donderdag 3 december 2015

Bookflash Rik Raven - 'Recht'


Rik Raven schrijft wat ze graag zou willen lezen, verhalen die zich afspelen in onze wereld, maar waarin niets is zoals het eigenlijk zou moeten zijn.
Rik Ravens schrijfcarrière begon met het volgen van een schrijfcursus in een naastgelegen dorp, waar ze al na de eerste opdracht voor copycat van Stephen King werd uitgemaakt. Dit was geen kritiek, maar veeleer verwondering over de intensiteit die ze in deze kleine opdracht stopte. Met dit in haar achterhoofd kon ze, na heel veel schrijven en lezen, enkele jaren daarna al beginnen met het publiceren van korte verhalen in het magazine Pure Fantasy. Voor genoemd blad, maar ook voor Pure Thrillers, is zij nog enkele jaren redactrice geweest en heeft ze verhalen beoordeeld, geredigeerd, auteurs begeleid en boeken gerecenseerd. Ook is ze als jurylid verbonden geweest aan de Unleash Award, de verhalenwedstrijd georganiseerd door Jack Lance en Alex de Jong.


De nacht was zwart achter een absurd grote, witte maan. Er waren geen sterren en geen wolken. Ilse stond in de zwoele wind van het raam dat ze had opengezet omdat ze vond dat de hotelkamer naar vochtige mannensokken rook. Haar mond was droog en haar hart sloeg te snel. Ze vouwde haar klamme handen in elkaar, wreef ze langzaam en liet ze weer los.
Ze draaide zich om naar de kamer, die verlicht werd door een schemerlamp en een leeslampje op het dressoir. Ze veegde haar handen af aan de rok van haar jurk, liep naar het dressoir en trok alle laden open. Ze waren leeg, op de bovenste na waar een keverfamilie ineens heel druk in de weer ging en ontelbare kevertjes alle kanten op scharrelden. Ze schoof de lade dicht. Niets te drinken.
Ineens voelde ze een zucht wind in haar nek. De kamerdeur was weer opengezwaaid, ze had hem alleen dicht kunnen duwen omdat er geen grendel meer op zat. Ze zou iets moeten zoeken om ervoor te zetten en wilde zich net omdraaien toen er een hese stem in haar oor klonk.
'Zeg dametje, wat kost jij?'
Ze schrok zich het apezuur. Toen ze bij haar middel werd vastgepakt en er vingers omhoog kropen om zich toegang tot haar bustier te verschaffen, schoten al haar spieren op slot. Ze zich realiseerde zich dat ze hier wel van zich af moest bijten en ze wist dat ze het kon. Ze pakte met haar linkerhand haar rechtervuist vast en duwde haar arm met kracht naar achter zodat de punt van haar elleboog ergens in een zachte massa terechtkwam. Haar aanvaller klapte dubbel, maar hoewel ze een 'oef' hoorde, pakten zijn vingers toch haar tepels vast. Dat deed pijn.
'Wat ben jij lekker, o, stribbel nog wat tegen,' kreunde de man. Het was de kerel die beneden in de gelagkamer alleen aan een tafel had gezeten. Hij had vies gelig haar dat met muf ruikend vet naar achter was gestreken, hij stonk alsof hij zich in dagen niet had gewassen en zijn adem rook naar as. Ze wist zich aan zijn greep te ontworstelen, maar hij was vlug en pakte haar direct weer vast. Hij tilde haar op terwijl zijn hand onder haar jurk verdween. Ze voelde zijn vingers wroeten.
Nu werd ze woest. 'Blijf van me af. Ik ben geen hoer. Hoepel op.'
Ze huilde van machteloosheid en probeerde hem te trappen, maar ze kon zich bijna niet verzetten tegen de verlamming die ervoor zou zorgen dat het snel voorbij was.
De kerel kreunde en zijn tong zat in haar hals. Ze moest! Ze had geen tijd voor angst. Walgend duwde ze tegen zijn vettige voorhoofd, maar zijn vingers kriebelden weer onder haar jurk. Ze zou moeten schreeuwen, maar wie zou haar hier komen helpen?
'Jij bent de mooiste hoer die ik in weken heb gezien,' hijgde hij terwijl hij haar achterover op het bed duwde en zijn hoofd onder haar jurk liet verdwijnen.
Ineens was hij weg, verdwenen, geen krioelende vingers, geen hoofd onder haar jurk en de stof viel tussen haar benen neer, als in een vertraagde beeldopname.

Wat hij achterliet was een mengeling van een leer- en zweetlucht en de stank van tabak. Ongerijmd. Met een zucht ging ze overeind zitten en keek om zich heen. In de kamer was niemand aanwezig, behalve zij, maar ze kon zweren dat de deur nog bewoog. Ze schikte haar bustier en bleef met haar handen gevouwen in haar schoot zitten. Haar hart bonsde.
Ilse was gered, dat mocht duidelijk zijn, maar hoe en door wie?
Rustig blijven, meisje, zei ze tegen zichzelf. Kalmte had haar al vaker behoed voor het nemen van ondoordachte beslissingen. Ze wist dat ze op het Dak van de Wereld was en ze keek door het raam naar de nacht. Vanaf het bed kon ze de maan niet zien. Zij was de enige van het gezelschap – op Endrezar na – die het boek Bron kende, het had gelezen en daarom de omgeving op een onwezenlijke wijze herkende. De nacht was een nacht in Masseras, zoals het land in het boekBron heette. Het was een gevaarlijke wereld, een wereld van doden of gedood worden, één die die Rolf Dorint had geschapen.
Ilse vroeg zich af hoe Lennard zich hier ging redden, als bleek dat hij niet zomaar naar huis zou kunnen. Ze kon niet achter die lichte ogen kijken. Een oplichter met een berekenende lach, want voor hem had Sheila dus die rekeningen verzameld. Hier was hij gewapend met twee revolvers en hij leek het de normaalste zaak van de wereld te vinden. Zijn flexibiliteit dwong hoe dan ook respect bij haar af.
Ze staarde naar haar vingers en voelde dat ze bekeken werd.
'Jij kent Masseras, maar je bent hier nooit geweest,' zei de Fret met een stem die klonk alsof hij juist onder een zware rots uit gekropen kwam, beschadigd, maar o zo sexy. Ze zuchtte omdat ze zich dit niet had gerealiseerd toen ze hem voor het eerst had gehoord. Ze draaide zich om naar de deur. Wat was hij groot. Hij hield zijn hoed tegen zijn borst gedrukt. Opeens werd ze bang.
'Heb jij me gered van die goorlap?' vroeg ze.
Alf Markobar verplaatste zijn handen van de revolverkolven naar de koperen gesp, waar hij zijn duimen achter haakte.

Ze wist het. Een man als hij, een Fret, nam wat hij wilde en alles moest daarvoor wijken. Het bed helde zwaar naar een kant toen hij naast haar kwam zitten. Haar nek protesteerde omdat ze zo ver omhoog moest kijken.
'Jij zweeg tijdens het diner, maar je weet dingen. Wat weet jij?' vroeg hij en hij leunde wat opzij, wat het voor haar makkelijker maakte om hem aan te kijken.
'Ik weet alleen wat ik heb gelezen. Denk jij ook dat ik een hoer ben?'
'Nee.' De Fret fronste zijn wenkbrauwen. Zijn gedachten waren ondoorgrondelijk voor haar, net als zijn gezicht, maar zijn ogen waren dat niet. Zelfs nu hij op haar neerkeek, leken zijn groene ogen haar alles te vertellen wat ze weten wilde. Alleen spraken ze haar in een onbekende taal toe.
Ze slikte, overwoog haar opties en besloot te doen wat haar tot nu toe goed was afgegaan: meewerken en praten, erg veel praten. 'Jawel, jij denkt dat vrouwen alleen maar goed zijn voor een ding,' zei ze zacht, haar hart klopte veel te hard. Wat als hij dit zou horen?
'Nee,' zei hij. 'Maar je bént een vrouw.'
'En jij bent een man,' zei ze en besefte dat zijn stem weer zo sexy klonk. 'Je wilde me zeker voor jezelf? Je zult me verkrachten.'
'Het doet geen pijn.'
Ze ademde traag in en uit. 'Ik weet zeker van wel. Komt er magie aan te pas, net als bij Kanter?' Ze kon niet geloven dat ze dit vroeg, maar ze moest blijven praten. Alleen nog maar praten.
'Generaal Kanter?' vroeg hij.
'Ik heb over hem gelezen.'
Voordat hij de rang van generaal had, bedacht ze.
Hij hield zijn hoofd weer scheef, met een vragende uitdrukking op zijn gezicht.
'Eh ja, ik kan lezen,' zei ze. 'Ik heb gestudeerd, ik ben beneden namelijk opgegroeid in een rijk land.'
Markobar ging wat rechter zitten en bleef naar haar kijken.
'Jij praat te veel,' bromde hij toen en trok met zijn hand de zoom van haar jurk omhoog. Zijn hand op haar benen was niet koud en ruw, zoals ze verwachtte.
'Nee,' riep ze. Ze voelde de wind tussen haar benen en klemde ze tegen elkaar aan.
'Nee,' bevestigde hij. Een vinger streek over haar dijen. Ze rilde even. Hij deed echter geen poging ze van elkaar te krijgen, hoewel dat voor hem een fluitje van een cent moest zijn.
'Ik wil dit niet. Waarom doe je het dan toch?' vroeg ze. Ze moest moeite doen om niet te gaan hijgen en geen angst te tonen.
'Omdat je liegt, maar dat zelf niet beseft.'
'Wat?'


Geen opmerkingen: