woensdag 2 september 2015

Rudy's wereld - Muziek


Dit wordt een heel persoonlijke bijdrage. Je bent gewaarschuwd.
Het moet zo rond mijn eenentwintigste geweest zijn dat een vriend me de basisbeginselen van het gitaarspelen bijbracht. Het feit dat hij daarin slaagde, was het gevolg van een gouden tip, die iedereen met de ambitie om te leren gitaar spelen zou moeten kennen: ja, ook jij kan het leren, op voorwaarde dat je de eerste veertien dagen dat je oefent, vòlhoudt. Niét opgeeft, niét zegt 'ik zal het nooit kunnen', je gitaar niét weggooit. Vòlhouden. Hoe slecht je eerste en volgende pogingen ook mogen klinken. Vòlhouden. Het zàl namelijk veertien dagen lang voor geen meter lukken èn afschuwelijk klinken. Je huisgenoten zullen je ervoor haten. Maar daar moet je gewoon dòòr. Gewoon negeren. Vòlhouden. Doorzetten en er in geloven. Want er kòmt een ogenblik waarop het plots wèl klinkt. En vanaf dan ben je vertrokken. 
Zelfdiscipline dus, ook daar. Doorzettingsvermogen. Jawel.

Bij mij duurde het ongeveer drie weken. Na ongeveer een maand kon ik al drie akkoorden 'nemen' met een min of meer aanvaardbaar resultaat. Merkwaardig genoeg probeerde ik toen meteen en zonder veel nadenken een liedje te schrijven. Muziek én tekst. Een drie akkoorden-song dus - ah ja, ik kende er maar drie. Het gitaar spelen zelf vond ik best leuk, maar liedjes schrijven nog veel leuker. Waarom? Geen idee. Ambitie? Geen enkele. Just for fun. 

Samen met een goede kameraad die piano speelde heb ik de jaren die daarop volgden tientallen liedjes geschreven, vaak gestimuleerd door alcoholische versnaperingen en geïnspireerd door ons beider werkomgeving, het onderwijs. Letterlijk afreageren. De ergernis en de stress wegschrijven en wegspelen dus. 
Optreden voor een publiek was er niet bij. Gewoon geen tijd voor, geen zin ook, en de overtuiging dat er toch niemand in zou geïnteresseerd zijn. Zo goed waren we nu ook weer niet. :-) Stel je voor.


Vele jaren later vroeg een groepje zestienjarige leerlingen op school mij op een bepaald ogenblik of ik hen gitaar wilde leren spelen in mijn en hun vrije tijd. Ik stemde toe, maar ik stelde één voorwaarde: het moest uitmonden in een optreden op het einde van het schooljaar, voor de ouders en andere leerlingen, en elke deelnemer moest er ook minstens één liedje zingen. Anders begon ik er niet aan. De voorwaarde werd aanvaard, tenminste als ik er zelf ook aan zou voldoen, en dus ook een liedje zou zingen. Het leek me een faire deal, en zo geschiede. De groep kreeg zelfs een verzamelnaam: Fias & Co. Als ik me goed herinner heeft de periode van leren, repeteren en optreden drie jaar geduurd, en denken heel wat deelnemers, mezelf inbegrepen, er met de nodige heimwee aan terug. Uiteraard speelden we covers, geen eigen nummers. Maar voor mij was het wel de eerste keer dat ik met muziek op een podium stond, en dat viel veel beter mee dan ik vooraf in mijn donkerste dromen had gevreesd. Meer zelfs: het was leuk. Niet ernstig, natuurlijk, maar 'plezant'. 
(Beetje Vlaams ertussen, voor de authenticiteit. :-) ) 

Vele jaren en liedjes later herinnerde ik me op een bepaald ogenblik een van de wijze raadgevingen van mijn grootvader zaliger. Die had het al wel eens over 'je laatste bed', een uitdrukking waarmee hij je sterfbed bedoelde. Ooit had hij eens gezegd: denk er aan dat mensen op hun laatste bed meestal geen spijt hebben van wat ze in hun leven hebben gedààn, maar wel van wat niét hebben gedaan maar hadden willen doen. Zorg ervoor dat je de dingen waar je van droomt minstens één keer in je leven probeert, al was het maar om in je laatste bed geen spijt te hebben dat je dat nooit hebt gedaan.
Heel goeie raad.

Ongeveer tien jaar geleden besloot ik om dat ook maar eens te honoreren. Samen met een andere kameraad oefende ik op gitaar een aantal eigen nummers in - ik bleef maar liedjes schrijven - tot we op een punt kwamen dat we zelf vonden dat het eigenlijk best aanvaardbaar klonk. En toen kwam de grote beslissing.
Ik herinner me nog goed dat ik toen letterlijk tegen de spiegel heb gezegd: ik wil in mijn leven ooit één keer met mijn eigen liedjes op een podium hebben gestaan, voor een publiek. Als het nergens op lijkt, dan is dat maar zo. Als ik afga, so be it. Maar ik wil achteraf geen spijt hebben dat ik het nooit heb geprobeerd.
En dus begon HoeDoeDet (de naam van ons los-vast groepje, waar af en toe ook enkele andere collega's bij betrokken waren) aan z'n 'carrière'. Het optreden kwam er, en was een succes, te oordelen naar de reacties. (Al moet ik er deemoedig bij bekennen dat mijn ingebouwde neiging om complimenten automatisch te relativeren belette dat ik het ook als een succes aanvoelde.) Het was een fijne ervaring, die we dan ook in verschillende bezettingen op verschillende tijdstippen hebben herhaald.
Maar dan verander je ineens van werkomgeving, en stel je vast dat er daardoor meer wijzigt dan alleen de plek waar je je 's morgens naartoe beweegt. Tijdsgebrek, een boek dat plots gepubliceerd en genomineerd wordt voor enkele prijzen... Een en ander drijft weg, uit het zicht van het moederschip, en het enige wat je uiteindelijk nog doet is er af en toe met enige nostalgie aan terugdenken. 
Al bleef - en blijf - ik wel met een zekere regelmaat liedjes schrijven. Ik kon/kan het gewoon niet laten.
En dan is het weer tijd voor een nieuwe fase in je leven. Act 3, zeg maar. Pensioen. Je wordt ouder, papa. Jaja. Maar dat betekent nog niet dat je moet stilvallen, wel integendeel.
Ik speelde al lang met het idee om toch nog eens een keertje iets te doen met muziek. Het was alleen wachten op de juiste aanleiding, de juiste voorzet. 



En dan komt hier nu exclusief het nieuws. (Al denk ik niet dat Nederland er van zal wakker liggen :-) )
Samen met een Antwerpse standup-comedian - Patrick Van den Kieboom - heb ik besloten om iets uit te proberen. Standup afgewisseld met liedjes. Hij de standup, wij (de originele HoeDoeDet-bezetting) de liedjes, alternerend. Zijn standup gaat over een onderwerp, waarna wij over hetzelfde onderwerp een liedje plegen. En dan weer terug een standup over een ander onderwerp... Uiteraard humoristisch - dat is tenminste de bedoeling. Met misschien af en toe een nostalgische toets. Humor heeft wel vaker een nostalgische afdronk. 
De onderwerpen zijn gekozen, de liedjes ook. 
We doen om te beginnen een try-out (klinkt helemaal écht, niet? :-) ) We willen weten of het wel klikt, tussen ons en met het publiek. Daarna zien we wel. Maar één try-out (=optreden, dus) ligt al wel vast. (Zie affiche) 
Of het iets wordt, weten we niet. Of het bij een eenmalige gebeurtenis blijft of niet, evenmin. Hoeven we ook niet te weten. Het gaat over beleving, over doen wat je wil doen, over je dromen uitvoeren, nu het nog kan. 
Op mijn laatste bed zal ik er in elk geval met plezier aan terugdenken, en dat geeft me nu al een goed gevoel. 
Is dat niet het allerbelangrijkste in het leven? Zoveel mogelijk ogenblikken van goed gevoel verzamelen?

Geen opmerkingen: