donderdag 28 mei 2015

In gesprek met........Tim Notten

Met een knaller van een debuut heeft Tim Notten zijn naam neergezet en ligt zijn boek ‘Nikki’ tussen de grote namen, zoals Esther Verhoef, Suzanne Vermeer, David Baldacci en Hjorth Rosenfeldt. De Perfecte Buren konden aan deze debutant niet voorbij gaan en op de vraag of hij een interview met ons zag zitten, antwoordde hij; ‘Lijkt me heel leuk om te doen, dus het antwoord is volmondig JA’.

Wie is deze auteur? Wat schrijft hij? Wat hij doet in zijn ‘vrije’ tijd en wat leest hij zelf?

In onderstaand interview geeft Tim antwoord en kom je nog veel meer te weten over deze sympathieke Nederlander.

Wie is Tim Notten?
Dat is nu nog te vroeg om te zeggen. Een mens is nooit af. Maar als ik een poging zou moeten doen, dan ben ik een man met een meer dan gemiddelde dosis geluk, denk ik. Twaalf ambachten zijn bij mij niet op dertien ongelukken uitgelopen. Ik was journalist, alpinist, schipper, IT’er, manager. En schrijver. Veel van wat ik heb gedaan liep helemaal niet slecht af, en daar verbaas ik me nog vaak over, omdat er nooit een plan achter zat. De dingen kwamen op mijn pad en ik deed gewoon wat ik kon. Ik ben een mengelmoes van die dingen, en van de liefdes en vriendschapen in mijn leven die een verschil hebben gemaakt, want alleen stel ik niet zo veel voor.

Als redacteur/verslaggever zat het schrijven, bij wijze van spreken in je bloed.
Je werkte voor de Gooi- en Eemlander, Margriet, de Volkskrant en Veronica Blad. Vanwaar die ‘roeping’ om een boek te schrijven? Heb je dit altijd al willen doen?
Nee. Of ja, ergens wel, als ik heel eerlijk ben, maar ik ben er nooit zo mee bezig geweest. Niet in de zin van de tegenwoordig zo populaire bucketlist, want die heb ik niet. Mijn overtuiging was altijd dat je eerst een verhaal moet hebben voor je aan een boek kunt beginnen. Voor mij gaan interessante verhalen primair over mensen en pas in tweede instantie over gebeurtenissen. Dat klinkt misschien gek voor iemand die net is gedebuteerd met een thriller, maar ik denk dat je dat in mijn boek ook wel terugvindt.
Hoe dan ook, tot een paar jaar geleden had ik niet het gevoel dat er zo’n verhaal in me zat. Alles wat ik te zeggen had paste tot dan toe prima in een e-mail, een column of een beleidsnota. Totdat het idee waarop ‘Nikki’ is gebaseerd langzaam vorm begon te krijgen. Ja, toen zat er eigenlijk niks anders op dan een sabbatical te nemen en net zo lang te typen tot het klaar was.

Ben jij iemand die eerst alles op een rijtje moet hebben (karakters, begin en verloop, de plot) voor je begint met schrijven of ga je zitten en begin je eraan? Geen van beiden. Ik heb een behoorlijk gerijpt idee nodig, anders heeft het geen zin om te beginnen. Maar het moet ook nog lang niet af zijn, want anders kan ik mezelf niet meer verrassen.

Hoe lang heb je erover gedaan dit boek te schrijven?
Alles bij elkaar drieënhalf jaar van de eerste paragraaf tot het in de winkel lag. De werkelijke schrijftijd zal zo’n tweeënhalf jaar zijn geweest. In die tijdspanne heb ik moeten leren wat het is om een boek te schrijven. Het is maar goed dat ik dat van tevoren niet wist, anders was ik er misschien niet eens aan begonnen, want het is confronterend, omdat louter het formuleren van mooie zinnen bij lange na niet voldoende is voor een boek.




Hoeveel biografisch zit erin het verhaal van Nikki? Kan ik je bijvoorbeeld vergelijken met Simon of Sjoerd of net niet?
In mijn allereerste versie zaten verschillende autobiografische stukken. Die zijn in de loop der tijd allemaal gesneuveld. Natuurlijk zitten er elementen van mij in Nikki, Sjoerd, Laura en Simon. In al mijn personages zitten dingen van mijzelf, maar ook van anderen, vrienden, familie, collega’s. Maar tijdens het schrijven besloot ik dat het een volledig fictief werk moest zijn, gewoon omdat het leuker is om de verhoudingen tussen mensen en de dingen die zich voordoen helemaal naar je hand te kunnen zetten. Dan staat de werkelijkheid alleen maar in de weg. In mijn eerste versie had ik een echte anekdote zitten. Eva, mijn vaste meelezeres, vond juist dat stuk volstrekt ongeloofwaardig. ‘Dit kan echt niet,’ zei ze, ‘dat moet eruit, al zeg je me honderd keer dat het echt gebeurd is. Niemand gelooft dit.’ Je weet wat ze zeggen: de waarheid is vreemder dan fictie.

In je boek komen verschillende karakters voor die gelijkenissen tonen met bestaande personen. Is Nikki ook een bestaand persoon?
Ik denk dat mijn uitgever het belangrijk vind dat ik nu benadruk dat al mijn personages fictief zijn. Nikki is dat sowieso, hoewel ik graag had gewild dat ze bestond. Wat die bestaande personen betreft denk ik dat je vooral doelt op Joris Demmink, want die vergelijking heb ik vaker gehoord. Dat komt, denk ik, doordat mijn personage, ene Winfred Houtzager, een bijrol speelt. Zijn karakter is daarom niet zo uitgediept als dat van anderen. En aan de oppervlakte zie je een machthebber op het departement van Justitie met een twijfelachtige reputatie. Ja, ik snap die link wel, maar Houtzager of Demmink, dat is allemaal behoorlijk inwisselbaar.

Je boek speelt zich af in je eigen streek/omgeving en ook qua taalgebruik is het een typisch Nederlands boek. Is dit een bewuste keuze geweest en waarom?
Het boek speelt zich hoofdzakelijk af in Amsterdam en Laren, de stad waar ik studeerde en de omgeving waar ik opgroeide. Toen ik aan het boek begon, leek het me verstandig om een aantal factoren in te bouwen die ik goed ken. Zo kon ik me vooral concentreren op het verhaal zonder me al te veel te moeten verdiepen in bijzaken. Een bedrijf dat iets doet met ICT was in dat opzicht ook handig, omdat dat mijn vakgebied is. Dat Nikki een hacker is, komt ook eerder daaruit voort dan dat ik een verhaal over een hacker wilde schrijven.
Met het taalgebruik ligt het wat gecompliceerder. In mijn standaard schrijfmodus ben ik behoorlijk direct, zelfs voor een Hollander. Voor dit boek vond ik dat een passende stijl, dus ja, het was ook wel een bewuste keuze. Het boek waaraan ik nu werk is wat dat betreft meer ingetogen, althans, dat idee heb ik wel. Ik ben benieuwd of je het daarmee, als het eenmaal af is, eens kunt zijn.




Nikki is een thriller met een snuifje romangehalte. Was dit de bedoeling?
Ja, zeker. Sterker nog, toen ik begon had ik een roman voor ogen. Ik wilde het verhaal vertellen van een man die deels uit naïviteit, deels door zelfoverschatting, een beslissing neemt waarvan hij de gevolgen niet kan overzien, laat staan beheersen. Een onbezonnen stuurfout, met een hekgolf van ellende die hem overspoelt en verzwelgt. Pas toen ik besloot dat Nikki een hacker moest zijn, kwamen er steeds meer thrillerelementen in het verhaal. In overleg met de uitgeverij heb ik toen besloten dat het dan ook maar een thriller moest worden.

Je hebt als boardroomconsultant in de informatietechnologie gewerkt. Je boek gaat over hacken. Heb je ervaringen/personages vanuit die baan meegenomen tijdens het schrijven van Nikki?
Ervaringen zeker, maar personages niet, al zullen er mensen uit die tijd zijn die kleine stukjes van collega’s herkennen in enkele personages. En het hielp dat ik weet hoe een grote ICT-organisatie functioneert. Een nadeel daarentegen was dat ik mezelf steeds moest inhouden om de technische component in het verhaal niet te gedetailleerd te maken. Want daar zit niemand op te wachten, natuurlijk.

Ik vind de cover geweldig! Heb je zelf invloed op de keuze van de cover?
Die credits gaan geheel naar mijn uitgeverij, De Fontein. Zelf wist ik niet zo goed wat ik wilde en ik twijfelde over het beeld van Nikki, omdat mijn beschrijving van haar niet helemaal overeenkomt met de vrouw die je op de cover ziet. Maar de uitgever verdedigde het ontwerp van Marry van Baar vol verve. En terecht, dat blijkt nu wel.

Hecht je veel waarde aan recensies en hoe denk je eventuele negatieve kritiek te ervaren? Neem je dat mee bij een volgend boek?
Dat is nu nog moeilijk te zeggen. Het boek ligt nu precies een week in de winkel. Tot dusver heb ik zo’n zes à zeven recensies gezien, en die zijn allemaal bijzonder lovend. Het zijn de negatieve recensies die je misschien nopen om je keuzes te heroverwegen, of je zelfs doen twijfelen aan je schrijverschap. Het zal afhangen van die kritieken denk ik, of ik er wat mee kan en dus of ik ze zal meenemen bij het schrijven van mijn volgende boek.

Hoe kijk jezelf naar Nikki nu ze af is? Is ‘ze’ geworden zoals je ze in gedachten had? Hoe trots ben je nu?
Ik ben heel trots. Vandaag las ik een recensie waarin Nikki wordt afgeschilderd als nu eens stoer en daadkrachtig, en dan weer onzeker en meisjesachtig. Dat is precies hoe ik haar bedoeld heb. Ze is geen stabiele persoonlijkheid, maar tegen de tijd dat de hoofdpersoon daar achter komt, is het al veel te laat.
In andere recensies lees ik ook dat de onderliggende boodschappen over machtsmisbruik en cybercriminaliteit goed overkomen. Op meer kon ik niet hopen.

Schrijf je in afzondering en totale stilte of heb je liever lawaai om je heen?
Dat hangt van mijn bui af. Ik kan schrijven in een kroeg in Amsterdam of in een cel in een abdij. Het grootste deel van mijn tijd schrijf ik in afzondering, thuis, aan de keukentafel, of in Lagrenie, het landgoed in de Dordogne van dierbare vrienden. Toen ik daar eind vorig jaar bezig was met de laatste redactieronde voor Nikki, overleed de oudste van onze honden. Ze ligt daar nu begraven onder een mooie plataan, met uitzicht over het dal en de Dordogne. Een mooiere plek is er eigenlijk niet.

Voor lezers die jouw boek niet kennen: omschrijf je schrijfstijl eens?
Dat is lastig. Dit boek kenmerkt zich door direct taalgebruik en soms rauwe dialogen. Ik heb gekozen voor een vorm met veel dialoog en een wat soberder reflectie. Dat vond ik beter passen bij Simon, die het verhaal vertelt. Voor een thriller speelt zich daardoor wellicht meer dan gemiddeld af in subtekst, maar dat is niet per se essentieel voor het verhaal.




Hoe gaat het met je volgende boek? Wordt dat weer een thriller, of sla je een andere weg in? Een roman of een erotisch boek, ik noem maar wat.
De volgende staat al aardig in de steigers. Ik heb zo’n driekwart van het verhaal grofweg in mijn hoofd, maar hoe het gaat aflopen, daar heb ik nog geen idee van. Ik ben intussen al wel begonnen en heb de eerste twee hoofdstukken in klad op mijn computer staan. Nog een hoofdstukje, en dan las ik een pauze in om de personages eerst ieder hun eigen achtergrond te geven. Waar het naartoe gaat, kan ik nu nog niet zeggen, maar ik vermoed dat het zal uitdraaien op een spannende roman, of anders een subtiele thriller.

Door omstandigheden, het overlijden van je ouders, ben je een hele tijd gestopt met schrijven. Hoe heb je die periode ervaren?
Ik was 24 toen mijn moeder overleed. Mijn vader stierf kort daarna. Ik nam ontslag bij de VPRO waar ik toen werkte en vertrok naar Frankrijk, om te klimmen. Ik deed alles om me niet met hun dood bezig te hoeven houden. Klimmen zonder zekering, met een klimtouw springen van de Pont de Ponsonnas in Grenoble en elke dag met meer dan twee keer de toegestane snelheid over de kronkelweggetjes van de Ecrins of de Luberon scheuren. Het is een godswonder dat daar niemand gewond bij is geraakt. Destijds dacht ik er niet over na. Ik was jong, zat met mijn vrienden in het Mekka voor klimmers en ik dacht dat ik onsterfelijk was. Of misschien maakte het me niet uit als er van de ene op de andere dag een einde aan zou komen. In elk geval kan ik er een boek mee vullen, misschien wel twee, mocht het op een dag met de fictie niet meer willen lukken.

Je woont samen met je vrouw en je honden in Almere. Heb je daar je stek gevonden?
Almere Haven is als een dorpje, afgescheiden van de stad door een brede snelweg. We wonen hier prachtig, water voor de deur en een park, met daarachter uitgestrekte bossen. Een paradijs voor de honden. Toch denk ik niet dat dit het eindstation is. Daarvoor zijn we beiden te ongedurig. Er is nog zoveel te zien en te doen, en het kan haast niet anders dat we daardoor ooit weer onze biezen pakken en elders ons kamp opslaan.

Wat staat er in je eigen boekenkast en lees je zelf veel? Wat lees je dan en heb je zelf een auteur naar wie je opkijkt?
Mijn boekenkast loopt van J.K. Rowling tot Hemmingway, van Ronald Giphart tot Jeroen Brouwers en van Stieg Larson tot Stephen King. Een grote lezer ben ik niet, maar wat ik lees is wel divers. Mag ik echt maar één held noemen? Nou, doe dan John Irving maar.

Als je niet schrijft, hoe vul je dan je tijd in?
Sinds een klein jaar werk ik in Amsterdam als coach van een kweekvijver vol schrijftalent. Twaalf jonge vrouwen en twee mannen, allemaal met een academische opleiding in iets taligs. Soms heb ik het gevoel links en rechts te worden ingehaald, maar niet zelden merk ik ook dat ik echt wat kan bijdragen aan hun ontwikkeling als schrijver. Er is een enorme dynamiek in die groep. Dag in dag uit gaat het over taal, tot ver achter de komma – doodmoe word je er soms van. Maar in elk geval kunnen we allemaal zeggen dat we op dit moment leven van het schrijven.

Hoe sta je tegenover de sociale media zoals Facebook, Twitter en LinkedIn? Vind je dit een meerwaarde voor jou als auteur?
Ja, zonder meer. Twitter en ik, dat gaat nog niet zo heel goed samen, maar Facebook is voor mij een klein podium. Daarnaast is de Facebookchat zoiets als de koffieautomaat in elk bedrijf. Ja, Facebook is een fijne vriend, ik zou niet meer zonder kunnen.




Hoe beschrijven jouw familie en vrienden jou als persoon?
Daar kan ik je echt geen goed antwoord op geven. Vermoedelijk lopen de beschrijvingen uiteen van psychopathische narcist tot levensreddende vredesengel. Ik wil dat zelf eigenlijk ook liever niet weten.

Maak een keuze:
Thriller of roman?
Een spannende roman.
Zoet of hartig?
Hartig. Tenzij er sprake is van chocola, dan is zoet zeker niet uitgesloten.
Ski- of strandvakantie?
Skivakantie, maar dan wel met een snowboard en liefst ook een paar stijgijzers mee.
Hond of kat?
Honden, meervoud, want een hond alleen zit zich voor het vensterglas maar stierlijk te vervelen.
Wijntje of biertje?
Wijn. Droog wit, rood en rosé. Maar bier mag ook hoor, zeker op een bloedhete zomerdag na het omhakken van een dikke eik.

Waar kan men je midden in de nacht voor wakker maken?
Voor het welzijn van mijn gelieven en mijn honden. In alle andere gevallen is het raadzaam me rustig te laten slapen.

Als afsluiter; wat is jouw ultieme (schrijvers)droom?
Een boek met zoveel subtiele laagjes, dat mensen nooit ophouden er weer iets nieuws in te ontdekken. En dat dan vertaald in tachtig talen, en verfilmd met Matthew McConaughey en Natalie Portma.

Tim, bedankt voor dit openhartig interview. Ik kijk al uit naar je volgend boek!

Karin
Team DPB

Hier de recensie n.a.v. de blogtour

Geen opmerkingen: