zaterdag 9 april 2016

Meningen


Hoewel ze te voorspellen waren, hebben de reacties op de aanslagen in Brussel me toch nog teleurgesteld. De eerste twee dagen volgden ze een voor de hand liggend en ondertussen gekend patroon: belangrijke gebouwen werden overal in de kleuren van het land verlicht, mensen brachten die kleuren op hun Facebookprofiel aan, er werden massaal bloemen gelegd aan de plaatsen des onheils en zowat iedere hoogwaardigheidsbekleder, van presidenten over royals tot de paus sprak zijn of haar afschuw uit over de gebeurtenissen. (Hoewel de afwezigheid van sommigen in dat rijtje me steeds nadrukkelijker opvalt - al wordt daar in alle talen over gezwegen. Maar ja, sponsors kunnen hun ploeg natuurlijk moeilijk afvallen.)
Deze reacties zijn/waren uiteraard logisch: iedereen probeert een manier te vinden om met z'n afschuw, verdriet en woede om te gaan. De eerste schok heeft tijd nodig om weg te ebben. Maar dan...
Elke keer weer opnieuw hetzelfde.


Telkens duurt het gegarandeerd geen drie dagen voor men op het politiek toneel naar schuldigen begint te zoeken. Neen, niet naar de schuldigen van de aanslag: naar iemand die door een fout of door nalatigheid of door domheid of door slechte wil of door nog iets anders ervoor heeft gezorgd dat de aanslag 'niet werd voorkomen'. Het grote Wie-kunnen-we-de-zwarte-piet-toeschuiven-Spel. (Als je dat ‘zwarte piet’-deel als een niet langer politiek correcte omschrijving ervaart, beschouw het dan maar als 'archaïsch taalgebruik'. :-) ) De éérste en hàrdste roepers in het Spel krijgen op termijn altijd gelijk, want hoe groot de uitgekraamde onzin ook moge zijn, er blijft gegarandeerd wat van hangen.
Men verkoopt dit Spel overigens als 'een poging om ervoor te zorgen dat het niet meer kan gebeuren'. Maar zo'n aanslag gebeurt niet omdát iemand van een of andere dienst een fout zou hebben gemaakt. Als men echt zou willen voorkomen dat dergelijke misdaden opnieuw gebeuren, dan moet men naar de fundamentele oorzaken zoeken en dààraan wat proberen te doen. Maar neen, dàt is wat teveel gevraagd. Onze politici spelen liever meteen hun favoriete Spel. Welke politieke winst kunnen we hier uithalen? Tot afgrijzen van een alsmaar groter deel van de kiezers.
Dacht ik.

Niet dus. Op de social media, Facebook op kop, gingen na twee dagen de maskers af. (Iemand moet trouwens dringend eens een ander woord voor 'social' bedenken, want deze media hebben niks meer met sociaal te maken) Het taalgebruik zakte plots naar rioolniveau, met woorden uit het Grote Hooliganwoordenboek en termen die haatpredikanten rode oortjes kon bezorgen, 'vrienden' die een ideetje opperden werden plots uitgescholden voor rotte vis, en 'de anderen' werd in niet verkeerd te begrijpen woorden aangeraden op te rotten. Wie waren de 'anderen'? Iedereen die het niet vollédig eens was met de poster in kwestie. Mensen die een bedachtzame en rationele opmerking maakten, werden/worden plots uitgescholden voor 'achterlijke zak' omdat ze niet meehuilen met de oververhitte wolf in het bos. Nu ja, wolf… Hyena, zeg maar.
Facebook? Het ware gelaat van de mens. En het is geen mooi gezicht. Beschamend in zijn domheid en volslagen gebrek aan stijl. Om het met de woorden van een kameraad te zeggen: 'ik moet echt afleren om iets anders te posten dan familiefoto's.'
Bij het verbijsterd kijken naar al die ziekelijke onzin begon ik me af te vragen waar dit fenomeen vandaan komt. Halverwege een slechte nacht schoot me plots een analogie te binnen, die ik jullie niet wil onthouden.


Als er in de oertijd een conflict was tussen twee mensen dan werd dat beslecht met een lijfelijk gevecht. In tegenstelling tot de dierenwereld liet de overwinnaar de verliezer niet ongestoord vluchten, maar maakte die af. Eerst met de blote hand. Tot er een toevallig een steen in de hand had en vaststelde dat dat een pak efficiënter was. Tot nog een ander ontdekte dat als je een stevig stuk hout met een zwaarder uiteinde gebruikte om mee te slaan, dat je dan een enorm voordeel had. Het wapen was geboren.
Tot de uitvinding van het geweer werden conflicten echter grotendeels lijfelijk uitgevochten, face to face, met zwaarden, bijlen en andere messen. Ja, men bedacht methodes om beveiligingsmuren neer te halen, maar het uiteindelijke conflict werd nog steeds oog in oog beslecht. Dàt veranderde met de uitvinding van het geweer en het kanon. Dat eerste geweer was een soort musket, denk ik. Hoe onhandig het misschien ook was, je kon wel een vijand 'uitschakelen' - doden dus - van op een afstand, zelfs zonder dat je slachtoffer jou ooit van dichtbij zag. En nog belangrijker: je kon ineens iemand doden zonder dat je de doodstrijd van het slachtoffer moest aanschouwen. Je moest de gevolgen van je eigen daden niet meer trotseren.

Deze evolutie is nooit gestopt. Nu zijn we beland op een moment waarop iemand van achter een computerscherm via een drone aan de andere kant van de aarde een raket kan afvuren op een huwelijksfeest en daar tientallen doden kan maken, zonder enige vorm van confrontatie met het verwoestende resultaat. Vergissingetje? Tja, het is natuurlijk wel jammer dat die ene gezochte stamleider op een ander feest zat. Pech gehad. Volgende keer beter. Who cares?
Deze evolutie, weg van de persoonlijke face to face confrontatie, is ook al een tijdje aan de gang met de communicatie tussen mensen. Heel lang waren er maar twee manieren waarop je iemand iets kon meedelen: persoonlijk, oog in oog, of met een brief. Dat laatste op voorwaarde dat je allebei kon lezen en een van beiden kon schrijven. Dan kwam de telefoon. Maar dat was nog min of meer face to face - nu ja, ear to ear zeg maar. En direct. De voorbije decennia zijn daar echter andere vormen bijgekomen zoals mail, sms, videofonie, Facebook, Twitter... Vormen die de afstand tussen 'zender' en 'ontvanger' alleen maar vergroten. Een smiley op een scherm is echt niét hetzelfde als de glimlach van iemand die tegenover je zit. Al krijgen de nieuwe generaties het geloof er in geramd dat dat wél zo is.
Oog in oog communiceren is per definitie veel genuanceerder dan wat dan ook. EN het laat geen sporen na, tenzij bij de twee betrokkenen. Het is niet mogelijk voor anderen om de conversatie tien jaar later exact te reproduceren, want deze is nergens opgeslagen. We weten allemaal hoe onbetrouwbaar onze herinneringen op de duur worden. Servers zijn dat echter niet. Elke stommiteit die je nu ergens post, blijft bestaan - ook als je denkt ze te hebben verwijderd.

Scheldpartijen op Facebook en Twitter zijn daarom niet meer dan een zoveelste stadium in een logische evolutie. Als je alleen maar vanop 'een afstand' met elkaar communiceert, zonder elkaar ooit in levenden lijve te spreken, dan ontstaat er geen echte band. Dan is er géén echt sociaal contact. Natuurlijk, je loopt dan ook niet het risico om een mep op je neus te krijgen als je iemand voor verrot uitscheldt. (Een mep die je dan overigens waarschijnlijk wel hebt verdiend.) Maar het isolement wordt wel opnieuw wat groter. (Vergeet overigens niet dat tien individuen manipuleren eenvoudiger is dan een groep van tien manipuleren. Manipuleren om iets te kopen, bv. Dus wie haalt uiteindelijk voordeel uit het uiteendrijven van groepen en ze te veranderen in een aantal dwalende individuen?)
Met elkaar op de vuist gaan zal altijd natuurlijker zijn dan een raket afvuren. Met elkaar praten zal altijd natuurlijker zijn dan iemand per sms ten huwelijk vragen. Met elkaar onder een boom een fles kraken en over de sterren praten is gewoon natuurlijker dan zwijgend naar een lichtbak kijken - die je enkel probeert te overtuigen om bepaalde dingen te kopen. (Productplacement, marketmanagement of brandpromotion? Synoniemen voor brainwashing.)

Wat doe je er aan als individu? Logisch en zo consequent mogelijk blijven, denk ik. Dit ongelooflijk intelligente oude adagio 'doe een ander niet aan wat je zelf niet wil ondergaan' doet het nog steeds.
Denk zélf, in plaats van je te laten denken.
Vandaar deze goede raad: zet minstens één keer per week die computer en dat tv-scherm uit, ga op café en geef er eens zomaar een rondje. Ongetwijfeld krijg je dan ook veel 'likes'. Maar dan echte.
Ik zal eens beginnen met het goede voorbeeld te geven, zie.


Geen opmerkingen: