maandag 16 mei 2016

In gesprek met Jo Claes



Wie is Jo Claes?
Vreemde vraag. Niet te beantwoorden vraag. Te persoonlijke vraag. Volgende vraag.

Je bent geboren in Hasselt en woont in Leuven. Hoe ben je daar terecht 
gekomen?
Zoals 90% van alle inwijkelingen in deze stad. Blijven hangen na mijn studies. Dat was ook niet moeilijk: het was liefde op het eerste gezicht. En die is nooit overgegaan.

Wanneer kwamen de ‘kriebels’ om te gaan schrijven of is dit iets wat je altijd al wilde doen?
Ik wist op mijn twaalfde dat ik wilde schrijven. Ik ben in mijn leven zelfs nooit van iets zekerder geweest dan van dat. Ook mijn keuze om Germaanse Filologie te studeren is daar een gevolg van. Ik wilde de nodige literaire achtergrond om te gaan schrijven.

Weet je nog wat je allereerste ‘schrijfsel’ was?
Een scenario voor een stripverhaal van Nero. De tekeningen maakte ik er ook bij. Dat ik zo-vele jaren later in ‘Getekend vonnis’ Thomas Berg confronteer met een verknipte striptekenaar toont aan hoe alles met alles samenhang. En voer voor psychologen is het waarschijnlijk ook.


In 1985 verscheen je verhalenbundel ‘De stenen Toren’ waarvoor je in 1986 de Prijs voor het Beste Debuut ontving. Hoe voelde dat, als debutant, om deze prijs in ontvangst te nemen?
Als een onverhoopte erkenning. En als een bevestiging van wat ik altijd heb geweten: dat het mijn lot is om te schrijven. Dat is geen bewuste keuze. Dat heb je meegekregen in je genen. Je wordt geen schrijver. Je bent een schrijver. Geen ontkomen aan. Tenzij je jezelf heel ongelukkig wilt maken.

Na verschillende romans en novelles volgden er enkele jaren waarin je non-fictie schreef. Mythologie, hagiografie en iconografie stonden daarin centraal. Vanwaar die interesse en de ‘drang’ om daarover te schrijven?
Omdat die onderwerpen me gewoonweg interesseerden. Omdat ik er meer over wilde te weten komen en de beste manier om iets door en door te leren kennen, is er hard op te studeren en er daarna een boek over te schrijven.

Als ik het goed heb, is je eerste boek over Thomas Berg het gevolg van een weddenschap op café. Is het ook een bewuste keuze geweest om daar een reeks van te maken?
Het was een weddenschap op een terrasje in Turkije. En een keuze had ik helemaal niet. Eén van de onderdelen van de weddenschap was dat als ik erin slaagde om het boek gepubliceerd te krijgen, er een vervolg op moest komen. Intussen zijn dat er al acht. Een mens weet nooit wat hem boven het hoofd hangt.

Je boeken met Thomas Berg spelen zich af in studentenstad Leuven. Dat Leu-ven niet alleen een universiteitsstad is, maar ook een stad met een schat aan historisch erfgoed is een feit. Dit komt mooi tot uiting in je boeken. Wil je hiermee je lezers een boodschap meegeven of is het eerder ‘delen’ van je kennis?
Geen van beide. Om te beginnen wilde ik Leuven niet enkel als een decor gebruiken. Ik wilde dat de stad echt een rol zou spelen in de verhalen. Vandaar dat ik ook altijd een beeld uit Leuven op de cover zet. Bovendien spelen mijn boeken zich altijd af tegen een cultureel-historische achtergrond. En op dat vlak heeft Leuven veel te bieden. Waarom niet gebruiken wat hier voor het oprapen ligt?

Je vergelijkt Leuven met Oxford. Vertel…
Heb ik dat ooit gedaan? Kan ik me niet herinneren. Al ligt de vergelijking voor de hand. Twee oude en gerenommeerde universiteitssteden met veel sfeer en eeuwen van geschiedenis. Het verschil is dat Leuven – in tegenstelling tot Oxford – in twee wereldoorlogen zwaar is getroffen. Ook dat gegeven komt in verschillende van mijn romans aan bod. Als je een stad een actieve rol geeft, kan je haar verleden niet negeren en wel om de simpele reden dat er overal nog sporen te zien zijn van dat verleden.


Als je het personage van Thomas Berg vergelijkt met je eerste boek ‘De zaak Torfs’ en je laatste ‘Voor wie de klok slaat’, wat zijn dan de grote verschillen in karakter. Ben je Berg nog niet beu?
Dat zijn twee verschillende vragen. Om op de eerste te antwoorden: er zijn geen verschillen. Het karakter van een mens verandert niet of nauwelijks. De manier waarop je door het leven gaat, wordt wel beïnvloed door wat je hebt meegemaakt, maar je karakter blijft grotendeels hetzelfde. En ben ik Berg beu? Zodra dat gebeurt, hou ik met de reeks op, anders verveel ik mezelf én de lezer. Maar voorlopig is daar nog geen gevaar voor. Berg is boeiend genoeg om nog een tijdje mee voort te gaan.

Hoe begin je trouwens aan een nieuw verhaal? Daar is ‘het’ idee en dan…
Mijn ervaring is dat ‘het’ idee nooit uit de lucht komt vallen. Het wordt je niet door de Muzen ingefluisterd of door de postbode in je bus geduwd. Een idee is het gevolg van lang naden-ken, intensief puzzelen, dingen met elkaar associëren, je fantasie onder druk zetten, je hersenen overuren laten maken… Kortom, een roman komt er alleen met hard te werken. Dat geldt voor elk goed boek of kunstwerk.

Voor degene die jouw boeken niet kent, vertel eens wat ze missen en waarom ze die ‘moeten’ lezen.
Niemand ‘moet’ mijn boeken lezen. Maar wie geïnteresseerd is in misdaadliteratuur, zal in mijn werk iets vinden wat je in vele andere misdaadromans niet vindt. Wat dat is? Ik zou zeggen: probeer eens een boek. Iets zelf ontdekken is veel boeiender dan het door anderen voorgeschoteld krijgen. Bovendien moet je een schrijver zijn werk niet laten aanprijzen. Zijn werk moet voor zich spreken.

Zelf hou je niet van de benaming ‘literaire thriller’. Ik zou je werk eerder tot ‘psychologische thrillers’ benoemen. Omdat (vooral het hoofdpersonage) uitgebreid geanalyseerd wordt. Jijzelf omschrijft je boeken als misdaadromans. Leg dat eens uit.
De term ‘literaire thriller’ is volgens mij een contradictio in terminis. De eigen aard van een thriller is dat hij geen literaire aspiraties heeft. Thrillers moeten het vooral hebben van sensatie, spanning, geweld, achtervolgingen, bloedige scènes… zulke dingen. Ik wil op de eerste plaats literair verantwoorde boeken schrijven. Er komt een moord in voor en ze zijn spannend, maar daar houdt de vergelijking op. Sterker nog, het is altijd mijn bedoeling geweest om misdaadromans te schrijven die ook mensen kunnen smaken die normaliter geen misdaadliteratuur lezen.

Kun je een boek makkelijk loslaten als het af is en in de boekhandel ligt?
Als een roman in de boekhandel ligt, ben ik allang aan de volgende bezig. Loslaten is dus geen kunst. Je moet wel. Anders verval je in herhaling.


In 2015 won je met ‘De mythe van Methusalem’ zeer verdiend de prestigieuze Nederlandse prijs ‘De Gouden Strop’. Je was na Bram Dehouck pas de tweede Belg die deze prijs kreeg. Is dat symptomatisch voor de muur die tussen Neder-land en België staat voor (thriller)auteurs?
De vraag klopt niet. Ik denk dat ik de zesde Vlaming ben die de prijs in de loop der jaren heeft gekregen. De eerste was trouwens Jef Geeraerts. Dat van die muur klopt dan weer wel. Ik heb het fenomeen zelf ter sprake gebracht tijdens mijn dankrede bij de uitreiking van de prijs. Een Chinese muur, heb ik het toen genoemd.

De vraag waarom boeken van Vlaamse misdaadauteurs in Nederland nauwe-lijks in de winkels liggen, is al vaak van beschouwingen voorzien. Welke redenen zie jij zelf voor dit verschijnsel?
Zoals ik toen gezegd heb, vind ik het een onbegrijpelijk fenomeen waar geen enkele logische verklaring voor te bedenken valt. Tenzij misschien de taal. Wij Vlamingen gebruiken veel woorden, uitdrukkingen en zegswijzen die Nederlands niet kennen en waarover zij struikelen. Dat hoeft niet. Integendeel, op die manier verbreed je je kennis van het Nederlands. Maar het is aan hen om zich daar open voor te stellen.

Heb je na het winnen van De Gouden Strop meer belangstelling van Nederlandse lezers ervaren?
Absoluut. De prijs heeft eindelijk de deur naar het noorden opengezet. Op een kier welteverstaan, maar het is een begin. Aan mij om ze verder open te duwen.


De ‘Mythe van Methusalem’ kreeg bij Hebban en onze leesclub ‘De Perfecte Buren’ terecht hoge waarderingen. De laatste zin van het boek (……) was volgens onze recensenten een meesterlijk slot. Hoe zie je de rol van de amateurrecensenten in boekenland? Met andere woorden, hecht je belang aan recensies?
Ik heb de laatste zin van de roman uit de vraag gehaald, omdat je het einde verknoeit door die te verklappen. Wat de vraag betreft: vooraan in mijn boeken staat altijd: Graag uw reactie op www.jo-claes.be 
Ik denk dat dit illustreert dat ik wel degelijk belang hecht aan wat lezers van mijn werk vinden. Ik beschouw het als feedback, als een bewijs (of net niet) dat het boek is overgekomen zoals ik het bedoeld heb.

Hoe sta je überhaupt tegenover DE sociale media zoals Facebook, Twitter en Linkedin?
Ik sta daar heel passief tegenover. Ik onderga ze, zoals mooi of slecht weer. Ze zijn er nu eenmaal, dat is alles. Ik heb als schrijver een Facebookpagina omdat je tegenwoordig niet anders meer kan, maar die pagina wordt voor mij door iemand anders beheerd. Zelf gebruik ik geen sociale media. Op dat vlak ben ik, veronderstel ik, niet van deze tijd.

Heb je een schrijfritueel? Schrijf je bijvoorbeeld graag in alle rust, schrijf je overdag…
Ik ben een ochtendschrijver. Voor ik naar het werk vertrek, heb ik meestal al een paar uur geschreven. De rest van de dag doe ik op dat vlak niets meer. Mijn biologisch ritme verhindert dat. Gewoonlijk zit ik om 05.00 of 06.00 uur al achter de tekstverwerker. Ik slaap maar vier à vijf uur per nacht. Zeeën van tijd dus.


Wat staat er in je eigen boekenkast en lees je zelf veel? Wat lees je dan en heb je een favoriete auteur?
In mijn boekenkast staan ik-weet-niet-hoeveel boeken. Onmogelijk om daar een selectie uit te maken. En ik heb tientalle favoriete schrijvers, hoe kan dat ook anders? Wat ik bijna nooit lees, is misdaadliteratuur. Die schrijf ik zelf al.

Heb je nooit het gevoel: Nu stop ik met schrijven, het is welletjes geweest?
Als ik dat gevoel had, zou er iets serieus fout zitten. Dan was ik ernstig ziek. Of depressief. Of zelfs levensmoe. Schrijver ben je tot aan de rand van het graf. Zo is dat nu eenmaal.

Bedankt Jo voor de medewerking aan dit interview. Heel veel succes gewenst met alles wat je nog in petto hebt.

Karin - Team De Perfecte Buren

Meer weten over Jo Claes en zijn boeken? Dat kan hier.



Geen opmerkingen: