dinsdag 2 februari 2016

Auteurs bloggen......Belinda Aebi


Zondag 3 januari


Twee weken geleden moest ik even naar adem happen. Bij het opstarten van mijn computer zie ik in plaats van de vertrouwde snoet van een van mijn kleindochters, een egaal lichtgrijs scherm. Huh? Kalm blijven, denk ik, hij is gewoon wat trager. Zo meteen floept die grijze massa weg en kijken die staalblauwe oogjes vanonder die roze muts mij weer aan. Vreemd. Alles blijft grijs en triest. Al vier lange minuten nu. Ik voel alle kleur uit mijn gezicht trekken. Dit is niet normaal. Er moet iets aan de hand zijn.
Ik sla in paniek en vraag mijn man om ernaar te kijken. Tja, ik krijg hem ook niet aan de praat. Ik bewaar eerst alles en gooi er dan eens alles af, oké? Dan terug opstarten met een schone lei. Wat kan ik zeggen. Doe maar. Tadaaaa. Niet dus. Het scherm blijft egaal grijs en doods. Shit!
Dan maar naar de computerwinkel. Of het lang zal duren? Nee, toch? Ik moet teksten typen, ik zit met deadlines. Eh, de analyse om te checken wat er echt aan scheelt kan enkele dagen duren. Ik trek grote ogen. Dàgen? De dame achter de toonbank weet niet wat ze zegt. Moet ik dagen mijn computer missen? Ja, en als we dan weten wat er precies aan de hand is, dan kijken we welk stuk er dient vervangen te worden en of we dat dan moeten bestellen. Dat kan ook wel even duren, het zijn nu eenmaal feestdagen. Behalve voor mij dan. Feest is achter mijn bureau zitten en tikken. Niet dus. Op mijn bureau is een lege, akelige plek. Daar stond hij altijd. Al vier jaar mijn kamergenoot in goede en kwade tijden. Ik zit op mijn stoel en staar naar de muur waar ik bewust geen foto’s of posters hang om niet te worden afgeleid van mijn verhaal, mijn plot. Ik besef nu pas hoe kaal die is. En grijs. Van hetzelfde grijs als het dekselse, koppige scherm.

Mijn vingers liggen op het toetsenbord maar ik typ niks. Het is maar om mijn vingers weer even het gevoel te geven. Even maar doen alsof. Kon ik nu maar een mooie of een spannende zin typen of een klein hoofdstuk. Wat heb ik daar ontzettend veel zin in. Het begin of het einde van iets, of een nieuwe intrige, of een cliffhanger. Of even dag zeggen op facebook, of iets opzoeken op wiki, of de krantenkoppen lezen. Nope.
Ik moet de dag door, wat zeg ik, dagen.
Ik duik in mijn auto en ga ronddwalen in het shoppingcenter hier zo’n tien minuten verderop. Ik haat shoppen, maar deze keer is het creatief shoppen. Ik heb besloten om zelf een aantal kerstkaarten te maken. Ik haat kerst en dus ook kerstkaarten maar deze keer niet. Ze zijn mijn redding. Ik loop de knutselwinkel binnen en koop blanco kaarten van diverse kleuren met bijpassende enveloppes, kerstmannetjes en Rudolfen in glitter of in retro stijl, tekstballonnen en sterren in verschillende afmetingen en cadeaustickers. Ik koop snel en impulsief tot mijn winkelmandje vol ligt. Thuis ga ik aan de slag en amuseer me rot en probeer mij voor de geest te halen wanneer ik voor het laatst knutselde. In twee namiddagen heb ik een twintigtal kerstkaarten. Op de enveloppes kleef ik nog extra sterren en fonkels. Het kan niet op. Het is toch feest. Diegene die zo ’n kaartje krijgt mag blij zijn. Ik overschouw mijn bureau. Er liggen nog genoeg sterren en Rudolfen voor de kaarten van volgend jaar.
Ik loop in een drafje naar de post, koop zegels en doe de kaarten met een vleugje trots op de bus.

Ik heb het gehad. Ik wil typen. Ik bel naar de winkel. Ja, net klaar met de analyse. De bluetoothmodule moet vervangen worden. Dat kan ook twee dagen duren want die hebben we niet in voorraad. Nog twee dagen! Wat doe ik nu? Het zweet parelt op mijn bovenlip. Ik laat mijn blik door mijn kamer gaan en blijf hangen op het kinderbedje in natuurhout waarin iedere dinsdag een babylijfje slaapt. Dàt is het. Het moet wit worden, natuurhout is passé. Het zou trouwens veel mooier uitkomen in de kamer waar alles wit is en lichtgrijs. (zoals het kapotte scherm) Ik duik in mijn auto en rijd naar de Brico. Ik koop houtverf in eierschaalkleur. Ik bescherm de parketvloer met een groot plastic zeil. Schuren doe ik niet. Ik haat schuren. Ik maak het hout schoon en ontvet het met gewone dreft voor de afwas. Dan begin ik eraan. Eerst een primer. Dat is balen maar het moet maar. Daarna de laag verf. Na de ontelbare bedspijlers te hebben geverfd ben ik een gebroken vrouw. Mijn rug doet pijn en mijn benen kraken. Maar het bedje is prachtig! Een heel ander zicht. Het lijkt nieuw terwijl het al vierendertig jaar oud is. Letterlijk van oud naar nieuw.
Mijn gsm rinkelt. Mijn computer is klaar. Of ze alles wel goed getest hebben, vraag ik. Tweehonderdveertien euro kosten. Slik. Maar alles werkt als vanouds. Slik.
Mijn man duikt in zijn wagen en haalt mijn kindje op.
Ik activeer hem. Ik ben terug. Alles is er nog. Het definitieve manuscript van de nieuwe thriller en de vele nota’s en beginzinnen van de volgende. Ik bedank mijn man en zeg dat ik nu wel wat alleen wil zijn. Niet echt alleen. Alleen met hem. Niet met hem maar met hém. Hij lacht en sluit de deur.
Twee hels lange weken zonder mijn maatje.
Alsof er een arm en een been waren afgerukt.
We zijn weer compleet.

Geen opmerkingen: