woensdag 20 mei 2015

In gesprek met...... Pieter Aspe


Op dit moment in de leesclub de nieuwste van Pieter Aspe: 'De doos'. Karin ging
met deze enthousiasteling persoonlijk in gesprek.

Wie is Pieter Aspe en is dit dezelfde persoon als Pierre Aspeslag?
Pieter Aspe is het pseudoniem voor Pierre Aspeslag. Het eerste boek/manuscript heb ik onder mijn eigen naam ingestuurd. Manteau, toen nog onderdeel van Uitgeverij Meulenhoff waren enthousiast over het boek, maar niet zo erg over de naam. Zij hebben toen voorgesteld om daar Aspe van te maken. Zelf vond ik Pierre Aspe niet klinken en daar heb ik zelf dan Pieter van gemaakt. Das in het kort het verhaal rond Pieter Aspe.

Is dit dan een beetje het hoofdpersonage? 
Ik denk dat iedereen die personages gebruikt daar een deel van de auteur in steekt, de ene keer wat meer dan de andere keer. Ik weet wat ik er van mezelf insteek, een ander niet. Uiteraard put je altijd uit jezelf, dus automatisch komen er veel dingen van jezelf in of dingen die je vervormt of die je gehoord hebt van andere mensen die je zelf meebeleeft hebt en die dingen worden dan een ‘potje’.

Je hebt uiteenlopende banen gehad (magazijnier, verkoper, fotograaf, seizoenagent bij de zeevaartpolitie,........) Had je toen al het gevoel/roeping dat je wilde schrijven? Had je een voorbeeld auteur?
Ik ben begonnen met boeken lezen, uiteraard! Véél gelezen en dan denk je daar wel eens aan om zelf iets te schrijven. Ik ben der toen aan begonnen, maar na twee of drie weken was ik dat beu en dan dacht ik: ‘Ik heb nu twintig bladzijden en wat nu’? Dat is eigenlijk het grootste probleem als beginnend schrijver. Dan weet je het niet meer of dan heb je teveel en dan trekt het op niets meer. Dat is heel moeilijk.

De eerste jaren heb ik veel baantjes gedaan, omdat het me ook allemaal niet beviel. Dat waren allemaal van die dingen die niemand anders wilde doen, maar ja, ik moest iets verdienen hé! Daarom heb ik zoveel dingen gedaan, omdat me niets beviel.
Tussenin heb ik wel gedacht van een boek te schrijven, maar ja ......................

Er waren praktische dingen, je moest dan na het werk schrijven. Ik was toen negentien of twintig, maar dan zijn er toch andere dingen die je liever doet na je werk dan boeken schrijven. Dus ja, hoe doe je dat? En waarover? We hebben ook niet echt een bekende traditie. Toen waren er nog niet heel veel schrijvers vergeleken met nu, nu zijn er heel wat. Vroeger had je de vaste namen en die waren onaantastbaar. Niemand durfde zich daarmee vergelijken, dat waren vaste waarden en je daarmee vergelijken was ondenkbaar! 

En kun je daarmee je kost verdienen? Vroeger was er maar een beperkt publiek die boeken kochten, de meesten gingen naar de bibliotheek.

Na 36 Van In boeken, hoe begin je in godsnaam nog aan een nieuw boek en hoe verzin je nog een plot en verhaal daarrond? Waar blijf je de inspiratie halen?
Wat heel erg belangrijk is, is de eerste zin, maar ook de laatste zin, want na die laatste klap je het boek dicht en die moet blijven hangen. Maar een eerste zin is belangrijk, waarom? Pak dat je de schrijver niet kent, dan is die eerste zin belangrijk om verder te lezen. Spreekt deze eerste zin aan dan is dat de trigger om verder te lezen.

Het is al gebeurd dat ik absoluut niet wist hoe ik moest beginnen aan het verhaal en er is een boek (kweet nu niet meer welke titel) dat begint met: ‘Heb je Pierre al gezien vandaag’? (Leuk detail; Pierre is Pieter zijn echte naam) Dan zijn er twee dingen in de zin ‘Wie is Pierre’ en ‘Waarom hebben ze hem nog niet gezien’? En zo doe je verder. Een derde zin kan dan bijvoorbeeld zijn ‘We zien hem iedere dag........’

Zo zaten we ooit op een zondagavond in een café en een meisje vroeg mij of ik al begonnen was met schrijven en ik zei: ‘Nee, k ga morgen beginnen’. Toen vroeg ze waarover het zou gaan en ik zei ‘geen flauw idee’ en ze vroeg me hoe ik dan ging beginnen. Dat meisje noemt Celine en ik zei tegen haar dat ik zou beginnen met ‘Celine is dood’ en zo ben je dan vertrokken, want dan volgt de vraag ‘Wie is Celine en waarom is ze dood’?

Ik heb wel een idee, maar hoe mijn verhaal begint en wat er allemaal gaat gebeuren dat weet ik meestal nog niet! Ik werk ook niet met allemaal papiertjes rondom mij, het enige wat ik wel noteer is de namen, omdat ik heel slecht ben in het onthouden van namen en eventueel de leeftijden. Dit gaat niet over de vaste personages, want die ken ik, maar er komen in elk boek bijkomende personages, zoals de verdachte enzovoorts. Als die na bijvoorbeeld tien bladzijden weer terugkomen, dan weet ik dat niet meer en daarom schrijf ik die namen op. En dat is eigenlijk het enige wat ik noteer.

Vraag me niet wat erin een boek staat, maar ik weet wel wat ik al gebruikt heb. Dan gaat er altijd een belletje rinkelen dat zegt: ‘ Dat heb ik al gebruikt’!
Ik begin traditioneel de maandag, kweet niet waarom, maar dat is zo. Als ik half maart aan een nieuw boek begin en de vijftiende valt op een maandag, dan begin ik die maandag. Valt die maandag bijvoorbeeld op de negentiende, dan begin ik de negentiende, maar het moet een maandag zijn.



Ben je Van In nog niet beu?
Van In op zich ben ik zeker niet beu, maar wat wel begint te beperken is het kader, de locatie Brugge. Niet omdat het Brugge is, maar die locatie leent zich niet voor bepaalde types van verhalen. Het zou dan ongeloofwaardig overkomen. Van In werkt bij de politie, hij is het hoofdpersonage die het onderzoek doet enzovoorts. Je kunt moeilijk vanuit een ander standpunt werken, bijvoorbeeld in het hoofd van de misdadiger, want dan is het geen Van In verhaal meer. Het is altijd - er gebeurt een misdaad en Van In lost de misdaad op! Dat is de formule van een detective. Dat werkt beperkt, want ik ben gebonden aan ‘Van In moet het oplossen’. De hoofdpersonages ben ik zeker niet beu en ondertussen zijn er al een aantal personages, bijvoorbeeld assistentes vervangen, dus daar kan ik me dan eens in uitleven, dan laat ik er eentje afvloeien of doodgaan en dan wordt die vervangen, maar de hoofdpersonages, Van In, Versavel, Hannelore en de wetsdokter die blijven. Een leuke anekdote, de naam van de Wetsdokter heb ik zelf verzonnen. Hij bestaat bij mijn weten niet. Hij klinkt Pools en ik denk niet dat iemand die naam echt uitspreekt, maar als je die naam ziet staan weet je wel gelijk over wie het gaat.

Toen je aan de Van In-reeks begon had je toen zelf gedacht/verwacht dat dit zo een succes zou worden?
Het is nooit begonnen als reeks, het is begonnen als één boek. Stel je hebt de ambitie om een boek te schrijven. Je schrijft dan dat boek en dan denk je dat je taak volbracht is. Een boek is geen twee, toch? Maar vanaf boek twee of drie als de uitgever me dan vroeg of dat ik nog een boek zou schrijven, heeft hij gezegd: ‘Een vervolg of zo’? Toen heb ik bij mezelf gedacht: ‘Moest ik nu eens met dezelfde personages verder werken, want ik had toch mijn basis. Pas vanaf boek vier kwam het idee voor een serie. Het is dus nooit met het idee begonnen om een serie te maken. Het is dus echt begonnen als alleenstaand boek. Ik denk ook dat het moeilijk op voorhand te bedenken is, want wat als het niet werkt?

Ik denk ook niet dat iemand kan voorspellen, niet in Vlaanderen en niet in het buitenland dat dit iets zou zijn dat zou blijven ‘groeien’. Het is heel merkwaardig dat het zolang al blijft en, zolang al goed blijft in de zin dat het zijn weg nog vindt. Het blijft verkopen, maar dat weet je nooit op voorhand. De meeste uitgevers maken dit nooit mee dat als je een manuscript opstuurt dat dit dan zoiets wordt.

De vraag of de serie Aspe er toe bijgedragen heeft tot dit succes is nihil. De oplage voor de eerste aflevering was ongeveer 50.000 en is dan gestegen naar 60.000, maar daarna is dat terug beginnen normaliseren. Er is een piek geweest, maar niet om te zeggen dat die verdubbeld of verdriedubbeld is. Wat wel veranderd is, is de naambekendheid. De televisie speelt een grotere rol bij de naambekendheid dan de geschreven pers. En ook bij de jeugd. Ik schrik soms als ik kinderen van zeven of acht jaar hoor zeggen: ‘Kijk, dat is Pieter Aspe’. En dat is door de televisie, want zonder televisie zouden die kinderen mij nooit herkennen.

Voordeel van een serie is dat de liefhebber ze allemaal in zijn kast wilt hebben. Het nadeel is dat je altijd met dezelfde personages werkt en dezelfde soort verhalen. Het grote voordeel is dat mensen het verzamelen en ook weten wat er komt. De mensen leven er ook een groot stuk in mee. Wij horen ze dikwijls vragen: ‘ Laat Van In niet doodgaan hé’!

Vind je zelf dat er een verschil is tussen je eerste Van In en je laatste? Heb je zelf een favoriet van die 36?
Der zal wel een verschil zijn, maar voor mij zelf moeilijk om te beoordelen. Het zou vreemd zijn mocht er geen verschil zijn, maar ik zie dat niet. Het is natuurlijk ook over twintig jaar. Ik lees ze ook niet allemaal opnieuw, maar stel dat ik dat wel zou doen, dan zou ik het ook weten. Er zijn mensen die zeggen dat mijn manier van schrijven geëvolueerd is en de manier van vertellen en dat zal ook wel zo zijn. De personages blijven in essentie hetzelfde.

Mijn favoriet, das heel simpel, dat is nummer één, omdat je dan alles voor de eerste keer krijgt. Het bericht van de uitgever dat je boek uitgegeven wordt dat is één van de mooiste berichten die je in je bus kan krijgen. Een tweede keer is dat al heel anders en nu, tja, daar wordt niet meer over gepraat hé! Maar de eerste recensies, de eerste krantenknipsels, het feit dat je het boek ziet liggen, dat je mensen je boek ziet lezen, de boekenbeurs.... Alles wat de eerste keer op je afkomt, beleef je maar één keer op die manier en dat heeft allemaal te maken met je eerste boek en daarom boek één.




Ondertussen ben je een voorbeeld voor vele anderen en krijg je de stempel een fenomeen en literair icoon te zijn, niet alleen in Vlaanderen maar ook ver daarbuiten! Hoe sta je daar zelf tegenover? (vind je dat bijv een eer?)
Het fenomeen en literair icoon, dat zeggen andere mensen. Wat andere mensen over mij zeggen of denken daar kan ik niets aan doen en aan de andere kant word je natuurlijk vereerd als ze zeggen dat je een icoon bent, dan dat ze zeggen dat je goed ben voor de vuilnisbak. Dat is natuurlijk een groot verschil. Er zit ook wat commerciële ‘prietpraat’ achter, ze moeten iets vertellen hé!
De mensen zijn heel trouw. Er zijn bijvoorbeeld mensen die mij al twintig jaar volgen en nog altijd even enthousiast zijn of nog enthousiaster. Er zijn mensen die een jaar of drie ingestapt zijn en nu al de hele serie hebben. Dat doet natuurlijk heel veel plezier. Ik doe dus gewoon mijn best voor de mensen die mijn boeken lezen om telkens weer iets nieuws te geven wat hen kan boeien.

Is het waar dat je élke dag exact 1700 woorden schrijft? Waarom 1700 en sla je echt geen dag over?
Elke dag behalve op zondag, want dat is rustdag. Nooit minder, maar soms een paar meer. Dit om simpele reden dat ik door elke dag 1700 woorden te schrijven, na 50 dagen een verhaal klaar heb.

Jouw eerste boeken zijn verfilmd voor tv in de serie Aspe. Hoe is dat voor een schrijver? Was dat een droom, of juist niet? Hoe groot is je inspraak bij het tot stand komen van een dergelijk project?
Verfilmd worden geeft een soort ‘meerwaarde’. Het is een mooie bevestiging dat andere mensen erin geloven om dit te vertalen naar een ander media. Er zijn ondertussen 127 afleveringen gemaakt en je wordt dat gewend. Het is weer hetzelfde verhaal als met het eerste boek. De eerste keer dat ik het op de set zag was dat voor mij redelijk pakkend. Iemand heeft dat verfilmd en daar lopen ze nu!

In het begin was er sprake om tien boeken te verfilmen, tien dubbele afleveringen, omdat er op dat moment maar elf boeken bestonden. Dat heeft redelijk veel succes gehad en bij VTM (commerciële Vlaamse zender) hoorde ze de kassa natuurlijk rinkelen. Toen hebben ze gezegd dat ze graag wilden verder doen, maar ik zei dat ik niet zo snel boeken kan schrijven dan dat ze verfilmd zouden worden. VTM heeft toen zelf voorgesteld om er afleveringen van vijftig minuten van te maken, omdat dat het normale formaat voor een serie is en daar kunnen ze dan mensen opzetten die dit formaat kennen. Het wordt dan een ander soort verhalen die ik dan een beetje heb opgevolgd, maar ondertussen weten bepaalde van die scenaristen misschien meer dan ik over Van In. Zij zijn daar meer mee bezig geweest dan ik. Ik heb het geluk gehad dat het heel professioneel gebeurt is. Er was iemand die het héél scherp in de gaten hield en ook Herbert Flack (die de rol van Van In speelde) was daar heel streng op: het moest zo en mocht niet anders! Zijn personage moest Van In zijn uit het boek, dus hij was eigenlijk de grootste ‘waakhond’. Als hij vond dat het niet Van In was, dan speelde hij het ook niet.

Er wordt zelf gewerkt aan een filmscript van Pijn3. Is dit al concreet en aan wat kunnen de fans zich verwachten?
Ze zijn daar mee bezig, maar zelf weet ik daar ook nog niet veel over, ik heb daar nog niets van gelezen. Ik weet dat er een scenario is, maar ik heb het nog niet gelezen. Zolang er geen groen licht komt voor de productie ga ik het ook niet lezen, want dat is verloren tijd. Het belangrijkste is de financiering. Als die rond is komt er een film, komt die niet rond is er geen film. Komt die financiering rond zullen ze mij het script wel opsturen en dan begint het werk pas. De film staat helemaal los van de series, dus waarschijnlijk met andere (hoofdrol)spelers dan in de serie. De vraag is nog altijd of de film er ooit komt, wordt hij ooit gemaakt? Het is wel heel concreet en zodra er geld is ..........

De trailer van je nieuwste ‘De Doos’ is een parodie op 50 tinten grijs. Waarom en wie bedenkt zoiets?
De uitgever heeft dit bedacht. In februari was de film ’50 tinten’ in de zaal en het gaat over grijs en kleur en een parodie op die ’50 tinten grijs’ dat ik dus kleur breng in al dat grijs. De uitgever van ’50 tinten grijs’ heeft bezwaar gemaakt en daarom is het in de trailer ‘ 50 tinten thuis’, uitgegeven door WPG zelf.
Klik hier voor de trailer


De Doos wordt aangekondigd als ‘een oase van leesplezier’, wat mag ik mij daar bij voorstellen en waarom zou ik het boek dan ‘moeten’ lezen volgens jou?
Ik hoop dat al mijn boeken een ‘oase van leesplezier’ zijn en het is een manier op duidelijk te maken ‘lees het’! Als je van de vorige tevreden bent, ga je van deze ook heel tevreden zijn. Het is ontspannend, het is lichtvoetig en het is toch spannend. Ik bedoel dus dat er een ontknoping is en het wekt de nieuwsgierigheid op. Het is niet gruwelijk, de moorden worden amper beschreven. Meestal staat er: ‘Hij is dood’ en hij is doodgeschoten of verdronken, maar daar stopt het. Het is meer voor het plezier van het lezen en dat is het grootste argument om een boek te lezen. Het is prettig om te lezen, hoor ik van andere mensen.

Ik zag je regelmatig verschijnen in de serie Aspe en nu ook weer in de trailer voor je De Doos. Heeft dit een bepaalde reden of vind je dat gewoon leuk?
Zelf vind ik dat heel vervelend. De opname van de trailer voor ‘De Doos’ bijvoorbeeld dat heeft 6 uur geduurd. Het was op een zondag in Leuven, mijn vrije dag. Ik zeg niet dat het lastig is, maar ik vind het vervelend. Dan moet je ook nog wachten op de resultaten en dan duurt de trailer een 45 seconden. Maar zo werkt het. Ze hebben een idee wat het moet worden, het wordt dan uit verschillende hoeken opgenomen en ze hebben dus massa’s beelden teveel om er dan de goede uit te selecteren. In de serie kwam ik gemiddeld een vijf seconden in beeld, maar je moet daar wel een viertal uur aanwezig zijn hé.
In beeld komen vind ik helemaal niet erg, maar de tijd die je erin steekt.......

Je hebt misdaadboeken, jeugdboeken en novelle's geschreven. Is er nog iets dat je graag zou willen doen op schrijfgebied? Een kookboek?
We zijn bezig met een aantal dingen te bedenken, maar dat zal misschien voor na boek veertig zijn. Dus na boek veertig komt er waarschijnlijk wel iets anders, maar ik weet het nog niet. Dat is voor ons een deadline, maar dat hebben we gezegd na boek twintig en dertig ook. Na boek veertig is het zeker een moment van bezinning. Komen er nog Van In’s of komt er iets anders en wat dan? Het zou een kookboek kunnen zijn, maar dan wel met een professionele kok uiteraard en ik zou dan voor een verhaaltje kunnen zorgen dat daarbij past. Bij de vraag of hijzelf een ‘kok’ is zei zijn echtgenote: ‘Ik denk het niet é’, met als tegen antwoord van Pieter/Pierre: ‘Ik eet het gewoon op’.




Er is een Aspe Award in het leven geroepen. Sta jezelf mee aan de basis daarvan en wat is de bedoeling van die award?
De bedoeling is om nieuw talent aan te trekken en dat is nu dit jaar met een
verhalenwedstrijd. We zullen wel zien wat er gebeurt. De eerste prijs is € 1500,- wat toch geen ‘flut’prijs is. Je kunt er eens mee op reis gaan of een nieuwe tv kopen. De tweede prijs is alle boeken, wat toch ook een consistente prijs is en de derde prijs is een jaar gratis Omer. En wat nog belangrijker is, het wordt gepubliceerd. Want wat is het probleem van een debutant, je steekt daar toch veel tijd in, zelfs in een kort verhaal en dan heb je nooit de garantie dat het gepubliceerd wordt. Met deze Award gaan er toch een aantal mensen de kans krijgen om gepubliceerd te worden onder mijn naam, dus ze krijgen ook een publiek. Als daar dan reactie op komt, moet dat toch de grootste steun zijn die je kan krijgen als beginnend schrijver. De wedstrijd is bedoeld voor iedereen, jong en oud. 

Een leuk weetje - In deze verhalenwedstrijd start iedereen met dezelfde zin ‘De les eindigde met een vers uit het evangelie van Mattheus’. Deze zin is de eerste zin uit Aspe zijn zevendertigste boek.

Aspe NV, kun je in het kort vertellen wat dit inhoud?
De bedoeling is dat er nog initiatieven ontwikkeld worden. Nu is dat rond mezelf met ‘De Oxymoron Theorie’. Dit is Pieter zijn allereerste, nooit uitgegeven boek. Toen was er nog geen sprake van Van In of wie dan ook. Dit boek komt uit in juni 2015. Dit is stap één van de NV. De Award is stap twee en wat er dan met mij nog gebeurd of met anderen, dat ga je dan lezen in die folder van Aspe NV die om de drie maanden uitkomt. De NV is eigenlijk symbolisch, het is dus niet een rechtspersoon of vennootschap, het is een imprint. Het is dus onder dezelfde uitgeverij een ander merk creëren. Het is iets redelijk nieuw en voor Vlaanderen is het compleet nieuw.

In 2010 heb je de Ouvreprijs van Hercule Poirot gewonnen. Is er een prijs die je graag in je kast zou willen hebben staan?
Er zijn niet zoveel prijzen toegankelijk voor misdaad in België, naast de ‘Hercule Poirot’ en de ‘Diamanten Kogel’ bij ons, heb je nog in Nederland ‘De Gouden Strop’. Om dan maar iets te noemen zou ik die laatste graag nog willen. In bijvoorbeeld Amerika en de Scandinavische landen zijn daar wel prijzen voor. Omdat zijn boeken vertaald zijn, was mijn vraag welke prijs hij daar dan zou willen winnen? Het antwoord daarop was dat je daar geen vat op hebt en dat je altijd eerst opgemerkt moet worden.

Wat staat er in je eigen boekenkast en lees je zelf veel? Wat lees je dan en heb je een favoriete auteur?
Ik las vroeger heel, heel veel en nu veel minder, dus wat staat er in mijn eigen boekenkast? In, letterlijk ‘zijn eigen boekenkast’ staan van al zijn titels één exemplaar per druk.

In de boekenkast met te lezen boeken staat een beetje van alles. Vroeger las bijvoorbeeld boeken van Frederick Forsyth, zoals ‘De dag van de Jakhals’ (1971) Een paar weken geleden heb ik eens iets gelezen van Baldacci en die zijn ook heel goed. Ik kom daar meestal niet toe, maar ik ken die namen wel. Ik heb die een zes maanden terug eens van iemand gekregen, die heeft hier dan een hele tijd gelegen toen ik dacht: ‘Ik ga hem eens proberen’ en dat is me heel goed bevallen. ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ van Paulo Giordano heb ik ook gelezen, maar dat is meer literair. ‘Hard hart’ van Ish Ait Hamou , ook uitgegeven bij WPG. Dat is een jonge Marokkaan, die eigenlijk choreograaf is van opleiding en die bekend geworden is door ‘So you think you can dance’.

Als je niet schrijft, hoe vul je dan je tijd in?
Dat hangt een beetje van de periode af. Ik doe redelijk veel interviews, daarom niet altijd over boeken. ‘Acte de présence’, hoewel dat eerder beperkt is. Een boek lezen en gaan signeren. Als je alles bij elkaar optelt vul ik daar zo een beetje mijn middagen mee. Bij mooi weer zitten we op het terras. Research, als ik aan een boek begin dan ga je dingen gaan bekijken of met mensen praten. Eigenlijk draait alles zo’n beetje rond boeken en wat daarmee te maken heeft.

Echte hobby’s heb ik niet. Ik dwaal bijvoorbeeld wel graag rond in de Kloosterstraat (Antwerpen) op zoek naar ‘rare’ dingen. (Pieter heeft een levensgrote ‘Kuifje in maanpak’ in de huiskamer staan) Snuisteren naar leuke objecten, want snuisteren op zich is ook heel leuk. Tenslotte kun je niet blijven kopen. De laatste aanwinst is Jerommeke met een dienblad.... Voor den Omer?!




Hoe sta je tegenover de sociale media zoals FB, Twitter, Linkedin..... Vind je dit een meerwaarde voor jou als auteur?
Ik doe daaraan mee, maar het is mijn specialiteit niet. Chatten en contact via die kanalen is niets voor mij. Ik zie daar echt tegenop. Communiceren doe ik liever via telefoon of ‘echt’ contact. Heel dat ‘internet-gedoe is leuk om eens een fotootje door te sturen. Er wordt ook het een en ander ‘boven mijn hoofd’ geregeld. Een voorbeeld: als ik bijvoorbeeld elke dag twintig mails met dezelfde vragen moet beantwoorden; ‘Wat is jouw laatste boek’?, dat zijn zaken die ook op de website staan en die je er zo kan afhalen.
Eigenlijk vind ik dat verloren tijd en wordt het vervelend om altijd hetzelfde te vertellen.

Patrick van Oppen heeft een aantal strips getekend met jou als hoofdpersonage. Staat de lezer nog meer spannends te wachten?
Er zijn er twee van Van Oppen en twee van iemand anders. Ik heb dat zelf nooit een goed project gevonden. Ten eerste zijn mijn boeken te dik om te ‘verstrippen’, dus hebben ze dat veranderd naar de serie, maar dan blijft nog de vraag of je een volwassen publiek wilt of kinderen. Deze strips vallen er zo wat tussen, want kinderen gaan deze strips niet nemen en voor volwassenen heb je de meer gespecialiseerde reeksen.

De eerste is gekocht, omdat er Aspe opstond, maar de tweede was al veel minder. Het moet ook interessant blijven voor de uitgever, want het is redelijk duur. Je hebt een tekenaar, een scenarist. Hier hadden ze gelukkig min of meer een scenario, maar een strip kost al gemiddeld een vijf euro en als die niet goed verkocht wordt is dit verlieslatend. Dit is de economische wet, noemen ze dat.

Hoe beschrijven jouw familie en vrienden jou als persoon?
*lacht* Eerst de goede dingen dan? De meeste mensen zeggen dat ik vooral rustig ben, maar dat hoort bij mij en dat zal grotendeels kloppen. Zonder rust lukt dat ook niet en als je je begint met zenuwachtig te maken, lukt dat ook niet. Soms moet je de dingen laten voorbij gaan. Er zijn veel mensen die mij dingen toevertrouwen, dus hebben ze vertrouwen in mij. Ik zeg ook niet veel. Ik ga nooit roddelen over toevertrouwde dingen, die zwijg ik.

Een ‘slechte kant’ is dat ik soms te rechtlijnig ben en bij sommige mensen kan dit niet goed overkomen. Ja is ja en nee is nee, er zit niets tussen. Ik denk dat dit een eigenschap is die ik van mijn vader heb. Die was daar nog ‘straffer’ in dan ik. We hadden zo ooit eens afgesproken om 14.00u. in het ouderlijke huis. Ik wil vertrekken, goed op tijd, maar ik kom buiten en ik had een lekke band. Ik laat dat even weten naar mijn vader dat we twee uur niet zullen halen. ‘Oké’, zegt hij. Toen ik er kwam om tien over twee stond ik voor een gesloten deur..... ‘Twee uur is twee uur’, zei hij.

Je staat (of stond) bekend als Duvel-fan maar ik zag een foto voorbij komen met een Omer? Is dat nu HET Aspe bier?
Dat is nu inderdaad het Aspe bier. De reden is ook heel eenvoudig. Ik ben niet echt een bierkenner. Ik kende alleen maar Duvel en heb dat jaren gedronken. Vorig jaar is dat voor mij beginnen veranderen. Het ‘parelen’ was weg, het schuim is niet meer consistent en het zakte vlug en de smaak is weg. Dat zijn voor mij drie zaken die niet meer goed waren aan Duvel. Van de drie die ik opentrok, zat er maar één goede tussen. Ik heb toen heel discreet een berichtje naar Duvel gestuurd met de vraag of er iets mis was? De eerste keer kreeg ik als antwoord dat ze het zouden onderzoeken en de tweede keer was het alsof ik de ‘baarlijke duvel’ was. Ik heb toen besloten om te stoppen met Duvel drinken. Iemand had me aangeraden om eens Omer te proberen en dat beviel. Ik heb dit niet gemeld aan de pers en op de boekenbeurs stond er een Omer klaar, waarop ik natuurlijk de vraag kreeg; ‘Waarom Omer’? En dan moet je consequent zijn, dus ik de boeken is het ook aangepast.

Het is niet zo dat ik gesponsord werd door Duvel. De meeste mensen geloven dit niet, maar ik ben nooit op welke manier dan ook door hen gesponsord, nooit. En mocht dat wel zo geweest zijn, dan had ik een einde gemaakt aan die overeenkomst. Maar er was er geen, dus ...........



Maak een keuze;
* Thriller of roman?
Dat lijkt een simpele vraag. In de gegeven omstandigheden zou ik zeggen ‘thriller’, omdat ik meestal lees op vakantie en dan heb ik het liever wat spannend en ontspannend is.
* Zoet of hartig?
Zoet, voorkeur naar chocolade, dan vooral melkchocolade. Gebak is ook lekker, de ongezonde dingen.
* Ski- of strandvakantie?
Strand. Ik kan niet skiën en vakantie associeer ik met de zon. Skiën of in de sneeuw gaan rondlopen zegt me niets en ik ben ook niet echt sportief en om er nu nog mee te beginnen. Een cruise vind ik ook heel gezellig. Je zit elke dag in een andere plaats en je hebt de combinatie van ‘strand’ en cultuur. Je kunt die plaats bezoeken, maar het hoeft niet. Ik ben geen ‘kuddedier’, maar als je met een goede rederij vaart, heb je dat gevoel ook niet. Dan kom je bijwijze van spreken bijna geen mensen tegen op die boot. Wij gaan meestal buiten het seizoen, dat scheelt ook.

Waar zie jij jezelf over pakweg vijf jaar?
Ongeveer in dezelfde omstandigheden, misschien wat meer op reis gaan. We hebben ook overwogen voor een huisje in Spanje of Zuid-Frankrijk of zo, maar dan moet je er ook elk jaar naartoe, dus daar zijn we vanaf gestapt. Antwerpen is handig, das niet ver en je zit toch in een andere wereld. Lange reizen hebben we ook overwogen, maar Bernadette kan zolang de kinderen niet missen, das dan een praktisch probleem, maar misschien doen we dat ooit één keer.

Waar kan men je midden in de nacht voor wakker maken?
Chocolade!! Eigenlijk voor een aantal dingen. Een goed film bijvoorbeeld, iets te eten of iets te drinken, voor goed nieuws te melden. Niet voor slecht nieuws of voor te laten weten dat het gebouw aan het instorten is.

Als afsluiter; Wat is jouw ultieme droom?
Mijn ultieme droom was volledig vrij zijn en boeken schrijven is een goede manier om dat te verwezenlijken, omdat je van niemand afhangt, alleen van jezelf. En voor de rest moet je aan niemand verantwoording afleggen. Je werkt wanneer je wilt, met discipline natuurlijk. Ik hoef me niet te verplaatsen, want aan woon-werk-verkeer heb ik een grondige hekel. Daar ben ik niet alleen in, denk ik! Dat was mijn ultieme droom, dus ik heb hem al!

Kleinkinderen heb ik nu ook al, dat was nu geen ultieme droom, maar ik wist dat dit wel zou komen. Ik heb een kleindochter van 15 en ik dacht; ‘Ik heb er eentje en het zal bij eentje blijven’. Maar er zijn er onlangs twee bijgekomen. Dat is geen ultieme droom, maar een aangename verrassing en zeker dat ze gezond zijn!




Lezersvragen 

Peggy van Aert;

Hoe komt een boek tot stand?
Ik begin altijd met een idee. ‘De Doos’ bijvoorbeeld is ontstaan op een reis in augustus, een weekje Kreta. Het domein waar we verbleven was heel dicht bij een dorpje, Elounda. We zitten daar aan de haven en op een gebouw zie ik ‘Ferryman’ staan. Een dertigtal jaar geleden was er een serie die opgenomen is in Kreta, “Who Pays the Ferryman?” Het bleek inderdaad het (vernieuwd) gebouw te zijn uit die serie. Toen ben ik beginnen denken, ‘stel dat ik hier een boek zou laten beginnen en het heeft iets te maken met de veerman’ en zo is De Doos ontstaan.

Begint u gelijk met schrijven of wordt er eerst een soort draaiboek gemaakt? 
Bij een buitenlandse locatie neem ik wel notities, anders moet je het opzoeken via internet en ik vind het makkelijker ter plekke notities te nemen, maar voor de rest heb ik geen draaiboek.

Scoorde u vroeger ook al hoge punten voor uw opstellen op school.  Of hoe bent u in het schrijversvak gerold?
Absoluut niet! We hebben nu sinds 25 jaar reünie met het laatste jaar van het middelbaar. En er is nog één leraar, de leraar Nederlands, die was toen nog heel jong, want die is maar een tien jaar ouder dan mij. Ze hebben ooit het plan eens opgevat om in het archief van het Sint Leo College, waar ik naar school ben geweest, te kijken of er nog opstellen van mij te vinden waren om te bewijzen dat ik absoluut niet kon schrijven. Maar ze moeten dat maar twintig jaar bijhouden, dus er waren er geen meer. Gemiddeld een 6 of 10.
Ik ben in het schrijversvak gerold als lezer. Ik las veel boeken en lees nog. Daarbij kwam het gedacht hoe het zou zijn om zelf een boek te schrijven.

Heeft u ooit overwogen om een totaal ander genre bv sciencefiction of een erotisch verhaal te schrijven eventueel onder een pseudoniem?
Ik heb nog een aantal verhaaltjes gemaakt voor kranten en tijdschriften en daar zitten toch minstens twee erotische verhalen tussen. Onlangs, met die hype van ‘de Vijftig Tinten Grijs’ was er in de Humo (Vlaams weekblad) inplaats van ‘De zomer van het spannende boek, De zomer van de spannende broek’. Ze hadden aan zes auteurs gevraagd om een erotisch verhaal te schrijven en dat zat er dan bij als bijlage. En sciencefiction, ik hou erg van dat genre, maar heb het nog nooit geschreven. Het is te overwegen om het toch eens te proberen, het is een idee en het is voor de moment erg ‘in’.

Willemine Smidt;

Sinds 1996 ben je fulltime auteur van misdaadromans. Daarvoor heb je de meest uiteenlopende beroepen gehad. Heb je daar profijt van cq. gebruik je bepaalde items/gebeurtenissen uit je vorige beroepen bij het schrijven van je romans?
Uiteraard, door een aantal heel verschillende dingen te doen, kom je met veel soorten mensen in contact. Ik heb een aantal jaren voor de zeevaartpolitie gewerkt. Dat was redelijk avontuurlijk in die tijd. Ik heb voor een ziekenfonds gewerkt, wat redelijk saai lijkt, maar je draagt daar toch iets van mee. Ik was conciërge van De Heilige Bloedkapel, mijn langste carrière in loondienst en daar kwam ik met heel veel mensen in contact, zowel toeristen als mensen uit de kunstwereld. Daar heb ik veel van opgestoken en dat blijft hangen.

Hoe spannend vind je het om je boek na voltooiing los te laten en dat af te wachten hoe het bij recensenten en lezer wordt ontvangen?
Spannend is nu opgelucht geworden in de zin van ‘oef, het is af’. Ik wacht dan af tot de zetproef komt en dan gaan we dat nog een keer door, voor de kleine details. Van lezers krijg ik weinig reacties, behalve goeie! De recensenten, er verschijnen nog heel weinig recensies, maar na een tijdje speelt dat eigenlijk geen rol meer, tenzij ze héél slecht is of héél goed. Als er bijvoorbeeld een bekende recensent nu een recensie in de krant zou schrijven met de tekst dat Pieter Aspe nu zijn ultieme ding geschreven heeft, dan gaat dat zijn weerslag hebben. Maar meestal is het; ‘ Er is er weer ene (boek) en het is niet slecht’. De beste recensie vind ik dat als je het boek dichtklapt en je zegt; ‘Oke’ en over de rest kan je discussiëren.

Heb je ooit reacties gekregen van misdadigers of slachtoffers op jouw boeken? (Pieter vond dit een erg originele vraag en hij kan zich niet herinneren dat die vraag al ooit gesteld is aan hem, vandaar is dit de winnende vraag!)
Ik heb drie keer een lezing gedaan in de gevangenis en de laatste keer was in Brugge. Daar zit de man vast die het wapen geleverd heeft voor de moord op Van Noppen. Die was komen mee luisteren naar mijn lezing en het ging over één van mijn boeken waar een sluipschutters geweer in voorkomt. Vroeger woonde hier een wapenhandelaar waar ik af en toe wat informatie vroeg. Ik had een merk en de technische specificaties van een wapen nodig, maar ook de munitie, want een wapen staat of valt door de munitie. Je hebt de kogelwerende vesten en als je daarop schiet met een gewoon pistool is dat ‘oke’, maar er bestaat munitie waar je dwars door zo’n vest heen schiet. Dus die wapenhandelaar zei dat er een nieuwe soort munitie was, kogelwerende vest of betonnen muur, je schiet er dwars door. Dus ik heb die munitie gebruikt in mijn boek en na mijn lezing in de gevangenis steekt die man zijn hand op en zegt;’ Meneer, ik heb dat gelezen in uw boek van dat geweer met die munitie, dat is één van mijn grote interesses, maar ik heb daar nog niets over gehoord of gelezen’. Ik heb daarop geantwoord dat hij daar dan misschien al te lang verblijft. Achteraf bleek dat hij ook een boek over zichzelf had geschreven, autobiografisch en hij had dat boek mee voor mij. Hij blijkt dus een echte wapenfreak te zijn. Die wist echt alles over wapens, maar de munitie in mijn boek was zo recent, dat hij daar nog niets van gehoord had.

Stephanie Haenen;

Heeft zijn hartaanval invloed gehad op zijn levenswijze?
Ik heb geen hartaanval gehad, maar er waren vier aders ‘verstopt’. Bij mij hebben ze de ‘leidingen’ veranderd. In principe is er niets aan mijn hart, dus heb ik ook mijn levenswijze niet veranderd. Ik heb ook dertig jaar garantie gekregen van de chirurg. Hij heeft gezegd; ‘ Je hebt dertig jaar nodig gehad om ze kapot te roken en nu heb je weer dertig jaar’ Is het gezond, nee natuurlijk niet.

Wat vind hij van de hele heisa die was ontstaan op het feit dat hij meteen na zijn hartoperatie Duvel dronk?
De mensen zien dus die dokter en mij en even voor de duidelijkheid, het was niet mijn voorstel, maar de dokter zijn voorstel. Hij is trouwens niet de eerste de beste. Het is de man die de eerste harttransplantatie gedaan heeft in België. En het was hij die zei ‘laten we dat zo doen’ en vandaar die ‘heisa’ met de Duvel.

Hij woont in Blankenberge maar bijna alle thrillers spelen zich af in Brugge. Is daar een reden voor? Mogen we ooit een thriller verwachten die zich afspeelt in Blankenberge?
Er is een thriller die zich grotendeels afspeelt in Blankenberge, ik denk dat het
‘Ontmaskerd’ is. Waarom Brugge? Ik ben er geboren en Brugge heeft uitstraling, het decor en de naam en voor mij gemakkelijk, want ik ken Brugge, dus weinig research.

Hanneke Tinor-Centi;

Pieter, jij hebt boeken geschreven in zeer uiteenlopende genres. Nu ben ik heel benieuwd waar jouw werkelijke passie ligt, ofwel wat vind je het leukste om te schrijven?
Een verhaal vertellen is voor mij ook spannender dan een liefdesroman/roman. Bij een roman moet je dieper in jezelf graven. Er zijn schrijvers die daar echt door getekend raken en depressief worden. Die het slachtoffer worden van hun eigen gewroet in hun eigen ziel. Voor mij is schrijven een ontspanning. Ik moet daarvoor niet ‘wroeten’ in mezelf en lig er ook niet wakker van. Het komt altijd wel goed met mijn verhaal.

Gerda van Drunen;

Lezers schrijven recensies over jouw boeken, maar hecht jij dan wel waarde aan de meningen van deze lezers? En hoelang zou je nog willen door gaan met schrijven..of wil je nog een andere richting inslaan?
In principe ben ik niet van plan om te stoppen, zolang ik er zelf plezier aan beleef en het geen sleur wordt en zolang het fysiek en geestelijk kan natuurlijk. Waarschijnlijk wel op een andere manier en geen twee boeken per jaar. Als ik ga veranderen, moet ik dit ook communiceren, geleidelijk aan en niet van dag op dag en daar dient die Aspe NV ook voor. De lezers zijn ook al twintig jaar Aspe gewend. Mocht in veranderen van genre, blijf ik wel de naam Pieter Aspe aanhouden. Die is er nu en ik heb geen zin om die te veranderen en onder weer een ander pseudoniem te schrijven.

Geen opmerkingen: