donderdag 10 maart 2016

Bookflash & win! .......'DRIE VRIENDEN, EEN HUIS (en een klusjesman)' - Astrid Harrewijn





“Mam wordt dus zesenzestig! Groet pap”

Ik staar enige tijd naar het bericht dat op het scherm van mijn iPhone is verschenen.
Het dwingende uitroepteken vind ik verontrustend en ik vraag me af wat de diepere betekenis van het woordje ‘dus’ is. Als ik mijn telefoon aan de kant schuif, verschijnt het bericht nog een keer. Mijn vader verzendt zijn berichten altijd twee keer. Ik heb geen idee waarom hij dat doet.
In gedachten verzonken tik ik met mijn pen op tafel. Tim kijkt geïrriteerd op, ondertussen aan zijn kin krabbend. Mijn kamergenoot heeft weinig haarzakjes, maar dat weerhoudt hem er niet van om zijn baard te laten groeien. Het donsje bevindt zich in de jeukende vlasfase waar een rode uitslag doorheen schemert. Drie dagen per week, op maandag, dinsdag en donderdag, zit deze jonge wetenschapper tegenover me in mijn kamer in het Van Gogh Museum. Hij doet onderzoek naar het kleurgebruik in het latere werk van Vincent van Gogh.
‘Niet krabben, daar wordt het alleen maar erger van. En twee keer per dag deppen met lotion. Dat wil ook nog wel eens helpen.’
‘Sinds wanneer heb jij verstand van baardgroei?’
Ik vraag me af of ik hem de gruwelijke details van de brazilian wax moet uitleggen, besluit het niet te doen en haal slechts mijn schouders op.
Hij kijkt me aan, zijn handen stevig in elkaar geklemd om te voorkomen dat hij zijn kin weer aanvalt. ‘Als je straks om de hoek een broodje gaat halen, wil je er dan ook eentje voor mij meenemen?’
‘Ik ga zo lunchen met mijn zusje. Heb ik je wel eens over Kiki verteld?’
Tim schudt zijn hoofd, zijn hand gaat weer naar zijn kin.
‘Afblijven!’ roep ik. ‘Ze woont in Amerika en we zien elkaar veel te weinig. Ik heb om half een met haar afgesproken bij het Cobra Café.’
Tim werpt een blik op de klok aan de muur en zegt: ‘Dan moet je zo gaan.’
‘Ik ga een kwartiertje later. Mijn zusje komt altijd te laat, waardoor het lijkt alsof ik altijd te vroeg ben. Gek, hè, maar daar stoorde ik me vroeger al aan. Alsof ik heel punctueel in het leven sta en zij er wat losjes doorheen fladdert.’ Ik zwijg even en vraag me af wat hij denkt. ‘Nu denk jij natuurlijk dat we issues hebben, omdat zusjes altijd issues hebben, maar dat is niet zo.’
Hij fronst zijn wenkbrauwen, schuift zijn handen onder zijn billen en vraagt: ‘Moet die lotion nog van een bepaald merk zijn?’
Uiteindelijk ben ik om kwart voor een bij het Cobra Café. Ik kijk rond. Een ouder echtpaar, twee studentes, een man alleen, maar geen Kiki. Meer dan de helft van de tafeltjes is nog vrij, ik ga uiteindelijk bij het raam zitten en onderdruk de neiging om op mijn horloge te kijken. Niet veel later zwaait de deur van de brasserie open en stapt een lange, slanke vrouw met een vuurrode bos krullend haar zelfverzekerd binnen. Haar blik dwaalt kort rond waarna ze in een rechte lijn naar me toe loopt. Iedereen kijkt op. De man die alleen aan een tafeltje zit, verdraait bijna zijn nek om de wiegende gang van mijn zusje nog wat beter te kunnen bekijken. Met haar grote tas zwaait ze bijna een paar glazen van een tafel, maar niemand wordt boos. Dat is een van de vele talenten van Kiki. Het is onmogelijk om kwaad op haar te worden.
‘Sorry, de tram! Een auto met pech. En je mag die tram niet uit, hè. Je moet blijven zitten tot je bij de halte bent. Die was tien meter verderop. Zo’n hekel aan de tram.’ Verontwaardigd heft ze haar handen in de lucht.
Ze geeft me een vluchtige kus op mijn wang, gaat zitten, schudt haar haren nog eens naar achteren, waarbij ze de kale man die achter haar zit kortstondig een weelderige rode pruik bezorgt, roept vervolgens een ober en bestelt twee witte wijn.
‘Of had je iets sterkers gewild?’ Ze geeft me niet de gelegenheid om te antwoorden en zegt in één adem door: ‘Waarom word jij niet oud? Hoe doe je dat?’
‘We schelen maar zes jaar, Kiki. Dat is geen generatiekloof.’ ‘Hoe gaat het met je?’‘Ik mag niet mopperen...’ ‘Nou ben je net mam. Die zegt ook altijd dat ze
niet mag mopperen, maar gaat dan vervolgens een half uur lang over van alles en nog wat zitten zeuren. Jij hebt trouwens dezelfde huid als zij. Een dikke huid. Die blijft op de een of andere manier strak. Zie je die lijntjes hier bij mijn ogen, die zitten er sinds een paar maanden. Denk je dat ik vroeg ga rimpelen?’
Ik hoef gelukkig geen antwoord te geven, want de ober komt eraan met de wijn. Als hij de glazen op tafel zet, hoort Kiki hem uitgebreid uit over het assortiment snacks en bestelt uiteindelijk een portie bitterballen.
‘Er gaat niets boven de Nederlandse bitterbal, wist je dat? Weet je wat er gebeurt als ik straks weer thuis ben? Dan word ik besprongen door de Dutchies. Of ik drop bij me heb, gedroogde boerenkool, stroopwafels, haring. Wat denken ze nou? Dat ik acht uur in een vliegtuig ga zitten met drie nieuwe haringen in mijn handbagage?’
‘Dutchies?’
‘Een clubje Nederlandse vrienden. Als je in het buitenland woont kun je zo verlangen naar een bitterbal of een rauw visje. Maar het is zinloos. Al zou je een haring mee kunnen smokkelen in je beha, het smaakt toch nergens naar op een bankje in Central Park. Je moet het hier eten, en dan nog het liefst bij zo’n echte Amsterdamse haringkar.’
‘Waarom ben je eigenlijk in Nederland?’ vraag ik. ‘O, dat is een heel verhaal.’ Ze wil er net goed voor gaan zitten als haar mobiel begint te rinkelen. Verontschuldigend trekt ze haar schouders op. ‘Deze moet ik opnemen.’ En ze loopt al pratend naar de uitgang.
Ik kijk haar na. Zes jaar schelen we. Het lijkt niet veel, maar ooit was het een wereld van verschil. Tussen mij en Kiki zaten drie miskramen en een hoop verdriet. Toen ik bijna klaar was met de basisschool, kwam zij net de eerste klas binnenhuppelen. Een jurkje van kant, twee lange, rode vlechten. Toen ik eindexamen deed, stond zij in een nieuwe spijkerbroek met grote ogen klein te zijn op dat immense schoolplein.
Zes jaar verschil. Te veel om lief en leed met elkaar te delen. Mam had het graag anders gezien. Iets wat ze niet nalaat elke keer te benoemen.
‘Waar was ik gebleven?’ Kiki ploft neer op de stoel. ‘Trouwens, nog even, heb jij dat berichtje van pap ook gehad?’
‘Dat mam dus zesenzestig wordt?’
‘Ja, dat. Ze zal het wel uitbundig vieren, denk je niet? Ze viert de dubbele getallen toch altijd groots? Dus de tweeëntwintigste...’ Ze pakt haar mobiel om de datum vast te leggen.
‘De drieëntwintigste, toch? Of ben ik nou in de war?’
‘Nee, je hebt gelijk. Dat is nou jammer! Dan zit ik in Parijs en daarna vlieg ik weer door naar...’ Ze maakt haar zin niet af want we krijgen allebei tegelijkertijd een bericht binnen.
“Maar we vieren het niet! Groet pap”
Verbaasd kijken we elkaar aan. ‘Ik bel hem vanavond wel even. Maar vertel,’ zeg ik, ‘waarom ben je in Nederland?’ ‘Wil je de korte...’ ‘Doe maar de lange versie.’ ‘Oké, toen ik anderhalf jaar geleden mijn baan kwijtraakte bij die filmproducent in LA zat ik er even helemaal doorheen. Je moet wel werk hebben in dat glitterwereldje anders heb je daar geen leven. Ik ben toen naar New York gegaan omdat ik via via had gehoord dat Jeff Koons een assistente van een assistente van een assistente zocht. Dat leek me wel wat.’ Kiki lacht spottend. ‘Het was natuurlijk niks, maar wel een mond vol. Dus ik ben gegaan en werd aangenomen.’
‘Hebben we het hier over dé Koons?’ Hoe is het in godsnaam mogelijk dat Kiki van de Broek, geboren in Itteren bij Maastricht, afgestudeerd in helemaal niets, vanuit LA naar New York vliegt om daar aangenomen te worden als Jeff Koons’ assistente tot de derde macht?
‘Een kutbaan, Noor, dat wil je niet weten. Ik heb je er niets over verteld omdat ik me echt kapot schaamde. Ik was de laagste in de pikorde. Mijn werkzaamheden bestonden uit iets met een bezem. Koons was bezig met een nieuw project en daar deed hij heel ingewikkeld en geheimzinnig over. Mijn contract staat bomvol met artikelen over zwijgplicht en als ik me daar niet aan houd, mag hij me volgens de kleine lettertjes in beton gieten, met goudkleurige stickers beplakken en in het MoMA zetten. Ik was nog geen week in dienst of ik kwam al te laat, verdwaalde in dat immense pand met tientallen deuren die allemaal op elkaar lijken, en liep zo het heiligdom van Koons binnen. En daar stond meneer midden in zijn atelier, bezig met zijn geheime project. Het bestond uit een hoop Madame Tussauds-achtige poppen die in een soort van orgie verwikkeld waren. Dus ik kom binnen en hij roept: “Who the fuck...”, zijn hoofd helemaal rood van woede. Ik wijs op zijn project en zeg: “Sex is soooooo overrated.” Hij stampt op me af, ik schrik me de pleuris, en weet je wat hij doet?’
Ik schud mijn hoofd, maar voel de haartjes op mijn armen rechtovereind staan.
‘Hij omhelst me alsof ik zijn doodgewaande zusje ben. Ze moesten nog een naam verzinnen voor zijn nieuwe project. Sex is soooooo overrated. Hij vond het fantastisch. Sindsdien kan ik niet meer stuk bij Jeff.’
De ober zet de schaal met bitterballen op tafel en Kiki bestelt nog twee wijn, hoewel mijn glas nog halfvol is.
‘Maar goed, daar was ik dus mooi klaar mee, want hij gaf mij de verantwoordelijkheid om het project de musea binnen te krijgen. En daar ben ik het afgelopen jaar mee bezig geweest. Top secret natuurlijk, want nogal spraakmakend.’ Ze trekt haar ooglid veelbetekenend naar beneden.
‘Ja, Koons!’ zeg ik. ‘Dan krijg je dat. Hij zal eens niet spraakmakend bezig zijn. Die trakteert ons pas op een stilleven als hij koud en stijf in zijn kist ligt.’ Kiki buigt naar voren en kijkt me aan. ‘Kun je een geheim bewaren?’ Ik knik, maar zeg tegelijkertijd dat het misschien beter is om het niet te vertellen.



De prijsvraag om kans te maken op een exemplaar:
‘Wat zijn Dutchies’?

Stuur je antwoord per mail naar perfecteburen@gmail.com voor 14 maart a.s. in.
Voorwaarde om mee te doen is dat je lid bent van onze Facebookgroep, klik hier om dat in orde te maken. 

De winnaar wordt bekend gemaakt tijdens het online gaan van het interview eind maart. 

Geen opmerkingen: