zondag 22 mei 2016

'Een goed jaar' een kort verhaal door Koen Strobbe


De les eindigde met een vers uit het evangelie van Mattheus, maar zoals gewoonlijk had het gros van haar idiote jaargenoten er weer geen pudding van begrepen. Nochtans moest je geen genie zijn om in te zien dat de rijken altijd maar rijker zouden worden en de arme sloebers alleen armer. Onrechtvaardigheid was toch ingebed in de wereld van vandaag? Dit was een van de vele dingen die Karlijne zo woedend konden maken op het leven. Met gebalde vuisten keek ze toe hoe iedereen rondom haar spullen bijeenpakte en het leslokaal langzaam leegliep. Haar trillend rechter ooglid vertelde haar dat het tijd was voor haar medicatie. Als vanzelf greep haar hand naar haar binnenzak en seconden later gleed de zoveelste Temesta onder haar tong. Afpakken, dat kon deze klotewereld. Afpakken waar er sowieso niks meer te halen viel. Terwijl de grootste smeerlappen voortdurend gouden eieren onder hun reet geschoven kregen. Mensen als die klootzak van een Teddy Vanranst.
"Karlijne, ga je nog mee iets drinken?"
Oh boy, de onvermijdelijke Glenn Mosel had haar gespot. "Nee Mossel. En morgen ook niet, noch overmorgen of de dag daarna. Ga je op je kot een potje afrukken, da's net zo lekker en minder duur."
De Mossel leek niet echt verbaasd door haar antwoord, flipte haar de vinger en gooide de deur van het seminarielokaal dicht. De Temesta begon te werken, de wereld vertraagde en langzaam stapelde de ene gedachte zich passend op de andere. Een heerlijk gevoel van rust. Dat helaas van korte duur was want het beeld van een spiernaakte vetzak vastgebonden op een kerkstoel haalde haar terug naar het hier en nu. "Fuck it, Vanranst moet nog gevoerd en gewassen worden. Maar kom, het zal de laatste keer zijn." Ze klapte haar laptop dicht, stak haar spullen in een jutten draagtas en stapte naar buiten. De gure vooravondkilte deed het bloed in haar slapen bonzen, het was veel te koud, zelfs voor een novembermaand.

Inspecteur Lars De Rocker keek met een zuur gezicht naar het 7-uurjournaal dat het nog maar eens over wijnmagnaat Teddy Vanranst had. Drie weken was die nu al verdwenen en er was nog steeds geen clue over wat er juist was gebeurd. Vanzelfsprekend kreeg zijn equipe op het eind van het item weer een subtiele veeg uit de pan. Hij swipete z'n iPad in de uit-stand en zuchtte. Okay, die Vanranst had geen vrienden, maar vijanden had hij ook niet. In weken tijd had hij geen enkele foto van de man gevonden waarop hij geen colgatelach naar de camera flashte. Rotarylid, sponsor van de plaatselijke hockeyclub en bovenal mediageile aandeelhouder van een van de bekendste wijnchateau's uit Bordeaux. En plots was hij weg. 's Morgens vertrokken naar de zaak en 's avonds niet meer thuisgekomen. Niemand had iets gezien, nergens een spoor van inbraak of geweld, zijn wagen netjes in de garage geparkeerd, enkel vragen. Zoals: waarom was samen met hem ook zijn exclusieve collectie oude Mouton Rothschilds verdwenen? Was dit nu een geval van ontvoering of ging het hier om een diefstal waarbij de verdwijning van Vanranst slechts collateral damage was? De Rocker zette de iPad terug aan en veegde zich voor de zoveelste keer een weg door de honderden foto's die met de zaak te maken hadden, vurig hopend op een goddelijke ingeving.
Plots vloog de deur van zijn kantoor open en dook de vuurrode kop van De Cleene voor hem op: "De melding komt net binnen Lars: ze hebben zijn lijk gevonden! Bestelwagen in de Bierstraat! Pak uw sleutels, we zijn weg, die van de Gazet zijn er anders nog voor ons."

Karlijne Bal was lang en slank, met atletische schouders en pezige bovenarmen. Azuurblauwe ogen in een perfect modellengezicht. Ze was nu alweer een hele poos blond. Het had een tijd geduurd vooraleer ze doorhad dat haar natuurlijke bruine haar een commercieel hindernis vormde. Maar sinds ze ontdekt had dat de oudere mannen met wie ze uitging om haar studies te betalen een pak meer uitgaven aan een wit kopje dan aan een bruin, was ze blond gebleven.
De barre novemberkoude prikkelde de half genezen snijwonde aan haar hals. Een aandenken aan een gebroken wijnglas en de gore vetzak die het in haar gezicht wilde duwen maar gelukkig te dronken was om juist te mikken.
Vandaag was paybackdag. Nog net voor sluitingstijd had ze in de juiste winkels haar laatste ontbrekende aankopen gedaan. Haar plan was klaar om uitgevoerd te worden. Ze keek er niet naar uit, neen. Een gore smeerboel zou het worden, maar wat moest gebeuren moest nu eenmaal gebeuren.
Behoedzaam keek ze de laatste honderd meter goed om zich heen, alvorens plots een smal steegje in te slaan en achter een verroest hek door te glippen. Vervolgens was het opletten om niet uit te glijden op de dikke laag halfrotte bladeren die het wegje naar de kapel bedekten. Een dikke rat spurtte vlak voor haar voeten het pad over, achternagezeten door een rosse straatkat. Karlijne schrok er al niet meer van.

Aangezien ze haar handen vol had met de twee plastieken draagzakken stampte ze de half vermolmde deur van de verlaten Antoniuskapel met een voet open. De geur van schimmel en urine kwam haar tegemoet. In de kapel was het zo mogelijk nog kouder dan buiten. De gebroken glasramen hadden van het ovale gebouw een ijskoud trekgat gemaakt. Misschien was dat de reden waarom ze er, in tegenstelling tot wat ze had gevreesd, bij haar eerste verkenning weinig ongedierte had aangetroffen. Alleen enkele dikke stadsduiven schenen van de ijskoude tocht geen last te hebben. Door een van de kapotte glasramen gleed een straal maanlicht naar binnen en scheen als een theaterspot op het naakte lijf van Teddy Vanranst. De honderdvijftig kilo zware man ademde zwaar en rochelend en probeerde door een strak gespannen mondknevel heen te hoesten. Het blauwe nylon touw waarmee hij op een massieve altaarstoel was vastgebonden had diepe groeven in zijn witte vel getrokken.
Onwillekeurig over de wonde aan haar hals wrijvend, keek Karlijne met triomfantelijk genoegen naar de geblinddoekte dikke vleeshomp voor haar. Zijn kleine harde tepels en minuskuul piemeltje verraadden dat Vanranst het niet al te warm kon hebben.
De verse plas urine onder zijn stoel was nog net niet bevroren. "Kijk is aan, Mijnheer de Hobbyverkrachter, wat het vrouwtje allemaal heeft meegebracht."
Met een ruk trok ze de blinddoek van Vanransts gezicht en liet hem even wennen aan het maanlicht. Dan haalde ze een na een haar aankopen uit de zakken: een bus scheerschuim, gilettemesjes, een kromme naald, stevig naaigaren, een cutter, een drukspuit van tien liter in pvc, een oranje plastieken trechter en een stuk tuinslang. Ze keek voldaan naar de twintig kisten Mouton Rothschild in een hoek van de kapel en tikte Vanranst vervolgens bemoedigend op de schouder: "Dat komt helemaal goed!".

De oeroude Bedford bestelwagen stond helemaal achteraan op de ongebruikte parking van de failliete discotheek The Jane. Aan deze kant van de dokken kwam al jaren niemand meer. De lokale had de bestelwagen opengebroken en met plastieken linten een veiligheidsperimeter uitgezet. De halogeenspots van een van de interventiewagens zette de hele scène in een hard onwerelds licht. In de verte groeide het pompende geluid van een naderende helikopter.
In het licht van de spots zag Lars De Rocker al van ver de grote glimmende massa die even later een XXL-versie van wijnmogul Vanranst bleek te zijn. De Rocker had in zijn loopbaan al veel gezien, maar dit? Teddy Vanranst was niet gewoon dood, neen, iemand had er werk van gemaakt om zijn lichaam om te vormen tot een gigantische rubberen bal. Met chirurgische precisie waren de oogleden, de neus en de mond dichtgeschroeid en genaaid. De penis ontbrak er was enkel een soort dichtgeborduurde vagina zichtbaar. Het hele lichaam was gladgeschoren en met olie opgeblonken. In het midden van de buik, die De Rocker nog het meest deed denken aan het opgeblazen kadaver van een driehonderd kilo zware zeug die hij afgelopen zomer aan de oprit van een hoeve in Beernem had zien liggen, stond in grote zwarte vilstiftletters geschreven: Cru Bourgeois.

Dan zwol, vanuit het niets, het gepomp van de helikopter plots enorm aan en een hels salvo van blauwwitte lichtflitsen, dat deze bizarre plek nu helemaal onaards deed lijken, fanfareerde de aankomst van de fotografen van de Gazet. Lars De Rocker keek met een ruk omhoog en zwaaide met beide armen naar de piloot die nauwelijk twintig meter boven hem hing: veel te laag voor het geweld van zo'n helikopter. De linten van de perimeter vlogen naar alle kanten, Van Ransts opgeblazen lijk werd gestriemd door rondvliegende kleine kiezels en het razende geluid van de rotor maakte elke vorm van communicatie tussen de politiemensen onmogelijk. De agenten van de lokale keken eerst radeloos naar elkaar en dan naar de inspecteur, wachtend op een bevel omtrent wat er moest gebeuren. In een flits daagde het De Rocker dat dit niet de beelden waren die hij morgen in de krant wilde zien. "Gooi de deuren van de Bedford dicht!", riep hij. De politiemannen keken hem niet begrijpend aan, waarop hij met beide armen het gebaar maakte van iemand die een deur dichtsmijt. Een van de agenten had hem eindelijk begrepen en probeerde de deuren van de bestelwagen te sluiten. Het zware lijk van Vanranst was echter op een of ander manier verschoven waardoor de deuren niet meer dicht konden. De agent deed teken dat hij het lichaam wat naar achter zou duwen. De Rocker voelde aan wat er ging gebeuren en schreeuwde nog uit alle macht "nee!", maar het was te laat. 

De handen van de agent drukten al uit volle kracht tegen het lijk van Vanranst. Op de plaats waar de vingernagels van de politieman de opgeblazen buik raakten, knapte het rubberachtige vel als een ballon open en spoot een vloedgolf rood vocht over de achterovervallende man heen. De toegesnelde De Rocker stond met beide voeten middenin de rode plas.
Begeleid door een apocalyptisch onweer van fotoflitsen sloeg een voluptueus boeket van rijpe braambessen, ondersteund door impressies van nat kreupelhout en toetsen van peperig leder De Rocker keihard in het gezicht en de inspecteur herkende hem meteen, de Chateau Mouton Rothschild uit 1945. Een vreselijk goed jaar.


Morgen, maandag 23 mei op dit blog een uitgebreid interview met Koen Strobbe.

Geen opmerkingen: