dinsdag 10 maart 2015

In gesprek met.......Ine Willems, boekvertaler


Toen ik zo’n drie jaar geleden schoorvoetend en bleu Facebook op ging, had ik geen flauwe notie dat ik er binnen de kortste keren rond zou dartelen als een blij lammetje in mei ofwel een boekvertaler te midden van medeleesverslaafden. (Ik raakte er zo finaal aan verslingerd dat ik een digitaal tijdslot op FB heb aangebracht, maar dat terzijde.) Een van de dingen die ik ontdekte, waren leesclubs zoals de Perfecte Buren, ‘leesclub der Lettervreters’, met hun mekka van leestips, recensies, aanstekelijke leeslust en betrokkenheid. 

Op een goede dag postte ik bij de Lettervreters een klassiek boekvertalersprobleem: wat kan een vertaler het beste aanvangen met slang en dialect in een boek? Vertalen of niet en zo ja: hoe? (We hebben er binnenvaks ideeën over, maar per slot zijn het de lezers die de gevolgen van die ideeën te verstouwen krijgen, dus wie kun je het beter vragen?) Er ontspon zich een interessante draad over de sfeer in een verhaal, de noodzaak van contact met de auteur, irritante fouten in spelling en grammatica, brontaal die in sommige vertalingen doorschemert... De draad had zich algauw vertakt in drie, vier, vijf draden. Na een noeste, secondenlange poging om die drie, vier, vijf draden weer tot eentje te verknopen gaf ik het op: alleen de vraag of ze het leuk zouden vinden als ik wat vertelde over de gang van zaken in de boekvertalersbranche bleef staan. Van Patrice van Trigt kwam de uitnodiging er een blogstuk over te schrijven, en zo treffen we elkaar nu hier.

Het is denk ik het leukst en het helderst als ik de gang van zaken uitleg aan de hand van een paar praktijkvoorbeelden: een literaire vertaling met volop steun van uitgever, auteur en redactie én met een goed vertaalcontact, en een commerciële, uitgeklede vertaling. Aan de hand dan van de Veiliger oord-trilogie van Hilary Mantel en de trilogie die ik weleens ‘een ode aan de vrouwelijke passiviteit’ (of erger, veel erger) heb horen noemen… Vijftig tinten &c. 

Facts & Figures voor in het achterhoofd 

In Nederland wordt er onderscheid gemaakt tussen literatuur (bellettrie) en niet-literatuur; de niet-literatuur kun je grosso modo verdelen in enerzijds commerciële thrillers en romans, en anderzijds triviaallectuur. Een beetje uitgever zoekt vertaler bij auteur: vergelijkbare affiniteiten, vergelijkbare schrijftrant. Als boekvertaler werk je doorgaans alleen, soms met tweeën. Het gebeurt niet vaak dat een fictietitel wordt verdeeld over meer dan twee vertalers, omdat het een kakofonie van vertalersstemmen in die ene tekst oplevert. Hoe meer vertalers, hoe meer tijd het werk in beslag neemt vanwege overleg en afstemming. 

Hoeveel tijd kost een boekvertaling en wat verdient het?

Laten we even uitgaan van een boek van gemiddelde omvang, 100.000 woorden, en één vertaler. Een literaire vertaling neemt algauw negen maanden in beslag, een commerciële drie en triviaallectuur twee. Volgens het literair adviestarief per woord verdient de vertaler er ca € 6.400,- mee; voor commerciële vertalingen moet je daar ongeveer een kwart van aftrekken en voor triviaallectuur twee derde. Bij een fulltime werkschema dat het hele jaar door volgeboekt is, ligt het maandinkomen ergens tussen bijstandsniveau (literair) en wettelijk minimum (commercieel/triviaal). Voor literaire opdrachten geldt dan nog een royaltyregeling – goed voor een jaarlijks bedrag(je) bij hoge verkoopcijfers – en kun je een subsidieaanvraag indienen. Voor vertalingen die bewijsbaar van jou zijn, kun je leenrechtvergoeding ontvangen als het aantal bibliotheekuitleningen boven een bepaalde drempel uit komt. Die leenrechtvergoeding kan van alles zijn, van tien euro per jaar tot een paar duizend.

*Saillant detail (en ik beroep me hier op het journalistieke recht om bronnen geheim te houden): aan Fifty Shades  – belabberd Engels, belabberd verhaal – hebben zo tien (10!) vertalers voor € 0,032 per woord in ca 8 weken tijd een soortement van boek in ‘een soort van Nederlands’ geproduceerd, waarna een redacteur er in sneltreinvaart de grootste troep uit heeft geharkt. Noem het een fijnproeversrecept voor een wanvertaling. (Geen van de vertalers staat overigens in het colofon.)  

A Place of Greater Safety van Hilary Mantel: het ideale project 

Er komt een boekvertalersdroom uit wanneer een uitgever je vraagt welk boek je nu zou willen vertalen, en jij noemt met hunkering in je stem een titel die je hebt stukgelezen, en de uitgever gaat er enthousiast op in. Juichend vertel je het prille nieuws aan de auteur, die je bij vorige vertalingen hebt leren kennen als een enorm sympathiek mens. De auteur is tegelijk blij en verdrietig, want toen het boek tig jaar geleden uitkwam, zijn er kolossale fouten begaan. Maar als je voorstelt om dat voor de Nederlandse versie recht te zetten borrelt ook daar het enthousiasme op. Je bereidt je voor, je leest het opnieuw, je proeft weer de sfeer en het taalgebruik – dit is overigens vaste prik voor een literair vertaler: je begint bij de sfeer en de leesbeleving van het bronboek, want die zul je in de vertaling terug moeten brengen. Vervolgens verblijf je een week bij de auteur en neem je samen het boek van haver tot gort door: wat wil ze precies, per hoofdstuk, per alinea, met dit of dat woord? Het werk wordt opengebroken en min of meer herschreven. Voor de goede orde: we hadden het over een boekvertalersdroom, hè, dit gebeurt zelden. Het boek telt 328.000 woorden; in overleg met de uitgever trek je er drie jaar voor uit. Je stroopt je mouwen op en zet er je tanden in… 

Fase 1: inlezen, vertalen, opschonen  

Alle boekvertalingen, literair of niet, zijn een kwestie van pluiswerk: om de juiste woorden in het Nederlands te kiezen moet je begrijpen waar een auteur het over heeft – een allemachtige open deur natuurlijk, maar het speurwerk kost gigantisch veel tijd. Voor Place of Greater Safety, dat zich afspeelt in de Franse Revolutie, duik je bijvoorbeeld in de Franstalige privécorrespondentie, kranten en rechtbankverslagen van die tijd, en voor Hilary’s andere werk, Wolf Hall en Bring up the Bodies, in Duitse, Engelse, Franse en Nederlandse verhalen, registers en wetenschap van de zestiende eeuw tot nu. Je roept de hulp in van deskundigen als je er niet uitkomt. Daarnaast schuim je woordenboeken af naar betekenissen, gebruik en spelling, en bij grammaticale piekermomenten grijp je naar de Schrijfwijzer van Renkema en de (electronische) ANS. Er ontstaat een werkvertaling, die je nauwgezet opschoont met een eigen redactieronde voordat je haar naar de uitgeverij stuurt. Bij triviaallectuur zou je nu klaar zijn. Bij de mindere commerciële projecten ook. 

Fase 2: redactie en persklaarmaker 

Het grote pluizen is achter de rug, je ruwe conceptvertaling ligt bij de uitgever. De redactie stuurt je vertaling naar een persklaarmaker. Een goede persklaarmaker heeft een eindeloze voorraad zout, opdat elke spelfout, elke grammaticafout, elke stijlfout, elke vertaalmisser en elke toonflater sissend en bruisend het hoekje om gaat. Een goede persklaarmaker is een klankbord, een vangnet, een zaligheid. Hij/zij zorgt ook dat de huisstijl van de uitgeverij wordt nageleefd. De papierstapel met opmerkingen van de pkm komt terug bij jou: je controleert de hele tekst opnieuw en je voert wijzigingen door in een digitaal tekstbestand. Je houdt een lijstje bij van wat je niet overneemt van de pkm en waarom. Je stuurt alles terug naar de uitgever. In deze fase brainstorm je vaak met de redacteur en/of de uitgever ook over verkooptekst, omslagtekst, titel en beeld. Bij de betere commerciële opdrachten houdt je betrokkenheid op na het doorvoeren van de pkm-voorstellen. 

Fase 3: correctie

Het volledig geredigeerde tekstbestand wordt opgemaakt en naar twee correctoren gestuurd. En naar jou, als je dat wilt (aan te bevelen voor perfectionisten). Voor een laatste controle op tikfoutjes, verkeerd afgebroken woorden, weggevallen witregels, ontbrekende alinea-inspringingen, dat soort dingen. Nog een laatste afstemmingsronde met de redacteur, de factuur uitschrijven als je dat nog niet hebt gedaan en dan is het echt klaar. Bij verschijnen ontvang je een paar presentexemplaren. Als je er een openslaat en begint te lezen, is de kans aanwezig – zucht – dat je toch nog iets opmerkt 
waarvan je denkt: Néééj…    

Contact met de auteur 

Overleg met de auteur kán geweldig zijn voor de vertaling, voor de geest van de tekst en de sfeer van het verhaal. Als het werkt, als het botert, is het pure winst: voor iedereen, lezer incluis. Maar… niet iedere auteur zit erop te wachten. Of iedere uitgever. Vertalers zelf zijn ook een beetje huiverig: stel dat je verkeerde vragen stelt of prima vragen verkeerd? En het is vaak niet haalbaar: het kost tijd en geld, en de rekening is in principe voor de vertaler. Die voor literaire opdrachten overigens wel een tegemoetkoming in de reiskosten kan aanvragen bij het Nederlands Letterenfonds.  

Nog even over (literair) boekvertalen

Her en der wordt boekvertalen ‘een leuke hobby’ genoemd: omdat je er redelijkerwijs niet mee in je levensonderhoud kunt voorzien, omdat het noodzaak is om er iets (‘serieus’) naast te doen. Maar een boekvertaling is allesbehalve vrijblijvend, zoals een hobby wel is: er ligt een contract aan ten grondslag, je gaat een verplichting aan die de werkuren opslokt zodat er vaak simpelweg geen tijd is om er iets naast te doen, laat staan iets serieus. Er wordt een bepaald – en bepaald geen mals – professioneel denk- en werkniveau van je verwacht en bij verzaking van je plichten ben je hoofdelijk aansprakelijk, in het slechtste geval ook voor kosten die de vertaling ver voorbij gaan. Het is dus gewoon een vak. Je wordt er alleen niet rijk van. Wel gelukkig, ook (heel) wat waard.  

En over de belangen van lezers 

Ik geloof niet dat ik bij het lezen van boeken iets irritanters kan bedenken, iets wat me hardhandiger uit een verhaal rukt, dan (ver)taalfouten (of het moeten ruziënde kinderen zijn). En dan kén ik de achtergronden; ik weet hoe een boek(vertaling) tot stand komt en onder wat voor druk. Ik weet dat een boek relatief goedkoop is in aanschaf, als je bedenkt welke kosten er met het maken gemoeid zijn. Maar toch. Vandaar een kleine tip – hij biedt geen garantie, dat niet: controleer bij aanschaf het colofon even. Als de vertaler er met naam en toenaam in staat, is de kans op kwaliteit groter, zeker wanneer uitgever en vertaler allebei over het copyright beschikken. En bij boeken waarin de vierkante, controleerbare (ver)taalfouten de spuigaten uitlopen, overweeg ik om de uitgever een wanprestatie te verwijten en mijn geld terug te vragen.  


Voor meer informatie, vragen en opmerkingen verwijs ik jullie graag naar www.boekvertalers.nl.

Geen opmerkingen: