dinsdag 8 december 2015

Auteurs bloggen......Lizi Mulder


Slaap werd schromelijk overschat. Dat was toch Hannes rotsvaste overtuiging. Ze deed niets liever dan tekenen na bedtijd. Of, zoals nu, vanuit het open venster één hoog met rode oortjes de 18-jarige buurjongen begluren. Die stond beneden te kussen in het schijnsel van de straatlamp.
Zijn donkere haar contrasteerde met dat van het blonde meisje. Zijn armen dwaalden over haar schouders en rug.
Met haar elf lentes was Hanne te jong voor jaloezie. Maar net als haar oma had ze oog voor schoonheid. Hoe vaak had ze hem die zomer al niet vanop een afstandje geschetst? Zijn profiel als hij, verderop zittend op het strand, naar de branding staarde. De contouren van zijn bovenlichaam, de lengte van zijn benen terwijl hij – zijn haren uitschuddend na een duik in zee – het hart van vele meisjes sneller deed slaan.
Het koppeltje beneden nam een adempauze. Hij fluisterde iets, zijn liefje-van-de-dag giechelde en schudde haar staartje van links naar rechts.
Op haar tippen en met gespitste oren leunde Hanne verder uit het raam. In de avondstilte was zijn stem net hoorbaar. Met lieve woorden probeerde hij het blondje ervan te overtuigen mee naar zijn kamer te gaan. Zijn declaratie dat de vakantie weldra voorbij zou zijn, deed het meisje zwichten.

Eén verdieping hoog veroorzaakten diezelfde woorden een krop in Hannes keel. Vandaag hadden er al merkbaar minder zomergasten over de zeedijk van Baaltje geflaneerd. Op de horecaterrassen was, ondanks het mooie weer, soms een zitje vrij gebleven. Her en der hadden op het strand crêpepapieren bloemen gelegen, achteloos vergeten. Kleurige knutselwerkjes die kinderen eerder nog – volgens aloude traditie aan de Belgische kust – enthousiast hadden geruild.


Het was de voorlaatste zaterdag van augustus. Bijna het einde van een historisch warme zomer. Volgend weekeinde zou ook zijn familie afscheid nemen. Hanne zou achterblijven, hopend op een weerzien volgend jaar.
Het gepiep van het tuinpoortje bracht haar aandacht terug naar de scène beneden. Met een buiging nodigde de buurjongen zijn liefje uit in zijn voortuin. Giechels ontsnapten haar, die hij smoorde met zijn mond. Daarop verdwenen de tieners uit haar gezichtsveld.


In haar droom die nacht zag Hanne hem terug en kuste hij haar. De zoen deed haar het warm krijgen en – na een poos – naar adem happen. Tot iets haar deed ontwaken…
Nukkig om het abrupte einde van de nachtelijke fantasie hield ze haar oogleden stijf dicht in de hoop dat ze snel weer in zou dommelen. Maar dan werd ze zich bewust van een vreemde geur en dito geluid. Haar ogen sprongen open. Verschrikt kwam ze rechtop in bed. Haar neus en ogen prikten terwijl ze rond tuurde in haar kamer. In het licht van de lantaarn dat door het raam naar binnen viel, zag ze de omtrek van haar kleerkast en bureau. Ze moest hoesten en werd overmand door een onheilsgevoel. Het veroorzaakte onaangename kriebelingen in haar buik. Toen haar ogen zich aan de semi-duisternis hadden aangepast, zag ze rook als mist door de deurspleet binnenstromen. Angst sloeg haar om het hart. Stond het huis in brand? Ze gilde en kreeg opnieuw een hoestbui. Waarom had mama haar niet wakker gemaakt? flitste er door haar hoofd. Sliep die nog? Ze moest haar wakker maken!
Met een hand over haar neus en mond verliet Hanne het bed. Blootsvoets liep ze naar de deur en rukte die open.
Hitte en een knisperend lawaai verlamden haar van schrik. Ze moest zo snel mogelijk het huis uit zien te komen! Maar de bezorgdheid voor haar moeder won het van die vluchtreflex. Voorovergebogen en kuchend rende ze richting mama’s slaapvertrek. Daarbij passeerde ze het trapgat. Een grijze wolk zocht zich als een slang een weg omhoog.

Met de moed der wanhoop en haar hart dat klopte in haar keel sleurde ze haar blik weg van het beangstigende beeld. Hervatte haar weg op de overloop.
Maar mama was niet in haar kamer! Meer nog: haar bed was onbeslapen… Hanne panikeerde nu helemaal. Zweet vormde zich onder haar oksels, maakte haar handen klammig. Was haar mama nog beneden? O god!
Omdat het laag bij de grond makkelijker ademen was, kroop ze op handen en knieën terug naar de trap. Die luttele meters leken wel kilometers. De samengepakte rook pijnigde als venijnige stukjes glas haar waterende ogen. Ze zag amper nog een hand voor zich uit. Op de tast bereikte ze de bovenste traptrede. Een oranje gloed zinderde onheilspellend in de diepte.
Hanne kokhalsde. Ze werd misselijk. Haar ogen brandden. Toen ze lucht in haar longen probeerde te zuigen maakte ze een piepend geluid. Alles rondom haar begon te draaien, de vloer wiebelde onder haar blote voeten.
‘Mama!’ riep ze radeloos. Maar de kreet bleef steken in haar keel…

Het was stil in haar hoofd. Ze had het gevoel dat ze werd opgetild. Dat moeten de engeltjes zijn, dacht ze. Ze had een visioen van zichzelf gedragen op de handen van de bovennatuurlijke gevleugelde wezentjes. Hun sussende woorden kalmeerden haar. Mama zweefde naast haar en glimlachte sereen.
‘Rustig maar, liefje,’ klonk het schor fluisterend. ‘Alles komt goed.’

© Lizi Mulder 2015





Zo luidt de proloog van mijn 2de manuscript (voorlopige titel: Smeulende Waanzin) dat ter appreciatie bij een aantal uitgevers ligt. Intussen ben ik bezig aan nummer drie.
Aan het begin van een boek staan, is zoals op de fiets aan een steile bergetappe beginnen. Of beter: herbeginnen. Je weet immers al wat voor je ligt: héél vele uren plotten, schrijven, herlezen én verbeteren. Tot je leesblind bent. En dan, na een pauze, opnieuw finetunen en desnoods hele stukken schrappen.
Waarom doe je het dan? Wel: schrijven is verslavend. Het is als lezen, maar dan in het kwadraat. Als boekenwurm heb ik lezen altijd als iets magisch ervaren. Zwarte letters op wit papier die in je hoofd een kleurenfilm doen afspelen. Met personages die praten, lachen, pijn lijden, … Kortom: leven. In een landschap dat in het verbeeldingssamenspel van lezer én auteur haast tastbaar wordt. Wonderlijk toch?

Schrijven is dan, om in dezelfde context te blijven, die film zelf regisseren. Meer nog: het is het script ervan schrijven, de acteurs casten, de setting bepalen. Je bent het manusje-van-alles van je eigen verhaal, waarvoor je zelf de structuur en de woorden kiest. Dit los van de intellectuele uitdaging die je de gekste dingen doet opzoeken. En de drang om beter te doen.
Om die redenen kruip ik dus, ondanks dat ik weet wat me wacht, terug op het fietszadel; zet ik mijn voeten op de trappers. Vals plat in het begin, 5.000 woorden liggen nu achter me. Nog zo’n 95.000 woorden én heel wat haarspeldbochten te gaan…


Wil je Lizi’s schrijfervaringen volgen?
https://www.facebook.com/Lizi.Mulder/
http://lizimulder.weebly.com/

Geen opmerkingen: