dinsdag 8 maart 2016

Auteurs bloggen........Astrid Harrewijn


Of ik een blog wilde schrijven voor Auteurs doen het op dinsdag. Ik zeg meestal enthousiast ‘ja’ op een dergelijk verzoek, maar daarna komt onverbiddelijk een paniekmoment; waarover moet ik nu weer bloggen?
Deze keer was het onmiddellijk duidelijk, want op dinsdagavond zit ik om halfacht in een zaaltje van een kerkgebouw en luister twee uur lang naar een bevlogen docent van de Vrije Academie voor Kunsthistorisch Onderwijs (een hele mond vol). Dit doe ik al zo’n vijf jaar en ik denk dat ik inmiddels zo’n beetje een propedeuse bij elkaar heb gecursust. Wat overigens niet wil zeggen dat ik een deskundige ben. Ik vind het ongelofelijk leuk en razend interessant, maar moet wel eerlijk toegeven dat ik nog steeds met regelmaat verdwaal in de rijke wereld van de schone kunsten. 

Momenteel ben ik bezig met mijn laatste semester over moderne kunst, maar ik pak ook met regelmaat een lezing mee. Tijdens een cursus, alweer een tijdje geleden, vertelde de docent dat hij een workshop Schilderen naar Van Gogh ging organiseren. In de ochtend zou hij wat vertellen over deze kunstenaar en ’s middags mochten de cursisten zelf aan de slag met penseel en verf. Ik was op dat moment bezig met mijn boek Drie vrienden, een huis (en een klusjesman), dat zich afspeelt in het Van Gogh Museum, dus dit leek mij een uitgelezen kans om in één ochtend alles over deze kunstenaar te weten te komen. Ik gaf me op en liet de docent weten dat ik na de lunch weer zou vertrekken. Ik kan namelijk niet zingen en niet schilderen en ik vind dat ik de wereld een grote dienst bewijs door mij te onthouden van gezang en geschilder. De docent lachte een beetje en zei dat ik mezelf deze kans niet moest ontnemen, maar ik had slechts één doel: research!

Ik denk dat ik de jongste was. Rond een grote tafel zaten voornamelijk gepensioneerden en die hadden allemaal ontzettend veel zin om aan de slag te gaan. De ezels stonden al klaar in een grote kring en ik begon licht zenuwachtig te worden. De een schilderde al veertig jaar, de ander exposeerde, de derde vroeg of we niet meteen konden beginnen; die theorie geloofde ze wel en dat vond de rest eigenlijk ook.
‘We drinken eerst een kopje koffie en dan vertel ik iets over de schildertechniek van Van Gogh en dan mogen jullie wat mij betreft lekker aan de gang gaan,’ zei de docent enthousiast, en legde op tafel wat foto’s neer ter inspiratie.
Ho wacht, dit was niet de bedoeling. Ik hoopte op stevige theorie tot aan de lunch, maar om nou al na de koffie mijn biezen te pakken…
De koffie werd rap naar binnen gewerkt, een tweede kopje koffie hoefden de cursisten niet en ze stonden al voor hun ezel te trappelen van ongeduld. Voor ik het in de gaten had stond ik ook in die kring, in een schort, met een penseel, tegen een spierwit doek aan te staren…


Het had iets weg van bungeejumpen; je wilt niet maar voor je het weet ben je in zo’n tuigje gehesen en ben je op weg om te springen. ‘Weet je al wat het gaat worden?’ vroeg mijn buurvrouw vriendelijk, terwijl ze professioneel de verf stond te mengen.
‘Een bostafereel,’ zei ik, en ik vroeg me af waar hier de nooduitgang was.
Van de foto’s, die ter inspiratie op tafel lagen, leek het bosgebeuren mij de veiligste optie. Drie bruine boomstammen, veel groen en her en der wat witte bloemetjes. Het leek me compositie-technisch iets waar ik niet heel erg mijn vingers aan kon branden. En dus ging ik aan de slag; en ik moet zeggen dat ik vooral het geklieder met de verf best leuk vond en mij verwonderde over de immense hoeveelheid kleuren die je kunt maken als je de hele zooi door elkaar mengt. Mijn palet was dan ook al heel snel een behoorlijk onoverzichtelijk vies plankje. Er zat verf op mijn handen, wangen en schort (maar dat laatste is natuurlijk wel de bedoeling, anders kun je net zo goed geen schort aantrekken).
Mijn medecursisten waren overigens bloedserieus aan het werk. Een stap naar achteren zettend, mompelend, de docent om hulp vragend, maar ik kreeg steeds meer plezier in het geklieder en op een gegeven moment begon ik uit pure vrolijkheid zelfs een deuntje te zingen. Het kost een paar centen, zo’n dagje, maar vanuit therapeutisch oogpunt is het best waardevol.
‘En Astrid, hoe gaat het?’ vroeg de docent, die kritisch kijkend naast me kwam staan.
‘Nou, het lijkt nergens naar, maar ik moet zeggen dat ik me prima amuseer.’
‘Hoezo, het lijkt nergens naar. Ik vind dat je buitengewoon veel talent hebt.’
Dat vond ik lief, maar zo zijn de docenten van de Vrije Academie. Ze doen er daadwerkelijk alles aan om hun passie en bevlogenheid op je over te brengen.
De docent pakte een penseel en zei dat hij een paar dingetjes ging aanpassen. Met vliegensvlugge streken bracht hij diepte in mijn schilderij, met een paar fikse klodders paars gaf hij het net iets meer warmte en met een beetje geel kwamen de witte bloemetjes tot leven.
En zo ging ik naar huis met een kunstwerkje. Manlief en dochters keken me verbaasd aan.
‘Hè, heb jij dat gemaakt? Jij kan toch niet schilderen?’
‘Nee,’ zei ik. ‘En trouwens ook niet zingen.’

Geen opmerkingen: