dinsdag 19 januari 2016

Auteurs bloggen en win!.....Elmer den Braber

Jeugdsneeuw


Ik heb iets met sneeuw. Voor mijn gevoel heb ik dat altijd al gehad. En als je kinderen hebt draag je, bewust of onbewust, dingen op hen over waar je zelf heel veel van houdt. Mijn zoontjes zijn nu 7 en 5 jaar oud en iedere winter hebben ze sneeuwballen gegooid, door de straten gesleed, sneeuwpoppen gemaakt en door het witte poeder gerold. Het is misschien ijskoud buiten, je moet een hoop kleren aandoen, maar de beloning die je buiten krijgt is de moeite meer dan waard. Het zijn herinneringen voor het leven. De bevroren tenen en verkleumde handen nemen we voor lief.
“Wanneer gaat het nou sneeuwen, papa?”, vroeg een van de jongens op een van de verloren decemberdagen van vorige maand. De laatste lettergreep van ‘papa’ liet hij extra lang doorklinken. Het was beslist niet de eerste keer dat hij het dit jaar vroeg. We waren in het speeltuintje aan het voetballen, onze jassen lagen naast het doel, de zon lachte ons toe.
“Ik weet het niet, jongen,” antwoordde ik, “de natuur is in de war.” En ik wees naar een groep bomen waar de ontluikende bloesems de kruinen al een beetje roze kleurden. “En we zagen laatst toch die kudde koeien in de wei staan?”
Hij knikte.
“Ik denk dat we dit jaar jammer genoeg de winter overslaan, dan hebben we gewoon een extra lange lente, dat heeft ook wel wat, toch?”, vulde ik aan. Mijn zoon fronste zijn wenkbrauwen en trapte vervolgens de bal met volle kracht naar mij. Hij zei er die dag verder niets meer over.
Sinds die lentedag in december zijn de woorden sneeuw en winter nog weleens gevallen bij ons thuis, maar dat ebde ook snel weer weg. Lekker buiten spelen maakt veel goed. Wel werd er jaloers gekeken naar de beijzelde straten in Groningen. Ik haalde mijn schouders op richting de jongens. “Ik kan er helaas ook niks aan doen,” zei ik er maar bij.

Afgelopen zondag werkt ik gewekt door een knietje in mijn maag, gevolgd door 25 kilo vrolijk spul. Mijn vrouw kreeg dezelfde speciale behandeling van onze andere zoon. Hoe laat het was weet ik niet, maar in ieder geval veel te vroeg. Iedere ouder van (jonge) kinderen kent het dubbele gevoel: aan de ene kant ben je blij met zulke levenslustige kinderen, maar aan de andere kant zou je je maar wat graag nog eens omdraaien en een uurtje extra slapen. Ik mopperde binnensmonds dat ze wat rustiger aan moesten doen en deed een poging om weg te draaien in de hoop weer pardoes in slaap te vallen.
“Papa, kom je mee darten?”, werd er van veel te dichtbij in mijn oor getetterd.
Ik had een paar dagen eerder een dartbord opgehangen, dus dat is momenteel dé gadget bij ons in huis, hoewel ze er eigenlijk nog veel te jong 
voor zijn. Alleen als ik erbij ben mogen ze voorzichtig een pijltje gooien. En dat hadden ze maar al te goed onthouden. 

“Oh, nee. Nu niet. Papa is nog veel te moe. Ga maar even televisie kijken.”
“We hebben geen zin in televisie kijken. Wij willen darten, papa.”
Ik murmelde wat en verschoof mijn kussen en deed een poging mijn gedachten te ordenen.
“Ga maar eens naar je kamer en kijk eens door het raam, misschien heeft het wel gesneeuwd.” Ons bed veerde alle kanten op en twee paar voetjes trappelden door de gang. Ik voelde me een beetje schuldig dat ik ze met een kluitje in het riet had gestuurd, de dag ervoor was het immers nog vrij warm buiten, maar deze extra uitslaap tijd was me heel veel waard – al waren het maar enkele seconden.
Opeens stak er een oerkreet vanuit de kinderslaapkamers ‘Jaaaa, het heeft gesneeuwd!”
Hogelijk verbaasd krabbelde ik langzaam op uit mijn comfortabele houding en wreef in mijn ogen.
“Papa, papa, kom eens kijken!”
Ik sjokte in de richting van de kinderstemmetjes en wierp een blik door het raam. En inderdaad, het had gesneeuwd. Ik weet niet hoe het bij jullie was, maar hier in het zuiden lag er een flinterdun gesuikerd laagje. De grijze bestrating scheen er nog duidelijk doorheen. Ik was toch een beetje teleurgesteld, maar liet het niet blijken.
“Yes, we gaan straks naar buiten! Lekker sneeuwballen gooien!”, joelden ze. Ik speelde het feestje met de jongens mee. Het was pure vreugde op een paar vierkante meter.
Jammer genoeg had ik die ochtend om 10 uur een afspraak, de jongens liet ik thuis, die zouden zich wel vermaken. Onderweg genoot ik toch wel van het weinige wit en dacht aan toen ik zelf klein was, de auto stuurde ik op de automatische piloot door de straten.
Toen ineens keek ik naar links, ik zag een jongetje breed lachend over de stoep glijden, zijn broer stond een paar meter achter hem. Die had wat sneeuw van de tegels afgeschraapt en vormde er een sneeuwbal van tussen zijn handen. Hij gooide en raakte zijn broertjes been. Hun moeder was erbij en lachte om het plezier dat haar zoontjes hadden. Haar zwarte haren hingen los en wapperden in de wind, een gezonde roze blos op haar gezicht. Dezelfde blos als de twee broertjes hadden.


Ik vermoed dat ze onderweg waren naar de supermarkt, of gewoon even een frisse neus haalden. Ze waren in ieder geval niet van hier. Ik zag duidelijk dat ze van het AZC afkwamen. Getraumatiseerde oorlogsslachtoffers, die eindelijk veilig zijn. Die in een rubberbootje de Middellandse Zee zijn overgestoken en daarna een lange slingertocht door de vele landen die Europa rijk is. Vader is in het thuisland misschien dodelijk gewond geraakt, zit in de gevangenis, vecht tegen anderen of is als een stakker verdronken omdat hij nooit heeft leren zwemmen. Of misschien zijn ze gelukszoekers die in ons land zijn neergestreken om van ons sociale stelsel te profiteren. Die een binnendoorweg gevonden denken te hebben naar rijkdom en geluk. Ik heb geen idee, en het doet er ook eigenlijk niet zoveel toe. Ik zag twee broertjes , net zo oud als mijn zoontjes, die wellicht voor de eerste keer in hun leven sneeuwvlokken uit de hemel hadden zien vallen en die met volle teugen genoten van een natuurverschijnsel dat voor ons als volwassenen de naam sneeuw nog niet mag dragen. En ik wist dat mijn jongens die ochtend precies hetzelfde geluk zouden smaken samen met hun moeder.


Toen ik na het middaguur thuiskwam, verheugde ik me al op de gezichtjes van de kinderen en hun verhalen. En inderdaad: vol hartstocht vertelden de jongens me over hun wilde avonturen van die ochtend. Ze waren helemaal in hun element omdat het had gesneeuwd. De oudste onthulde zelfs dat hij de afgelopen weken om sneeuw gebeden had en hij was blij dat zijn gebed was verhoord. En of het nou waar was of niet, dat deed er eigenlijk ook niet toe: hij was dankbaar.  Het deed me goed en ook ik was dankbaar.
Ik at vlug een boterham en nestelde me voor de televisie: PSV- Feyenoord stond op het punt te beginnen en ik wilde als voetballiefhebber deze eerste wedstrijd na de winterstop, een kraker, zeker niet missen. De jongens keken even met me mee, maar wilden na een poosje weer naar buiten.
Twintig minuten later kwamen ze weer de woonkamer binnengestormd. Trots toonden ze me allebei een forse sneeuwbal, zo groot als een sporttrofee. Even snel als ze waren binnengekomen, doken de jongens  de garage in.
“Was het leuk buiten?”, vroeg ik aan mijn vrouw.
“Zeker, alleen jammer genoeg was de sneeuw al overal weggesmolten; alleen in de schaduw was nog een beetje over.”
De jongens stonden inmiddels alweer in de kamer. De oudste stak zijn beide armen triomfantelijk in de lucht.

 “We hebben de sneeuw bewaard, papa!”, juichte hij. Hij lachte daarbij zo breed, dat zijn gebit, waarvan de helft van zijn tanden inmiddels ontbrak, bloot lag. Toen begreep ik ook onmiddellijk wat ze in de garage hadden uitgespookt, want daar staat onze grote vrieskast.

Het deed me meteen terugdenken aan het prachtige korte animatiefilmpje over Lily dat ik laatst zag. Bekijk hier het verhaal, en je begrijpt precies wat ik bedoel.

De sneeuwballen van de jongens liggen in ieder geval nog in de vriezer – en van mij mogen ze daar nog lang blijven liggen.
Wat hoop jij nooit te vergeten uit jouw jeugd? 

Elmer den Braber




Wil je reageren met een antwoord op Elmer's laatste vraag en kans maken op een exemplaar van zijn prachtige boek 'Mijn vader was een NSB'er'? Doe dat voor 26 januari a.s. hieronder dit artikel. Elmer kiest zelf de twee winnaars. Succes!




Hier onze groepsrecensie op het blog. 
In gesprek met Elmer.
Website

Geen opmerkingen: