woensdag 4 maart 2015

Fragment uit het boek.........'Varkensbloed in chocolade' van Ronald van den Broek

Ronald vertelt; 
"Net voordat ik mijn laatste geld van die maand naar het zoveelste studentenfeest wil gaan brengen,
gaat mijn telefoon. Mijn zus: ‘Ik ben net gebeld door de politie. De buren van Hugo hoorden zijn hondje blaffen, maar hem hebben ze al een tijdje niet gezien. Toen hij niet opendeed hebben ze zijn 
deur opengebroken en zijn naar binnengegaan. Hij lag bewusteloos op de grond naast zijn bed. Het lijkt erop dat hij door die lelijke glazen tafel is gevallen en geen hulp meer heeft 
kunnen roepen.’

De eerste egocentrische gedachte die door me heen gaat is: Lekker dan. Jij valt met je bezopen kop door de tafel en nu kan ik die fantastische avond op mijn buik schrijven. Zo ongevoelig word je, om jezelf te beschermen. Af te schermen, omdat de fles niet alleen de alcoholist kapot maakt, maar ook zijn omgeving. 
Mijn broer, zestien jaar ouder dan ik, dronk al jaren veel te veel. Het begon zoals bij veel mensen: eerst alleen in het weekend en op feestjes, maar later ook doordeweeks; gewoon omdat het kon. De eerste ruzies over de fles slopen zijn leven binnen. Hij zag zich steeds vaker voor de keuze gesteld: ik of de fles! Hugo’s Sophies choice. Maar die rotfles geeft zich niet zo snel gewonnen, want de alcohol verzacht ook nog eens de pijn en maakt het leven dragelijker. Toen zijn vrouw hem niet veel later verliet, was daar weer dé fles, die nu deelde in zijn jammerlijk intens verdriet en zich opwierp als zijn ware – en niet veel later enige – vriend.

Sommigen drinken zich dood en anderen rijden tegen een boom, maar Hugo viel door een tafel, ook nog eens een afzichtelijk goedkoop ding. Door de alcohol en het tijden achtereen belabberd eten – die vaak samengaan als de duivel en zijn handlanger – ontwikkelde zich bij hem het syndroom van Korsakov. Dit is een hersenbeschadiging waarbij het korte termijngeheugen onherstelbaar is beschadigd en er nooit meer nieuwe herinneringen kunnen worden aangemaakt. Een week na de val ontwaakte hij uit zijn coma. De rest van zijn leven zou hij 24-uurszorg nodig hebben en zo belandde hij op jonge leeftijd tussen de demente hoogbejaarden in een verpleeghuis. Iets wat hij zich op ieder moment van de dag realiseerde, want dat stukje van zijn hersenen was – ik wil bijna zeggen: in dit geval helaas – niet beschadigd.

Het brak mijn hart. 

Afgelopen herfst brak Hugo’s hart. Letterlijk. Een langere lijdensweg is hem gespaard gebleven.
Inmiddels weet ik wat er op die avond in zijn appartement is gebeurd. Hij is door de tafel gevallen, vermoord. Omgebracht door de fles...

In Varkensbloed in chocolade is een belangrijke rol weggelegd voor Henk Jan, een alcoholist die net als mijn broer op een dag door een glazen tafel valt. Een uitdagende vraag waar Denise in het boek mee worstelt is: was het een ongeval of is hij door de tafel geduwd en voor dood achtergelaten? Deze vraag kon voor mijn broer niet beantwoord worden. Maar wat is het fijn als je kan schrijven en je op die manier op de onbeantwoorde vragen in je leven toch een antwoord weet te vinden."



Fragment uit 'Varkensbloed in chocolade';

Ze liep terug naar de kamer van Henk Jan, die nog steeds met een brede glimlach naar zijn voeteneinde lag te turen. ‘Zit Eucalypta nog steeds op je bed?’
Henk Jan keek haar verbaasd aan. ‘Hé Denise, wat leuk dat je er bent. Wanneer heb ik je 
voor het laatst gezien? Dat moet maanden geleden zijn. En wie is Eucalypta?’Ze was geschokt dat hij haar bezoek van vijf minuten geleden al weer kwijt was. 
Korsakov was nog gruwelijker dan ze in eerste instantie had gedacht en ze begon te vermoeden dat haar missie om meer te weten te komen over het voorval in Zandvoort drastisch was mislukt. ‘Het is inderdaad al weer even geleden dat we elkaar hebben gezien.’ Met de nadruk op “even”.
‘Ben je op straat veel Duitsers tegengekomen?’
Hij denkt dat we in Zandvoort zijn, de badplaats die ‘s zomers wordt overspoeld door de 
oosterburen.Misschien dacht Henk Jan dat hij terug was in het appartement van zijn rampzalige val?
‘Ja, er waren heel veel Duitsers op straat,’ zei ze met een sprankje hoop in haar stem.
‘De rotzakken, ze lieten je toch wel met rust?’
Voor zover Denise wist, hadden de meeste Nederlanders veel sympathie voor Duitsers, maar Henk Jan blijkbaar niet. 
‘Ze negeerden me volkomen,’ antwoordde ze. Als ze het slim aanpakte kon ze er hopelijk voor zorgen dat het juiste stukje informatie bij hem naar boven kwam. Ongeduldig keek ze op haar horloge. Het haar gegunde kwartiertje was inmiddels verstreken en ze verwachtte dat ze ieder moment door de zo punctueel ingestelde verpleegkundige kon worden gewezen op de schending van haar vertrouwen en terstond uit de kamer zou worden gezet. 
‘Henk Jan, we zijn in Zandvoort in het appartement van je schoonouders. Weet je nog wat er is gebeurd voordat je door het glazen tafelblad van de salontafel bent gevallen?’ Ze koos haar woorden heel zorgvuldig, bang om zijn heldere moment te verstoren. Hij staarde weer naar het voeteinde van zijn bed. ‘Weet je wie daar zit?’
‘Ja, dat weet ik, dat is Eucalypta,’ zei ze ongedurig. Op deze manier komen we natuurlijk nergens. ‘Laat haar maar even lekker zitten. Kijk me aan Henk Jan. Denk even heel goed na wat er in Zandvoort is gebeurd.’
Hij groef zichtbaar in zijn geheugen, maar zei niets.


Een van de weinige foto’s samen met mijn broer, tien jaar voordat hij door de glazen tafel viel. >


















Meer weten over dit boek en Ronald? 
https://www.facebook.com/ronald.vandenbroek.1?fref=ts
http://www.ronaldvandenbroek.com/

Geen opmerkingen: