dinsdag 19 april 2016

Auteurs bloggen......Christine Bols



Toen De Perfecte Buren me vroegen om een gastblog te schrijven, heb ik lang nagedacht. Niet over het antwoord. Dat was snel gegeven. Maar waarover moet je nu schrijven? Dan stelde ik me de vraag: wat houdt me als Vlaming en dan vooral Vlaams auteur meer dan andere dingen bezig? De taal, en vooral het verschil tussen het noorden en het zuiden van de Lage Landen. Dus … dat leek me een leuk onderwerp.  

Zowel Vlamingen als Nederlanders spreken Nederlands. Hun woordenschat en grammatica zijn nagenoeg identiek. Het belangrijkste verschil is dat ze die met een andere tongval uitspreken, waardoor de ene de andere bij het eerste gesproken woord onmiddellijk herkent. Een Nederlander neemt de trem naar de teeraapuit. Een Vlaming neemt de tram naar de teeraapeut. Een Nederlander gaat naar de polietsie om een aangifte te doen. De Vlaming doet dat bij de polisie. Die verschillende uitspraken leveren weinig problemen op. Maar meer nog dan het verschil in uitspraak, zijn er woorden en uitdrukkingen die een heel andere betekenis krijgen en dan kan het verwarrend worden.

Stel je voor. Een Nederlander wandelt rond in het gezellige Antwerpen, maar krijgt plots buikkrampen. Hij kan niet meer wachten en belt lukraak ergens aan. Een mooie dame opent de deur.
‘Dag mevrouw, zou ik bij u even mogen poepen?’
De Nederlander kijkt verbaasd op als hij zonder aarzelen verwezen wordt naar een bordeel enkele straten verderop. Hij krijgt net geen klap in zijn gezicht.

En wat met de uitdrukking vijgen na Pasen? Die klinkt Vlamingen heel gewoon en vertrouwd in de oren. Nederlanders kennen vijgen na Pasen niet. Zij zeggen mosterd na de maaltijd, een uitdrukking die in Vlaanderen dan weer veel minder bekend is. Een Vlaming zet de kat bij de melk, terwijl ditzelfde lieve dier bij de Nederlander op het spek gebonden wordt. Een Vlaming klapt uit de biecht als hij een geheimpje doorvertelt, terwijl een Nederlander dit vanuit de school doet. Een Vlaming valt uit de lucht als hij iets hoort wat hem verbaast, terwijl een Nederlander gewoon met twee benen op de grond staat en alleen maar nergens van weet.Een Vlaming is bekend voor zijn baksteen in de maag. Voor een Nederlander klinkt dit vreemd, want hij bouwt gewoon graag een eigen huis. Niet alleen het poepen waar ik het al eerder over had, maar veel andere woorden hebben een totaal andere betekenis in de twee landen:

- Een bank in Vlaanderen is een hard zitmeubel dat je vooral in de tuin of het park vindt – in Nederland is het een sofa. 
- Een academicus is een universiteitsmedewerker in Vlaanderen, maar iemand met een universitaire opleiding in Nederland.
- Als in Vlaanderen iets met een sisser afloopt, betekent dit dat het eigenlijk een teleurstelling is (negatief). In Nederland echter zijn er gewoon geen ernstige gevolgen (positief). 

Ga als Vlaming eens een Nederlandse bakkerij binnen en vraag twee pistolets en twee sandwiches. De bakker zal je met plezier twee harde bolletjes en twee zachte puntjes overhandigen. Leuk toch!! 
Een Vlaming die loopt, beweegt zich veel sneller voort dan een Nederlander die loopt. Als een Vlaming zegt dat hij wellicht komt, dan is de kans groot dat hij zal verschijnen; als een Nederlander wellicht komt, dan is zijn komst veel minder zeker. 
Als uitsmijter (neen, geen brood met spiegeleieren maar een laatste extraatje), eentje die wel eens voor een fatale vergissing zou kunnen zorgen. Een Vlaming solliciteert bij een Nederlandse firma en krijgt het antwoord ‘u bent weerhouden’. De Vlaming springt een gat in de lucht want hij is geselecteerd en maakt dus een goede kans. 


Een Nederlander die in Vlaanderen solliciteert krijgt hetzelfde antwoord maar begint tranen met tuiten te huilen. Hij is niet geselecteerd. Ik kan nog uren doorgaan, maar laat ons gewoon concluderen dat Vlaanderen en Nederland een rijke taal hebben, dat er soms verwarrende en bizarre verschillen 
bestaan, maar dat we best nog wat van elkaar kunnen leren.



Over Christine:
Christine werd geboren op kerstdag 1950 in Brasschaat. Ze bracht tot haar veertiende haar jeugd door in Balen in de Antwerpse Kempen en verhuisde dan naar Halle (Vlaams-Brabant). In 1978 keerde ze terug naar de Kempen. Ze woont nu met haar Britse vriend in Herselt. Ze studeerde af in de richting moderne talen, en wijdde haar hele carrière aan slechts één werkgever, de Intercommunale Kempen in Geel, waar ze directie-assistente was. Op haar zestigste ging ze met pensioen en kon zich toen eindelijk volledig toeleggen op haar jeugddroom: schrijven. Ze heeft twee kinderen en drie kleinkinderen. Er zijn tot nu toe vier boeken van haar hand verschenen: 'Vrouwen van Corvallis', 'Waverly', 'Greenfields' en 'Dancer'.


Volg Christine:
http://www.christinebols.com/
op Facebook 

Geen opmerkingen: