maandag 23 mei 2016

In gesprek met Koen Strobbe en win!!



Vorig jaar vond de eerste Aspe Award plaats. Een schrijfwedstrijd voor nog niet uitgegeven auteurs van korte krimiverhalen. Koen Strobbe was één van de drie laureaten en debuteert op 25 mei met zijn eerste misdaadroman ‘Kruis en Munt’ bij Manteau/Wpg België.

Namens ‘De Perfecte Buren’ mocht ik Koen interviewen over zijn deelname aan deze schrijfwedstrijd, over zijn debuut en over zijn leven als wijnboer in de Provence. Een leuk en openhartig gesprek met een sympathiek man. Leer Koen ‘kennen’ in onderstaand interview en ontdek de leuke winactie die hieraan verbonden is.

Wie is Koen?
Geboren in Duitsland. Op 12-jarige leeftijd met de ouders teruggekeerd naar België. Dan, na Germaanse filologie in Leuven, terug enkele jaren verder gestudeerd in Duitsland. Daarna reclamewerk, De Persgroep en Woestijnvis in België. Vervolgens naar Frankrijk. In totaal leef ik al de helft van mijn leven in ‘het buitenland’.

Je deed vorig jaar mee aan de eerste Aspe Award schrijfwedstrijd. Wat was je motivatie om hieraan mee te doen of zag je dit als een ‘springplank’ om te debuteren als auteur?
Ik zag de Aspe Award inderdaad als een springplank om te debuteren. De zin om te schrijven was al heel lang aanwezig en toen ik de oproep van Manteau op het internet zag, overviel me spontaan de gedachte: ‘Als ze je kort verhaal oppikken, is dat een ‘teken’ om eindelijk dat boek te schrijven.’





De opdracht was een verhaal te schrijven van 1700 woorden met de openingszin: ‘De les eindigde met een vers uit het evangelie van Mattheus’. Lijkt me niet simpel. Was dit een uitdaging of had je gelijk al iets in gedachten?
Zo’n verplichte openingszin pas je natuurlijk gewoon in in het verhaal dat je in gedachten had. Wel helpt zo’n zin je verhaal op weg: het feit dat er over ‘de les’ werd gepraat, betekende voor mij vanzelf dat ik met een jong hoofdpersonage zou werken.

Je was één van de drie laureaten en 25 mei ligt je debuut ‘Kruis en Munt’ in de winkel. Hoe voelt het nu je effectief je eigen boek in handen hebt?
Ik vind het, mee door het feit dat ik, duizend kilometer verderop, druk aan het werk ben, nog relatief ontastbaar. Ik vermoed dat de kriebels er vooral zullen komen wanneer de eerste mensen die ik ken, laten weten dat ze naar de boekhandel gespurt zijn om het te kopen.

Ik heb ‘Kruis en Munt’ als vooruitexemplaar mogen lezen en sta versteld!! Het verhaal, je debuut zit ontzettend goed in elkaar met allerlei kleine poortjes die je als lezer moet ontdekken, doordenkertjes. Hoe begin je daaraan en hoe kom je op het idee?
De grote lijnen van het verhaal waren er in één flits, alsof ik in speed-tempo een film had gezien die ik nu ‘enkel’ nog neer moest schrijven. Natuurlijk is de opbouw van het verhaal te complex om zo maar uit de losse pols alles ineen te laten passen. Daarvoor ben ik heel ‘traditioneel’ te werk gegaan: steekkaartjes met daarop in enkele lijnen elk hoofdstuk samengevat; daarna alle kaarten op de eettafel gelegd om zo te selecteren welk hoofdstuk waar terecht zou komen.

Waarom koos je voor een verhaal over orgaanhandelaars in combinatie met ex-legionairs? Is dat een voor de hand liggende combinatie?
Allereerst wil ik er graag op wijzen dat het hier 100% om fictie gaat. Er zijn geen verhalen bekend van mensen uit het vreemdelingenlegioen die er nebenbei nog een orgaanhandeltje op na houden. Maar, net zoals de perfecte ‘urban legend’, kán het wel allemaal. Ik denk dat een spannende plot vooral geloofwaardig moet zijn. Mijn opzet is geslaagd wanneer mensen bij hun volgende vakantie in het zuiden eerst even in de kast gaan kijken vooraleer ze het licht uitdoen ;-)

Je hebt ook een stukje geschiedenis verwerkt in je boek. Heeft dat een bepaalde reden?
De twee ‘historische’ hoofdstukken zijn enerzijds functioneel omdat ze bepaalde wendingen in het verhaal mogelijk maken (ik blijf bewust vaag om geen ‘spoiler’ te creëren ;-) ), anderzijds dragen ze ook bij tot de sfeer die doorheen het hele boek leeft: de Provence ademt geschiedenis uit. Naast de ideale vakantieplek is het ook een regio met een grote culturele geschiedenis. Denk aan de pausen uit Avignon, maar ook aan de vervolging van de Katharen of de latere aanwezigheid van Van Gogh en de zijnen.


Op de achtergrond Palais Des Papes, Avignon


In ‘Kruis en Munt’ is een van de hoofdpersonages toevallig(!?) ook een wijnboer. Zitten er in het verhaal nog meer autobiografische elementen?
Het feit dat een van de hoofdpersonages, David, een wijnboer is, is niet one-to-one autobiografisch te noemen. Wijn is een belangrijk deel van de cultuur van het zuiden, in zoverre vond ik het inspirerend om David die achtergrond te geven. Maar hij is natuurlijk ook ex-gendarme, ik niet. Als je al naar autobiografische elementen in het boek op zoek gaat, dan moet je die vooral ‘abstracter’ zien: de ‘algemene sfeer’ van het boek. Namelijk: de Provence is een fantastisch mooie regio, met heerlijk weer; het is de culinaire hemel en ademt een fantastische traagheid uit, die ons tijdens vakanties zo in haar ban krijgt. Maar het is ook een regio van eerder gesloten autochtonen, die in hun oude dorpskernen wonen, vaak van boerenkomaf: relatief hard, met een gezonde argwaan tegenover iedereen die verder dan 5 kilometer van het dorp geboren is. Als toerist prik je daar doorheen, omdat je gewoon twee weken komt genieten. Wijzelf hebben ook heel veel geluk gehad, dat we spontaan door het dorp waar we woonden werden geadopteerd, wellicht omdat we, als wijnbouwer, gewoon deel uitmaakten van het leven van alledag.
Maar we kennen wel een hoop ‘noorderlingen’, Vlamingen, Nederlanders, Engelsen, Duitsers, die, omdat ze geen deel van de gemeenschap uitmaken (m.a.w. niet naar Zuid-Frankrijk gekomen zijn om te werken, maar gewoon om er te luieren, huizen te verhuren enz.), of omdat ze een groot probleem hebben met de taal, op een muur botsen, waardoor ze al gauw hun pogingen om in te blenden opgeven en zich terugplooien op mensen uit hun eigen taalgebied. Soms voelen ze zich zo onbehaaglijk in hun nieuwe omgeving dat ze na enkele jaren, ondanks het leven-als-God-in-Frankrijk, liever naar huis terugkeren.
Dat harde, dat heen- en weergesmeten worden tussen droom en realiteit, zit onderhuids in het hele boek.

Ik vind je boek erg beeldend geschreven. Als je schrijft zie je het verhaal dan ook voor je of loopt alles door elkaar?
Ik schrijf inderdaad heel visueel, letterlijk. In mijn hoofd speelt er een film en ik schrijf gewoon neer wat ik zie, hoor en ruik. Dat geldt zowel voor de rustige, wegdromende stukken, als voor de harde actiebeelden, die ik nogal Tarantino-achtig visualiseer.

Had je inspraak wat cover betreft? Ik vind hem in ieder geval erg geslaagd.
De cover was een relatief moeilijke bevalling. Ik wilde zowel het ‘exotische’ van de Provence erin, als iets hards en spannends. Bij elk idee primeerde ofwel het ene ofwel het andere teveel. Gelukkig waren er mijn uitgever en de professionele coverontwerper, die als sparringpartners mee dachten, waardoor we uiteindelijk met deze cover op de proppen kwamen.

Hoelang heb je eigenlijk over dit boek gedaan? Heb je een bepaald schrijfritueel?
Zoals ik al zei, kwam het totaalverhaal er in één flits. Dat was tijdens het werken in de wijngaard. Werk in de wijngaard is vaak heel repetitief, waardoor je - een beetje zoals bij het joggen - in een soort creatieve trance geraakt. Het verder uitdenken van het verhaal gebeurde vooral tijdens dat werk in de wijngaard. Wanneer ik eenmaal de korte samenvatting van mijn boek op papier had, duurde het iets meer dan twee maanden om het hele verhaal neer te schrijven. Dat gebeurde via gedisciplineerd schrijven, doorgaans van 8 uur ’s morgens tot 13 uur à 13 u 30, soms ook nog een beetje ’s avonds, wanneer de ideeëndrang te groot was om tot de volgende ochtend te wachten.


foto genomen op het terras van een bar uit Koen zijn thriller


Je boek is af en wordt uitgegeven. Val je nu qua schrijven in een zwart gat of ben je ondertussen al aan een nieuw boek begonnen?
Ik heb nog heel wat ideeën. Van een drietal nieuwe verhalen heb ik de afgelopen maanden al de grote lijnen neergeschreven. Welk van die drie mijn volgende roman wordt, daar ben ik nog niet helemaal uit. Maar zeer binnenkort begin ik wel aan ‘boek twee’ te schrijven.

Je hebt zelf een serieuze wijngaard in Frankrijk waar, denk ik, toch heel veel werk in kruipt. Hoe combineer je het werk en het schrijven?
Net zoals het schrijven is het wijn maken iets waar je passioneel mee bezig bent, dus ‘werk’ mag je zoiets niet noemen. Wel is het zo dat een dag slechts 24 uur telt en ik maar twee handen heb. Sinds dit jaar heb ik een partner in het wijndomein, waardoor ik me niet meer met de dagelijkse beslommeringen in de wijngaard moet bezighouden, maar me voltijds op het technisch-creatieve aspect, nl. het wijn maken zelf, kan concentreren. Dat geeft me meer tijd om professioneel met schrijven bezig te zijn.

Hoe kijk je tegen de boekenwereld aan en hoe is het (denk je) om daarin je plaats(je) te veroveren?
Ik denk dat een boek, net zoals wijn, alleen kan overtuigen door de kwaliteiten die het heeft of niet heeft. Je kunt nog zoveel reclame maken of marketingtricks uithalen: als de mensen het niet ‘oppikken’ en aan elkaar doorvertellen dat het een must-read is, wordt het nooit een groot succes. Dus duimen maar.

Je woont en leeft in Frankrijk. Hoe ben je daar terechtgekomen en wat is het grote verschil met België?
Ilse en ik speelden al een tijdje met de idee om een sabbatical te houden. Je kent dat: de droom van iedereen die zich ’s morgens in de file naar Brussel stort, een hele dag binnen zit en dan ’s avonds laat terugrijdt, in de hoop dat de files al opgelost zijn: er eens een maand of vier volledig tussenuit zijn. Die vier maanden zijn ondertussen al veertien jaar geworden. Na twee weken stil zitten, waren we het uitrusten al beu en hebben we, met beperkte middelen en heel hard werken, ons wijndomein uit de grond gestampt.
We zijn nooit ‘weggelopen’ uit België: we woonden er heel graag, vonden en vinden het een prima land met een unieke cultuur en ongelooflijk veel sociale voorzieningen. Frankrijk is dan weer het land waar het ritme anders is, ook door de aard van ons werk hier: je bent je eigen baas. We hebben een zoontje dat ondertussen 11 jaar is en al zijn hele leven elke ochtend met zijn beide ouders aan het ontbijt zit en door beide ouders naar bed wordt gebracht. Welk kind, welke ouder, kan daar in België van dromen?


Het Palais Des Papes


Je boek wordt uitgebracht onder je eigen naam. Heb je er niet aan gedacht om onder een pseudoniem te schrijven?
Ja hoor, ik wilde graag onder een pseudoniem schrijven. Omdat het verhaal dat ik schrijf heel erg on-Vlaams is, niet alleen door de setting maar ook qua plot en karakters, wilde ik graag een ‘internationalere’ schrijversnaam kiezen. Maar de uitgever heeft van dat plan, met heel nuchtere argumenten, brandhout gemaakt en ik ben hem daarin gevolgd.

Nu ‘Kruis en Munt’ (bijna) in de winkel ligt zal je te maken krijgen met recensies uit verschillende hoeken. Denk je daarmee om te kunnen?
Ik heb een relatief groot incasseringsvermogen en weinig egoproblemen, dus in principe zou dat moeten lukken ;-)

Vertel eens waarom jouw boek gelezen ‘moet’ worden.....
‘Kruis en munt’ combineert een heel gebalde spanning met een hoog wegdroomgehalte, waardoor het volgens mij een ideale zomerthriller is.





Voor je naar Frankrijk vertrok had je een baan in de media. Hoe sta je nu tegenover sociale media, zoals Facebook, Twitter en Linkedin?
Heel specifiek wat Facebook betreft: Facebook is eigenlijk één groot café, met een lange toog waaraan je met vrienden, vrienden-van-vrienden en kennissen samen zit. Zeker wanneer je zelf in het buitenland woont en niet in het echt met die vrienden op café kan gaan, is dit waar. Maar het betekent ook dat het niet meer dan dat is: op café ga je om uitgelaten te doen, wat te kletsen; je roept wel eens dwaze dingen die je de volgende ochtend het liefst vergeet. Met Facebook is dat niet anders: je moet er geen grote levenswijsheden van verwachten en je moet de mensen vergeven wanneer ze er al eens dwaasheden posten. Tegelijk hoop je dat diezelfde dwaasheden jou dan ook vergeven worden ;-)

Wat vind je van de media-aandacht die je nu krijgt omwille van je debuut?
Als je hard, en met hart en ziel, aan zo’n boek hebt gewerkt, wil je natuurlijk ook dat zoveel mogelijk mensen het resultaat van dat werk in handen krijgen. Media-aandacht is heel belangrijk wat dat betreft. Mensen zijn, te midden van een gigantisch aanbod aan lectuur, op zoek naar wat ze echt zouden moeten kopen. Voor veel mensen vormen de boekrecensies in de media een belangrijke hulp bij het kiezen.

Wat lees je zelf en in welk boek ben je nu bezig?
Ik lees graag in de originele taal. Auteurs als Grass, Wolfe, Fry, Irving, maar ook Harris, Archer, Brown, of ouder werk van Friedman, Hiaasen. Op dit ogenblik ben ik net begonnen aan ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’ van Joël Dicker, omdat een goede vriend me op het hart drukte dat ik die absoluut moest lezen.

Moet je wel eens huilen bij een boek of een film en zo ja, weet je de titel nog?
Oh ja. En wat erger is: ik kreeg zelfs de krop in de keel wanneer ik bepaalde scènes van mijn eigen boek schreef :-)

Welke persoon uit de geschiedenis of het heden zou je graag willen ontmoeten om mee in gesprek te gaan?
Ik zou graag de tienjarige Adolf Hitler aan Oprah Winfrey voorstellen.

Als je een half uurtje vrije tijd hebt, hoe besteed je die vrije tijd dan?
Dan lees ik, of bel/FaceTime vrienden.

Als je wist dat de Aarde zou vergaan volgend jaar, wat zou je dan nu anders doen?
Ik zou wellicht tot de laatste seconde bezig zijn met dingen te ondernemen om te voorkomen dat het zo ver zou komen.

Koen, hartelijk dank voor je tijd en medewerking aan dit interview, heel erg leuk! Je gaat ‘spannende’ tijd tegemoet. Geniet ervan en succes met alles wat je nog doet of van plan bent te doen.



Karin - team De Perfecte Buren



Als klap op de vuurpijl mogen wij van Uitgeverij Manteau/WPG België maar liefst 3 exemplaren verloten van ‘Kruis en Munt’! Wil jij zo’n exemplaar winnen, er een korte review over schrijven en die posten bij ons, Hebban en Bol? 




Lees dan op ons blog hier het verhaal van Koen waarmee hij vorig jaar één van de drie laureaten van de Aspe Award werd en geef het antwoord op deze vraag: 
-De titel van het kort verhaal is ‘Een goed jaar’. Waar slaat deze titel op?


Graag antwoord naar perfecteburen@gmail.com voor 27 mei 20.00u.

Bovendien doen we mee met de blogtour van Manteau/WPG België. Ik (Karin) mocht dit debuut al lezen en mijn recensie verschijnt 26 mei op ons blog.

Geen opmerkingen: