dinsdag 5 januari 2016

Auteurs bloggen......Bronja Hoffschlag



Irvine Welsh zei ooit: “Ik geniet van de vrijheid van een blanco pagina.” Het moment waarop je een pen pakt, de punt op het papier zet en met die handeling alle regels van de wereld van de tafel kunt vegen. Het moment waarop alles mogelijk is, waarop je kunt zijn wie je wilt, kunt doen wat je wilt en de alleenheerser wordt in een door jou zelf gecreëerd universum, totdat je – in mijn geval – wordt gekidnapt door je personages en je nog slechts een instrument bent voor fictieve mensen die hun verhaal willen vertellen. Moeten vertellen.

Dat was min of meer de insteek van mijn novelle ‘Snuff’, het niet onder controle hebben van je personages en wat als ze – zij het in een andere variant – tot leven zouden komen in de realiteit? Ik schreef de eerste versie al in 2008 en het was mijn manier om af te rekenen met mijn eigen gevoel van onmacht. Het was het eerste verhaal dat ik schreef, nadat mijn oma in 2005 overleed. Daarna wilde ik niet meer schrijven, niet meer creëren en eigenlijk niet eens meer zijn. Oma was altijd mijn klankbord geweest en mijn enige lezer, beste vriendin en zielsverwant. De vrouw die me vanaf mijn elfde introduceerde in de wondere wereld van de Beat Generation, Guy de Maupassant, Emile Zola, Emily Brontë, Washington Irving en de minder pedagogisch-verantwoorde werken van Roald Dahl. Toen ik op veertienjarige leeftijd Allen Ginsberg’s ‘Howl’ ontdekte, was dat voor mij het moment dat ik dacht: dat wil ik ook! Daarmee bedoelde ik niet dat ik boeken wilde schrijven, maar dat ik wilde opschrijven wat er in mijn onrustige hoofd zat.

Tussen 2005 en 2008 schreef ik geen letter, maar de verhalen kwamen toch. De personages schreeuwden me toe vanuit hun toekomstige decor, de een nog harder dan de ander, totdat ik toch mijn pen weer oppakte. In de gekte van ‘Snuff’ kon ik alles loslaten, de personages hun gang laten gaan, me overgeven en opschrijven wat ze me wilden zeggen. De eerste versie schreef ik in vier weken. Het had geen einde, omdat ik destijds zelf niet wilde weten hoe het afliep. Het duurde nog zes jaar voordat ik het zou herschrijven en af zou maken, maar het had me wel weer op de rit gezet.

In de drie jaar die volgden schreef ik nog een aantal manuscripten zonder einde. Het volgen van de personages ging me inmiddels aardig af, maar het loslaten was een heel ander verhaal. Ik wilde ze bij me houden, in mijn eigen kleine wereldje en naar ze luisteren, terwijl ze me verhalen vertelden.

Ik experimenteerde met stijlen, perspectieven, genres en personages, totdat ik method writing ontdekte. Het komt erop neer dat je, zoals acteurs doen bij method acting, je gaat gedragen naar je personage, walk, talk and act like him/her. Je zoekt in je eigen ervaringen, gevoelens en emoties naar overeenkomsten en maakt je de rest eigen, totdat je hem of haar bent. Zelf werk ik daarvoor graag met muziek, omdat mijn verhalen over het algemeen bevolkt worden door personages die onder mijn huid kruipen en erg kunnen doorwerken op mijn eigen stemming, wanneer ik niet schrijf. Daarom heb ik voor al mijn personages een eigen soundtrack, voor iedere stemming een liedje. Ik heb mezelf aangeleerd dat het personage stopt met praten en denken als de muziek uitgaat.

In 2010 werkte ik aan een kort verhaal met Led Zeppelin op volume 20. Het paste niet bij het personage dat de hoofdrol speelde en toch was het die elpee die me steeds aantrok. De sfeer uit het verhaal klopte met de muziek, maar er liep iemand in rond die er niet in thuishoorde. Ik schrapte het hele karakter en begon opnieuw. Ik zoek mijn verhalen niet, ze vinden me. Het korte verhaal vormde een jaar later de basis voor de proloog van ‘De Dode Kamer’. Toen ik een artikel tegenkwam over het Orfield Laboratorium en de dode kamer die ze daar hebben, vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. Een vijftal versies later was daar dan ‘DDK’, dat ik opdroeg aan oma.

Een psychologische puzzel-thriller met romaninvloeden? Geen idee, niet belangrijk. Hoe groot die puzzel is, weet bijna niemand. Door het hele boek heen zitten tientallen verborgen kleine puzzeltjes, hints en sleutels, die wel iets aan het verhaal toevoegen wanneer je ze vindt en volgt naar waar ze je naartoe leiden, maar op zo’n manier dat ze niet noodzakelijk zijn voor het verhaal. In het vervolg, ‘De Skinner Methode’, is dat weer het geval en ook in het slotdeel van de ‘Project X’ trilogie zal dat zo zijn. Ik vind het fijn om mijn lezers te boeien met mijn verhalen, maar nog fijner om ze uit te dagen, ze te laten meedenken en meeleven, ze iets extra’s mee te geven en ze over dingen na te laten denken, die ze anders misschien niet waren tegengekomen.

Aan een soortgelijk project heb ik de afgelopen twee jaar gewerkt met de band Burning. In maart komt hun debuutalbum uit met daarop drie songteksten die ik voor ze mocht schrijven. Ook hierin zitten weer puzzeltjes verborgen, waaronder een sleutel die je kunt gebruiken voor ‘DSM’. En andersom zit er weer een knipoog naar Burning in ‘DSM’.
Zoals mijn personages me vinden, vond ook het project met Burning me. Zanger Hugo Koch had ‘Snuff’ gelezen en vond dat we qua sfeersettings en onderwerpen lekker in dezelfde hoek zaten. Na het horen van wat ruwe live-opnames begreep ik wat hij daarmee bedoelde. Hij vroeg of ik wilde proberen om een songtekst voor hem te schrijven. Ik heb er niet eens over nagedacht en het omarmt. Het kwam op het juiste moment op mijn pad. Ik draaide nog geen jaar mee in Boekenland en ik had er schoon genoeg van. Ik had als self-publisher helemaal geen rekening gehouden met wat er allemaal op me afkwam. Binnen een jaar had ik niet alleen een Hebban Award en leuke lezers, maar ook een telefoonstalker, interviews, fotoshoots, haatberichtjes, 101 verplichtingen en veel meer aandacht dan me lief was. Het was gewoon te veel en te snel. Ik kon er niets mee en ik voelde me zo schuldig omdat ik mezelf ondankbaar vond. Het onbegrip waar ik tegenaan liep, omdat de buitenwereld alleen de leuke dingen zag. Maar het was niet alleen maar leuk. Alle vooroordelen heb ik voorbij horen komen. “Vrouwen schrijven geen thrillers”, “Vrouwen mogen niet schrijven vanuit mannelijk perspectief”, “Jonge mensen hebben niet de levenservaring om over zware onderwerpen te kunnen schrijven”, en natuurlijk het onvermijdelijke “Alle boeken van self-publishers zijn bagger.”
In het begin heb ik me bijna verontschuldigd voor de vreemdste dingen: het vrouw-zijn in het genre, het mannelijk perspectief in mijn boeken, mijn leeftijd, mijn keuze voor eigen beheer, mijn kleding, mijn mediaschuwheid in het social media-tijdperk... Er kwam geen einde aan.


Burning was een escape. Ik kreeg een demo en de vrije hand om te doen en laten wat ik wilde, zolang het qua sfeersetting maar klopte met de rest van het album en vanuit een mannelijk vertelperspectief was. De totale vrijheid waar Irvine Welsh het over had gehad. Ik hoefde alleen de tekst in te leveren en iemand anders ging voor me in de spotlight staan. Hallo, droombaan!

Vol trots postte ik op Facebook dat ik een tekst mocht gaan schrijven voor Burning. De meeste reacties waren heel positief, maar het duurde niet lang voordat de eerste negatieve geluiden kwamen. “Auteurs schrijven geen songteksten”, bijvoorbeeld.

Bijna wilde ik gaan uitleggen dat ik dol ben op muziek en dat ik het juist een eer vond om voor zo’n bijzonder project te worden gevraagd. Bijna. Totdat ik hoorde hoe belachelijk het statement was.
“Auteurs schrijven geen songteksten.”
Says who? In welk wetboek kan ik dat terugvinden?
Ik kreeg zelfs privéberichtjes op Facebook met vragen als, “Daar verdien je zeker veel geld mee?” Waarom wil iemand dat weten? Als het wel zo is, heb je er niets aan en als het niet zo is, heb je er geen last van.

Ik liet het langs me heengaan en in twee uur tijd schreef ik ‘Razors and Reasons’, wat door de mannen enthousiast werd ontvangen, ondanks dat het een onderwerp heeft dat helaas nog steeds taboe is. In diezelfde periode wierp Roger Ellory zich op als mentor. We hadden elkaar ontmoet bij de Hebban Awards en hij had ongetwijfeld medelijden met de bibberende deer-in-the-headlights op dat grote podium. Het is fijn om met iemand te kunnen praten die al geweest is waar jij nu bent en je kan leren ‘omdenken’. Het beste advies: “Just have fun.”
Nou, Burning was fun en na ‘Razors and Reasons’ speelden Hugo en ik met het idee om een conceptnummer te schrijven, drie kleine verhalen in een, een soort mini-trilogie (wink) op muziek, die er eind 2015 ook echt kwam.

Me afvragen of ik iets als ‘auteur wel of niet behoor te doen’, doe ik allang niet meer, dus in mei 2015 baggerde ik samen met wat bandleden, een fotografe en een groep modellen vrolijk door de modder in een verlaten bos, op weg naar een krot dat ooit een hotel was. In de eerste instantie had ik de fotoshoot niet zien zitten, maar toen noemde Hugo het woord ‘spookhotel’. Je bent thrillerschrijver of je bent het niet. In de regen deden we de shoot voor de hoes van ‘Nightmares’. Modder, muggen, leuke mensen, goede muziek, creatieve gesprekken op een locatie waar Ash uit ‘Evil Dead’ jaloers op zou zijn geweest. Allemaal heel erg rock ’n roll. Het gaf me zoveel energie voor de laatste loodjes van ‘De Skinner Methode’. Zoveel dat ik erin toestemde een boekpresentatie te houden, wat we met ‘DDK’ en ‘Snuff’ niet hadden gedaan. Naarmate het idee begon te bezinken kreeg ik spijt. Stel dat er niemand komt? Stel dat er juist veel mensen komen die allemaal naar me komen kijken en luisteren? Ik wist niet welk scenario ik enger vond. Toen er tientallen aanmeldingen binnen begonnen te komen besloot ik dat het scenario van een lege zaal nog niet zo slecht was.


De week voor de presentatie dacht ik vluchtmogelijkheden uit. Ik moest denken aan ‘De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween’, maar dan in de ’33-jarige schrijfster’-variant, maar ik wist best dat het niet kon. Het stressgehalte nam verder toe en mijn assistente nam me de avond van tevoren mee uit eten om me ‘af te leiden’. Dat ze Roger Ellory over had laten vliegen en mee zou nemen had ze er niet bij verteld. Onder het eten biechtte ik op dat ik vreselijk bang was voor de volgende dag. Nergens voor nodig, vond hij. We gingen gewoon plezier hebben en gezellig over boeken praten, net zoals anders.



Uiteindelijk kwam het helemaal goed en stapte ik over alles heen. Ik had zelfs een geweldige dag, waarop ik over boeken praatte met Roger (alleen nu met een publiek erbij), lezers ontmoette die ik al kende, veel nieuwe lezers leerde kennen en eindelijk echt mijn rol als ‘auteur’ kon aanvaarden en dankbaar kon zijn voor wat er op me afkwam.

Die positieve mind-set probeer ik door te zetten. Heel af en toe raak ik het nog even kwijt, maar ik vind het toch altijd weer terug. In een mooie recensie, een leuk berichtje van een lezer, een fijn gesprek met een collega-schrijver of iets prachtigs dat ik tijdens mijn research tegenkom.
Inmiddels ben ik begonnen met het verwerken van mijn aantekeningen en opzetten voor laatste deel in de ‘Project X’ trilogie. Voor 2016 staan schrijfronde 1 en 2 gepland en omdat ik niet zo goed een ding tegelijk kan doen, werk ik als ik even vastloop aan het boek dat ik na ‘Project X’ wil gaan schrijven, een idee waar ik inmiddels al 10 jaar research voor doe en waarvoor het juiste personage me eindelijk gevonden heeft.


Ik heb geen goede voornemens, behalve ‘just having fun’ en doen wat ik graag doe. Ik kijk uit naar wat het jaar gaat brengen met de release van het Burning album, dat toch ook een beetje mijn ‘kindje’ is, en andere leuke dingen. Ik wens jullie allemaal een goed en gezond 2016 met lieve vrienden, bijzondere boeken, mooie muziek en nieuwe dierbare herinneringen.

Geen opmerkingen: