zondag 8 november 2015

Rudy's wereld........Boekenbeurs


Van 31 oktober tot en met 11 november is/was het dus weer Boekenbeurs in Antwerpen. Negenzeventigste editie. (Of was het nu echt de tachtigste?) Twaalf dagen lang, zestigduizend titels, elk jaar gemiddeld honderdvijftigduizend bezoekers. Groot dus. Zonder enige twijfel de grootste beurs voor Nederlandstalige boeken. Volgens mijn bronnen is alleen de Frankfurter Buchmesse groter (veel groter zelfs), maar daar gaat het dan ook om een Europese beurs, met ongeveer alle talen vertegenwoordigd. De Antwerpse beurs etaleert hoofdzakelijk Nederlandstalig werk, origineel en vertaald. Je vindt er zowat alles, van fictie over non-fictie tot stripverhalen en kookboeken. 

In zoverre ik me nog herinner, moet het ongeveer veertig jaar geleden zijn dat ik de boekenbeurs voor de eerste keer bezocht. Denk ik, want ik heb er geen concrete herinneringen meer aan. (Gelukkig maar: als ik me nog letterlijk àlles zou kunnen herinneren van de voorbije veertig jaar, las je dit nu niet. Dan zat ik al jaren in een dwangbuis achter slot en grendel. :-) )  Wat ik me nog wel herinner van al die jaren is mijn hekel aan de heersende drukte. Ik haatte mensenmassa's, vooral wanneer ze als halfverdoofde schapen kop aan kont voortschuifelen zonder ook maar enige interesse te tonen voor wat er aan weerszijden van de corridor te zien is. Gewoon wachtend tot de stroom ergens een hoek omgaat, om dan weer verder te schuifelen. 
Alsof zielloos wàchten tot je de hoek omgaat het enige is dat je met je leven kunt doen. :-)


In alle eerlijkheid... Ik ben nog steeds geen liefhebber van mensenmassa's. Om die reden ben ik bijvoorbeeld geen citytripliefhebber, om het voorzichtig uit te drukken. Geef mij maar Zeeland, en nog het liefst in de lente of de herfst. Maar goed... De roep van de boeken was natuurlijk sterk genoeg. Als ik dus de boekenbeurs wilde bezoeken, koos ik dan ook altijd weekdagen uit waarvan min of meer vaststond dat er minder bezoekers kwamen dan op de hoogdagen 1 november en 11 november. Er zijn ook jaren geweest dat ik bij de ingang pas na drie keer ook effectief naar binnen ging. Een rij wachtenden die te groot was? Andere keer misschien. Maar ik slaagde er wel in om toch minstens één keer per jaar de verschillende standen te bezoeken, en er ging geen jaar voorbij of ik liep wel met een stapeltje vers leesvoer naar huis. Dat kon ik dan ook weer niet laten. 

Alles veranderde natuurlijk toen mijn eerste bundel kortverhalen verscheen. (Bedrieglijke Eenvoud, dit jaar opnieuw uitgegeven door Kramat) Het verschil tussen meeschuifelen làngs de standen en van àchter een stand kijken naar de mensen die voorbijkomen, was (en is) enorm. Sommige collega's vertellen me dat ze zich als een dier in een zoo voelen, afgeschermd door een of ander tafeltje en bekeken als een exotische boomluiaard, en niet als een auteur die al anderhalf uur smacht naar dat ene verlossende moment van aandacht. Zelf heb ik het echter nooit zo aangevoeld. Integendeel. Ook bij een bezoek aan een stad vind ik het nog altijd leuker om van op een terrasje met een goed glas erbij te kijken naar de kuierende mensen. Verveelt nooit. Nog steeds niet. 
Natuurlijk is de boekenbeurs voor veel auteurs het belangrijkste boekenevenement van het jaar. Het is zowat de enige plek waar je met een zekere regelmaat kunt kennismaken met je lezers, met de mens achter de lezer, zeg maar. Een beetje vergelijkbaar met het lijfelijk ontmoeten van iemand waarmee je al enkele jaren correspondeert maar die je nog nooit de hand hebt geschud. Op dat vlak hebben sociale media wel een en ander veranderd, maar toch kom je ook daarmee vaak niet verder dan een fotootje uitwisselen of jezelf wijsmaken dat je iemand beter kent omdat je enkele van zijn of haar commentaren hebt gelezen. Elkaar echt ontmoeten is toch nog altijd veel fijner, vind ik. 

Natuurlijk zijn er ook wel wat eigenaardigheden in verband met de beurs. Zo vind ik het bijvoorbeeld nog steeds bizar dat de Antwerpse Boekenbeurs zo weinig bekend is in Nederland. Dit is waarschijnlijk deels het gevolg van het ontbreken aan publiciteit, en ongetwijfeld zullen de organisatoren daar zo hun redenen voor hebben, maar toch. Antwerpen is prima bereikbaar vanuit Nederland, zeker met de trein, en het is best wel een interessante stad, waar je makkelijk een nachtje kunt logeren. Dat kan het dus niet zijn. Zou het misschien toch nog de taalbarrière zijn? 
Want dàt, mijne lieve vrienden, is een oud zeer hier. Heel lang hebben heel veel Vlamingen zich meestal stilzwijgend geërgerd aan het superieure toontje waarmee ze door Nederlanders werden bekritiseerd omwille van hun zogezegd 'gebrekkig' Nederlands. Ik denk eerlijk gezegd dat wij (de Vlamingen) op dat vlak de laatste jaren een beetje volwassener zijn geworden. Iemand die ons tegenwoordig bijvoorbeeld verwijt dat wij teveel woorden uit het Frans hebben overgenomen, maar tegelijk liever 'zudorans' gebruikt dan 'sinaasappelsap', tja... Echt boos worden we er niet meer om. Gewenning, waarschijnlijk. Stiekem denk ik zelfs dat heel wat Vlamingen zich niet zozeer ergerden aan wàt er werd gezegd, maar vooral aan de toon waarop. Vlamingen zijn (en dit is een veralgemening, dus per definitie fout) eerder binnenvetters, vrees ik. Ze zwemmen niet meteen in iets dat je als een 'opgeblazen' zelfbeeld zou kunnen omschrijven, wel integendeel. Ze vinden zichzelf haast van nature niet meteen zo geweldig. Nederlanders lijken daar... euh... minder last van te hebben, zei hij voorzichtig. :-) Ik geloof trouwens nog steeds dat de oorzaak daarvan ligt in onze onderwijssytemen. Vereenvoudigd komt het volgens mij neer op het volgende: Nederlanders leren voor zichzelf spréken en voor zichzelf opkomen, Vlamingen leren voor zichzelf schrijven en de regels gehoorzamen. Bij ons draait/draaide veel bijna altijd om grammatica. 'Argumenteren' als vaardigheid is niet meteen iets dat bij ons systhematisch wordt onderwezen - om het nog veel voorzichtiger te zeggen. Wel integendeel. Zwijgen en zonder fouten schrijven - het ideaal. Natuurlijk is dat een karikatuur. In beide landen zelfs, waarschijnlijk. Maar onder elke karikatuur zit een fundament van waarheid. Denk ik. Vandaar. Als je op straat door iemand voor een 'oen met de figuur van een bedorven kroket' wordt uitgescholden, is naar pen en papier grijpen nu eenmaal niet zo'n indrukwekkende reactie.

Merkwaardig genoeg - of net niet? - lijkt een en ander de laatste jaren nogal geëvolueerd. Geregeld lees ik nu positieve commentaren van Nederlandse lezers over het 'heerlijke' taalgebruik van Vlaamse auteurs. Het lijkt wel alsof (thriller)lezers hier het voortouw hebben genomen. Hoewel er tegelijk nog steeds massa's scherpslijpers zijn die het niet kunnen nalaten hun superioriteit breed uit te smeren, vertrekkende vanuit het foute principe dat iemand de grond induwen (inbòren, zoals wij plastisch zeggen :-) ) de beste manier is om zelf hogerop te komen. Zo gebeurt het nog geregeld dat Vlaamse auteurs ongevraagd aanbiedingen krijgen uit Nederland om hun manuscript te 'vernederlandsen'. Tegen betaling, uiteraard! Nou nou. Ik zie het een Vlaming nog niet zo meteen doen, een Nederlandse auteur een aanbieding sturen om tegen betaling zijn/haar manuscript te 'vervlaamsen'. Waar haal je het lef vandaan,' zou zo iemand terecht vragen. Wij schudden alleen even meewarig het hoofd. Of bellen elkaar, en beginnen het gesprek met 'Wil je nu eens iets weten?'

Natuurlijk speelt het feit dat de Vlaamse markt vier keer kleiner is dan de Nederlandse een belangrijke rol. Distributiesystemen verschillen, regelgeving verschilt, en de algemene houding tegenover cultuur verschilt. De crisis, u weet wel, dat monster dat veroorzaakt werd door dezelfde mensen die het nu gebruiken als argument om drakonische maatregelen mee goed te praten, maakt het allemaal nog wat moeilijker. Hoewel Nederland en Vlaanderen binnen een globale context gemeenschappelijke belangen hebben als het gaat over het in stand houden van taal en cultuur, lijken beleidsmakers het leuker te vinden om elkaar de duvel aan te doen. (Waarbij een verhouding van vier tegen één natuurlijk meteen een David vs Goliath-perceptie creëert, al dan niet terecht.)
Gelukkig zijn er de social media nog. Want dat is natuurlijk ook waar: dankzij de social media leert een schrijver lezers leren kennen die hij/zij anders nooit zou ontmoeten. Fijne mensen, die de eigen kijk op de realiteit verscherpen, die de perceptie corrigeren, en waar je je gewoon goed bij voelt. Meer moet dat niet zijn. 
Europa had er veertig jaar geleden moeten voor zorgen dat elke jongere in de loop van zijn/haar loopbaan in het secundair onderwijs persoonlijk kon kennismaken met jongeren uit minstens vier andere landen, gedurende een week of zo, ter plaatse. Mensen kénnen in een ander land (ook al is dat 'kennen' dan heel relatief) verandert veel, zoniet alles. Maar daar is het nu natuurlijk te laat voor.
Zoals ik al zo vaak heb gezegd: je weet maar waar een kam voor dient als je geen haar meer hebt. :-)
Leve de social media, dan maar. (Het is eens wat anders) En misschien tot op de boekenbeurs. Stand 221. :-)
                          Rudy met Kramat collega's Johan Deseyn (l) en Tamara Geraerds

Geen opmerkingen: