donderdag 24 maart 2016

'Het meisje in de rode jas' – Kate Hamer


Genre: thriller 
Uitgever: Boekerij
ISBN: 9789022570265
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 384
Uitgave: november 2015

Dank aan Uitgeverij Boekerij voor het beschikbaar stellen van dit recensie exemplaar.

Het gebeurt wel vaker dat de achtjarige Carmel Wakeford zich verstopt voor haar moeder. Maar wanneer ze dit spelletje uit probeert tijdens een verhalenfestival voor kinderen, raakt ze haar moeder Beth plotseling echt kwijt. Een man, die haar heeft gadegeslagen, stapt op haar af en vertelt haar dat haar moeder een vreselijk ongeluk heeft gehad. Hij doet zich voor als haar grootvader en ze rijden samen naar het ziekenhuis, waar ze echter nooit aan zullen komen. Carmel komt er al snel achter dat ze in handen is van een gevaarlijke man, die gelooft dat zij een speciale gave heeft. In werkelijkheid is Beth kerngezond. Ze begint een wanhopige zoektocht naar haar dochter. Hoewel ze geen enkel spoor heeft, houdt ze de hoop levend dat haar dochter nog ergens is, gezond en wel. Terwijl een wanhopige Beth haar dochter probeert te vinden, vraagt de achtjarige Carmel zich af wie ze is, en wat er van haar terecht zal komen.

Het meisje in de rode jas is meer dan een thriller. Het raakt je diep vanbinnen door de beschrijvingen van de machteloosheid en het schuldgevoel van een moeder, afgewisseld met de oprechte en soms naïeve wereld van een achtjarig meisje. Kate Hamer is een nieuwe stem in de thrillerwereld en debuteert met een spannend boek over een moeder-dochterrelatie die nog niet eerder op deze intense manier is beschreven. Want wat doe je als je lieve, onschuldige achtjarige dochter ontvoerd is, en belangrijker: hoe overleef je die kidnap als kind?

Carmel is acht jaar, slim en een dromer. Haar ouders zijn gescheiden en moeder Beth kan met moeite het huishouden draaiende houden, ze kunnen de eindjes maar net aan elkaar knopen. Toch lukt het haar om zo nu en dan iets leuks met Carmel te ondernemen en dan is het ook echt een feestje met z’n tweetjes. Op de planning staat een uitje naar een verhalenfestival en beiden verheugen zich er enorm op. Omdat Carmel wel vaker de neiging heeft te ontsnappen aan de aandacht van haar moeder, maken ze duidelijke afspraken, nu gaat en kan het niet gebeuren want het is te druk daar. Maar de dromerige Carmel en de drukte op het festival gaan niet goed samen, ze raakt toch haar moeder kwijt. Maar gelukkig voor Carmel is daar al snel die aardige man, het blijkt zelfs haar opa te zijn! Wat een fijn toeval zeg, ze heeft altijd haar opa al willen ontmoeten. Door omstandigheden is het daar nog niet van gekomen. Opa vertelt dat Beth een ongeluk heeft gehad nadat ze Carmel aan het zoeken was gegaan en dat hij haar meeneemt om naar haar moeder te gaan. Carmel gaat met hem mee, terwijl aan de andere kant van het terrein haar moeder paniekerig op zoek is naar haar dochter. Samen met opa verlaat ze snel het festival om zogenaamd naar Beth te gaan, niet wetende dat ze deze keer echt op het verkeerde moment haar moeder uit het oog is verloren. Er staat de kleine Carmel heel wat te wachten.

Het is altijd jammer wanneer een flaptekst teveel van het verhaal weggeeft, het neemt het verrassingselement en de spanning bij voorbaat al weg. Je ziet het wel vaker en ook met dit boek is helaas die beoordelingsfout gemaakt. Teveel cruciale informatie staat al op de achterflap en dus weet je als lezer vooraf veel te veel voor je aan het boek begint. En met het schrijven van recensies probeer je juist zo min mogelijk spoilers weg te geven zodat het de lezers triggert om het boek juist te gaan lezen, nieuwsgierig te maken. Opvallend is ook dat de binnenflappen vol staan met lovende kritieken, op zich niet raar dat er een paar staan maar zoveel is wel bijzonder. Daardoor ligt het verwachtingspatroon toch wel hoog.

Vanaf het begin van het verhaal lopen tegenwoordige en verleden tijd door elkaar heen en dat leest niet altijd even prettig, je bent soms de oriëntatie volledig kwijt, net als Carmels moeder. Het is de vraag of het een bewuste keuze is of dat het aan de vertaling ligt. Dat is moeilijk te zeggen. Omdat zowel moeder als dochter de ‘ik’ persoon zijn in het verhaal is het niet meteen duidelijk met wie je te maken hebt. Soms is het pas na een tiental regels duidelijk met wie je meeleest. Vooral met wat algemenere zaken is dat niet meteen helder. Het zou fijn zijn geweest dat de auteur had gekozen voor onderscheid qua lettertype of hoofdstukaanduidingen met vermelding van de namen o.i.d. Er zijn immers voldoende mogelijkheden om personageverwarring te voorkomen. Jammer dat het hier niet is toegepast.

Carmel is een wijsneus, ze gedraagt zich als een kind maar relativeert als een adolescent en soms zelfs als volwassene, heel opvallend. In bepaalde situaties beïnvloedt het de geloofwaardigheid van haar personage. Carmels praten en denken is niet te verwachten bij de leeftijd op dat moment in het verhaal. Haar observatievermogen is dat van een volwassene en het beredeneren dat daarop volgt ook. Het rijmt vervolgens niet met haar onbevangenheid en gedrag in de situatie waarin ze terecht is gekomen. Vooral later in het verhaal is dat niet altijd even aannemelijk. Bepaalde gedachten zou je verwachten bij een kind dat minstens een jaar of vier, vijf ouder is. Vooral in het begin van het verhaal waar ze pas acht jaar is klopt dat gevoelsmatig echt niet.

Moeder Beth gaat door een hel nadat ze Carmel kwijt is, ze geeft zichzelf de schuld en dat gevoel is goed voelbaar. Alles wat volgt nadat Carmel weg is, smaakt naar frustratie, onmacht en een diep verlangen naar haar kind, haar alles. De hoop die Beth vervolgens blijft houden is bewonderenswaardig. Dennis, de ‘opa’ in het verhaal, is een akelige en getroebleerde man. Op alle fronten een engerd, dat is overtuigend uitgebouwd. De sfeer in het begin van de periode dat Carmel bij hem verblijft is verwarrend, precies zoals dat voor Carmel moet aanvoelen in die situatie. Later wordt voor de lezer duidelijk wat de insteek van ‘opa’ is en dat is behoorlijk misselijkmakend. Voor Carmel is het allemaal raar, onwennig en ze verlangt naar haar moeder, naar huis. Voor haar is het niet meteen duidelijk wat zijn intenties zijn en dus begrijpt ze het allemaal niet. Toch merkt ze dat ze geen keus heeft en zich zal moeten schikken, moeten doen wat van haar wordt verlangd.

De kleur rood loopt letterlijk als een rode draad door het verhaal. Het is rood voor en rood na, het is duidelijk van grote –symbolieke- betekenis voor de hoofdpersonages maar inhoudelijk was de verklaring voor de titel van het boek voldoende geweest. Het verhaal is intrigerend, goed opgebouwd maar echt spannend wordt het niet. Wel is het een keer iets heel anders, vooral de reden waarom Carmel verdwijnt is apart en zelfs bizar. Dit verhaal laat totaal iets anders lezen dan dat je in eerste instantie verwacht, de plotwending is verrassend. Het mooie in dit verhaal is dat er een onderliggende gedachte voelbaar is. En dat is de onverwoestbare band tussen moeder en kind. Je moet het boek aandachtig lezen en dan voel je het duidelijk. Die band, de hoop en het vertrouwen. Het gevoel en verlangen naar elkaar. Dat geeft het geheel wel een extra verdieping, een gevoelige snaar waar de auteur duidelijk op aanstuurt.

De schrijfstijl is bijzonder te noemen. Niet alle zinnen lopen lekker door en waar dat precies aan ligt is niet duidelijk, het kan gebonden zijn aan de personages. Het deed met tijden wel wat vreemd aan maar intrigeerde daardoor wel, misschien juist wel extra. Een zin als: ‘De kleuren doen pijn aan je tanden’, doet hoe je het ook bekijkt raar aan. Er gebeurt heel veel in het verhaal. Je focust je als lezer op een verhaallijn en vervolgens blijkt dat niet relevant, sterker nog, het komt niet meer terug. De uiteindelijke uitwerking rondom personages Dorothy en haar dochters is daar een voorbeeld van. De verwachting daar staat haaks op wat er gebeurt. 

Dit boek is geen dagelijkse kost en ook de manier waarop het verhaal in elkaar is gestoken is dat niet. Daarbij is de verhaallijn absoluut origineel. En dat intrigeert weer, je blijft het lezen want je wilt weten hoe nu verder. Het boek bevat een flinke dosis aan mysterie, (wan)hoop, schuldgevoelens, verdriet en angst. Dus er staat je wel het een en ander te wachten.

Al bij al is ‘Het meisje in de rode jas’ vooral een apart boek. Een verhaal dat je zelf moet lezen om te ondervinden hóe apart en het krijgt juist ook daarom drie stevige sterren.

Patrice – Team De Perfecte Buren

Geen opmerkingen: