zaterdag 21 maart 2015

In gesprek met......Elmer den Braber


Elmer schreef zijn debuut ´Mijn vader was een NSB'er' en zette hiermee een overweldigend en indrukwekkend verhaal neer. Dat kwam ook naar voren uit de vele recensies en ook uit de groepsrecensie bij DPB. Wat bleek, Elmer woont zowat om de hoek van buurtjes Bianca en Patrice en dus werd er thee gezet. Een gezellige middag, veel gekletst maar geen interview. Dat werd later nog even dunnetjes over gedaan. Hier het resultaat van ons gesprek.

Wie is Elmer?
Ik ben 33 jaar oud en woon in het Brabantse Budel samen met mijn vrouw en 2 zoontjes. Ik ben geboren en getogen in Eindhoven en heb ook nog enkele jaren in België gewoond. Ik hou van taal, geschiedenis en bijzondere verhalen. Ik werk in het dagelijks leven als zelfstandig sociaal media adviseur en ik schrijf.

Vanwaar de fascinatie voor WOII?
Wat er zich in de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld tart iedere beschrijving. Als je iemand zou kunnen spreken die voor die periode is overleden en je vertelt wat er daarna allemaal is gebeurd, dan zou diegene je voor gek verklaren. Nooit meer zoiets na de Eerste Wereldoorlog. Mijn moeder keek veel films over de Tweede Wereldoorlog en op een gegeven moment keek ik altijd mee. Al zo lang als ik het me kan herinneren lees ik boeken en kijk ik documentaires over de Tweede Wereldoorlog. En juist omdat ik de oorlog niet heb meegemaakt (gelukkig maar!), wil ik graag weten in welke tijd mijn oma’s en opa’s leefden.

Historici Ad van Liempt en Maarten van Rossem zijn zeer te spreken over je boek. Heb je al meer ‘kopstukken’ die je boek hebben gelezen en daar een professionele mening over hebben?
Als je met kopstukken historici bedoelt, dan zijn Van Liempt en Van Rossem de bekendste. Hoewel mijn boek een roman is, is het een hele mooie bonus dat ook geschiedkundigen onder de indruk zijn van het verhaal, dat vind ik echt speciaal. Het boek bevat naast het romangedeelte ook originele foto’s en vier waargebeurde verhalen van (klein) kinderen van NSB’ers en SS’ers. Eén van die verhalen is van over Emile Ratelband. Hij was zeer enthousiast over mijn boek en wilde graag zijn verhaal laten optekenen. Ik vond zijn verhaal erg aangrijpend en het geeft de lezer heel wat achtergrondinformatie over Emile’s jeugd. Mij heeft het in elk geval beter doen begrijpen waarom hij zo recalcitrant over komt in de media. Wat voor mij ook heel veel betekende is dat Annemieke Kamoschinski, een vrijwilligster van Nationaal Monument Kamp Vught, geraakt werd door het boek. Via via kwam ik bij haar terecht als proeflezer. Zij geeft onder andere rondleidingen op het voormalige SS-concentratiekamp en kent dus die donkere bladzijdes van de geschiedenis maar al te goed. Dat zij mijn boek aanbeveelt vind ik erg bijzonder.



Van Rossem heeft het voorwoord geschreven in je boek. Waarom hij?
Je kunt Nederland opsplitsen in twee groepen. Uitgesproken fans van Maarten van Rossem en de mensen die hem maar een mopperaar vinden. Zelf ben ik absoluut fan van Rossem. Hij analyseert de ontwikkelingen in de wereld messcherp en kan bogen op een ongelooflijke hoeveelheid historische kennis. En de manier waarop hij zijn gedachten formuleert is verbluffend. Bovendien kan hij relativeren als geen ander wat vaak leidt tot zeer geestige, maar ook tot nadenken stemmende uitspraken. Voor mij was er geen enkele twijfel: ik wilde graag Van Rossem bij mijn boek betrekken. Ik ben hem dan ook heel dankbaar dat hij zo enthousiast heeft meegewerkt. En nog iets, welke roman ken jij met een voorwoord? Google er maar eens op. Ik ben eigenwijs en wilde graag iets doen wat anders dan anders is. Het is boek is een opzichzelfstaande roman, maar uiteindelijk nog véél meer dan dat. Er zijn vier gedeeltes: Van Rossems voorwoord voor de historische duiding, de roman natuurlijk, originele foto’s uit die tijd en een reeks waargebeurde, hartverscheurende persoonlijke memoires. Het boek vertelt zo op een unieke manier een compleet verhaal over de andere kant in de oorlog en de periode erna.

Je boek betreft een hele gevoelige snaar in onze geschiedenis. Wat heeft je ertoe gezet om nu juist hierover te gaan schrijven?
Op het moment zelf was het een gevoel dat ik niet kon tegenhouden, ik moest dit verhaal opschrijven. Als ik terugkijk dan denk ik dat er een aantal redenen zijn.
1. Taboes fascineren me. Waarom is het nog steeds zo’n gevoelig thema? Wat heeft er zich precies afgespeeld? Dat laat me niet los en wil ik dan tot op de bodem uitzoeken.
2. Zie vraag 2
3. Toen ik ermee begon was er nog geen roman over het onderwerp en er hadden zich ook nog geen buitenstaanders aan het onderwerp gewaagd.
4. Uiteindelijk zijn al die verhalen terug te voeren op één keuze: wel of niet bij de NSB gaan. Bijna een soort Butterfly Effect, met uiteindelijk een verwoestende orkaan als gevolg die ontzettend veel mensen heeft getroffen.
5. Ik las in 2009 de prachtige maar ontroerende roman ‘Haar naam was Sarah’, van Tatiana de Rosnay. Toen ik de laatste bladzijde van het boek omsloeg dacht ik meteen: ik wil ook ooit een soortgelijk boek schrijven dat zich in de oorlog afspeelt. Als ik het maar wil, dan lukt me dat op een dag.


De titel is ook behoorlijk confronterend. Hij is allesomvattend. Bewuste keuze?

Ja, absoluut. Veel romans hebben een korte titel, die ruimte laat voor verbeelding. Over zo’n titel heb ik ook nagedacht, maar vrijwel meteen wist ik dat ‘Mijn vader was een NSB’er’ de titel moest zijn. Deze titel komt meteen met de deur in huis vallen en laat je op die manier nadenken. Wellicht dat het sommigen afstoot, maar uiteindelijk heeft dit boek nog zoveel meer in zich dan alleen een verhaal van een NSB-dochter. Ik heb in het verhaal heel veel lagen aangebracht, en nog niet alle lagen zijn ontdekt. (uitdaging voor lezers!) Maar hoe dan ook: Don’t judge a book by it’s cover geldt ook zeker in dit geval weer.

Reageren nabestaanden inhoudelijk op je boek?
De nabestaanden die ik heb gesproken zijn erg positief, ze vinden het goed dat er aandacht is voor wat zij hebben meegemaakt. Ik heb uitgebreide brieven gehad, e-mails, privé-berichten op facebook en twitter. Als ik ergens een lezing geef, dan komen ze, ook al hebben ze me al eens eerder horen spreken. Daar ben ik natuurlijk erg blij om, maar aan de andere kant verbaast dat me ook, omdat het verhaal zelf enorm heftig is voor (klein)kinderen van foute Nederlanders. Er zit een aantal plotwendingen in het verhaal die je niet aan ziet komen.

Wat doet dat met je?
Ik heb het boek ook zeker voor hen geschreven, dus dat doet goed!

Hoe ben je aan het verhaal van Elsa gekomen?
Het verhaal gaat over Elsa Aaldering zij wil de stilte doorbreken en vertellen wat er echt gebeurd is in de oorlog. Wat was haar vaders rol en welke geheimen houden Elsa nog dagelijks in hun greep? Hoe zal haar familie reageren?
Ik heb ontzettend veel boeken gelezen over het onderwerp, video’s bekeken, radiofragmenten teruggeluisterd, personen geïnterviewd, oude tijdschriften en kranten uit de oorlog bestudeerd, archieven nageplozen en nog veel en veel meer. Je wilt niet weten hoeveel tijd ik daar in heb gestoken. Als je al die uren bij elkaar optelt is het eigenlijk bezopen wat ik heb gedaan. Ik wilde weliswaar een roman schrijven, maar wel een die historisch gezien klopt. En het probleem met de Tweede Wereldoorlog is: de meesten zitten goed tot zeer goed in de kennis over die geschiedenis.
Alle feiten en tijdlijnen moeten tot in detail kloppen. Al die informatie heb ik op me laten inwerken en beetje bij beetje is zo het verhaal van Elsa, haar vader en haar vriendin Anna ontstaan. Overigens heb ik de namen Elsa en Anna gekozen lang voordat we ook maar iets hadden gehoord van Disney’s Frozen. Er ligt een claim bij Disney op de mat, dat zul je begrijpen.

‘Ken’ je een Elsa?
Elsa is een romanpersonage. Elsa is een samenstelling is van alle verhalen van NSB-kinderen die ik heb opgedaan – daarmee doel ik niet zozeer op de feiten, maar vooral op het gevoel dat het zijn van een NSB-kind met zich meebrengt. De schaamte, het schuldgevoel, je anders voelen en het zwijgen. In feite zijn er heel veel Elsa’s, van wie ik er ook enkele persoonlijk ken. Ik heb zo goed mogelijk geprobeerd om die emoties te vangen in Elsa en haar familie. Als mij dat goed gelukt is, dan is mijn doel geslaagd. De laatste tijd heb ik best wel wat reacties gekregen in de geest van: “Hoe Elsa zich heeft gevoeld en hoe de dialogen lopen in het gezin en haar familie, dat is precies zoals ik het heb gevoeld en ervaren” dan maakt mij dat als schrijver erg blij. “Juist door wat er niet wordt gezegd, weet je als lezer hoe zwaar en heftig het was.” En als je al zo lang met dit verhaal bezig bent, dan is het inderdaad alsof ik Elsa ken. Bovendien Twittert ‘zij’ ook al vier jaar.

Stuit je ook op tegenstand?
Ik zie weleens berichten op Facebook van mensen zoals “Ik heb nog wel een suggestie voor een andere titel ‘Mijn opa is gefusilleerd door de Duitsers’, lijkt me een veel beter boek.” of “Heeft die man mijn vader verraden?” Ook merk ik aan sommige reacties van mensen die mijn boek wel hebben gelezen dat er in hun familie iets ergs is gebeurd tijdens de oorlog. Misschien is er een familielid vermoord door de bezetter of mishandeld door een NSB’er. Ik besef heel goed dat het voor die personen erg gevoelig kan liggen als een boek verschijnt met zo’n titel. Ik kan alleen maar zeggen dat ik het erg dapper vindt als ook zij het boek lezen, want het is een enorme confrontatie die ze aangaan. Moed is ook een van de belangrijkste thema’s in het verhaal en wat dat betreft sluit het mooi op elkaar aan. Bovendien is het verhaal ook anders dan je alleen op basis van de titel zou verwachten.

Er heerst nu nog steeds behoorlijk wat taboe op dit soort familiegeheimen. Voelt het ook zo? Dat je een geheim ontmaskert?

Het klinkt misschien gek, maar die vraag kan ik nu nog niet beantwoorden. Er zijn namelijk stiekem toch al best wel wat boeken verschenen over het thema. De meeste zijn autobiografisch en in beperkte kring gelezen. Ik krijg heel veel reacties van mensen die het erg interessant vonden ook eens een boek over de andere kant van de oorlog te lezen, terwijl er al best wat boeken over bestaan, maar daar hebben ze dus blijkbaar nog niet eerder over gehoord. Ik denk dat Nederland nog niet klaar was om over dit onderwerp te lezen. De oorlog heeft echt een enorme wond achtergelaten, die nog altijd niet is geheeld. In mei is het 70 jaar na de bevrijding. Ik hoop dat de tijd om dit onderwerp in een breder publiek te bespreken, nu gekomen is.


Op 20 november heb je je boek onofficieel gepresenteerd?
Dat was op een bijzondere locatie bij bijzondere mensen. (Het was een grote eer om gisteren in het Nationaal Archief in Den Haag aan Stichting Werkgroep Herkenning (SWH) mijn boek te presenteren)
Presenteren doe ik regelmatig, vind ik leuk om te doen en geeft een gezonde spanning. Voor deze presentatie was ik echter veel zenuwachtiger dan normaal. Ik denk omdat ik er al een paar jaar naar uitkeek.

SWH is een vrijwilligersorganisatie voor 'kinderen van foute ouders', kun je daar iets over vertellen? Gaat dat bv alleen over WO2?
De stichting is in 1981 opgericht, toevallig mijn geboortejaar. In eerste instantie om kinderen van NSB’ers, Duitsgezinden en Duitse militairen bij te staan. Lotgenoten die eindelijk met anderen over hun ervaringen kunnen praten en herkenning vinden, zonder dat het gefronste wenkbrauwen oplevert.




Onze generatie ziet oorlog ‘op afstand’, door verhalen van bv SWH komt het wel heel dichtbij denk ik?
Ja, absoluut. Bij SWH hoor je uit eerste hand wat mensen allemaal te verduren hebben gekregen. Kinderen die totaal niet wisten wat er aan de hand was, maar wel gemeden werden als de pest. Het heeft levens voorgoed getekend. En dan om te bedenken dat degenen die aangesloten zijn bij SWH de mensen zijn die er nog redelijk over kunnen en willen praten. Er zijn nog zoveel mensen die in stilte lijden, dat zijn er misschien wel meer dan honderdduizend.

Het verhaal van Elsa speelt zich voornamelijk af in Weesp. Ben je daar geweest om een sfeer te proeven, onderzoek te doen?
Ik was er nog nooit geweest, maar inmiddels nu een paar keer. Gewoon door de straten en steegjes lopen. Op een bankje langs een van de grachten zitten en me voorstellen hoe het leven tijdens de bezetting moet zijn geweest. Een kijkje nemen bij de synagoge. Het is wel een aparte maar bijzondere ervaring. Het is dan net of je door de filmset van je eigen boek loopt. Weesp is echt een prachtig stadje. Ik noem het altijd Nederland in het klein. Stel in je gedachten Nederland voor als stadje en dan zie je Weesp. Ga eens een middagje naar Weesp, dan weet je wat ik bedoel.

Wat ga je verder met dit boek doen? Wat is je planning? Lezingen op scholen?
Ik heb al een paar lezingen in mijn agenda staan bij boekhandels o.a. Broese in Utrecht, Dominicanen in Maastricht en bibliotheken. Graag zou ik er ook nog scholen en oorlogsmusea aan toevoegen. Hoe meer mensen over dit onderwerp te weten komen, hoe beter. Dit jaar is het 70 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dat het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. Er zal dus veel aandacht zijn voor alles wat met de oorlog te maken heeft. ‘Mijn vader was een NSB’er’ ga je dus nog regelmatig tegenkomen.

Hoe actueel denk je dat dit onderwerp is en of blijft? De desbetreffende generatie is grotendeels al overleden of eind 70. Straks is er niemand meer uit die tijd nog in leven. Hoe kijk je daar tegen aan?
Het foute verleden van Nederland blijft in ieder geval tot en met 2025 actueel, want dan worden alle archieven van de Bijzondere Rechtspleging (zo heet de periode toen alle NSB’ers berecht werden) openbaar. Historici kijken daar nu al reikhalzend naar uit. Ik weet zeker dat er nog feiten aan het lichten zullen komen die heel schokkend zijn. Als je het mij vraagt is er veel in de doofpot gestopt door de Nederlandse regering, ik kan het alleen nog niet 100% hard maken.

Wat hoop je met dit boek te bereiken?
Uiteraard hoop ik dat het boek door een breed publiek wordt gelezen en dat het verhaal mensen raakt en in ieder geval aan het denken zet. Daarnaast hoop ik dat in nog meer families waar de NSB een rol heeft gespeeld het taboe wordt doorbroken. Ik denk dat het nog over tienduizenden, zo niet
honderdduizenden mensen gaat. Er zijn in ieder geval meer dan een miljoen Nederlanders van wie de opa of oma fout was.

Je hebt in eerste instantie je boek via het plan van TenPages aan de man gebracht. Kun je daar iets meer over vertellen?
Toen ik voor mezelf had besloten om het boek te gaan schrijven, kwam de realiteit: hoe moet ik dat voor elkaar krijgen? Hoe vind ik een uitgever? Per toeval las ik in de Elsevier een artikel over TenPages. Het concept: zet minimaal 10 pagina’s van je manuscript op hun website. Binnen 4 maanden moeten er dan 2000 aandelen worden verkocht à €5 per stuk aan minimaal 100 aandeelhouders. Als dat lukt zou je worden uitgegeven door een gerenommeerde uitgeverij. Absoluut een enorme uitdaging, maar één die ik besloot aan te gaan. Wat er toen gebeurde was geweldig! Binnen zes weken waren alle aandelen verkocht, dankzij heel veel mensen doe me steunden. Toen begon de periode van het voltooien van het manuscript. Dat was een hele ervaring. Soms vloeit de inkt als vanzelf over het papier tot prachtige zinnen, maar vaak genoeg stokt de motor. En ook op die momenten moet je ervoor zorgen dat je toch weer verder op reis gaat met je verhaal. Ik zeg sindsdien altijd: als je jezelf wilt leren kennen: schrijf een roman. Schrijven is heel eenzaam. En als je iemand tegenkomt, dan ben je het nog zelf ook. Moet je maar net zin in hebben. Uiteindelijk had ik mijn manuscript af, maar de beloofde gerenommeerde uitgever kwam niet. Dat was erg balen. Gelukkig kwam onverwachts toch nog de huidige uitgever, maar die wil anoniem blijven. Niet de schrijver, maar de uitgever werkt onder pseudoniem! Niet veel later ging TenPages failliet. Alle aandeelhouders waren hun geld kwijt net als de uitgevers. Ik had er zelf ook al veel spaarcenten in zitten. De hele publicatie van ‘Mijn vader was een NSB’er’stond op losse schroeven. Toen was ik wel even bang dat alles voor niets was geweest. Het hele marketingplan dat we hadden is van tafel geveegd en we zijn opnieuw begonnen. Enkele langgekoesterde wensen moest ik laten varen, er moest geld bij en het zou langer duren. Gelukkig hebben ook enkele personen me belangeloos geholpen. Zo dicht bij de finish en dan stranden? Nee dat zou mij niet gebeuren.

Waar gaat je volgende boek over?
Dat is de vraag die iedereen me nu stelt. Veel lezers kijken er naar uit, dat is natuurlijk mooi om te horen. Ik weet nog niet of er een vervolg komt. Er zweven nu een paar ideeën om me heen die allemaal heel aanlokkelijk zijn. Dat gaat van kinderboek naar dystopie naar een ‘live boek’ tot historische roman. Oftewel: ik ben er nog niet uit en dat is maar goed ook. Eerst moet ‘Mijn vader was een NSB’er’ een nog breder publiek krijgen. Tot en met mei 2015 ben ik daar volop mee bezig.
Daarna maak ik de voorlopige balans op. Want hoe romantisch schrijver zijn ook klinkt, het is heel hard werken, kost ontzettend veel tijd en levert financieel gezien weinig op. Dat is de keiharde realiteit. Het thema van de Boekenweek is Waanzin. En dat klopt. Niet ‘wie dit leest is gek’, maar ‘Wie schrijft is gek.’ Waarom zou je in hemelsnaam gaan schrijven? Iedere gek zijn gebrek en het mijne is toevallig schrijven. Dus of er nog een boek komt? Laat ik het zo zeggen: Mijn inkt vloeit waar het niet gaan kan. We zullen het wel zien.

Je bent zelf vader, je hebt twee nog jonge kinderen. Wat vertel je hun straks over dit verhaal?
Hoe klein mijn jongens ook zijn (6 en 4), ze vinden het nu al heel gaaf dat ik een boek heb geschreven. De oudste liet laatst de bladzijden door zijn vingers glijden en zei: “Heb jij dat allemaal geschreven?” Ik knikte en antwoordde: ”Als je goed je best doet op school met woordjes leren, dan kan jij mijn boek ook lezen als je ouder bent.” Ik hoop dat ze het allebei gaan lezen; ik ben nu al benieuwd wat ze ervan zullen vinden en welke mooie gesprekken aan de keukentafel het zal opleveren.

Hoe combineer je het schrijven over een wel heel precair onderwerp en dan met een jong gezin? Qua concentratie, qua schakelen? Je hebt niet bepaald een kinderboek geschreven.
Ik wou dat het niet zo was, maar schrijven in combinatie met de zorg voor jonge kinderen is een kleine ramp. Het onderwerp maakt voor mij daarbij geen verschil. Concentratie is een sleutelwoord voor mij. Ik moet in een stroomversnelling komen en door kunnen blijven schrijven. Tegen beter weten in heb ik wel een paar keer geprobeerd om verder te schrijven aan mijn manuscript als de kinderen wakker zijn. Gouden tip: niet doen. Dat werkt als een magneet op je kinderen. Om de haverklap staan ze dan aan je bureau en word je uit je concentratie gehaald. Niet leuk voor mij en ook niet voor hen. Ik schrijf alleen als ze niet thuis zijn of slapen. Een keer is mijn vrouw met de kinderen een weekje op vakantie gegaan en een andere keer ben ik zelf een weekje op schrijversretraite gegaan. Dat is ideaal om meters te kunnen maken met je boek. Dat kan ik echt aanraden.

Over kinderboeken gesproken; Je hebt ‘Het sprookje van Eindhoven’ geschreven; Luna en het verdwenen licht. Vertel eens?
Tijdens de zomervakantie van 2013 kwam ik ineens op het idee voor dat winterverhaal. Het gaat over het gegeven dat na 21 december de dagen niet langer worden, maar juist nog korter, totdat het voorgoed donker blijft. Niemand in Eindhoven weet dan nog hoe het verder moet en de voorraad kaarsvet slinkt met de dag. Eén jong meisje, Luna, heeft wel een idee, maar ze heeft alle moed van de wereld nodig en moet een groot avontuur aangaan.




Heel verhaal bevat veel herkenning voor echte Eindhovenaren, het Genderbruggetje, de gebroeders Philips. Heeft iemand van de Philipsfamilie dit verhaal onder ogen gehad?
Een kennis van mij heeft het sprookje nog gestuurd naar een kleinzoon van wijlen Frits Philips, en die zou het gaan lezen. Of hij dat ook nog heeft gedaan weet ik niet.






Het is een mooi en toch spannend verhaal. Waarom heb je dit geschreven?
Zomaar, als een cadeautje voor Eindhoven en alle Eindhovenaren. Ik was eigenlijk heel erg verbaasd dat er niet al zo’n soort verhaal bestond. Ik ben het eens gaan uitzoeken en er zijn gek genoeg ook heel weinig Nederlandse sprookjes. Het sprookjesbos in de Efteling is eigenlijk een groot buitenlands sprookjesbos. De sprookjes die we allemaal kennen zijn van de gebroeders Grimm (Duitsers), Charles Perrault (Fransman) of Hans Christian Andersen (Deen). Daar moest maar eens verandering in komen, dacht ik zo. Lang leve het Nederlandse sprookje.

Het lijkt een interactief verhaal waar kinderen uitgedaagd worden mee te denken en schrijven? Is die opzet gelukt?
Nee helaas niet. Ik had er echt meer van verwacht. Maar wat niet is kan nog komen. Het verhaal is er.
Je bent heel ambitieus te werk gegaan, je zocht een illustrator en had gedachten het verhaal met Glow (jaarlijks lichtevenement in Eindhoven. link vermelden)of de Lichtjesroute (bevrijdingsroute uit de oorlog dmv verlichting. Link vermelden) te verbinden.

Is dat opgepikt? Door scholen bijvoorbeeld?
Alles wat ik kon doen heb ik aangegrepen. Een website gebouwd, persberichten verstuurd, de organisatie van Glow benaderd, Eindhoven 365. Ik ken iemand bij de gemeente Eindhoven die haar netwerk heeft ingeschakeld. Allerlei belangrijke mensen bij Philips hebben het onder ogen gekregen. Iemand wilde graag met mij een toneelstuk over het sprookje met aansluitend een winterkermis organiseren in het klokgebouw van Eindhoven. En toch is er niks van de grond gekomen. Achteraf wel jammer. Zelf moest ik op een gegeven moment ook weer verder met het project ‘Mijn vader was een NSB’er’. Maar er is zeker nog licht aan het einde van de horizon. Luna gaf ook niet op. Ik zou het sprookje nog graag vertaald zien naar het Engels.

Kennen je eigen kinderen het verhaal van Luna?
Ze zijn op dit moment nog te jong. Eind dit jaar wordt de oudste zeven, dan ga ik Luna’s sprookje voorlezen. Eén van de buurtjes vertelde me dat het verhaal prima paste bij haar dochter van 8.

Ben je een schrijver met een vast ritueel?

Ik ben echt een schrijfdiesel. Als de trein eenmaal op stoom is dan wil ik blijven schrijven ook al zie ik het buiten alweer licht worden. Ik ben waarschijnlijk de Nederlander met het meest onregelmatige slaapritme van allemaal. Ik kan er ook goed tegen. De andere kant van het verhaal is: even een uurtje tussendoor schrijven werkt bij mij niet, dan heb ik misschien maar een paar zinnen op papier. Lange stukken achter elkaar achter mijn pc zitten, afgezonderd van de wereld (dus ook van social media), en knallen maar: dat is mijn schrijfritueel.

Als je zou moeten kiezen, een roman of een kinderboek? Budels Bier of Bavaria? Eindhoven of Budel? Op stap of lekker op de bank?

De eerste is een lastige, maar dan ga ik toch voor de roman. Van een goede roman heb je een leven lang plezier.
Simpel: Bavaria. Budels Bier vind ik niet zo lekker, maar echt blij maak je me met Belgische bieren. Ik ben dan ook regelmatig aan de andere kant van de grens te vinden op een zonnig terras.
Dat is en blijft toch Eindhoven, al merk ik dat hoe langer ik in Budel woon hoe meer ik eraan gehecht raak. Misschien moet je me deze vraag over 10 jaar nog eens stellen.
Als je met ‘op stap’ eropuit trekken bedoelt, dan kies ik daarvoor omdat je altijd wat meemaakt als je van huis bent. De verhalen zijn waar de mensen zijn.

Wat doe je in je vrije tijd?
Ik vind ontzettend veel leuk, maar waar ik erg van geniet is een terrasje met gezellige mensen en een speeltuin erbij voor de kids. Ik speel graag zaalvoetbal, vaste prik iedere donderdagavond en kijk ook graag voetbal. Meestal op TV en als het even kan in het stadion. Snowboarden is ook een grote hobby, maar dat is er al een jaar of zes niet meer van gekomen.

Stel je mag op reis, geld is geen factor, waarheen ga je en wie én wat neem je absoluut mee?
Ik heb het geluk gehad dat mijn ouders fervente reizigers zijn en ik daardoor de halve wereld al heb mogen zien. Reizen zit in mijn bloed. Ik zou weer teruggaan naar Cuba en een rondreis maken naar de delen waar ik nog niet ben geweest. Samen met mijn vrouw Nini ben ik daar al geweest in 2007 en het is daar heel bijzonder. Cuba is een levend monument gebeeldhouwd in de tijd. De mensen zijn geweldig aardig en spontaan. We zijn toen van het ene avontuur in het andere beland. Er is iets met Cuba wat ik niet kan plaatsen. Iets wonderlijks, gedragen door het melancholische ritme van de Cubaanse muziek, gevangen in de geur van rum en sigaren, de zwoele lucht die alles intenser maakt. Ik ga graag met Nini terug naar Cuba en neem zeker mijn schrijversboekje mee. Op Cuba liggen de verhalen voor het oprapen.

Als we je vrouw en familie vragen wat jouw sterke en minder sterke karaktertrekjes zijn, wat krijgen we dan te horen?
Elmer heeft twee linkerhanden, stelt alles uit en komt regelmatig te laat, maar hij is wel een geweldige vader en een lieve man met wie je kan lachen.


Wat is je ultieme schrijverswens?
Dat mijn boek verfilmd wordt!

Waarvoor mag iemand je midden in de nacht wakker maken?

Als ik niet al wakker ben, dan mag je me wakker waken voor Indisch eten of een echte Italiaanse pizza. Heerlijk!

Lezersvragen

Wat heb je toch met PSV?

PSV is mijn club. Ik ben opgegroeid in Eindhoven, niet al te ver van het stadion. Ik kon het gejuich horen vanaf mijn slaapkamer en zag het stralen van de stadionmasten de avond oplichten. Romario, Ronaldo en Luc Nilis speelden geweldig voetbal. Op een vrije ochtend gingen we dan op de fiets naar het trainingscomplex op de Herdgang. En als het even kon bezochten we ook de wedstrijden. Dus ja, je begrijpt het al: ik zit gebeiteld voor het leven. Dit jaar hebben we eindelijk weer eens een goed elftal: het wordt een mooi kampioensfeest.

Hoe check je de feiten uit je boek?
‘Mijn vader was een NSB’er’ speelt zich af in Weesp en ik heb dankbaar gebruik gemaakt van het boek ‘Weesp in oorlogstijd’ van Dick van Zomeren, dat alle gebeurtenissen aldaar tot in detail en op chronologische volgorde beschrijft. Verder ook algemene geschiedenis boeken over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook allerlei series en docu’s die erover gemaakt zijn.

Word je gezien je leeftijd serieus genomen om over dit onderwerp te schrijven?
Misschien dat sommigen sceptisch waren, maar ik heb het idee dat iedereen nu wel overtuigd is van de hoeveelheid research die ik heb verricht, mijn motieven, enthousiasme en of ik een beetje kan schrijven. De recensies die tot nu toe zijn verschenen zijn in elk geval erg positief.

Wat is je favoriete boek?

Haar naam was Sarah, van Tatiana de Rosnay. Prachtig ontroerend verhaal en het boek dat mij heeft geïnspireerd tot het schrijven van mijn debuutroman. Ik heb haar daar ook voor bedankt en dat heeft ze zeker gewaardeerd.

Geen opmerkingen: