zaterdag 16 mei 2015

De leesclub ontmoet.......Camilla Läckberg

Wie kent ze niet;
Patrik Hedström en Erica Falck, de hoofdpersonages uit de boeken van Camilla Läckberg!

Camilla Läckberg was op 8 mei in Antwerpen om haar nieuwste boek ‘De
Leeuwentemmer’ te promoten. Zij werd geïnterviewd door John Vervoort, bekend als thrillerexpert en recensent van de Vlaamse kranten ‘De Standaard’ en ‘Het Nieuwsblad’.
Het interview ging door in Elzenveld, gelegen in hartje Antwerpen. Dit historische pand beschikt over een auditorium waar plaats is voor 217 personen. De zaal, in theaterstijl, zat zo goed als vol. Van een massale opkomst gesproken.
Camilla, geboren Jean Edith Camilla Läckberg op 30 augustus 1974 in Fjällbacka, is van huis uit econoom maar tegenwoordig fulltime schrijfster. Ze woont in Stockholm met haar drie kinderen en haar partner. De meeste van haar boeken spelen zich af aan de westkust van Zweden, de streek waar ze ook geboren is.
Hier een kleine impressie.

Na een korte verwelkoming in het Engels door iemand van Standaard Boekhandel en de introductie van Camilla door de directeur van VBK België, die Camilla omschreef al een warme en charmante dame, namen Läckberg en John Vervoort plaats op het podium vooraan.
John Vervoort begon met de mededeling dat hijzelf een drie kwartier met Camilla zou spreken en dat er daarna ruimte was voor vragen uit het publiek. Camilla speelde daar direct op in door te zeggen dat we werkelijk alles konden vragen;
‘I love someone else questions, so please you can ask anything you want, so trust me, you can ask anything you want’
Door deze spontane opmerking zat de sfeer er gelijk in en kon je merken dat Camilla een dame is met een ‘open mind’.

Haar geboortedorp Fjällbacka omschrijft zij met veel liefde als; fantastisch, zo mooi en zo ‘cute’. Zij vindt het dan ook één van de mooiste plekken op de wereld. Het is niet groot, dus het neemt niet veel ruimte in op streetview, voegt zij daaraan toe. Op de vraag hoe het was om als jong meisje op te groeien in zo een klein vissersdorpje, vertelt ze dat het er traditioneel en veilig opgroeien was. Iedereen kent iedereen en het was in de zomer dikwijls zo dat ik om negen uur ‘s morgens het huis verliet om ‘s avonds om acht uur terug thuis te komen. Het was een goede plaats om op te groeien, maar als teenager vond ik dit niet zo leuk meer en wilde ik ‘the big world’ ontdekken. Toch ben ik heel dankbaar dat ik de gelegenheid had om op te groeien op die plaats.
Omdat Fjällbacka niet groot is en Camilla haar geboortedorp heel realistisch beschrijft in haar boeken, was ze na haar eerste boek best wel ‘bang’ voor de reacties van haar dorpsgenoten. Maar, vertelt ze, iedereen is trots en ‘they love it’! De bewoners van Fjällbacka zijn erg ‘patriotic’. Voor hen is het de mooiste plek op aarde, gaat zij verder en ze zijn trots dat er mensen van over de hele wereld afzakken naar hun dorp. Het is zelfs zo, dat als ik in Fjällbacka kom, er verschillende bewoners naar mij toekomen en zeggen:’ ‘I know a perfect place for a body.......’ Ze zijn dus heel positief over het hele concept.

Camilla verteld dat haar moeder nog altijd in Fjällbacka woont. Zij is op pensioen en heeft, volgens Camilla tijd te veel. Het gebeurt dan ook regelmatig dat er journalisten in
Fjällbacka komen en naar Camilla vragen, bijvoorbeeld bij de kruidenier. Die belt dan naar haar moeder. Die springt op haar beurt in de auto en staat na twintig seconden de journalisten te woord en poseert voor de foto’s. ‘Ik ben de tel kwijt in hoeveel magazines zij al staat’, zegt Läckberg. In het begin had ik echt zoiets van; ‘O mam, nooooo’, maar dat heb ik ondertussen al opgegeven.
Camilla verteld op een rustige en onderhoudende manier verder hoe zij altijd al auteur heeft willen worden. Toen ik vier was, vertelt ze, schreef ik mijn eerste boek. Nu ja, ik maakte de tekeningen, vouwde er een boekje van en vertelde mijn ouders wat ze erbij moesten schrijven, want schrijven kon ik dan natuurlijk nog niet. In dat boekje staat op de eerste bladzijde Santa Claus samen met zijn vrouw, ze zijn blij, de zon schijnt en ze heeft een mooi boeket met bloemen in haar hand. Vier pagina’s verder ligt zijn vrouw doodgeslagen op de grond in een plas bloed. Ik was altijd al gefascineerd door de donkere kant van de mens en geïnteresseerd in ‘crime’. Andere kinderen lazen bijvoorbeeld boeken over paarden, maar ik las over ‘serial killers’, wat ik zoveel meer interessant vond dan paarden..... Waarna ze zich verontschuldigd bij de paardenliefhebbers in de zaal.

Zelf heb ik nooit gedacht dat ik echt auteur zou kunnen worden, gaat Camilla verder. Ik had een universitair diploma en goede baan als econoom. Toch bleef ik het maar hebben over mijn ‘big dream’, het schrijven. Ik denk dat mijn vriendin dit op een gegeven moment zo beu was om elke keer diezelfde verhalen aan te horen, want ze heeft er mijn man over aangesproken en ze hebben me ingeschreven voor een schrijfcursus, ‘How to write crime’! Het was een cursus van drie weekends en daar ben ik begonnen met mijn eerste boek, De IJsprinses. Het idee voor mijn boeken haal ik meestal van een foto of iets dergelijks. Het idee voor dit boek heb ik van een foto waar een vrouw opstaat die in een ijskoud bad lag met een laagje ijs op. Ik wist niet wie die vrouw was, waarom ze dood was, ik had gewoon dat beeld in mijn hoofd. Ik las toevallig ook een artikel over een moord die na 25 jaar ‘verjaard’ was en die twee dingen samen hebben mij ertoe aangezet om het hele verhaal te creëren.
Toch heeft het me nog 2,5 jaar gekost om dit boek te schrijven. Na die schrijfcursus kwam ik thuis vol energie en enthousiasme en heb ik een dertigtal bladzijden geschreven, maar na een tijdje ebt dat enthousiasme weer weg en stopte ik, ongeveer zes maanden met schrijven. Ik hoorde stemmen in mijn hoofd die me vertelde dat ik niet kon schrijven; ‘Je denkt toch niet dat je een boek kan schrijven, je kunt niet schrijven’! Ik heb geprobeerd die stemmen te overwinnen, maar af en toe kwamen die weer terug, dus stopte ik met schrijven en begon na een paar maanden weer. Op die manier heeft het me dus 2,5 jaar gekost om De IJsprinses te schrijven.

Toen het boek af was koos ik drie uitgevers, een kleine, een middelmatige en een grote. Ik printte mijn manuscript drie keer uit, las het acht keer over, maar op een gegeven moment moet je beslissen dat je het op gaat sturen. Je kunt niet blijven twijfelen. Toen ik bij de brievenbus stond, heb ik daar wel een half uur gestaan met mijn hand in de bus, omdat ik het mezelf niet toestond ze te laten vallen. Want dit was al zo lang mijn droom en vóór je droom gaan is natuurlijk prachtig, maar het risico om te falen hangt daar ook aan vast en falen betekent dat je ook je droom moet laten gaan. Maar na vijf dagen kreeg ik een telefoontje van de kleinste uitgever. Ze hadden mijn manuscript gelezen en ze wilden het publiceren.
En dan heb je ineens je eerste boek in je handen. ‘Wat dan’, vraagt Vervoort verder.
Camilla antwoordt dat ze zich die dag nog heel goed kan herinneren. De eerste doos boeken kwam bij me thuis, ik pakte een boek op, ik keek en ik kon amper geloven dat mijn naam erop stond. Maar waar ik het meest ‘amazed’ over was, was niet mijn naam op de cover, maar het feit dat het ISBN nummer erop stond, dat maakte het zo officieel en ik huilde en zei; ‘Oh my god, i have my own ISBN number’! Ik vind het fantastisch.
Van dit boek, De IJsprinses werden een 3000 exemplaren verkocht, wat heel goed was voor een debutant in Zweden. Maar omdat ik een econoom ben, zag ik ook wel in dat ik niet kon leven van de verkoop van dit aantal boeken. ‘Hoe doe ik dat dan’, dacht ik.
Zo hoorde ik van “literair agent”, maar ik kende daar niets van, dus wist ik ook niet wie goed en wie niet. Ik dacht dat Liza Marklund (Zweedse auteur) een goede literair agent moest hebben, dus besloot ik bij hem te starten en zo steeds een stapje lager te gaan. Ik zocht uit wie hij was en stuurde hem een brief, samen met mijn eerste boek en de eerste honderd bladzijden van mijn tweede boek. Hij las het en hij zag iets in mijn boeken waar hij in geloofde en stelde mij voor bij een van de grootste uitgevers in Zweden. Van mijn tweede boek werden 30.000 exemplaren verkocht, mijn vierde 60.000 en nu zit ik aan 300.000 in Zweden.
Ondertussen worden haar boeken in 55 landen en in 37 talen uitgegeven.




Meestal staan in haar boeken geen gruwelijke details, maar soms vraagt het verhaal dat en dan schrijf ze het ook. In een van haar boeken wordt beschreven hoe vliegen en maden uit het lichaam komen. Zo vertrouwde Camilla ons toe dat op haar ‘bucket list’ een bezoek aan de ‘bodyfarm’ staat. De ‘bodyfarm’ is een streek waar de FBI research doet op een dood lichaam. Er zijn personen die hun lichaam, na hun dood ter beschikking stellen aan die ‘bodyfarm’, zodat de onderzoekers van de FBI kunnen zien hoelang het bijvoorbeeld duurt voor er vliegen, maden ,....... in het lichaam komen. Die informatie kan de FBI gebruiken bij echte moorden. Ze vroeg zich af wie in de zaal dit ook zijn ‘bucket list’ had staan. :-)
Ook over sex wordt in haar boeken niet geschreven, toch niet in detail, vertelt Camilla. Een van de redenen daarvan is dat haar moeder haar boeken ook leest. Daarna volgt een hele uiteenzetting over een vriendin die chicklits schrijft, waar wel sex in voorkomt. Maar, eindigt Läckberg de uiteenzetting, schrijven over een goede moord is veel leuker.
Op de vraag of er ook ‘boodschappen’ in haar boeken zitten, antwoordt ze het volgende; ‘Ik schrijf voor te entertainen, zodat je een paar uur kunt relaxen na een drukke dag. Het leven is al stress genoeg en op die manier kun je even ‘verdwijnen’ in je fantasie. Natuurlijk is het onmogelijk om neutraal te schrijven, maar de lezers kunnen daar uithalen wat hun interesseert’.

Voor Camilla aan een boek begint weet ze meestal de titel, de moordenaar het het motief. Ze vertelt dat ze ongeveer 2% van het hele boek in haar hoofd heeft. Daarna bouwt ze heel logisch haar verhaal op. Het start met een moord, de politie komt ter plaatse, wat gaan die doen? Ze praten met de buren, dan schrijft ze daar een scene over. Daarna komt de technische en schrijft ze daar verder over.
Zelf vindt ze de eerste zeventig bladzijden van een boek het moeilijkste en die zou ze het liefst overslaan, omdat dan de karakters uitgewerkt en voorgesteld moeten worden. Ze vergelijkt het met het rekruteren van acteurs voor een film, eens je die hebt kan je beginnen met je film. Voor de nieuwe karakters in haar boek is dat ook zo. Ik blijf dan maar
uitstellen om niet te moeten beginnen. Mijn huis is dan zo proper, alle sokken zijn gesorteerd op kleur en maat, ik was zelfs de katten om maar niet te moeten starten aan het boek. Ik heb er vier dus dat kost me al twee dagen.
Ook naar het einde toe slaat de paniek toe, omdat er wel duizend clou’s in haar hoofd rondspoken, maar, op een magische wijze vallen alle stukjes toch elke keer weer in elkaar. Voor haar laatste boek ‘De Leeuwentemmer’ had ze enkel de titel in haar hoofd, gewoon omdat ze het een mooi woord vond.

Camilla schrijft thuis en beschouwt het qua uren als een bureaubaan. De kinderen gaan naar school, mijn man ‘schop ik ook buiten’, de katten mogen blijven. Ik heb meestal mijn pyjama aan, mijn haar ziet er niet uit en ik heb geen make-up op.
‘Have you got that image’, vraagt ze aan John Vervoort, die nu toch even niet weet wat zeggen!
Toch vertelt Läckberg dat het steeds moeilijker wordt voor haar om haar volledig op het schrijven te storten. ‘Dan moet ik me terugtrekken in een ‘bubble’ en kom ik niet buiten’. De interviews en publiciteitstours vergen ook veel tijd en vindt ze leuk om te doen. In het begin schreef ik een boek per jaar tot aan boek zeven, vertelt ze, toen kreeg ik een kleine burn-out. Het voordeel van een dikke 300.000 boeken te verkopen is dat ik nu mijn eigen baas ben. Ik ben in een positie dat ik mijn eigen regels kan bepalen en ik heb dan ook met mijn uitgever de overeenkomst dat ik geen deadline meer heb voor een boek. Als het boek af dan ziet hij het wel verschijnen. De druk is weg nu en op die manier heb ik weer plezier in het schrijven gekregen.



Op de vraag hoeveel Camilla in het personage van Erica zit krijgen we als antwoord dat dit ongeveer 50% is. Het was niet de bedoeling daar een stukje van mezelf in te steken. Erica is blond, groter en ik heb ze vijf jaar ouder gemaakt, zegt Läckberg. Maar tijdens het schrijven ontdekte ik al vlug dat het makkelijker schrijven is als je vanuit je eigen ervaringen schrijft.
Hoeveel boeken we met Erica en Patrik nog mogen verwachten weet Camilla niet. Ze kan met de beste wil van de wereld niet snappen hoe iemand op voorhand kan weten of je een serie gaat schrijven. Ik kijk een boek vooruit, zegt ze, en ik schrijf over Erica en Patrik zolang ik ze leuk vind en ervan geniet. Ik ben ze nog niet ‘moe’, maar ik weet niet hoelang ik nog over ze schrijf, ik weet het niet! Op de vraag van John Vervoort wat ze met de hoofdpersonages zou doen in een laatste boek, kregen we als antwoord: ‘Ze schenken aan de bodyfarm’.

Camilla is een duizendpoot. Naast haar Fjällbacka-serie schrijft zij ook nog kinderboeken en kookboeken. Nu is zij bezig met het schrijven van lyrics (muziekteksten) voor de Zweedse inzendingen voor het Eurosongfestival. Ook heeft zij meegedaan met de Zweedse versie van ‘Dancing with the stars’, waar ze vierde werd.

Ik heb Camilla ervaren als een zeer openhartige vrouw die goed weet wat ze wilt. Ze heeft humor en
probeert haar publiek te betrekken bij het interview. Ze staat open voor interactie, jammer dat de interviewer daar niet op inspeelde, maar zich aan de vragen uit zijn boekje hield.
Ik heb genoten van het interview van deze fantastische vrouw en bij momenten erg gelachen om haar gevatte antwoorden. Na het interview was er natuurlijk gelegenheid tot aankoop van ‘De Leeuwentemmer’ inclusief signeren en stond er voor iedereen een glaasje bubbels klaar.
Een avond om niet te vergeten!

Karin Teirlynck
Team DPB

Geen opmerkingen: