zondag 17 april 2016

'Oud lijk' door Dimitri Van Hove, deel 2.


..........
De bovenste helft van haar lichaam is nat van het zweet en de onderste helft bevriest zowat. Ze heft even haar kont van de kille vloer. Zo meteen moet ze plassen, je zult het zien.
Intussen is het aan de andere kant van de deur akelig stil geworden. Claudia draait haar hoofd en legt haar oor tegen het hout. Wat is hier in godsnaam aan de hand. Zijn dit zombies? Nee toch? Daarvoor zien ze er veel te gezond uit.
En het is te belachelijk voor woorden, ja! Zombies!
Nee, haar schoonmoeder was gewoon niet helemaal dood geweest toen ze haar begraven hebben. Dat ze er zo verkreukeld uitziet komt door het zuurstofgebrek dat ze heeft gehad. Nu wil ze wraak nemen en heeft ze enkele kakkers van de golfclub opgetrommeld om haar te helpen, meer niet. Geen zombies maar zeikerds van de Rotary.
Verderop begint Rik te vloeken.
‘Wat ben je aan het doen?’ roept Claudia.

Vera heft haar been om tegen de deur te schoppen, maar houdt zich in. In plaats daarvan klopt ze aan. ‘Claudieuh?’
Ze kijkt Henri aan terwijl ze wacht, maar er komt geen antwoord. ‘Claudia-meid, luister. Laten we dit als beschaafde mensen bespreken. Kom naar buiten. Staakt uw dwaas geraas.’
Het blijft stil. Vera pakt de deurkruk. Ze neemt hem met twee handen vast en begint te wrikken. ‘Maak die deur open! Nu!’ Ze draait en schudt en trekt en duwt. Ze bonkt met een vuist op de deur. ‘Maak open! Die kutdeur! Nu god-ver-domme!’ Haar pruik valt van haar hoofd en ploft bijna onhoorbaar op het tapijt.
Vera draait zich om naar Henri en de anderen. Ze veegt het speeksel van haar kin. Haar gezicht is roodaangelopen, haar irissen lijken te gloeien en Henri meent zelfs dat hij sliertjes rook uit haar neusgaten omhoog ziet kringelen. Met de muizen van zijn duimen wrijft hij zijn ogen uit.
‘En waar blijft die bíjl?!’ brult Vera.
Haar ogen gloeien wel degelijk, ziet Henri.

‘Schiet op,’ zegt Claudia tegen zijn kont. Ze kijkt achterom of ze al komen. In zowel HEREN als DAMES heeft ze de zeepautomaten en de heteluchtblazers van de muren proberen te slopen, om tussen de deur en de buis haar benen te laten vervangen, maar geen van de apparaten kwam los. Er hingen ook een toiletrolautomaat en een digitale luchtververser die aan haakjes bleken te hangen. Aan die twee had ze genoeg om de lengte van haar been op te vullen.
Maar of het genoeg is om hen tegen te houden…
Claudia kijkt omhoog naar Rik en herhaalt: ‘Schiet op, man.’
Hij spartelt met zijn benen. Na veel vloeken had Rik het ventilatierooster eraf gekregen, en hij is zich momenteel vloekend door het gat aan het persen, maar wat ze al gevreesd had (‘Dat lukt ons nooit!’) blijkt nu bewaarheid te worden: Rik zit vast.
‘Ik zit verdomme fucking muurvast, godverdomme.’ Het klinkt gedempt en metaalachtig.
‘Ik zei het nog,’ zegt Claudia.
Buiten de toiletruimte beginnen ze weer tegen de deur te beuken. Claudia kijkt achterom. Shit. De eerste houtsplinters spuiten al naar binnen. Ze hebben een bijl gevonden.
‘Ze komen!’ roept Claudia.
‘Wat nu?’ vraagt Rik.
Uitwijkend voor de splinters steekt Vera haar kale hoofd naar binnen door het ontstane gat. ‘Aan welke film doet dit denken, meid?’ Ze grijnst even, trekt zich terug en gaat verder met hakken.
Ergens in de verte hoort Claudia Rik iets zeggen. Ze zou zweren dat ze zonet Vera’s ogen had zien oplichten. Die gedachte zet ze van zich af, ze loopt naar de muur waar ze eerder de luchtververser heeft gepakt en sleurt er het brandblusapparaat af.

‘Vera…’
Die hakt onverstoorbaar verder.
‘Wat ben je van plan?’ vraagt Henri. Er komt stoom uit haar oren. Ze houdt op, haalt haar mouw van Jean-Paul Gaultier over haar glimmende voorhoofd en gaat weer aan de slag.
‘Vera!’ roept Henri.
Ze stopt met kappen. Zonder zich om te draaien en met de bijl tot onderaan in de deur gekliefd gromt ze: ‘Wat?!’ Haar geluid is niet langer menselijk.
Henri vraagt wat ze van plan is.
‘Waar lijkt het op?’ Haar stem klinkt als in slowmotion.
‘Het plan was dat we ze gewoon bang zouden maken,’ zegt Henri.
Als er geen antwoord komt voegt hij eraan toe: ‘Ik bedoelde niet dat je mijn dure deuren aan spaanders kan slaan.’
‘Ik betaal wel.’ Ze trekt de bijl los. ‘Maak je geen zorgen.’
Het gat is nu groot genoeg om doorheen te kunnen. ‘Ik denk dat ze nu hun lesje wel geleerd hebben, Vera…’ Henri steekt zijn hand uit. ‘Kom, geef me die bijl voor er ongelukken gebeuren.’
Ze draait haar hoofd naar hem om zonder dat de rest van haar lichaam meegaat, zoals Henri dat kreng in The Exorcist heeft zien doen. Haar nekwervels knakken en schuren en ploppen.
De anderen in de zaal beginnen achteruit te deinzen.
‘Laat me nou maar even, m’n beste…’ Ze grijnst. Haar mond en tanden hebben een andere vorm aangenomen. Het is een haaienbek geworden.
Geschrokken doet hij een stap achteruit en gebaart dat ze haar gang kan gaan.
Vera knakt en schuurt en plopt als haar hoofd terugdraait. Ze stapt naar binnen.

Met één haal van het brandblusapparaat gaat die haaiengrijns aan diggelen. KLUNGK!
‘Aarfft!’ Vera sproeit tegen het behang. Het regent bloed. Geelbruine driehoekjes hagelen op de vloer. Met haar gezicht staat ze tegen de muur aan alsof ze die aan het zoenen is. Bij haar mondhoek zit een bloedbel. Langzaam zakt ze omlaag en opzij, een brede donkere veeg achterlatend. De bijl valt uit haar handen.
Claudia laat het brandblusapparaat zakken en verbaast zich erover hoe verrassend eenvoudig dat was. Ze raapt de bijl op.
‘Fuff…’ zegt Vera. Een hand – waarop nog één kunstnagel overeind staat – brengt ze naar haar mond, ze laat de wijsvinger naar binnen glijden en tast in het rond. De vinger komt bebloed en zonder nagel terug. ‘Jij fuffing truff…’
‘Hulp?’
Allebei kijken ze om naar de stem. Het is Henri. Hij zit klem halverwege het gat en ligt naar de luchtververser op de grond te reiken die samen met de toiletrolautomaat nog steeds stevig de deur dichthoudt. Hij probeert op te kijken. Een paar keer steekt hij kort en kreunend een hand uit en laat hem telkens terugkletsen op de grond. ‘Claudia, toch…? Luister…’
‘Wat gebeurt er?’ roept Rik achter haar. Zo te horen zit hij ook nog steeds klem.
‘Het was gewoon…’ – Henri blaast – de bedoeling dat… dat we jullie…’ Hij verplaatst zich op zijn handen. ‘Ik zit vast.’
Claudia neemt de bijl met zich mee. Ze gaat naar Rik toe.
‘Kun je je ergens tegen afzetten daarbinnen?’ vraagt ze.
‘Claudia? Ben jij dat?’
‘Wie anders?’
‘Wat gebeurt hier allemaal?’
‘Probeer je af te duwen, dan trek ik aan je bierbillen.’
‘Hé! Niet overdrijven, hè!’
Claudia pakt de riemlussen aan de zijkanten van zijn spijkerbroek. ‘Zet je af,’ zegt ze en ze trekt.
De lussen knappen.
‘Kut,’ zegt Rik.
Ze pakt hem bij zijn heupen en probeert het zo. Er zit niet de minste beweging in. ‘Duw dan!’ roept Claudia.
‘Ik doe niks anders, man!’
‘Claudia!’
Dat is Henri. Ze draait zich om en kan nog net de rode ronde bodem van het blusapparaat ontwijken. Vera ramt hem tegen Riks kont aan.
‘Aaa!’
Claudia grijpt de bijl en duikt onder haar door het toilethokje uit. Vera volgt, slingerend met de blusser. Met de bijl in de aanslag stapt Claudia achteruit, terwijl Vera heen en weer zwaaiend op haar afkomt. De blusser zoevend en zoemend.
Bij de deur haalt Claudia de geïmproviseerde buffer weg. Henri kruipt mee in de opengaande deur.
‘Laat me hier niet achter!’ roept hij.
Het restaurant is leeg, iedereen is gevlucht. Claudia grijpt een stoel om de leeuw die Vera heet mee te bedwingen.
Vera is verrekte sterk. De brandblusser beukt heen en weer tegen de vooruitgestoken poten van de stoel. Claudia voelt aan haar polsen dat ze dit niet lang meer zal…
Daar gaat-ie. De stoel wordt uit haar handen gerukt en op de grond geslingerd, wervelt over het tapijt tot hij tegen een plantenbak aanknalt.
Vera laat het brandblusapparaat aan één hand hangen en schept een klauwvol schuim en bloed weg bij haar kin.
‘Wacht,’ zegt Claudia terwijl ze achteruit begint te stappen. Vera komt weer op haar af.
‘Laten we dit als beschaafde mensen…’
Vera bouwt momentum op met de blusser.
‘Met geweld los je niks op. Ik weet dat Rik en ik in het verleden niet altijd…’ De rode ronde bodem zoeft voor Claudia langs. ‘Dat we soms impulsief reageerden op dingen.’
De bodem van de blusser komt voorbij uit de andere richting. Over Vera’s schouder ziet ze dat Henri eraan komt.
‘Laten we praten.’ Achter zich voelt ze met haar vingertoppen of ze de muur al raakt. Ze wilde dat Henri een beetje opschiet.
Een rol toiletpapier trekt een brede witte lijn over het tapijt. Even later stuitert links van Vera een tweede rol op de grond. En rechts een derde.
Vera vertraagt haar geslinger en volgt Claudia’s blik naar de witte banen die op het tapijt worden getrokken. Ze begint zich om te draaien.
Henri heeft de toiletrolautomaat hoog boven zijn hoofd geheven.

‘Weet je zeker dat ze dood is deze keer?’ vraagt Rik.
Claudia raapt de toiletrolautomaat op en gooit hem bij Vera in de kuil. Ze pakt de plastic zak en laat Rik de inhoud zien: een bloederige bol krantenpapier.
‘Wat is…’ begint Rik, maar dan snapt hij het. ‘O.’
‘Zal ik het overnemen?’ vraagt Henri. Claudia recht haar rug, veegt met een mouw haar voorhoofd af en geeft hem de spade.
Terwijl Henri en Rik verder scheppen, raapt ze een laatste ontsnapte toiletrol op en gooit die samen met Vera’s ingepakte hart de kuil in.

Geen opmerkingen: