je eigen dromenland. Beetje spijtig. Ach, nog even volhouden, voor je het weet ben je weer wakker. Een beetje stijfjes ging ik overeind zitten in de beroemde lotushouding. Laten we het geheel eens samenvatten, begon ik. Mooie wereldreis gemaakt, ik beland op een eiland en vervolgens word ik belaagd door twee tekeningen die ongetwijfeld een diepere betekenis zullen hebben. Wat moeten we hiermee? Of we? Ik, zal ik bedoelen. Dus, wat zal ik hier eens mee doen? Ik keek eens naar links, ik keek eens naar rechts en toen realiseerde ik mij dat het antwoord zich al een poosje via mijn onderbuik aan het opdringen was. Kwiek en monter stond ik op, ik rekte me eens goed uit en begon over het harkfiguurtje heen te pissen. “Aaaahhh, dat is lekker!”, schreeuwde ik uit. Niets geeft meer genot dan het ledigen van een overvolle blaas. Heerlijk, wat een opluchting! Wat een sensatie ook vooral. Met elke welgemikte straal, alsof het een vlieg in een pispot betrof, begonnen de lijnen van de tekening uit te lopen en te vervagen, totdat er alleen nog maar een kruis over was. Met een laatste krachtinspanning voerde ik de druk op mijn blaas nog een keer op en hortend en stotend spoelde ik ook het laatste, religieuze symbool weg. “Als ik dan toch niet in de hemel ben ...”, dacht ik. Ik kon een schaterlach niet onderdrukken. Zo, dat was dat. Met een waanzinnig gevoel van opluchting ging ik weer zitten. Nu de truc met de ogen nog een keer en hopelijk mag ik dan eindelijk de realiteit weer eens omarmen. 3-2-1 ...

En zo kon het dus gebeuren dat ik wakker werd in een ondergezeken bed. Een goed begin van het nieuwe jaar.

Geen opmerkingen: