zondag 15 mei 2016

Kort verhaal 'Oog om oog' door Karin Hazendonk, deel 2

<vervolg van gisteren>

Ik werd wakker met een verwachtingsvol gevoel. De dag voor Kerst, het zou mijn dag worden. Ik hoorde Jeff beneden in de keuken rommelen. Ik zag op de wekker dat het pas halfzeven was. Ik sloot mijn ogen weer, maar ik kon met geen mogelijkheid de slaap opnieuw vatten. Ik was klaarwakker.
Ik rilde even toen ik mijn voeten op het koude laminaat zette. Jeff wilde absoluut geen verwarming aan in de slaapkamer, maar wat mij betrof mocht het er wel iets warmer zijn.
‘Wat ben jij vroeg,’ zei Jeff toen ik de keuken binnen stapte. ‘Koffie?’
‘Graag,’ antwoordde ik en ging aan de keukentafel zitten.
‘Goed geslapen?’
Ik knikte. ‘Ja, een stuk beter dan ik verwachtte.’
Jeff trok een spijtig gezicht. ‘Ik baal er echt van dat ik vandaag nog moet werken. Ik hoop dat ik vanmiddag een beetje op tijd thuis ben.’ Hij gaf me een kus en ik zag dat zijn hoofd al bij zijn werk was.
‘Doe voorzichtig,’ zei ik werktuiglijk.
Eenmaal alleen dwaalden mijn gedachten terug naar het idee dat vannacht door mijn hoofd had gespeeld. Ik wist dat Suus bij Albert Heijn in het centrum werkte. Grote kans dat ze vandaag moest werken.
Ik douchte uitgebreid, koos zorgvuldig mijn kleding uit en besteedde veel aandacht aan mijn make-up. Gina was heus niet de enige die er goed uitzag, dacht ik grimmig.
Klokslag halfnegen stapte ik in de auto en reed naar het centrum. Het was al stervensdruk en na een kwartier rondrijden zag ik een kleine parkeerplek. Het portier kon net ver genoeg open om uit te kunnen stappen. Ik pakte de boodschappentas van de achterbank en wurmde mezelf uit de auto.
Er was geen winkelwagen meer te vinden, dus pakte ik een mandje. Ik viel niet op tussen alle mensen die de winkel bevolkten.
Het lijkt wel of ze het gratis krijgen.
Mijn hoofd stond niet naar boodschappen, ik had alles al in huis. Om niet uit de toon te vallen, mikte ik een paar pakjes toast en wat verschillende soorten nootjes in het mandje en liep in de richting van de kassa. Mijn ogen gingen over de dames die erachter zaten en in een hoog tempo boodschappen langs de scanner haalden. Ik zag Suus niet zitten en de moed zonk me in de schoenen. Het zou me toch niet gebeuren dat ze juist vandaag niet hoefde te werken.
Opeens zag ik haar. Ze liep met een grijze geldlade in haar hand naar de kassa waar een jong meisje met rode konen achter zat. Ik glimlachte om de opluchting van het jonge ding die overduidelijk op haar gezicht stond te lezen. Ik nam aan dat ze het werk nog niet zo lang deed, de rij wachtenden was bij haar het langste van allemaal.
‘Sorry,’ zei ik toen ik uit de rij stapte en mijn hak bovenop de tenen van de vrouw die achter me stond terechtkwam.
Ze schonk me een vermoeide glimlach.
Suus was gaan zitten en begroette glimlachend haar eerste klant. Ik manoeuvreerde tussen de wachtenden door om aan te sluiten bij haar kassa.
Langzaam maar zeker begon het op te schieten. Geroutineerd hielp Suus de klanten. In de tussentijd repeteerde ik mijn vraag. Ik zou niet eerder weggaan of Suus moest toegestemd hebben in een ontmoeting later op de dag. Het kon me niet meer schelen dat Kerstavond steeds dichterbij kwam. Vandaag moest de dag van de waarheid worden.
Ik was bijna aan de beurt. Suzanne van der Heijden stond er op haar naamplaatje. Suzanne… Ik kende haar alleen als Suus.
Ik haalde de paar boodschappen uit het mandje en legde ze op de lopende band. Ik zag de professionele glimlach om de mond van Suus bevriezen toen ze me herkende.
‘Iris?’
‘Goedemorgen, Suus, of moet ik je nu Suzanne noemen?’ Het kon me niet schelen dat de vrouw achter me ons nieuwsgierig bekeek en zelfs een paar stappen naar voren deed om niets te missen.
‘Ik wil je spreken,’ zei ik. ‘Vandaag nog.’
‘Waarom? Zoals je ziet ben ik aan het werk.’
‘Je werkt vast niet de hele dag,’ merkte ik fijntjes op. ‘Ik kan natuurlijk ook naar de politie gaan en aangifte tegen je doen. Mishandeling, weet je nog? Wie weet kan ik er wel een poging tot doodslag uitslepen.’
Ik had geen idee dat ik zo kon bluffen, maar het leek wel te werken.
‘Goed,’ antwoordde Suus. ‘Ik ben om twaalf uur klaar. Om halfeen bij De Keizer, hier om de hoek?’
‘Uitstekend,’ zei ik uit de hoogte en rekende mijn boodschappen af. Ik keek Suus niet meer aan, maar propte de toast en nootjes in mijn tas en liep weg.

Ik moest drie uur zien door te komen. Doelloos liep ik door het centrum. Als ik naar huis ging, zou ik het hele plan laten varen. Een koude motregen zorgde ervoor dat ik al om elf uur in De Keizer zat. Ik zette mijn handtas op de stoel naast me en bestelde een kop cappuccino en een appelpunt met slagroom. Ik had er vanmorgen niet eens meer aan gedacht om te ontbijten.
Langzaam werden mijn handen weer warm.
De klok boven de bar naderde twaalf uur. Twijfel sloeg weer toe. Als Suus niet kwam, wat kon ik eraan doen? Het enige dat ik kon hopen was dat ik genoeg overtuiging in mijn stem had kunnen leggen. Ze moest komen.
De deur ging een paar keer open en dicht. Vreemden.
Tien over halfeen. Ik zat hier voor niets.
Een stem haalde me uit mijn gedachten. ‘Sorry, het is iets later geworden.’ Suus liet zich in de stoel tegenover me zakken. Ze deed zittend haar jas uit en legde die op mijn tas. Haar wollen sjaal volgde. Het viel me op dat ze de dunne, zwartleren handschoen alleen van haar rechterhand trok.
‘Je wil me spreken?’ vroeg Suus kortaf. ‘Ik heb niet veel tijd.’
Het moment waar ik de hele dag naartoe had geleefd, wilde ik nu het liefst zo lang mogelijk uitstellen. ‘Wil je iets drinken?’ vroeg ik.
Suus keek naar mijn lege kop. ‘Doe maar een kop koffie.’
Ik bestelde nog twee koffie en wachtte tot die gebracht werd. In de tussentijd probeerde ik mijn gedachten te ordenen.
‘Je ziet er heel anders uit,’ ontsnapte het aan mijn lippen. Het sprankelende dat Suus altijd uitstraalde, was verdwenen. Rond haar mond waren lijntjes verschenen waarvoor ze nog veel te jong was. Samen met de donkere kringen onder haar ogen gaf het haar een moe uiterlijk. Vermoeid en oud.
‘Jij ziet er goed uit,’ pareerde ze mijn opmerking, ‘maar iedereen zal wel krijgen wat men verdient.’
Suus nam een slok van haar koffie en ik deed hetzelfde. ‘Ik heb Gina gezien,’ zei ik terwijl ik mijn kopje op de schotel zette. Ik bedwong het trillen van mijn handen.
‘Dat kan,’ beaamde Suus. ‘Voor zover ik weet is ze terug uit de kliniek in de Verenigde Staten waar ze jaren onder behandeling is geweest. Ik hoopte dat ze een andere woonplaats zou kiezen, maar het schijnt dat ze weer bij haar ouders ingetrokken is.’
‘Onder behandeling? Was ze ziek of zo?
Suus keek me onderzoekend aan. ‘Je weet het echt niet, hè?’
Langzaam trok ze de zwarte handschoen van haar linkerhand. De schok die door me heenging toen ze haar hand op tafel legde, kon ik niet verbergen. Alle vingers ontbraken, behalve de duim.
‘Voordeel is dat ik rechts ben. Ze had zich in de hand vergist.’ Ze trok de handschoen weer aan. ‘Zo lijkt het minder griezelig. De vingers zijn opgevuld.’
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik hoopte dat ik Suus goed had begrepen toen ze over ‘ze’ sprak.
Voordat ik iets kon zeggen, zei Suus: ‘Ik zal je het verhaal vertellen dat ik aan niemand heb verteld. Het is makkelijker om mensen te laten denken dat het een ongeluk is geweest.’
Suus slikte en ik zag dat het haar moeite kostte om terug te gaan naar het verleden. ‘Nadat Gina dat geintje met jou had geflikt, wilde ik niet meer bij de zogenaamde vriendinnenclub horen. Het ging me allemaal veel te ver, maar dat durfde ik voor geen goud tegen Gina te zeggen. Na die bewuste kerstvakantie gingen we weer naar school, jij was, begrijpelijk, niet aanwezig. Gina kreeg een ander slachtoffer in het vizier. Misschien herinner je je haar nog wel, Hennie Hansen.’
Hennie herinnerde ik me zeker. Een kleurloos type dat onzichtbaar door de gangen sloop en nooit haar mond opendeed in de klas.
‘Ik ken haar nog wel.’
‘Bij Hennie ging Gina meteen vol de strijd aan. Ze verwoestte haar schoolboeken, zorgde ervoor dat haar scripties onleesbaar waren en ze stond het meisje iedere dag na school op te wachten om haar van haar fiets te trekken, te schoppen, te slaan en later ging ze zelfs zo ver dat ze haar sigaret op de arm van Hennie uitdrukte. Het ging van kwaad tot erger. Gina werd bestraft, maar dat moedigde haar alleen aan om haar pesterijen nog verder uit te breiden. Hennie werd ziek en zakte voor het examen. Hoe heb jij dat eigenlijk gedaan?’
Ik glimlachte kort met een zweem van bitterheid. ‘Ik heb thuis de examenstof geleerd. Als ik vragen had, kwam meneer Lussen naar me toe om het uit te leggen. Ik heb in een
ander lokaal dan jullie mijn examen gedaan. Ik kwam vroeger dan jullie en als iedereen weg was, werd ik opgehaald of meneer Lussen bracht me naar huis.’
‘Op die manier,’ antwoordde Suus. ‘Ik kon het niet geloven toen ik je naam bij de geslaagden zag staan. Wat wil jij, nog een kop koffie of iets sterkers?’
‘Ik neem een glas witte wijn.’
Suus keek me aan en heel even kwam haar schalkse blik van vroeger terug. ‘Ik ook.’
De wijn werd bij ons gebracht en na een aarzeling zei ik: ‘Proost.’
Suus ging verder met haar verhaal. ‘Na het examen dacht ik verlost te zijn van Gina. Ik ging naar de modevakschool en ik wist niet wat Gina zou gaan doen. Ze had het over verschillende scholen gehad, maar ik had nooit concreet van haar gehoord voor welke opleiding ze had gekozen. Op de eerste schooldag kreeg ik de schok van mijn leven. Gina kwam het lokaal binnen en ging naast me zitten. Het leek haar wel grappig om een broek te kunnen naaien, waren haar letterlijke woorden. Er zou dus niets veranderen. Gina verzamelde al snel een stel nuffen om zich heen en ik was iedere dag blij dat ze mij een beetje met rust liet. Ik nam meer afstand, kreeg mijn eigen vriendinnen en na een half jaar een vriend. Ik was net zeventien en Bjorn achttien. In het tweede jaar begon het gelazer. Gina kreeg niets anders dan onvoldoendes en er werd gedreigd dat ze van school af moest als ze dit jaar niet zou halen. Ik kwam weer bij haar in beeld. Ik vond het leuk wat ik aan het doen was en haalde hoge cijfers voor ieder project dat ik maakte. Ze eiste dat ik haar zou helpen, maar ik weigerde. Jouw hel en die van Hennie werd ook de mijne.’
Suus stopte om een slok wijn te nemen en het kostte me moeite om me los te rukken van haar verhaal.
‘Om een lang verhaal kort te maken, ik werd haar volgende slachtoffer en ik trapte er op dezelfde manier in als jij eerder had gedaan. Ze nodigde me uit bij haar thuis. Ze wilde alles goedmaken. We waren al zo lang vriendinnen. Ik was zo stom om naar haar toe te gaan. Toen ik er aankwam, zaten er een paar van haar nieuwe vriendinnen. Hersenloze meiden die alleen maar bezig waren met hun uiterlijk en hun kleding het liefst in de duurste zaken van de stad kochten. Zelf maken of ontwerpen was voor types als ik weggelegd. Zij profiteerden alleen.’
Ik zag dat Suus het moeilijk had en ik legde mijn hand bemoedigend op de hare. Alle boosheid was verdwenen. Suus was net zo goed een slachtoffer van Gina.
‘We zaten in haar kamer. Gina riep me naar haar keuken en vroeg me of ik wat plakken rosbief wilde snijden terwijl zij het stokbrood opwarmde. Er stond een splinternieuwe, professionele snijmachine op het aanrecht met een stuk rosbief ernaast.’
Tranen sprongen in de ogen van Suus. ‘Ik pakte het stuk vlees en zette de machine aan. Ik was nergens op bedacht. Toen ik een paar plakken had gesneden zei Gina: ‘Ze moeten dikker,’ en ze stelde het mes opnieuw in. ‘Je moet iets harder tegen het mes duwen.’ Gina pakte mijn hand en duwde hard tegen mijn vingers. Het stuk vlees schoot weg en het mes gleed door mijn vingers. Ik weet nog dat ik gilde. Wat er verder is gebeurd, weet ik niet, toen ik bijkwam lag ik in het ziekenhuis. Geopereerd, maar zonder vingers.’
‘Jezus,’ was het enige dat ik uit kon brengen. Ik dronk het glas wijn in een teug leeg en bestelde meteen twee nieuwe.
‘En daarna? Heb je aangifte gedaan? Is ze opgepakt?’
‘Ik heb aangifte gedaan, maar Gina bleef volhouden dat het een ongeluk was. De snijmachine is helemaal nagekeken, maar behalve dat er een schroefje iets losser zat dan normaal zou moeten, was er niets mee aan de hand. De machine kon zowel door links- als rechtshandigen gebruikt worden. Ze had hem voor linkshandigen ingesteld, dat is nog een beetje mijn geluk geweest. Ik had Gina verward omdat ik mijn schaar zowel links als rechts gebruik. Ze dacht dat ik links was.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Ik kan het niet geloven dat Gina ermee weg is gekomen.’
Suus lachte, hard en doordringend. ‘Ze is er niet mee weggekomen. Daar heeft Bjorn voor gezorgd.’
Het tweede glas wijn werd gevolgd door een derde.
‘Op Gina,’ zei Suus proostend toen het glas werd neergezet. ‘Jammer dat je binnen niet meer mag roken. Ik snak naar een sigaret. Vind je het erg als ik even naar buiten ga?’
‘Nee, natuurlijk niet. Ga je gang.’ Onderwijl bekeek ik mijn telefoon en zag dat ik een appje van Jeff had ontvangen. Waar ben je? Je neemt de telefoon niet op. Ik ben over een kwartiertje thuis. Het bericht was van een half uur geleden. Jeff moest maar even wachten en ik borg de telefoon op in mijn tas.
Suus schoof de stoel naar achteren en ging weer zitten. ‘Weet je,’ zei ze mijmerend, ‘ik heb een lot uit de loterij getrokken met Bjorn. Ik kon mijn opleiding niet afmaken. Ik kon niets meer, maar hij heeft mijn leven weer zin gegeven. Wat hij voor me gedaan heeft, zal ik nooit vergeten.’ Ze veegde een traan weg die in haar oog opwelde. ‘Bjorn was negentien en hij werkte in de bouw. Dat kun je nu nog wel zien, want hij is behoorlijk breed. We zijn inmiddels een paar jaar getrouwd,’ voegde ze eraan toe. Zonder dat ik het wist, was hij naar Gina toegegaan. Hij verschafte zich toegang tot de woning en vond haar alleen thuis. Hij was toen al sterk en het kostte hem weinig moeite om Gina te overweldigen. Wat er precies is gebeurd, heeft hij me nooit verteld. Het enige dat hij me zei, was: ‘Alles is rechtgezet.’
‘Gina had brandwonden in haar gezicht en hals. Een oog kon niet gered worden, kreeg ik later in de rechtszaal te horen. Ik heb haar toen gezien. Ze zag er verschrikkelijk uit. Gina had hem al herkend, maar Bjorn heeft zichzelf aangegeven. Hij is veroordeeld en heeft bijna twee jaar in de gevangenis gezeten. Ik ben er zo waanzinnig trots op. Ik heb op hem gewacht en meteen nadat hij vrijkwam, zijn we getrouwd. Het is niet makkelijk. Als ex-gedetineerde komt hij niet aan de slag, maar ik kan werken, ook met één hand.’
Suus dronk de laatste slok wijn en stond op. ‘Nu weet je het en ik hoop dat het ook een beetje jouw wraak is. Ze was een duivelin, maar probeer te vergeten wat er is gebeurd en ga door met je leven. Dat doe ik ook. Fijne feestdagen.’

Zonder om te kijken, verliet Suus De Keizer en ik voelde een leegte toen ik alleen achterbleef. De angst die me al jaren vergezelde, was van me afgevallen. Er was geen kwaadaardige Gina meer, alleen een zielig mens dat haar trekken meer dan thuis had gekregen. Ik dacht dankbaar aan de man wiens leven ze ook indirect had verwoest. Heel even kwam de gedachte in me op dat ik haar gezicht met eigen ogen wilde zien. Ik schudde het van me af. Ik moest het advies van Suus ter harte nemen. Ik had genoeg om voor te leven. Ik stond op en pakte mijn tas. Ik rekende de drankjes af en liep naar buiten.
Een paar sneeuwvlokken dwarrelden naar beneden. Kerstavond.

Geen opmerkingen: