vrijdag 27 februari 2015

In gesprek met..........Shantah, auteur van 'De Nacht dat de Sterren Dansten'


Op zondag 15 februari had ik een zeer aangenaam en lang interview met Shantah, een vrouw die een duidelijk doel voor ogen heeft, en dat doel graag wil bereiken met haar roman “De Nacht dat de Sterren Dansten”.


Zomaar een quote van een lezer over De Nacht dat de Sterren Dansten; 

Mijn mening over dit boek: wat een prachtig verhaal!!! Ik heb ervan genoten. Het zet je aan het nadenken en het verhaal blijft nog lang nazinderen. Hoe zou het toch zijn om in zo'n prachtige, eerlijke, angstvrije maatschappij te mogen/kunnen leven. Wat zou het leven er een stuk beter uitzien! Zet het liedje Imagine van John Lennon op en je proeft de sfeer van het verhaal. De vrijheid. Het boek krijgt van mij 4,5*


Lieve Shantah, hartelijk dank voor je tijd en het aangename gesprek.

Jeanine Feunekes-Both



Wie is Shantah?

Shantah, eigenlijk eenvoudig: ik ben Shantah. Shantah leefde in 1145 in ieder geval. Als je het hebt over tweelingzielen; feitelijk zijn wij tweelingzielen, “soulmates”. En feitelijk ben ik haar. Het is dus één. Shantah is Chantal Holleman. Het is een jarenlang proces geweest van ontkenning en zelf-acceptatie.
Ik ben geboren als man, maar al tijdens mijn pubertijd voelde ik mij veel meer aangetrokken tot het vrouwelijke. Ik richtte mij op mijn studie en carrière. Maar nadat ik alles had bereikt wat ik wilde bereiken; goede opleiding, baan, huis op Cyprus, waar ik 2 bedrijven had, besefte ik dat ik ongelukkig was. Ik lag op een avond in de hangmat in de tuin en besefte dat ik mijn vrouwelijke kant te lang weggedrukt had. Ik ben teruggekomen naar Nederland, omdat mijn huwelijk op Cyprus hierdoor strandde. Op een dag, toen ik erg depressief was aangezien mijn hele leven in duigen lag, keek ik in de spiegel en keken een paar prachtige, stralende vrouwenogen terug en hoorde ik de naam Chantal/Shantah. Dat was niet het eerste moment dat ik besefte dat er meer is.

Hoe ben je op het idee gekomen dit boek te schrijven?
Ik was bezig aan een brief naar mijn zoon, dat is het allereerste. Ik wilde hem de waarheid vertellen over mijzelf. Ik voelde het verlangen om ’s nachts te gaan schrijven. Er is toen een flow op gang gekomen. Ik besefte nog niet dat ik een boek aan het schrijven was, ik was nog steeds een brief aan het schrijven, maar op een gegeven moment waren het 50 kantjes en toen dacht ik: ja, maar dit kan een boek gaan worden. Waarna ik het geheel totaal anders ben gaan benaderen. Er is ook weinig over van de brief.

Wat vond je het moeilijkste aan het schrijven van het boek?
Ik heb heel lang gezocht naar de juiste stijl. Ik vond een aantal zaken heel erg belangrijk. Bijvoorbeeld dat het boek je zou pakken als lezer. Het moest de kwaliteiten van een bestseller hebben. Maar hoe doe je dat? Ik heb sommige zinnen en woorden wel honderd keer in de lucht gegooid. Het gaat over gevoel. Want laten we eerlijk zijn: je kan een zin op duizend manieren schrijven. Maar ik wil nou net die ene manier hebben. Alleen weet ik vooraf niet welke het is. En heel belangrijk, dat vond ik pas later en dat is leuk voor het schrijfproces; ik dacht altijd (naïef als ik ben), als ik dat boek ga schrijven dan begin ik bij bladzijde 1, hoofdstuk 1 en ik eindig bij pakweg bladzijde 300 onderaan. Dan ben ik klaar. Nou, zo werkt het helemaal niet. Tenminste in mijn geval. Het lijkt veel meer op, in mijn beleving, een beeldhouwwerk maken. Je begint met de ruwe vormen en daarna ga je veranderen, schuren en polijsten totdat het gaat glimmen, totdat het schittert. Honderden keren heb ik het verhaal aangepast, mooier gemaakt, totdat een flow ontstond; een cadans. Misschien heb je het gemerkt tijdens het lezen; op een gegeven moment loopt het verhaal alsof je in een trein zit, die cadans. Dan wil je doorlezen en schiet je in één keer door het boek heen. Het is volgens mij belangrijk voor het verhaal om bij het schrijven die onderliggende cadans te vinden, en aan te houden; om ervoor te zorgen dat de lezer doorleest.

Bij mij als lezer pakte het boek mij op het moment dat Paul erachter komt dat de tuinman Jean overleden blijkt te zijn.
(Shantah straalt)
Nu pak je een stuk uit 2005, dat heb ik allemaal verzonnen. Dat is puur met mijn onderliggende gedachte: het moet de kwaliteiten van een bestseller hebben. Als je sec naar de verhaallijn kijkt, zit er eigenlijk alles in; zoals het mysterieuze overlijden van Jean, waardoor je nieuwsgierig wordt. Er zit bijvoorbeeld ook een schat in. Veel lezers vragen mij wat de schat is. Ik heb ze verteld (…in het boek…) wat de schat is, maar dat kunnen ze blijkbaar niet zien. De schat is de manier waarop de mensen toentertijd dachten en leefden. Dat is de schat. Ik vond het leuk om dat te gebruiken. Kijk, het is wel zo, dat toen ik intuïtief schreef, ik wel over die manuscripten heb geschreven, maar daarna ben ik in de hier en nu tijdlijn het verhaal in elkaar gaan zetten.
Als mensen bijvoorbeeld zeggen: wat is dan autobiografisch in jouw boek? Nou, dat is heel eenvoudig, 2005 heb ik verzonnen en 1145 is autobiografisch.

Je hebt bewust gekozen voor “Fair-Trade” en geen ISBN. Waarom heb je dit gedaan en tegen welke drempels loop je aan, door je boek op deze wijze uit te brengen?
Stel, je bent werkloos en schrijft 3,5 jaar aan een roman. Het wordt geweldig. Je stuurt je manuscript op naar 15 grote, bekende uitgevers, en meerdere blijken geïnteresseerd. Maar die willen er wat voor hebben. Je hebt er jaren aan gewerkt, maar bij een uitgever moet je, als onbekende debutant, niet verwachten er iets aan te verdienen. De uitgever wordt ook eigenaar van het manuscript. Ik kon mijn oren niet geloven. Wie doet dat? Ik kan daar niet bij, echt niet. Maar het is de realiteit. Als voorbeeld: een grote uitgever geeft zo’n 25 tot 30 titels per jaar uit. Na 2 maanden promotie, echt, is de stekker eruit. Want dan zijn er alweer 10 nieuwere titels die aandacht vragen. Dan mag je zelf de promotie doen. Alleen verdien je nagenoeg niets. Ik ben inmiddels al 6 jaar en 3 maanden fulltime bezig met de promotie van mijn roman, en ik ga door. Een uitgever gaat dat nooit doen voor mijn boek. Dat een uitgever een veel groter bereik heeft, een veel groter netwerk: absoluut. Maar het zou je gebeuren dat je boek nét op het verkeerde moment uitkomt; stel dat je boek wordt overschaduwd door het succes van bijvoorbeeld 50 tinten grijs. Dan heb je pech gehad. En je hebt niks te zeggen, want de uitgever is de eigenaar.

Via tussenkomst van een literair agent kon ik uiteindelijk 15% krijgen. Ik moest het zien als een schitterend aanbod, want Mulisch ontving 16%, maar ik wilde een derde; dat vond ik fair. Ik kon slikken of stikken.
Fair-Trade is voor iedereen en hoe meer schrijvers meedoen, hoe bekender het wordt. Een boodschap voor schrijvers: mensen, wordt wakker.

Ik denk dat als jij, als schrijfster, zó overtuigd bent van de kwaliteit van je boek, dat jij je auto durft te verkopen, om dat geld erin te steken. Als je dat durft, zit je op de goede weg. Want het vraagt energie. Als jij die energie er niet in durft te stoppen, doe het dan maar niet. Tien jaar geleden werd 1 op de ongeveer 2000 manuscripten een boek. De overige 1999 belandden in de kachel, of in een oude schoenendoos, boven op zolder. Nu niet meer. Nu komt alles op de markt. Er zijn uitgevers voor alle soorten en maten. Er verschijnen momenteel ca. 14,000 nieuwe Nederlandse boektitels via de uitgevers/jaar.


Als je in zekere mate een bestaansrecht, inkomsten wilt hebben, dan moet ten eerste het product goed zijn; je moet erachter staan. Als goede uitgevers interesse hebben in je manuscript, dan is dat een bevestiging dat er commercieel potentie in zit; dat is heel belangrijk. Ik heb 3 grote uitgevers gehad die interesse hebben getoond in mijn boek. Daarna, als je besluit voor Fair-Trade, is het belangrijk om te beseffen dat het heel veel aandacht en tijd gaat vragen. Als het jouw verlangen is om als schrijfster 20 titels op je naam te zetten, dan zou ik zelf drie keer nadenken of ik dit pad zal volgen. Want het is niet mijn bedoeling. Als dat wel mijn verlangen was geweest had ik een ander pad moeten nemen. Ik denk dan ook niet dat Fair-Trade voor iedere schrijver is weggelegd.

Toch ben ik van menig dat binnen enkele jaren de absolute top-auteurs voor Fair-Trade gaan. Ik geloof in Fair-Trade, het heeft mijn hart en ziel, het heeft de toekomst: Het is direct, eerlijk, en mooier voor schrijvers, lezers én de betere boekwinkels.

Drempels, daar is geen sprake van; het zijn muren, en de weg lijkt een mijnenveld. Zo voelt het. Promotie van mijn roman blijkt erg lastig, want bibliotheken willen het boek niet omdat het geen ISBN heeft, op tv komt het niet, in boekhandels ligt het niet, in literaire cafés is het niet welkom, ook niet bij literaire avonden, en het ligt niet in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Kortom, alle basisvoorwaarden voor traditionele promotie/verkoop zijn er niet. Maar dat besefte ik niet. Ik had bij de uitgevers de keuze slikken of stikken. Dat moet je bij mij niet doen, dan loop ik weg. Dan doe ik het zelf wel en dat heb ik ook gedaan.



Uit de opbrengsten doneer je 80% aan bewustwording, het Vipassana project. Kun je daar iets meer over vertellen?
Tijdens het schrijven ben ik anders naar mijzelf, en naar de wereld gaan kijken. Er gaat inderdaad 80% van de opbrengst naar het Vipassana project. Ik wil er graag een stichting van maken. Om zodoende mijn steentje bij te dragen voor een betere toekomst, voor ieder mens. Bewustwording is volgens mij de sleutel naar een positief toekomstbeeld.

Onbewust zit er een bijzondere, prachtige boodschap in het verhaal, en des te meer mensen het boek ontdekken/bestellen/lezen/verspreiden, des te sneller gaat het vliegwiel draaien. Ik wil mensen kennis laten maken met het boek én met een andere denkwijze. Vertalingen, Duits, Frans, Spaans, het luisterboek, promotie, noem het maar op. Ik zou ook graag zien dat de Engelse vertaling binnenkort in paperback uitkomt. En mijn grote droom is dat het boek wordt verfilmt; dan zal de boodschap heel veel mensen kunnen bereiken.

Door mijn gebaar, om 80% te doneren, hoop ik anderen te inspireren mijn voorbeeld te volgen, waardoor de noodzakelijke financiën gerealiseerd worden.

Wat is het Vipassana project? Op de wijze waarop wij nu met elkaar, en deze wereld bezig zijn, gaat het helaas niet goed. Gedreven door financiële belangen plunderen wij de aarde, we maken haar kapot, en daarmee onze toekomst. Als voorbeeld: Over 57 jaar zijn de olievoorraden op.
Wij moeten ons beseffen dat dit, het nu, onze aarde, een kosmisch paradijs is.

Er is wereldwijd een verandering in ons denken nodig om ervoor te zorgen dat over 50 of 100 jaar deze aarde nog steeds leefbaar is. We moeten gaan investeren in werkelijke duurzaamheid. De wereldbevolking groeit exponentieel. Je hoeft geen Einstein te zijn om te kunnen begrijpen dat de situatie op Aarde zodoende momenteel iedere dag structureel verslechtert. Wij leven al zo’n 300,000 jaar op Aarde, en we danken ons bestaansrecht omdat wij kunnen denken. Het is hoog tijd dat wij evolueren en anders gaan denken over hoe wij met onze aarde om willen gaan.

We bestaan uit de bouwstenen van het universum. Voor hetzelfde geld waren we onderdeel van Jupiter geworden i.p.v. een mens op aarde. Het paradijs wat we zo graag willen, is nu, hier. Wijs mij een andere plek in het universum waar rupsen in vlinders veranderen? En zo kan ieder mens nog duizenden voorbeelden, bewijzen, geven. We moeten dat alleen leren te zien, accepteren.

Het Vipassana project heeft als doel om een pilot-leefgemeenschap te creëren, gericht op de verre toekomst. 100,000 mensen die in werkelijke vrijheid, overvloed, respect, vrede en liefde samenleven. Mensen die bevrijdt zijn uit de matrixen die nu ons denken en doen beïnvloeden/bepalen. Een samenleving zonder ecologische footprint, en waar financiële belangen uiteraard geen rol spelen.

Je verwijst op je site naar de katharen, bekende andersdenkenden uit dezelfde periode. Op je site staat dat je, voordat je begon met schrijven, weinig wist van hen en dat je tijdens het schrijven zeer sterk gevoel kreeg om niets over hen op te zoeken, maar om je gevoel te volgen… Hoe ben je op het idee gekomen om het verhaal in Frankrijk, in Occitanië, te laten afspelen, waar de katharen woonden? Waarom deze keuze?
Ik ben intuïtief begonnen met schrijven. Het eerste sterke gevoel dat ik kreeg, en opschreef, was: “ik ben hier niet geboren, ik ben geboren in een land dat niet meer bestaat...”, toen begon het te vloeien. Ik wist op dat moment nog helemaal niet wat, hoe, waar. Ik besefte wel dat het zuidelijk was. Ik zag beboste heuvels, een bergachtig landschap, met een stenen toren die een stukje boven de bomen uit stak. Na een aantal dagen besefte ik dat het in Zuid-Frankrijk was, vrij snel daarna besefte ik dat ik over de Katharen schreef. Ik had wel iets van 'wow', ik schrijf over de Katharen.
In 1145 speelde het CO2 probleem uiteraard nog niet, maar ik had het gevoel dat ik het onderwerp (volgens mij de oplossing) in het verhaal moest verwerken. Beroepsmatig heb ik me jarenlang beziggehouden met CO2, vandaar. Dat deel heb ik dan ook in de eerste tien bladzijden verwerkt, via het symposium, dat gehouden wordt in de gerenoveerde burcht. Over de katharen heb ik puur op gevoel geschreven en ik heb bewust niets opgezocht. Ik voelde heel duidelijk dat ik er niets over moest opzoeken.

Toen ik het boek las, waren de Katharen ook de eerste aan wie ik dacht. Ik ben geen deskundige op het gebied van de Katharen, maar van wat ik zelf over hen weet en wat ik in je boek heb gelezen, lijkt mij dat het goed overeenkomt. Wat is jouw mening daarover?
Dat lijkt mij ook, maar de verschillen blijken groot. Intuïtief heb ik over zaken geschreven die niet in contact worden gebracht met de katharen, zoals de verering van Mitras, de Romeinse god van het Licht. Dus ik was heel benieuwd. Ik heb met meerdere deskundigen op het gebied van Katharen contact opgenomen. Nadat de eerste druk verscheen, heb ik Bram Moerland gemaild. Hij is een deskundige op het gebied van Katharen. Hij was heel geïnteresseerd, Dat was vooraf, ik heb hem een exemplaar toegestuurd, maar nooit meer iets vernomen.

Ben je zelf in het gebied geweest? Op welke manier heb je onderzoek gedaan?
Ik ben inderdaad, tijdens het schrijven, zelf in het Katharen gebied in Frankrijk geweest. In die streek zijn er nog veel bewijzen van Zon-verering, Sol Invictus (onoverwinnelijke zon). Het zijn lichtvereringsplekken uit de tijd van de Katharen, maar worden niet gelinkt aan Mitras.
Wat is er gebeurd: Het Mitraïsme was een Romeinse godsdienst; Mitras was de god van het licht. Keizer Constantijn was een Mitraïst, maar Christen toen hij stierf. Het Mitraïsme was op dat moment een grote godsdienst en tijdens zijn bewind hebben ze het Mitraïsme, tijdens de concilies, zoals het concilie van Nicea, samengevoegd met het Christendom. Als dank is Constantinopel gebouwd en heeft Constantijn “de Grote” achter zijn naam gekregen.

Wat ik heel fascinerend vind van “mijn” Katharen is, dat ze in Mitras geloofden. Dat is helemaal niet zo’n vreemde voorstelling. Mitras werd vereerd op 25 december. Ik wist niet dat Mitras 25 december werd vereerd, dat heb ik intuïtief geschreven en dat bleek achteraf ook zo te zijn. 25 December werd Mitras vereerd! En 25 december wordt de geboorte van Christus gevierd. Zo zijn die twee aan elkaar geplakt.

De dingen die Paul meemaakt als jongen. Zijn dat zaken die uit je eigen leven zijn voorgekomen?
Die zaken heb ik inderdaad meegemaakt, maar ik heb het wel een beetje aangepast. Make-up van mijn moeder, seksblaadjes van mijn vader, allemaal gebeurd. Met de spiegel vanaf het balkon fietsers verblinden, gebeurd. Maar die buurman niet natuurlijk hahaha. Dat is erin gekomen om het verhaal pakkender te maken. Stel dat ik dat weggelaten zou hebben, dan is het dramatische effect weg.
Het stukje in de kerk met Eleanora is ook niet echt gebeurd, die situatie was om de parallel met het Mitraïsme en het Christendom aan te duiden. Dat wilde ik erin. Ik moest dus op een of andere manier in het verhaal in de kerk komen.

In hoeverre heeft het boek je geholpen jezelf te accepteren als transgender?
(Een transgender wil geen geslacht veranderende operatie. Voor de rest volledige identificatie met het andere geslacht).

Het boek heeft gigantisch veel losgemaakt. Bij mij zijn er veel kwartjes gevallen gedurende het schrijven. Intuïtief was de naam Chantal al in beeld gekomen, terwijl ik totaal geen associatie had met die naam, die naam was voor mij maagdelijk. Het boek is voor mij een grote stap geweest tot acceptatie van mezelf. De antwoorden die ik zocht, heb ik gevonden. Wat ik mijn zoon wilde vertellen, heb ik gedaan. Nadat ik klaar was voelde het dan ook goed dat het boek onder mijn vrouwelijke naam zou verschijnen.

In hoeverre heeft het je familie en/of gezin geholpen jou te accepteren als transgender?
Tot mijn spijt heeft niemand van de groep de moeite genomen het boek te lezen. Na 6 jaar heb ik zelfs nog geen mailtje van ze gehad naar aanleiding van het boek. Onbegrijpelijk, maar never mind.

Indien er een volgend boek zou komen, breng je het dan weer uit onder de naam Shantah?
Ja, zeer zeker. Bij de eerste druk had ik nog mijn naam Peter Holleman erbij vermeld, maar intussen ben ik gegroeid en geef ik mijn nieuwe drukken uit onder de naam Shantah. Dat is mijn persoonlijke ontwikkeling. Bij eerdere drukken voelde het niet goed om Shantah neer te zetten. Vorig jaar mei ben ik, na een jarenlang voortraject, eindelijk begonnen met mijn transitie, en nu voelt het goed. Het zou nu niet meer goed voelen als er zou staan Peter Holleman.

Als ik denk over een eventueel vervolg, dan heb ik wel het gevoel dat ik eerst moet neerkijken op dit boek. Dan kan ik pas het vervolg schrijven. Ik moet een punt kunnen zetten achter dit boek, kunnen denken: hoe heb ik dit kunnen schrijven; dan ben ik er aan toe om een nieuw boek te schrijven, dat op z’n minst even goed, of beter gaat worden. Zolang ik nog de trots voel met wat ik nu heb bereikt, moet ik nog niet beginnen aan een nieuw boek. Dan krijg je waarschijnlijk een slap aftreksel van. Zoals zo vaak. Schrijvers hebben een prachtig debuut geschreven en komen dan in een mechanisme
terecht van regels bij uitgevers en worden als ware gedwongen een vervolg te schrijven waar ze nog niet aan toe zijn. Als voorbeeld: De Celestijnse Belofte. Een heel bijzonder verhaal. Daarna verschenen de elfde en de twaalfde etc. die geen succes zijn geworden.


Je boek is al een tijdje uit. De laatste tijd is het erg in trek bij leesclubs. Hoe komt dat denk je?
Ongeveer 2 jaar geleden heb ik een Facebook pagina gemaakt. En de laatste tijd richt ik mijzelf op Facebook. Vandaar.

De eerste jaren ben ik bezig geweest de traditionele wegen te zoeken; het boek is bejubeld in De Telegraaf, het AD, door de onafhankelijke publieksjury van de Gouden Meeuw Literatuurprijs, door Stichting EarthWatcher. Afgelopen jaar was de Engelse vertaling van het boek “De roman van de dag” op de Amerikaanse “The Author Show”. Het Engelstalige e-boek stond vervolgens wekenlang op de 1ste plaats in de categorie “New Thinking” in de Kobo charts. Het Nederlandse e-boek staat inmiddels ook regelmatig op de 1ste plaats in de categorie “Nieuw denken”. Volgens het juryrapport v.d. Gouden Meeuw Literatuurprijs kan het boek zich zelfs meten met de wereldwijde bestseller de "Celestijnse Belofte".
Maar als je het resultaat van 4 tot 5 jaar hard werken afzet tegen een paar interviews in de krant, staat dat niet in verhouding… Maar het werkt cumulatief. Dit interview komt ook op internet en zal zich verspreiden en van lieverlee groeit de bekendheid en overtuigingskracht.


Stel dat morgen mij wat zou gebeuren en ik word niet wakker, vind ik het prima. Ik heb me flink uitgesloofd, ik heb alles gedaan wat ik wilde, ik vind het mooi geweest. Stel dat ik er morgen niet meer ben, dat betekent niet dat mijn boek ten einde is. Integendeel, het zou misschien daardoor juist een succes kunnen worden.

Wat gebeurt er met je project als dit zou gebeuren?
Op dit moment gaan de rechten naar mijn zoon. Ik weet niet waar hij woont, ik weet alleen dat ik overal duidelijk heb aangegeven dat 80% van de opbrengst wordt gestoken in het Vipassana project en ik vind het prima dat mijn zoon van de 20% leeft. Daar heb ik geen moeite mee.

Toen mijn zoon 12 was en we op vakantie waren in de Ardennen, onze laatste vakantie, hadden we een goed gesprek. Hij vertelde mij toen dat hij het gevoel had dat hij iets af moest gaan maken dat ik begin. Toen wist ik nog niet wat het betekende, nu wel.
Ik heb nu echter geen contact meer met mijn zoon en hij heeft dus ook nooit het boek gelezen. Mijn zoon is nu 26. Ik heb ook geen alternatief; er is op dat niveau niemand die ik voldoende vertrouw om de rechten van mijn boek in handen te krijgen.

Welke boeken staan er in je eigen boekenkast en wat lees je eigenlijk zelf graag?
Zoals je misschien hebt gezien, er staat geen enkel boek in de kamer. Ik ben een hele kritische lezer. Eén boek dat heel veel voor mij heeft betekend is de roman Narziss en Goldmund van Hermann Hesse. Ik was een jaar of 17/18, ziek en een vriend bracht het boek als een cadeautje. Ik las de Jerry Cotton's van mijn vader (Jerry Cotton is een boekenreeks over een FBI-agent, die zich voornamelijk in New York afspeelt) en mijn moeder las kasteelromans en doktersromans. Ik heb daarvan zo ongeveer alles gelezen; vele dozen vol. Niet echt een literaire achtergrond. Ik kreeg toen het boek van Hermann Hesse en het greep me echt. Dat is ook wat ik wilde dat mijn boek zou bereiken bij lezers, dat gevoel dat ik met Narziss en Goldmund had. Daarna heb ik uitsluitend literatuur gelezen. Nu, achteraf gezien, zijn het periodes geweest. Bijvoorbeeld in een vlaag las ik alle Ludlums. Ook heb ik altijd de internationale literaire prijswinnaars gelezen. Uiteraard heb ik ook veel Nederlandse auteurs gelezen. Wat de Nederlandse literatuur betreft vind ik De Ontdekking van de Hemel, van Mulish, het beste boek.

Op de flaptekst van je boek staat dat je transgender bent. Waarom heb je dat erop gezet?
Openheid, eerlijkheid over mezelf, en ik vind dat ik het moest vermelden, want op transgenderisme rust anno 2015 helaas nog een groot maatschappelijk stigma. Voordat ik begon, besefte ik dat ik transgender ben, maar tijdens het schrijven werd het “waarom” duidelijk. Wat had ik anders moeten doen? Stel je voor dat ik in mijn mannelijke rol zou blijven… Peter Holleman schrijft dit boek. Dat is afstandelijk, een man heeft dit gefantaseerd. Het verhaal staat veel dichter bij me: Ik ben het. De eerste drukken bracht ik uit onder zowel Peter Holleman en Chantal Alaïs, een compromis. Dat voelde toen goed. Vanaf nu, de 4de druk, is het Shantah.

Wat heb je met het spirituele?
Ik heb mezelf nooit als spiritueel gezien. Ik heb ook niets met kristallen doodskoppen, tarotkaarten en noem maar op al die dingen. Maar op een ander niveau ben ik spiritueel. Ik besef dat ik zowel de mannelijke als vrouwelijke componenten in mij heb en ik ben van mening dat ieder mens transgender is, op een niveau. De splitsing zit in het aardse. Volgens sommige theorieën is het zo dat de reïncarnatie in het nu, wat ik nu eigenlijk aan het doen ben, de voltooiing is van de spirituele cirkel. Zo voelt het voor mij ook. Ik ben klaar.
Dat er meer is dan dit lichaam, dat staat voor mij buiten kijf. Ik ben me bewust geworden van mijn vorige leven, dat is heel belangrijk, waardoor je spiritueel inzicht krijgt.

Als de wereld doorgaat zoals het nu gaat, dan wil ik hier helaas niet meer terugkomen. Het lijkt mij een vreselijk toekomstig leven. Uiteraard is de vraag; in hoeverre ben je vrij om dit zelf te sturen? In hoeverre kan je zelf bepalen of je terug komt.
Wij zijn energie en wat ik denk, hoe het werkt hé, is dat: stel jij overlijdt en je hebt verlangen om te leven, dat je dan terug komt. Hoe groter het verlangen, des te sneller zal je reïncarneren. Maar ik geloof niet dat je zelf je ouders of locatie kan bepalen. Dat is mijn gevoel.
In hoeverre ben ik op dit moment hier in dit leven aanwezig? Dat vraag ik me vaak af. Dikwijls zeggen mensen dat ik in mijn eigen wereld leef, en dat klopt. Voor mijn gevoel ben ik voor 60% hier aanwezig, uit pure noodzaak. Voor de rest ben ik aanwezig in mijn wereld; de wereld van 1145. Zo voelt het voor mij.


Er bestaat de mogelijk om Shantah persoonlijk te ontmoeten op zondag 1 maart café Lijn 10, Marnixstraat 325, Amsterdam. Café Lijn10 is momenteel het enige verkooppunt van De Nacht dat de Sterren Dansten in the real world. Vanaf ca. 16:00 tot 20:30 zal Shantah aanwezig zijn.

Verder staat er een radio-interview gepland op maandag 16 maart vanaf 15:00-15:30 op Amsterdam FM. Bert van Galen zal haar interviewen.
denachtdatdesterrendansten@gmail.com.

Geen opmerkingen: