donderdag 9 juni 2016

Bookflash en win 'Scorpio' - Hilde Vandermeeren



Proloog

Ze werd wakker van een hoog en scherp geluid. Het drong haar hersenen binnen als een waarschuwing.
Ren.
Ze wilde zich oprichten, maar haar lichaam was te zwaar. Dezelfde loomheid hield haar ogen dicht en belette haar om te schreeuwen. Ze probeerde tevergeefs de zure smaak in haar mond weg te slikken.
Ze wist niet waar ze was. Ze hoorde nog steeds die ritmisch hoge toon, als een alarmsignaal. Langzaam sijpelden nog meer geluiden binnen. Stemmen die van ver kwamen. Een deur die dichtviel.
En dan die geur.
Ze probeerde zich te herinneren waaraan die geur haar deed denken. Aan medicijnen. Aan een kind. Die geur deed haar aan een kind denken.
Er was iets ergs gebeurd met dat kind.
Opnieuw probeerde ze zich op te richten, maar een felle pijnscheut trok via haar nek naar haar achterhoofd. De pijn was er eerst niet geweest. Ze zag het als een teken dat haar lichaam stilletjes aan ontwaakte. Waarschijnlijk was het een kwestie van een paar minuten voor ze haar ogen kon opendoen en zich sterk genoeg zou voelen om ervandoor te gaan.
Want dat was wat ze moest doen, het kind had haar nodig.
De loomheid die haar gevangen hield kwam in golven. Ze voelde zich opnieuw slaperig worden. De stemmen verdwenen naar de achtergrond, zelfs de repetitieve hoge tonen werden dof-fer tot ze niet meer waren dan het druppelen van een kraan.
Ze vocht om niet weg te glijden.
Anders zou ze te laat komen.
Ze herhaalde de gedachten die door haar hoofd waren gegaan.
Er was een kind.
Er was iets ergs gebeurd met dat kind.
Uit het donker kwam opeens een stem, niet meer dan gefluis-ter.
En dat komt door jou.



Vier dagen eerder
1
Ze had kunnen weten dat Bernds eigenwijsheid hen de verkeerde kant uit zou sturen. Dit was pas de eerste ochtend van een weekend in Altensteig, een idyllisch oud stadje in Baden-Würt-Temberg vlak bij Natuurpark Zwarte Woud, en Gaelles stemming had een dieptepunt bereikt. Ze liep op een smal bospad achter Bernd aan terwijl ze de zoveelste steekvlieg van haar arm sloeg. Een van die insecten had zojuist een hap uit haar kuit genomen waarop ze het had uitgegild. Daarop was Bernd boos geworden. Hij had zich omgedraaid op het pad, waarlangs de begroeiing zo dicht was dat de zon er niet door kon.
‘Stel je niet aan, Gaelle. Wat moet Lukas daar wel niet van denken?’
Haar zoon had haar ernstig aangekeken vanachter zijn bril. Waarschijnlijk twijfelde hij of zeven jaar de leeftijd was waarop je je moeder tegen die rotbeesten moest beschermen of er nog altijd van uit mocht gaan dat zij degene was die zichzelf daarvoor behoedde.
Op de achterkant van haar been was een zwelling verschenen met in het midden een druppel bloed die ze met haar hand had weggeveegd.
‘Het is niet erg, Lukas.’
Ze had er zelfs bij geglimlacht. Maar Lukas had geen spier vertrokken. Hij zag er moe uit, vond Gaelle. Donker haar, bleek gezicht, veel te tenger voor zijn leeftijd. Zijn zware vorm van astma maakte het reizen niet gemakkelijk. De zogenaamde stofvrije kamer die ze in het familiehotel speciaal voor hem hadden geboekt, voldeed niet aan de verwachtingen. Er lagen kleine tapijtjes die ze gisteravond bij aankomst meteen had verwijderd. Het dekbed was niet van synthetisch materiaal en ze vermoedde dat de vorige gasten – in tegenstelling tot wat het huisreglement voorschreef – een hond hadden binnengesmokkeld. Van wie zouden die zwarte haren anders zijn die ze in een hoek van de ruimte had aangetroffen?
Vanuit de aangrenzende kamer had ze Lukas de afgelopen nacht horen hoesten. Samen met het gesnurk van Bernd en de veel te harde matras was het niet bevorderlijk geweest voor een goede nachtrust.
Ze keek op haar horloge. De korte, kindvriendelijke wandeling die Bernd deze ochtend in het hotel had uitgestippeld duurde nu al anderhalf uur. Twee keer zo lang als hij had beloofd, zijn beloftes moesten wel vaker met een korrel zout worden genomen.
‘Ben je tegen zessen thuis voor het avondeten?’
‘Tuurlijk, schat.’
Dat was een week geleden. Toen hij die avond tegen elven nog niet thuis was gekomen en niet had gereageerd op haar sms’jes, had ze de rest van de ovenschotel in de vuilnisbak gekieperd.
Over het hoofd van Lukas heen keek ze naar de rug van Bernd. Haar blik gleed over zijn zwarte haar en zijn stevige nek. Zijn kapsel zat altijd keurig, evenwijdig met de kraag van de overhemden die hij droeg als beleggings-adviseur bij een bank. Zijn T-shirt vertoonde zweetplekken, alsof de kindvriendelijke wandeling zijn uithoudingsvermogen te boven ging, en dat terwijl hij zich toch drie keer in de week afbeulde in het grootste fitnesscentrum van Potsdam. Om daarna met een pilsje op de bank voor de tv neer te zakken.
Voor Gaelle was de wandeling – op de hatelijke insecten na – allesbehalve een fysieke uitdaging. Als voormalig Europees hardloopkampioene moest ze zich juist inhouden om het tempo niet op te drijven, daarom liep ze zoals gewoonlijk achteraan.
Het struikgewas langs het wandelpad werd steeds dichter, waardoor de begaanbare ruimte op het pad smaller werd. Te laat zag ze de uitstekende takken van een doornstruik die haar been schramden. Ze waarschuwde Lukas om goed uit te kijken. Het viel haar op dat ze al een hele tijd geen markeringen meer had gezien op de boomstammen.
‘Weet je zeker dat we de juiste route volgen, Bernd?’ vroeg ze.
Hij draaide zich niet eens om toen hij antwoordde dat hij nog nooit de weg was kwijtgeraakt. Dat was niet waar, dacht ze. Tien jaar geleden, nog voor ze getrouwd waren, waren ze op een broeierige zomerdag verdwaald tijdens een wandeling in het Eifelgebergte. In plaats van zich zorgen te maken, hadden ze liggen vrijen op een rots in de buurt van een waterval tot ze door een bejaard stel werden betrapt.
Ze keek opnieuw naar de rug van Bernd en vroeg zich af wanneer het precies was misgelopen. Ze kon niet één zo’n kantelmoment bedenken.
Of toch. De geboorte van Lukas.
Aan die periode wilde ze niet meer terugdenken. Nooit meer. De therapeut had gezegd dat het iedereen kon overkomen en dat ze zichzelf niet de schuld mocht geven. De ergernissen tussen haar en Bernd hadden zich door de jaren heen opgestapeld, bedacht ze, als een hoop stenen die ineens een lawine konden veroorzaken.
Ze schrok op. Links van haar knapte een tak, maar door de dichte begroeiing kon ze niets zien. Ze wist dat er in het bos everzwijnen rondliepen. Vorig jaar was hier een wandelaar aangevallen omdat hij te dicht in de buurt was gekomen van een wilde zeug met biggen.
‘Hoorde je dat, Bernd?’ vroeg ze.
Hij draaide zich om.
‘Bedoel je dat geruis? Er moet vlakbij een riviertje zijn,’ zei hij. Hij klonk een stuk opgewekter dan een paar minuten geleden. ‘Volgens mij zullen we dat na de bocht kunnen zien, het is vast de rivier die op de stafkaart stond.’
Dezelfde stafkaart die hij in het hotel had achtergelaten omdat hij die toch niet nodig zou hebben voor zo’n korte wandeling.
Ze had hem daar het afgelopen uur al een paar keer aan herinnerd, wat de sfeer niet aangenamer had gemaakt.
Nu hoorde ze het stromende water ook. Ze bleef staan. Het geklater was rustgevend. Maar niet rustgevend genoeg.
Ze had het gevoel dat ze bespied werd.
Ze keek naar de hoge bomen die haar omringden, naar het dichte gebladerte en naar het struikgewas aan weerszijden van het pad. De begroeiing vormde donkere muren waarachter om het even welk gevaar zich kon verschuilen.
‘Je gedraagt je altijd alsof het leven op de loer ligt.’
Dat had Bernd haar onlangs gezegd toen ze hem ’s nachts wakker had gemaakt omdat ze dacht dat ze beneden inbrekers hoorde. Het geluid bleek gewoon afkomstig van een deur die niet goed dicht was.
Ondanks de hitte trok er een rilling door haar lijf.
Ze keek voor zich uit.
Het pad was leeg.
Ze was alleen.

2

Zijn naam was Michael, maar ze noemden hem de Kameleon. In de branche waar hij werkte gebruikte niemand zijn volledige identiteit. Voor de diensten die hij leverde kon het achterlaten van een visitekaartje zijn dood betekenen of er minstens voor zorgen dat hij een hele tijd achter tralies moest doorbrengen. Zover was het nooit gekomen. Net als de andere huurmoordenaars van Scorpio leidde hij een leven in de schaduw. Hij was een meester in het verdwijnen, hij was iedereen en niemand tegelijk. Hij sprak vloeiend acht talen. De afgelopen jaren had hij zich gespecialiseerd in de nieuwste technologische producten, zoals microchips die zijn stem vervormden. Hij gebruikte protheses en professionele grimetechnieken die ervoor zorgden dat hij een andere identiteit kon aannemen. Er waren toekomstige slachtoffers die de bedelaar hadden genegeerd die aan het station zijn hand naar hen uitstak, zich niet bewust van het feit dat deze zelfde bedelaar hen een paar uur later zou ombrengen. Hij was de kelner van buitenlandse origine van wie vrouwelijke klanten vonden dat hij die typische zuiderse flair had. Hij was de ziekelijke, oude man voor wie jongeren met een skateboard gewillig hun plaats afstonden in een overvolle metro. Hij woonde overal en nergens.
Op dit moment verbleef hij op een camping in Altensteig in de buurt van zijn volgende target.
Nog vier dagen had hij om zijn opdracht uit te voeren.
Hij keek naar de bosgrond onder zijn stevige wandelschoenen. Vandaag was hij een Britse toerist van middelbare leeftijd met rossig haar, een bierbuik en een pet tegen de zon. Iemand aan wie je zo de weg zou wijzen naar de dichtstbijzijnde kroeg en die je spontaan een tube zonnebrandcrème zou aanbieden.
Met de punt van zijn schoen duwde hij een gebroken tak weg. Zojuist had hij een van zijn eigen regels geschonden. Hij moest niet alleen onzichtbaar, maar ook geruisloos zijn. Toen hij tussen de bladeren door zijn target in het vizier kreeg, had hij een stap te veel gezet. Waarschijnlijk had de vrouw op het wandelpad iets gehoord, maar hij was er zeker van dat ze hem niet had gezien. Hij was blijven staan terwijl hij haar tussen de bladeren door had geobserveerd. Op het eerste gezicht zag de zesendertigjarige vrouw er sportief uit met haar lichtbruine haar in een paardenstaart en een strak lichaam in een nog strakkere short. Maar er ging een zekere vermoeidheid uit van de manier waarop ze over het wandelpad liep. Dit leek niet dezelfde vrouw die haar armen in de lucht gooide toen ze als eerste over de eindstreep kwam tijdens de honderd meter sprint op het Europees kampioenschap atletiek. Op YouTube had hij de beelden van haar overwinning bekeken als onderdeel van zijn voorbereiding. Het was niet de enige medaille die ze tijdens haar sportieve loopbaan had behaald, maar wel de laatste. Het jaar daarop werd haar zoon geboren. Ze was toen negenentwintig jaar. Daarna had ze nooit meer aan atletiekwedstrijden deelgenomen.
Hij had zich grondig geïnformeerd.
Zijn modus operandi was altijd dezelfde. Eerste fase: informeren en observeren. Tweede fase: op basis van de gevonden informatie een strategie opstellen voor een natuurlijke dood, ongeluk of zelfmoord. Derde fase: liquideren. En dat alles binnen de gegeven termijn, die hem werd opgelegd door de vrouw die Scorpio leidde. Hij had haar nog nooit in levenden lijve gezien. Hij kende alleen de voornaam waarmee ze haar berichten ondertekende: Dolores. Misschien was het wel haar echte voornaam, vermoedde hij, want de rest van haar identiteit kon via het internet toch niet worden opgespoord. Ze verstuurde haar opdrachten via het zogenaamde Dark Web, de term die werd gebruikt voor de verzameling websites die uitsluitend met speciale tools konden worden bezocht en waarvan het IP-adres of de server waardoor ze bestuurd werden, verborgen bleven. Via het Dark Web konden toekomstige klanten de site van Scorpio bezoeken. Het Dark Web vormde een klein onderdeel van het Deep Web, de onzichtbare kant van internet die niet door gewone zoekmachines kon worden gedetecteerd. Tijdens een informatiesessie van jaren geleden had de instructeur terloops gezegd dat het Dark Web even mysterieus was als de achterkant van de maan. Michael vond dat een blamage voor het vernoemde hemellichaam. Het Dark Web was meer dan een plek waar het licht niet kwam, het was een schuilhol voor pedoseksuelen, gangsters en huurmoordenaars.
In de berichten die Dolores stuurde had ze het nooit over huurmoordenaars. Scorpio was haar bedrijf, zij was een zakenvrouw die handelde in moord op bestelling. Er waren klanten, opdrachten en medewerkers. Maar er was ook concurrentie.
Op de Hitman Market van het Dark Web waren er nog andere organisaties die hun diensten aanprezen, met uitmuntende bedrijfsresultaten en lagere tarieven.
Dat had Dolores doen beslissen om haar aanbod uit te breiden, zo had Michael vernomen toen hij zijn huidige opdracht kreeg.
Vanaf nu behoorden ook kinderen tot de targets.


3

Gaelle stond nog altijd roerloos op het bospad en vroeg zich af waar ze naartoe wilde met haar leven. Ze dacht aan de splitsing die ze zojuist op hun route waren tegengekomen – symbolisch voor hun relatie – waar Bernd linksaf wilde en zij rechtsaf.
Er was een hoogoplopende discussie ontstaan.
Uiteindelijk had Bernd zijn zin gekregen.
Zo ging het meestal.
De enige reden waarom ze toegaf was omdat ze Lukas het geruzie wilde besparen.
Ze keek om zich heen, naar de bomen en het ondoordringbare struikgewas die haar het zicht benamen. Ze waren de weg kwijt en dat zou Bernd nooit willen toegeven. Ook al symbolisch voor hun huwelijk. Toen ze hem vorige zomer had voorgesteld om samen in relatietherapie te gaan, had hij gezegd dat zo’n kwakzalver zich daar niet mee moest bemoeien.
Ze zouden er wel uit komen, in elk huwelijk waren er hoogtes en laagtes. Zijn woorden hadden geklonken alsof hij het zelf geloofde. En waarschijnlijk was dat ook zo, dacht Gaelle.
Maar het ging niet vanzelf over. De afstand werd alleen maar groter, wat tijdens deze tweedaagse trip nog maar eens bewezen werd.
Opeens hield ze haar hoofd schuin.
In de verte hoorde ze de stem van Lukas.
En dan die van Bernd. Hij riep haar naam.
Er was iets gebeurd.
Ze begon te rennen, zo hard ze kon, terwijl de doornstruiken langs het pad haar benen schramden.
Zodra ze de bocht uit kwam, kon ze hen zien. Het struikgewas was minder dicht en op een van die open plekken lag Lukas op de grond, met Bernd naast hem gehurkt. Vlakbij schuurde snel stromend water langs de rotsblokken. Over de stroom was een houten bruggetje gebouwd.
Gaelle hijgde toen ze bij Lukas en Bernd aankwam. Ze deed haar rugzak af, gooide hem op de grond en ging naast haar zoon zitten.
Ze zag meteen wat er aan de hand was. Ze hoorde het raspende geluid van Lukas’ ademhaling, ze las de paniek in zijn ogen en zag hoe de kleur uit zijn gezicht wegtrok.
De huisarts had dan wel gezegd dat boslucht goed was voor astmapatiënten, maar dat gold natuurlijk niet voor een loodzware wandeling in de hitte langs een route die niet bestond.
‘Waarom moest je je zin weer doordrijven?’ zei ze tegen Bernd, terwijl ze de rugzak opendeed op zoek naar Lukas’ inhalator. ‘Als we bij die splitsing rechtsaf waren gegaan, waren we nu allang terug in ons hotel.’
Bernd zweeg en drukte Lukas tegen zich aan in een poging om hem te kalmeren.
Haar handen gleden langs de spullen in de rugzak, de flesjes water, de boterhammen in aluminiumfolie, het ehbo-pakket en de anti-insectenspray die voor geen meter werkte.
Maar ze vond geen inhalator.
Lukas’ gezicht was nog grauwer geworden en hij trilde over zijn hele lichaam.
‘Waar blijft dat ding nu?’ vroeg Bernd terwijl hij in de weer was met zijn mobiele telefoon.
Zijn stem klonk veel hoger dan normaal toen hij zei dat ze hier geen bereik hadden.
Ze keerde de rugzak om waardoor de inhoud op de grond terechtkwam. Tot driemaal toe inspecteerde ze alle voorwerpen alsof ze niet wilde geloven wat ze zag. Opnieuw doorzocht ze het buitenzakje van de rugzak. Ze voelde hoe haar adem afgesneden werd.
‘De inhalator ligt nog in het hotel,’ zei ze.
‘Wat?’ zei Bernd. ‘Hoe is dat nu verdomme mogelijk? Ik heb het je nog gevraagd voor we de kamer uit gingen!’
Het was nooit eerder gebeurd dat ze de inhalator was vergeten. Ze zocht geen excuses. Het was haar fout. Misschien kwam het door de vermoeidheid na de vrijwel slapeloze nacht. Ze herinnerde zich dat ze de inhalator die ochtend had klaargelegd op de rand van hun badkamermeubel en dat ze even later was ver-trokken in de overtuiging dat hij in haar rugzak zat.
‘Hoe achterlijk kun je zijn om die inhalator te vergeten?’ riep Bernd.
‘Het is net zo achterlijk als rondlopen zonder stafkaart,’ zei ze. ‘Of denk je dat ik nog niet doorheb dat we verdwaald zijn?’
Lukas lag nog altijd in Bernds armen en piepte als een dier in doodsnood. Om hen heen ruiste het bos alsof er niets aan de hand was. Een fractie van een seconde sloot Gaelle haar ogen en nam de stilte in zich op.
Daarna vroeg ze rustig aan Bernd of ze Lukas mocht overnemen. Even leek Bernd te aarzelen, maar toen gaf hij hem aan haar.
De jongen sloeg in paniek om zich heen, ze nam hem vast en wiegde hem.
Ze streelde zijn hoofd en vertelde hem dat het zonder de inhalator ook zou lukken. Ze zei het zonder een spoor van aarzeling in haar stem. De hand waarmee ze Lukas’ hoofd streelde was niet klam. Ze neuriede het slaapliedje dat hem als baby altijd had gekalmeerd en zei dat alles goed zou komen. Ze vertelde hem dat de dokter had gezegd dat in noodsituaties een astma-aanval ook zonder inhalator kon worden overwonnen.
Elke zin, elk rustig gebaar deed Lukas’ paniek langzaamaan afnemen. Ze wist niet hoelang de aanval had geduurd, maar het leek een eeuwigheid tot zijn ademhaling rustiger werd en er weer een gezonde kleur op zijn gezicht kwam.
Ze veegde zijn tranen weg.
‘Dat heb je fantastisch gedaan, Lukas,’ zei ze zacht.
‘En jij ook,’ zei Bernd tegen haar.

Hij streelde haar wang zoals ze net bij Lukas had gedaan. Het gebaar was even vluchtig als de wind, maar ze voelde het nog altijd toen ze een halfuur later bij hun hotel aankwamen.

PRIJSVRAAG:
In welke stad gaat Bernd naar de fitness?

Wat moet je doen om kans te maken op dit boek?
-Mail het antwoord op bovenstaande vraag naar perfecteburen@gmail.com voor 12 juni 24.00 uur
-Vermeld in de mail je gebruikersnaam op Facebook én je adres
-Meld je aan als lid van onze Facebookgroep via deze link (alleen leden maken kans om te winnen)
-like de auteurspagina van Hilde hier

Dat is alles, heel veel succes!

Geen opmerkingen: