woensdag 3 februari 2016

Existentieel dilemma

 
Zware titel, natuurlijk. Maar ik kan het niet beter definiëren. Ik word inderdaad ineens geconfronteerd met een existentieel dilemma. En natuurlijk heeft de leeftijd er iets mee te maken. 
Laat me het u even situeren. Tijdens de research in verband met mijn roman 'Bewijs het maar' heb ik me een hele tijd verdiept in de vele aspecten van voeding: van de louter biologische feiten via de wijze waarop we systematisch en doelbewust worden misleid door 'verantwoordelijken' tot de duistere wegen van de voedingsindustrie. Na het schrijven van het boek - dat overigens genomineerd werd voor de Hercule Poirotprijs 2015 - ben ik me verder blijven verdiepen in het onderwerp omdat mijn drang naar kennis erover absoluut nog niet bevredigd was. Ik kan/kon het niet meer loslaten.







Onder andere op de Antwerpse boekenbeurs heb ik echter ondervonden dat voeding een onderwerp is waarover 'men' eigenlijk liever niet teveel praat. Het woordje 'eigenlijk' is hier belangrijk: de meeste mensen zeggen namelijk dat ze wél geïnteresseerd zijn, dat ze meer willen weten over wat ze écht door hun slokdarm proppen als ze een kroket of een chicken nugget naar binnen werken. Zolang je het maar beperkt tot één enkel feit, of na maximum vijf minuten verandert van onderwerp. Want anders haakt 'men' gegarandeerd af.

Heel wat mensen nemen een ambigue houding aan tegenover informatie over voeding. Gegeneraliseerd komt het hierop neer: ja, we weten wel dat we dagelijks een hoop rotzooi verorberen, ja, we weten wel dat de industrie vaak perfide chemische trucjes gebruikt om ervoor te zorgen dat je trek blijft hebben in hun spul en ze dus meer winst kan maken, om ervoor te zorgen dat je vooral niét luistert naar de signalen van je lichaam. We wéten dat ze op de labels misleidende omschrijvingen gebruikt, bestanddelen vaak gewoon niet vermeldt... Natuurlijk weten we dat allemaal. Maar wat kunnen wij daaraan doen? Niets toch? 
De populairste reactie? Je stopt je lichaam vol chemische rommel die geen enkele voedingswaarde heeft, die je lichaam langzaam vergiftigt en allerlei aandoeningen triggert, en wat is het populairste antwoord als je iemand daarop wijst? 
Ach, je moet toch érgens van doodgaan?
Tja...

Een van de fundamentele redenen daarvoor is natuurlijk het feit dat het ons wel heel gemakkelijk gemaakt wordt om een dagelijkse maaltijd op ons bord te krijgen. Voorverpakte gerechten zijn een groot commercieel succes. Het is toch zoveel gemakkelijker, en het kost vooral weinig tijd. Tijd die we immers veel liever aan iets 'nuttigers' besteden. Aan tv-kijken, bijvoorbeeld. (Grijns)
Om het recht voor de raap te zeggen: we zijn gewoon te lui geworden om nog zelf te koken. Het kost teveel moeite en tijd, en het is nergens voor nodig, want alles is al bereid - het ligt op ons te wachten in de supermarkt. Makkelijk zat. Even opwarmen die handel en we hebben een warme hap. Waarom zouden we dan zoveel moeite doen?
Wàt er dan in die warme hap zit? Tja... Daarover denken we liever niet teveel na. Diep binnenin voelen we ons daarover misschien zelfs een beetje schuldig, maar ja: gemakkelijk is belangrijker geworden dan gezond. En vermits goedkoop nog veel belangrijker is dan gezond...






Aan dat 'liever gemakkelijk dan moe' is overigens wel degelijk iets te doen. Als je een gerecht bereidt, maak dan eenvoudigweg drie keer zoveel porties dan nodig, en vries de extra's gewoon in. Doe dit met twee gerechten, en je hebt eten voor een week. Maak bv. van zaterdagvoormiddag de kookvoormiddag, en je hebt de rest van de week je warme hap maar uit te halen. (En vaak is een grotere hoeveelheid kopen ook goedkoper dan de uitgekiende kleine porties die kant en klaar worden aangeboden.)
EN! JE! WEET! WAT! JE! EET!

Dat de opkomst en het massale gebruik van allerlei chemische smaakversterkers, bewaarmiddelen, kleurstoffen en smaakstoffen samenvalt met de opmars van allerlei 'westerse' ziektes en kwalen wordt door de industrie gemakkelijkheid halve verklaard met het argument dat we in het westen allemaal systematisch ouder worden, en dat het om welvaartsziektes gaat. Merkwaardig dan toch dat bijvoorbeeld de plek waar je de meeste honderdjarigen per oppervlakte-eenheid vindt het eiland Okinawa is, waar men géén westers dieet volgt, integendeel. Je vindt er ook nauwelijks typisch westerse ziektes. Genetisch kan je het fenomeen niet verklaren, want zodra je een Okinawees - of hoe noem je een inwoner van Okinawa? - een westers dieet laat volgen, wordt die prompt 'een van ons' op het vlak van kwaaltjes en kwalen.

Wat antwoordt de industrie daarop? Dat is toeval. 
Wat zegt u? Dat kàn geen toeval zijn? Oké. 
Bewijs het maar.

Lezers van mijn roman vragen me al wel eens of de research voor het boek mijn eigen eetpatroon heeft veranderd. Antwoord? Ja, hoor. Redelijk ingrijpend zelfs, zonder fanatiek te willen zijn. We huldigen de filosofie dat af en toe zondigen best wel mag, zolang je je maar bewust bent van het feit dàt je zondigt, en dat zondigen de uitzondering blijft. (Leuke bijkomstigheid is overigens dat bewust zondigen garant staat voor een extra dosis genot. :-) ) 

Heeft dat veranderen van eetpatroon fysieke gevolgen gehad? Yep. Mijn vrouw en ik zijn allebei een paar overtollige kilootjes kwijt, we voelen ons fysiek een stuk beter, en hebben meer energie - niet onbelangrijk als je wat ouder wordt. :-)  Bovendien eten we zoveel we willen. 

(Een boek dat ik jullie in dit verband kan aanbevelen, is 'Weet wat je eet' van Daan De Wit, een Nederlandse journalist. Interessant, leerrijk, en bruikbaar. Tenzij het je niet interesseert om je lichaam gezonder te maken/houden, natuurlijk. In dat geval: mijn welgemeende excuses voor het ongemak dat ik je heb bezorgd door er zelfs maar over te beginnen.)

Waar blijft dat existentieel dilemma eigenlijk, hoor ik u denken. Hier is het dus.
Enkele dagen geleden maakte ik me tijdens een wandeling plots de volgende bedenking. Stel - stél, dus louter theoretisch - dat het doelbewust aanpassen van mijn eetpatroon als gevolg zou hebben dat ik mijn lichaam in een gezondere 'staat' breng, en ik daardoor effectief een pak ouder zou worden. Langer zou leven dus. Stél! 
Gezien mijn vader zaliger, mijn grootvader zaliger, mijn overgrootvader en mijn betovergrootvader allemaal rond hun tachtigste overleden zijn, lijkt het me niet onlogisch dat ik het zonder ongelukken ook rond mijn tachtigste voor bekeken zal houden. Stél dus dat ik door dit andere eetpatroon tien jaar langer zou leven. Negentig zou worden, zeg maar. Tot 2045 zou leven dus, ongeveer.

Hier komt het existentiële dilemma.
Wil ik dat eigenlijk wel? 

Als ik zie hoé en in welke richting onze maatschappij op dit ogenblik evolueert, aan welke snelheid bijvoorbeeld een aantal fundamentele waarden worden afgebroken, en als ik die evolutie extrapoleer... Wil ik wel leven in de maatschappij zoals ze er over twintig of dertig jaar zal uitzien? Als we dan überhaupt nog iets hebben dat je als 'een maatschappij' zou kunnen omschrijven. (En dan zwijg ik nog over de klimaatverandering. En over de alsmaar groter wordende kans dat er onderweg een oorlog uitbreekt of een mondiale catastrofe roet in het eten gooit.) 

Gezond eten, allemaal goed en wel, maar waarom? Om er getuige van te kunnen zijn hoe een maatschappij met waarden waarvoor onze voorouders gevochten hebben en vaak gestorven zijn, verandert in een moderne uitgave van de vroege middeleeuwen? Met enkele rijke heersers, de oligarchen, met vazallen in de vorm van multinationals en media, die Hebzucht tot de nieuwe god hebben gemaakt, met enkele gehoorzame lokale politici die een paar privileges krijgen als ze braaf blijven en de vazallen op hun wenken bedienen, en miljarden onderhorigen die waarschijnlijk op een alsmaar kleiner wordende oppervlakte - stijging van de zeespiegel, iemand? - zich als gehoorzame, consumerende slaven dienen te gedragen? Zonder voorzieningen, met pseudo-onderwijs, met een maatschappelijke organisatie die enkel en alleen dient om de Hebzucht van de Groten te bevredigen? 

Wil ik dat wel? Is gezond eten in die context dan niet eerder contraproductief en zelfdestructief? 
Gelukkig heeft een meer natuurlijke voeding ook directe consequenties. Ik wil best de traditie van mijn voorvaderen in stand houden. Maar als ik me fysiek beter in mijn vel kan voelen tot het zover is, gewoon door enkele eenvoudige ingrepen in mijn eetgewoontes… Tja...





De kop in het zand steken is best wel lekker. Alleen.. Ik kan het niet. Op de een of andere manier knal ik altijd met m’n kop op een stuk rots of zo. 
Damn. :-)


Geen opmerkingen: