maandag 11 april 2016

In gesprek met Rik Raven



Sinds begin van dit jaar besteden we bij De Perfecte Buren meer aandacht aan het genre Fantasy/SciFi. Boeken die genoemd worden in dit genre zijn die van Rik Raven. Dus werd het tijd om eens kennis te maken met deze Brabantse auteur die inmiddels drie boeken op haar naam heeft staan. Een datum was zo geprikt en we spraken af voor koffie in Valkenswaard. En het werd een heel lang en vooral gezellig bakkie ;-) 

Wie is Rik Raven? 

Een schrijver die ik in het leven heb geroepen om de verhalen op te schrijven die door alle stemmen in mijn hoofd worden verteld.

Waarom schrijf je onder een pseudoniem? 
-Omdat mijn eigen naam misschien best goed zou kunnen passen op de rug van een streekroman, maar niet op spannende boeken waarin zaken gebeuren die in het dagelijks leven nooit zouden voorkomen, maar die je je in je fantasie wel kunt voorstellen.
-Omdat de raaf een prachtige vogel is met een mythische betekenis. Bovendien is hij mysterieus, wordt hij in de ene cultuur als levensbrenger beschouwd, de beschermer en in de andere cultuur zien ze in hem de boodschapper van de dood.
-Omdat de naam door de alliteratie makkelijker onthouden wordt, wat in eerste instantie toeval was, maar dat gelooft niemand.


Er is een moment geweest waarop je dacht 'ik ga schrijven'. Weet je nog wanneer dat was en wat je eerste schrijfwerk was? 
Als er al ooit zo’n moment is geweest, dan is dat toch helemaal uit de zak geglipt met mijn restant aan levensherinneringen. Wat ik nog wel weet, is dat ik vroeger degene was – en dan praat ik over heugelijke tijden van weleer - die de verhalen moest verzinnen als ik met vriendjes en vriendinnetjes cowboytje-en-indiaantje of Pippi Langkous speelde. Het ging gewoon vanzelf, als een tweede natuur.
Helaas verdween dat gave talent na een ongeval en het leek zelfs dat ook mijn taalgevoel nooit zou terugkomen. Zelfs nu (dertig jaar later) zal het nooit meer worden zoals het is geweest, dus ik moet flink aanpoten om een verhaal compleet en geloofwaardig te krijgen, maar toch is mijn drang om verhalen te verzinnen ongeveer tien jaar geleden teruggekeerd, en wel tijdens het lezen van de Donkere Toren van Stephen King.
Daarin herkende ik iets. Het was niet eens tastbaar of aan te wijzen, meer een gevoel. Het weten dat ik zo’n wereld ook zelf kon maken, niet beter – het idee alleen al – maar op mijn eigen manier.
Ik liet alles vallen waar ik mee bezig was, want niets was belangrijk meer. Ik wist wat ik wilde en dat was conflicten creëren en ze opschrijven, ik wilde schrijven over hoe mensen hun issues te lijf gaan, over mensen balancerend tussen leven en dood, en hoe ze daar uit gingen komen.
Mijn aller-allereerste boek heette Tussen twee werelden en is al lang in de prullenbak beland. Maar ik had de smaak te pakken en ik bleef schrijven. Ik begon over een man met blauwe ogen te schrijven, over een meisje van drie dat ineens ook net zulke blauwe ogen had. Ondertussen liet echter die wereld van King me niet los en ik begon aan een verhaal over een schrijver - ik schrijf graag over schrijvers - en hij schreef zichzelf een wereld in, een personage deed letterlijk een deur open. En daar was ik dan: dit was mijn wereld. Hij was geïnspireerd op de Donkere Toren. Ik noemde mijn wereld Masseras, het Dak van de Wereld en hij krijgt gestalte in Bron, mijn debuut. Er is intussen een tweede boek in die wereld geschreven, Recht. Dit boek werd genomineerd voor de Fantasy Award 2015, waar ik best trots op ben.


Tijdens ons live gesprek hebben we het over het schrijversinitiatief Nimisa gehad. Kun je hier iets meer over vertellen? 
We hebben met vijf schrijvers de coöperatie Nimisa Publishing House in de wereld geroepen om elkaar te helpen onze boeken te blijven uitgeven. Het hele productieproces van schrijven, redactie, drukken en promotie doen we alleen, maar we kunnen hulp inroepen wanneer nodig. We zoeken zelf proeflezers, een redacteur, de vormgever, eventueel de drukker, maar als we het even niet meer weten, zijn we er voor elkaar. Alleen de marketing doen we samen, we staan samen op beurzen, festivals en fairs. Ook vergaderen we nogal eens. Daarnaast hebben we veel contact via de mail en WhatsApp om zaken af te stemmen. We zijn allemaal enthousiast.

Hoe kijk jij tegen de boekwereld aan, hoe is het om daarin een plaats te veroveren? 
De boekenwereld. Als ik aan de boekenwereld denk dan zie ik boekhandels, ik denk aan Centraal Boekhuis en Bol.com. Dat heeft lange tijd ver weg van me gestaan omdat ik niet werd uitgegeven door een grote uitgever. Omdat ik ieder boek dat ik in de boekwinkels wil krijgen, er als het ware zelf in moet zetten. Dat is niet veranderd. Met weinig boekhandels in de buurt – in Eindhoven 30km verderop is de dichtstbijzijnde – is het net iets moeilijker. Dus mijn plaats in de boekenwereld is zeer bescheiden. Dat ook aan de verkoop is te merken. Er is nog een boekenwereld, online via leesclubs en fora en offline via de beurzen, fairs en festivals. In deze boekenwereld heb ik een iets prominentere plaats, omdat veel mensen me intussen hebben leren kennen. Enkelen hebben mijn boeken gekocht, anderen twijfelen nog omdat ze het maar vreemde boeken vinden en de rest houdt niet zo van lezen of heeft nog een hele stapel andere boeken te lezen ...

Hoe zou jij het genre omschrijven waar je boeken volgens jou 'thuis horen'? 
Dat heb ik altijd vrij ingewikkeld gevonden om uit te leggen, het is namelijk een feit dat elke lezer er iets anders van kan maken. Horrorfans vinden het horror en thrillerfans vinden het spannend. Ik heb een sciencefictionlezer horen zeggen dat hij het magisch realistische literatuur vindt. In principe zijn het crossovers van fantasy, thriller en magisch realisme. Ook is het weleens literatuur genoemd, maar dat vind ik zo’n hol etiket. Ik houd het op magisch realistische thrillers, dark fantasy of occulte thrillers of iets dergelijks. Ik zou zeggen, schrijf een prijsvraag uit. ;) Het beste, origineelste antwoord dat het dichtst bij mijn waarheid ligt, heeft mijn laatste boek verdiend.


Ik heb gelezen dat je lezers je met Stephen King vergelijken. Kun je je daarin vinden, wat vind je daar van?
Het is natuurlijk een eer om met Stephen King te worden vergeleken, maar niemand schrijft als Stephen King, als Stephen King himself. Als een andere auteur schrijft zoals hij, dan is hij een copycat. Je moet je eigen ding doen, je eigen verhalen in elkaar zetten met rancuneuze twisten en labyrintische dwaalsporen, je eigen verrassende eindes verzinnen, want die van King zijn nogal eens belabberd. Misschien doet mijn vertelstijl soms wat aan King denken – het is een feit dat Bron, mijn debuut omdat het een aantal verwijzingen in personages, tekst en situaties heeft, een eerbetoon is – maar ik kan niet schrijven zoals hij. Ik zou willen dat ik het kon, dan kon ik er zeker een eigen draai aan geven, die ook goed zou zijn.
Ach, ik schrijf zoals mezelf en uiteindelijk beschouw ik het als een groot compliment, maar het doet me eveneens beseffen dat ik veel meer wil en gelukkig steeds bijleer.

Je hebt me verteld dat je een ongeluk hebt gehad dat z'n weerslag heeft op je schrijven. Wil je daar iets over vertellen?
Ik heb NAH, een niet aangeboren hersenletsel. Wat dit inhoudt is makkelijk te googelen, dus dat leg ik niet meer uit. De gevolgen zijn echter per mens verschillend, in allerlei gradaties. Het ligt er ook maar helemaal aan welk deel van je hersenen is beschadigd. Ik deel de meeste symptomen met mijn lotgenoten, geen filter voor geluiden, een gatenkaas als geheugen, korte concentratiespanne (maar ja, tegenwoordig heeft de jeugd dat ook), snel moe, trage cognitie en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het verneukeratieve aan de hele aandoening is dat niemand het ziet en dat ze er dus geen rekening mee kunnen houden, zelfs al zouden ze het willen. Dus moet je telkens aangeven waar je grens is en omdat dit vaak niet als zodanig wordt herkend, is dat iets waar ik erg veel moeite mee heb.
Voor mijn schrijven betekent het dat een verhaal alleen maar organisch kan worden geschreven omdat mijn cognitie nog trager is dan een stoomwals. Het betekent ook dat ik heel vaak terug moet en dat ik alle zinnen, alle woorden steeds opnieuw moet doornemen. Soms merk ik bij de vierde keer dat ik een zin lees, dat hij niet helemaal goed voelt, maar pas bij de vijfde of zesde keer verander ik hem of haal hem volledig weg. Dan pas is het goed. Van de andere kant weet ik op deze manier mijn personages uitzonderlijk goed te doorgronden, ik ken ze misschien wel beter dan ik mezelf ken. Het is een beetje als beeldhouwen. Hoewel ik nooit heb gebeeldhouwd en me dat moeilijker lijkt dan schrijven.

Is het een voordeel of soms toch niet om in je eentje te schrijven? Hoe gaat dat in z'n werk bij bv kritiek/correcties of zelfs als je vast zit? Werk je met proeflezers?
In een grijs verleden ben ik eens begonnen een verhaal samen te schrijven met een collega-schrijfster, maar het is nooit afgemaakt vanwege tijdgebrek en omdat je niet kan schrijven wanneer je wilt, pas als de ander heeft geschreven, dan ben jij weer aan de beurt. Ook heb ik eens in een groep schrijvers gezeten om een boek te gaan schrijven, maar dat liep op een mislukking uit, we waren gewoon met te veel.
Ik zal je eens wat vertellen, schrijvers zijn egotrippers. Alleen schrijvers die elkaar goed kennen, discipline hebben, elkaar goed aanvoelen wat betreft niveau, verhaal en stijl zal het lukken om samen te schrijven. Ik weet niet of ik er ooit in zal slagen met een collega-schrijver samen te schrijven, ik weet wel dat ik geen nee zal zeggen als een gevierde bestsellerauteur me vraagt.

Ik schrijf dus alleen en correcties voer ik alleen uit, ik ben mijn eigen strengste redacteur, maar ik besef dat dit zijn grenzen heeft. Pas als mijn verhaal zover af is dat ik zeker weet dat er geen grote veranderingen meer hoeven plaats te vinden, pas als ik alleen nog maar twijfel aan de vorm, of enkele scènes overtollig zijn of niet, of dat ik een tekst beter zal moeten uitwerken, dan ga ik op zoek naar proeflezers.
Proeflezers zijn ontzettend nuttig, want zij blijken altijd de passages aan te geven waar ik al aan twijfelde, soms zelfs zonder me ervan bewust te zijn. Het maakt me in feite niet uit wát ze zeggen, maar het feit dat ze iets zien, geeft aan dat mijn twijfel gerechtvaardigd was. Dan ben ik blij dat ik het kan gaan herschrijven.


Je hebt nu drie boeken geschreven. Wat is volgens jou je beste werk tot nu toe? Merk je dat je groeit als auteur? Zo ja, hoe dan?
Die vraag wordt me vaker gesteld. Maar op dit vroege punt in mijn schrijversloopbaan is het onmogelijk om te zeggen welk boek mijn beste is, dat is zoiets als vragen van welk van mijn drie kinderen ik het meest hou. Dat doe ik dus niet. Het ene is beter dan het andere –op elk niveau is er telkens een ander boek beter dan het ene -, maar geen ervan is het beste boek. Wel is Bron mijn debuut en een eerbetoon aan King en alleen daarom ligt hij me erg na aan het hart. Het verhaal is goed. Tegelijkertijd kent Bron als debuut van een beginnende schrijver de minst professionele redactie. Zucht werd als tweede uitgegeven, hoewel hij eigenlijk mijn allereerste is, hij heeft namelijk zo lang bij een proeflezer op het bureau gelegen dat ik in die tijd onvermoeid een ander manuscript schreef, wat Bron werd. Toch heeft mijn allereerste een zeer speciaal plaatsje in mijn hart. Recht is de nieuwkomer, nog niet zo lang geleden uitgebracht. Recht heeft een professionele redactie gehad
en dat is te merken. Het is een eigenwijs verhaal, dat jaren heeft geduurd om tot wasdom te komen, maar het was het waard. Ik ben trots op dit eigenwijze verhaal.
Wat is mijn beste boek? Koop ze alle drie en beslis zelf.
Ik ben gegroeid als auteur en iedereen die Bron heeft gelezen en Recht als vervolg leest, zal dat beamen. Ik leer door te schrijven, niet door fouten te maken en daarvan te leren, want mijn hersenen herinneren zich de fouten niet. Ik leer door te blijven schrijven, herhalen en herhalen tot het mijn neus uitkomt.

Bevatten je boeken autobiografische elementen? Zo ja, vertel eens!
Elk boek bevat altijd specifieke kenmerken van de schrijver die het schrijft, speciale weetjes die vrijwel alleen voor de naaste vrienden of familie te herkennen zijn, denk ik. Ook ik ontkom hier niet aan. Maar het zijn geen bewust toegevoegde autobiografische elementen. Een van de hoofdpersonages in Zucht was in eerste instantie enigszins naar mijn voorbeeld geschreven, maar hij begon geheel onbedoeld zo’n geheel eigen leven te leiden dat de vergelijking niet meer opging. Hij is het zwarte schaap geworden, maar ik heb een voorliefde voor outcasts.
Dit heeft wel als gevolg dat ik sindsdien geen eerste versie van een manuscript meer laat proeflezen, want vaak lijkt een eerste versie in geen velden of wegen op het uiteindelijke verhaal van het gepubliceerde boek. Toen deed ik dat omdat ik schreef op bevestiging, omdat ik dat steuntje in de rug hard nodig had, en laten we wel wezen, als ik toen dat steuntje niet had gehad, zou ik dit interview nooit hebben gegeven.

Stel; een van je boeken gaat verfilmd worden. Welk boek leent zich daarvoor het beste volgens jou en wie wil je in de hoofdrollen? Zou je de regie uit handen kunnen geven?
Ik heb eens een aanbieding gehad van iemand die wel iemand kende die een film wilde maken van mijn boek Zucht. Dan moest ik het boek opsturen … Verder ging de afspraak niet. Dit is een van de vele gesprekken die elke schrijver wel eens heeft. Ik wil me hier niet eens mee bezig houden omdat het altijd op een teleurstelling uitdraait. Maar natuurlijk wil ik mijn boeken laten verfilmen, echter op voorwaarde dat het eerst een bestseller is. Ik zou zeggen: one thing at the time.
En wanneer een boek dan toch verfilmd wordt, dan is het allang niet meer van mij. De uitdrukking: “het boek is beter” is een waarheid als een koe en niets dan een koe.

Je hebt een tijd als redacteur gewerkt en je bent ook niet onbekend als jurylid. Hoe is dat om (collega)schrijvers te beoordelen? Hoe pak je dat aan?
Geen enkel probleem, ik ben gewoon eerlijk, maar vooral redelijk. Dat heb ik in mijn jurydagen geleerd. Ik zeg wat ik er van vind en waarom, ik ga niet lopen verkondigen dat wat ik zeg het enige juiste is, want dat is het niet. De schrijvers kunnen er hun voordeel mee doen of het naast zich neer leggen. Dat doe ik ook met hun meningen over mijn werk. Zo blijf je vrienden op het schrijversgebied want god weet dat je die nodig hebt.
Ik proeflees nog weleens een verhaal van een bevriende schrijver, maar recensies van boeken van collega’s doe ik niet meer omdat ik tijd te kort heb. Bovendien wil ik vooral leren van schrijvers, die niet in het genre schrijven, en wil ik boeken lezen die ik zelf uitkies.

Jij en je hoed, wat is dat voor iets speciaals?
Ha, ha, mijn hoed en ik … Misschien vertel ik dat wel.
Ooit, maar nu nog niet.

Rik, dank je wel voor het gezellige gesprek dat we hadden en de tijd die je hebt gespendeerd aan dit interview. Wil je als lezer meer weten over Rik? Dat kan! Volg haar op haar eigen blog en lees haar verhalen en blogs. 
http://www.rikraven.com/

Patrice - Team De Perfecte Buren

Geen opmerkingen: