vrijdag 13 mei 2016

Rariteitenkabinet - Jeroen Guliker


Er zijn van die dagen dat je je ervoor schaamt Europeaan te zijn. Ieder jaar opnieuw beloof ik mezelf dat ik niet ga kijken, maar het lukt me nooit die belofte waar te maken en dus zit ik net als miljoenen andere Nederlanders toch weer voor de buis naar de Champions League voor homo’s te kijken. Ja, ik zeg het gewoon, ik kijk ieder jaar naar het Eurovisie Songfestival. Ik heb geen idee waarom, want de rillingen lopen over mijn rug bij het zien en horen van al die in de camera knipogende Scandinaviërs, vals zingende Oostblokkers, dertien-in-een-dozijnschreeuwers uit de Balkanlanden en de rest van die verzameling C-artiesten.
Ik zou het gewoon keihard moeten boycotten, want behalve dat het songfestival aantoont hoeveel muzikale bagger we in Europa hebben, blinkt het festijn ook nog eens uit in vriendjespolitiek en is het corrupter dan de FIFA. Landen als Duitsland en Engeland hoeven niet mee te doen aan de voorronden, die zijn vanwege hun financiële bijdragen aan het festival sowieso geplaatst voor de finale, en als aan het eind van de avond de punten worden verdeeld, word ik steevast overvallen door plaatsvervangende schaamte. De twaalf punten van Cyprus gaan al sinds mensenheugenis naar Griekenland, die van Roemenië naar Moldavië en die van Rusland naar Belarus. De Oost-Europese punten worden sowieso onder elkaar verdeeld, maar ook de douze points van les Pays-Bas en Belgique of de Scandinavische landen eindigen op het scorebord meestal achter het vlaggetje van een van de buurlanden. Ook politieke statements worden niet geschuwd. Bij de afgelopen editie hoopten hele volksstammen dat Rusland zou winnen. Niet vanwege het liedje, maar puur als protest tegen de intolerantie van de antihomobeweging van Putin.

Na een paar jaar volkomen kansloos te zijn geweest met aanfluitingen als de Toppers, drie andere palinggladde gasten, van wie de namen met een ‘J’ beginnen, een als indiaan verkleed zangeresje en ene Sieneke, je weet het misschien nog wel, die ‘Sha-la-lie sha-la-la’ zingende stiekeme natte droom van Vader Abraham, stuurt Nederland de laatste jaren artiesten naar het festival die ons land in ieder geval niet voor lul zetten. Het begon in 2013 met de vogelgriep van Anouk, die de negende plaats behaalde, waarna het zwoele ‘Calm After the Storm’ van The Common Linnets een editie later zelfs de tweede plaats opeiste. Dat kwaliteit tijdens het Eurovisie Songfestival absoluut geen garantie is voor een hoge notering bewees Trijntje Oosterhuis vorig jaar door niet eens de finale te halen, maar misschien lag het aan haar jurk of was haar walk along, oh why, ai ai ai ai… (spreek uit: alsof je met je blote voet op een punaise gaat staan) niet goed genoeg of gewoon een beetje te why saai saai saai saai…




Het songfestival is een rariteitenkabinet geworden en het gaat tegenwoordig allang niet meer om het beste liedje. Als Conchita Wurst in 2014 haar baard niet had laten staan, had het kampvuurliedje van Ilse en haar Amish boy natuurlijk ruimschoots gewonnen. Die afgevallen Demis Roussos is waarschijnlijk de slechtste travestiet ooit en alleen al daarom stond het voor aanvang van de freakshow van 2014 al vast dat hij zou gaan winnen. Tja, mannen met
baarden in jurken, daar moet je nu eenmaal voor oppassen, dat weten we tegenwoordig allemaal. Wat de meeste mensen niet weten is dat de Oostenrijkse kermisattractie Conchita Wurst eigenlijk gewoon stiekem Mari van de Ven is.








De tijden van ‘Waterloo’ en ‘Dinge-dong’ liggen helaas ver achter ons en inmiddels hebben we alles wel gehad. Van Russische oma’s tot cognitief uitgedaagden uit Finland en van Joodse travestieten tot Ierse kalkoenen die als zwakbegaafden na hun optreden in de darkroom greenroom zo uitbundig en gestoord mogelijk met hun landenvlaggetjes zitten te wapperen.
‘Kijk die Ieren eens blij zijn dat het erop zit,’ hoor ik commentator Cornald Maas zeggen.
‘Wij ook,’ antwoordt Jantje Smit in droog Volendams. Jan heeft natuurlijk gelijk, dus hij mag dat zeggen. Van mij mag-ie sowieso alles zeggen; zolang hij zelf niet gaat zingen, vind ik alles best.
Het Eurovisie Songfestival is ergernis-tv van de bovenste plank, maar ik vind het heerlijk om me op z’n tijd eens ongegeneerd te ergeren, dus waarschijnlijk is dat de reden dat ik kijk. De drie laatste edities hebben aangetoond dat we het zelfs met onze beste artiesten niet redden. Het Twentse Teach-In was in 1975 de laatste Nederlandse winnaar van het festival en ik vrees dat ze dat ook nog wel even zullen blijven.

Ik ben bang dat we terug moeten naar het inzenden van nietszeggende C-garnituur artiesten, die zelfs in te schel verlichte Antwerpse cafés nog zouden worden weggehoond. Het-ene-oor-in-en-het-andere-oor-uitmateriaal, tenenkrommende beproeving voor onze trommelvliezen, gekunstelde platgewalste teksten en krampachtige deuntjes. Opvallende verschijningen van het niveau Jostiband of Zanger Rinus met zijn Romana.
We zouden Peter Beense kunnen overhalen om volgend jaar in Zweden een leuk Bulgaars volksliedje te jodelen. Naakt, met een tros bananen in zijn kont en een gouden Amsterdammertje op zijn kop, of misschien andersom om het allemaal net iets homo-erotischer te maken. Laten we die vals zingende tweeling van die E-mail to Berlin weer uit de mottenballen halen en vragen om als achtergrondzangeressen mee te gaan naar Zweden. Om het ritmegevoel een beetje te versterken zouden we een gospelkoor onder leiding van Marijke Helwegen kunnen toevoegen, net als een overdadige lichtshow en een hoeveelheid windmachines waar Hans Klok verlegen van wordt. Misschien een paar afgerichte nijlpaarden die in sexy roze tutuutjes om blote Peter heen dansen terwijl ze om beurten oraal worden bevredigd door Kim Holland en Bobbi Eden. Als we ooit nog eens willen winnen moeten we een gimmick verzinnen die niet eerder is vertoond, het liefst zo slecht en ranzig mogelijk, want een rariteitenkabinet doet het blijkbaar goed in Europa.

Over slecht en ranzig gesproken, ik lees zojuist dat Dries Roelvink volgend jaar graag naar het Songfestival wil. Finland deed al eens mee met een groep verstandelijk gehandicapten, dus echt nieuw is het niet, maar misschien is het best een goed plan. Laten we wel als voorwaarde stellen dat hij zijn familie meeneemt en niet meer terugkeert. O, en we willen natuurlijk wel dat hij zijn gele Speedo draagt, of anders – om de bende van Putin te pesten –
een strakke ballenknijper in felle regenboogkleuren. Daarmee krijgt ‘onze’ Dries de homoscene op zeker plat.
Ik ben morgenavond keihard voor Douwe Bob en daar is niets nationalistisch aan. Ik vind hem gewoon een coole gast, met die tattoo in z'n nek en z'n tien seconde stilte. En hij kan nog zingen ook. Go Douwe!!


Leuke column? Behalve deel 1 van 'Niet voor tere zieltjes' met meer van dit soort hilarische zaken komt binnenkort een tweede deel uit!

Geen opmerkingen: