donderdag 17 maart 2016

Aanstellers - Jeroen Guliker


Dick en ik kennen elkaar al sinds de middelbare school. We zijn kennissen die nooit vrienden zijn geworden, en als het aan mij ligt zal dat ook altijd zo blijven. Dick heeft namelijk een bijzonder irritante afwijking waar ik me al meer dan vijfendertig jaar aan erger. Hij gelooft namelijk nogal fanatiek in zijn eigen gelijk en houdt behalve van zichzelf enorm van opblazen. Misschien is het beter dat ik je meteen even geruststel. Dick draagt geen haatbaard of bomgordel onder zijn jurk en is verder volslagen ongevaarlijk. Als ik opblazen zeg, bedoel ik dat natuurlijk in figuurlijke zin, als in aandikken, overdrijven en opscheppen. Hij heeft deze begrippen tot kunst verheven en ik heb inmiddels geleerd om alles wat hij zegt door tien te delen en daarna de uitkomst alsnog met een korreltje zout te nemen. Eigenlijk heb ik gewoon een bloedhekel aan hem.

Dick is geen domme jongen. Hij werkt als fiscaal jurist voor een groot internationaal transportbedrijf en verblijft veelvuldig in het buitenland. Soms reist hij af naar Zuidoost-Azië, dan weer naar Japan of Zuid-Amerika maar meestal staat er een bestemming ergens in de Verenigde Staten op zijn ticket. Ik had hem al een tijd niet gezien toen ik hem vorige week plotseling tegenkwam in de voetbalkantine. Hij zag er gezond en verzorgd uit. Zijn strakke en ongetwijfeld onbetaalbare Italiaanse maatpak kon zijn getrainde lichaam niet verhullen en het succes straalde van zijn gebruinde en gladgeschoren gezicht, maar als altijd was het totaalplaatje me ook deze keer weer net iets te glad.
‘Well, well, look who’s here!’ riep hij waarna hij op me af stormde en me breed lachend omhelsde.
‘U ziet er goed uit, meneer. Op een strand in Zuid-Frankrijk gelegen?’ vroeg ik.
‘Miami. Zeven months. Fantastic time gehad. Ik ben sinds gisteren terug in Nederland. The jetlag is still killing me.’
‘Dat doet maar,’ zei ik.
‘Only business, my friend. We zijn met een mannetje of veertig een megafusie aan het voorbereiden. Als alles straks rond is, zijn we one of the main carriers in The States en that means big bucks. Real big bucks. Het is hard werken, maar in de U.S. kun je tenminste nog ordinair rijk worden. Ze hebben lastige regels, lots of details and many potential pitfalls, but I love it. America is great, well, you know what I mean,’ zei hij met een knauwend accent waar ze in Nashville Tennessee jaloers op zouden zijn. Ik had geen idee wat hij bedoelde maar ik knikte en glimlachte. Hij vertelde honderduit over hoe fantastisch hij bezig is en hoe geweldig ‘zijn’ Amerika is. Met plaatsvervangende schaamte luisterde ik naar zijn compleet doorgeslagen Amerikaanse tongval. Iedere zin die zijn mond verliet was doorspekt met Engelstalige termen die mijn nekharen steeds rechter overeind deden staan. Wat een idioot!

Als ik zuurkool, vliegende insecten en Sylvana Simons buiten beschouwing laat, vind ik niets of niemand weerzinwekkender dan aanstellers die doen voorkomen dat ze na een halfjaartje buitenland ineens hun moedertaal niet meer machtig zijn, maar het is typerend voor Dick de doorgeslagen opklopper, dat dan weer wel. Helaas is hij niet de enige. Ook onder de Bekende Nederlanders heeft het Amerikaanse knauwvirus behoorlijk huisgehouden. Paul Verhoeven (je weet wel, de man van RoboCop en Basic Instinct, niet waar?) en dat vreselijke model uit het begin van de jaren 90, die Frederique van der Wal zijn onevenredig hevig te pakken genomen door het virus. Net als Patricia Paay die na haar huwelijk met Adam Curry en een paar jaar Engeland ineens ieder Nederlands woord van een knauwend accent ging voorzien. Maar het kan altijd erger. 

Er is namelijk geen BN’er die heviger onder de gevolgen van het virus lijdt dan Regilio Tuur. Hij is ontegenzeggelijk het zwaarst getroffen van allemaal. Taaltechnisch gezien blijkt het virus voor hem zelfs dodelijk te zijn, want hij is het Nederlands volkomen verleerd. Althans, dat is wat hij ons graag doet geloven. Sinds Regilio in New York woont, is hij Nederland ontgroeid. In een interview liet hij weten dat hij altijd al een hekel aan de Nederlandse taal heeft gehad. De wereldburger wenst vanaf nu alleen nog Engels te spreken. Tja, hij is natuurlijk wél de grote Regilio Tuur. Het spreekt in zijn voordeel dat ik hem voor zijn vertrek naar New York ook al niet kon verstaan, maar het blijft natuurlijk even sneu als lachwekkend.
Arme Regilio. Hij is iedere vorm van realiteitszin kwijt. Hij waant zich een superster en denkt oprecht dat iedereen hem zo ziet. Het wordt tijd dat we hem tegen zichzelf in bescherming gaan nemen. Toch vraag je je af waar al deze interessantdoenerij vandaan komt. Heeft hij misschien toch net iets te veel klappen tegen zijn hoofd gehad? Of voelt hij zich meer Surinamer dan hij in werkelijkheid is en beschouwt hij het Sranantongo als zijn moedertaal? Onzin natuurlijk. Hij is immers opgegroeid in Tussendijken en Hoogvliet, gewoon in Rotterdam-West. Hoe Nederlands wil je het hebben? Waarschijnlijk is het antwoord minder ingewikkeld dan we denken. Tuur heeft namelijk de verstandelijke vermogens van een hardnekkige aarsfistel en zijn beperkte hersencapaciteit biedt simpelweg geen plaats voor meerdere talen. Regilio is een beetje zielig en heeft last van aanstelleritis, maar misschien kan ik me beter gedeisd houden. Voordat je het weet, laat hij je op zijn vuisten kauwen en zuig je de avondmaaltijd door een rietje naar binnen. Vraag maar aan zijn vriendin. 

Over vriendinnen gesproken.
Toen Dick eindelijk was uitgeraasd en de Amerika- en zelfverheerlijking even waren stilgevallen, trok hij me aan mijn arm mee naar de andere kant van de voetbalkantine om me voor te stellen aan zijn nieuwe vriendin. Net als Dick zag ze er gesoigneerd uit. Ze droeg een zwart mantelpakje, had kortgeknipt donkerblond haar en een fris gezicht. Ze was minstens twintig jaar jonger dan Dick en omdat ze net zo gebruind was als haar vriend vermoedde ik eigenlijk meteen dat ze deel uitmaakte van zijn veertigkoppige advocatenteam. Mijn veronderstelling bleek al snel te kloppen, want toen ze zich voorstelde, zei ze dat ik haar Liesbeth of Liz mocht noemen. Liesbeth stond in haar paspoort, maar omdat het nu eenmaal beter bekte in The States was ze zichzelf zeven maanden geleden Liz gaan noemen. Het was direct duidelijk dat ze aan dezelfde tenenkrommende taalafwijking als Dick leed en ondanks het grote leeftijdsverschil pasten ze dus prima bij elkaar. Liz bleek in staat mijn irritatiegrens nog sneller te overschrijden dan haar vriend, want toen ze zich verontschuldigde voor haar gebrekkige Nederlands moest ik alle zeilen bijzetten om de plotseling opkomende braakneigingen te trotseren.
‘We go way back. He’s truly one of my oldest and dearest friends,’ zei Dick waarna hij naar Liz lachte, vriendschappelijk zijn hand op mijn schouder liet rusten en ik me met de minuut ongemakkelijker begon te voelen.
‘Waarom spreken jullie niet een keertje af? Een avondje op stap, gewoon, for old times’ sake,’ zei Liz.
‘Ik ben niet meer zo van het stappen,’ zei ik.
‘Since when?’ vroeg Dick. Ik keek hem aan en haalde verontschuldigend mijn schouders op.
‘Sinds ik er wel klaar mee ben,’ antwoordde ik.
‘Misschien kun je je vriend dan uitnodigen voor een dinertje bij ons thuis. It’s always nice to have an old friend for dinner,’ zei Liz met een glimlach. Terwijl mijn brein zich onbewust vulde met beelden van Hannibal Lecter zocht ik alvast naar een excuus om een eventueel diner bij deze twee Regilio-adepten te voorkomen. ‘Well? Why don’t you say something?’ vroeg Liz aan Dick. ‘Neem het hem niet kwalijk,’ zei Liz. ‘Nicky is not the most social person on the planet.’
‘Hoe noemde je hem nou? Nicky?’ vroeg ik lachend.
‘Any idea hoe Amerikanen reageren als je zegt dat je Dick heet?’ antwoordde mijn oud-klasgenoot.
‘Volgens mij zijn we nu niet in Amerika en staan we gewoon tussen de gevulde koeken en Douwe Egberts koffie in een oer-Hollandse voetbalkantine,’ zei ik. De dwangmatige verengelsing begon me echt even te veel te worden. Liz en Nicky keken me vragend aan.
‘Voor wie ben je hier eigenlijk? Speelt je zoon hier?’ vroeg Liesbeth. Voor het eerst in twintig minuten werd er iets van interesse in mij getoond en eigenlijk zei dat wel genoeg. Het werd tijd om Dick en Liesbeth of Liz en Nicky of hoe die aanstellers ook mochten heten op een nette manier te dumpen.
‘Ja, mijn jongste voetbalt hier en volgens mij staat de wedstrijd op het punt van beginnen dus ik ga naar het veld,’ zei ik.
‘Sure. Well, don’t be a stranger. Laat iets van je horen. Heb je mijn nummer nog?’
‘Volgens mij wel,’ zei ik waarna ik mijn hand uitstak en Liesbeth en Dick het beste wenste.
‘Call me!’ riep Dick me na. Zonder om te kijken stak ik mijn hand in de lucht en snelde naar de uitgang van de kantine. Eenmaal buiten zoog ik de frisse lucht mijn longen in en haalde ik mijn telefoon uit mijn broekzak. Terwijl ik naar het achterste veld liep, zocht ik in de lijst met contacten naar het nummer van Dick.
‘There you go, mother fucking asshole,’ zei ik hardop met een knauwend Amerikaans accent en ik drukte op wissen.

Geen opmerkingen: