vrijdag 6 februari 2015

Fragment uit het boek.........'De getrouwde monnik' - Arie de Ruiter

Mag ik me even voorstellen? Ik ben Arie de Ruiter, 61 jaar en woonachtig in Harderwijk. Mijn grote passie is het schrijven van romans, waarbij de historische roman mijn voorkeur heeft. Voor ik ga schrijven verdiep ik me eerst zoveel mogelijk in de periode waarin het verhaal zich gaat afspelen, omdat ik er niet van houd om kletsverhalen op te hangen. Inmiddels heb ik een verhalenbundel en twee historische romans op mijn naam staan. Binnenkort verschijnt er een nieuw boek met de titel “Carmen” – geen historische roman deze keer, maar een boek met een sociaal-maatschappelijk item.

Lees een fragment uit 'De getrouwde monnik'
Het zal je maar gebeuren. Je hebt met volle overtuiging gekozen voor het kloosterleven en daar sta je dan ook met hart en ziel voor in. Tot je op een dag in de stralende ogen kijkt van de jonge Beatrijs. Zij is goedlachs, vriendelijk, opgewekt en levenslustig. Maar vooral is zij beeldschoon… Daar kan de jonge monnik Norbert natuurlijk niet tegenop. Hij valt als een blok voor haar.
En zo ontstaat er een uiterst ingewikkelde relatie, waarin hij behoedzaam moet laveren tussen zijn liefde voor het klooster en die voor Beatrijs.


In een boeiende roman lopen we met Norbert mee. We komen een jager tegen, een lichtekooi, een troubadour en allerlei andere mensen die met elkaar de bevolking vormen van een middeleeuwse stad.

Boekfragment:
'Norbert!' Even verderop zag hij haar in de deuropening van een van de huisjes staan. 'Kom je misschien even binnen?' Vanzelfsprekend greep Norbert die kans met beide handen aan.
'Ik was naar jou op zoek, maar ik kon niet vragen waar je woonde, want ik wist je naam niet.'
Het meisje lachte uitbundig. Schaterend riep ze uit: 'Wat ben jij een mallerd, zeg. Ik heet Beatrijs. Ga toch zitten. Stoelen bezit ik niet, maar je wilt vast wel genoegen nemen met het kleed op de grond. Heb je zin in een kroes bier?' Zonder op antwoord te wachten, schonk ze voor Norbert en zichzelf een beker bier in en ging vervolgens bij hem op het kleed zitten, honderduit pratend. Over haar jeugd. hoe ze bij het klooster terecht was gekomen. wat haar toekomstdromen waren, enzovoort. Het leek of ze Norbert al jarenlang kende.
'Je bent een lieve meid,' flapte hij er plotseling uit. Hij schrok er zelf van - het was er uit voor hij er erg in had.
'En jij bent een leuke monnik,' was haar ondeugende reactie, terwijl ze een arm om zijn schouders sloeg. Een kort ogenblik keken ze elkaar in de ogen en toen bogen ze hun hoofden tot hun lippen elkaar raakten. Norbert werd omgeven door een wolk van intens geluk. Wat waren de lippen van dat lieve meisje zacht. Nog nooit had hij zoiets meegemaakt. Nee, dit kon onmogelijk het werk van de duivel zijn - zoiets moois, zoiets lieflijks kon alleen maar door God geschapen zijn. Desondanks was er nog altijd tweestrijd in zijn hart. Sterker nog: dat gevecht werd alsmaar heftiger. 'Vader Benedictus,' zo bad Norbert hartstochtelijk tot zijn beschermheilige, 'wilt u de Heer danken voor wat ik nu meemaak, en wilt u hem om vergeving vragen als het zonde mocht zijn.' Toen sloeg hij zijn armen om Beatrijs heen, omhelsde en kuste haar. Het uur was zondig - het uur was heilig...

Meer weten? Surf dan naar:  website

Geen opmerkingen: