donderdag 2 juni 2016

Rudy's wereld


Vakantie

Eén juni markeert zo'n beetje de start van de belangrijkste vakantieperiode, en het lijkt me dan ook gepast om deze blogbijdrage in deze context te plaatsen. Vandaar. U weze echter gewaarschuwd: smakelijk is het volgende verhaal niet. Maar het is wel waarheidsgetrouw, en dat kan ik met honderd percent zekerheid stellen omdat ik het hoogstpersoonlijk heb meegemaakt. 


Als er naast het begrip 'zon' nog iets anders met vakantie wordt geassocieerd, zal het wel 'vliegen' zijn. 'Het vliegtuig nemen' betekent voor de modale medemens bijna altijd vertrekken naar of terugkeren van een vakantieoord. Of wij mensen ook grààg vliegen, is echter de vraag. Het is een onderwerp dat vaak tijdens vochtige gesprekken in cafés aan bod komt, en dan blijkt nogal dikwijls dat de meeste aanwezigen niet echt 'dol zijn op de ervaring'. De reactie 'het is omdat er een deugddoende vakantie aan vasthangt, want anders krijg je mij niet in een vliegtuig' is een van de meest voorkomende. Het is overigens ook mijn reactie. Ik ben ervan overtuigd dat vliegen voor de meesten onder ons eerder een noodzakelijk kwaad is dan een hobby. En een kwaad ‘tout court’ voor mensen die ook nog last hebben van vertigo, oftewel hoogtevrees.
Zoals ik.

De oorsprong van altofobie is niet altijd even duidelijk voor iemand die eraan lijdt. Zelf heb ik echter een sterk vermoeden te weten waar de mijne vandaan komt: het feit dat een toen 'babysittende' 20-jarige neef mij als 5-jarige op een tweede verdieping over een balkonbalustrade heeft gehouden, met de er aan toegevoegde bedreiging dat hij me zou laten vallen als ik niet beloofde te zwijgen over wat hij uitstak, zal er ongetwijfeld wel iéts mee te maken hebben gehad. 
Toen ik tien jaar later voor de eerste keer het vliegtuig zou nemen om met mijn vader op vakantie te gaan, keek ik daar niet echt naar uit, om het voorzichtig uit te drukken. Dagen vooraf al droomde ik bij klaarlichte dag van crashes, blikseminslagen en afbrekende vleugels. Iets over mijn angst zeggen, deed ik echter niet. ‘Niet flauw zijn’ was immers vaders devies. Shut up and be brave.

Caravelle

Op de luchthaven van Zaventem bleek dat een Caravelle ons naar Cyprus zou brengen. Dat dat type vliegtuig kon opstijgen onder een onwaarschijnlijk scherpe hoek wist ik niet, maar dat ondervond ik natuurlijk redelijk snel. Toen we na het vertrek uiteindelijk hoog in de lucht terug horizontaal vlogen en we onze veiligheidsriem mochten losmaken, was er geen haar op mijn hoofd dat ook maar een seconde overwoog om dat te doen. Ben je gek? Als dit ding onder dezelfde hoek naar beneden gaat, dan donder ik gegarandeerd uit mijn zetel, pa! Thanks, but no thanks!
Na een tiental minuten horizontaal vliegen zakte mijn hartslag echter ongewild toch naar een lager toerental en voelde ik me iets minder paniekerig worden. Meer zelfs, na een kwartiertje aandringen van mijn vader om mijn riem los te maken, vond ik de euvele moed om dat ook te doen. 
Het leek alsof de Caravelle daar bewust op had gewacht. Geen tien seconden nadat ik de riem had losgeklikt, besloot het vliegend monster dat in een luchtzak terechtkomen een ervaring was die ik moést hebben gehad. De riem was dan ook sneller terug vastgeklikt dan een geroutineerde cowboy z'n pistool kan trekken. Mijn besluit stond vast: pas als we stilstaan op de tarmac, pa, maak ik die riem los, en nièt eerder! Zelfs superman gaat me daar niet van af brengen! 


Ik hield dat goed en wel zo'n uurtje vol. Want dàn kwam het echte probleem. Had het hoge stijgingspercentage van de Caravelle het transport van mijn ontbijt naar mijn dikke darm bespoedigd, geen idee, maar ik moest wel naar het toilet. Naar het schijnt zou je met voldoende wilskracht zelfs de werking van je darmstelsel kunnen stilleggen - iets voor Indische Zentypes denk ik - maar daar was in mijn geval geen sprake van. Wachten tot we weer geland waren verdween als optie. Ik vermoedde dat de medepassagiers van het volledig bezette vliegtuig het niet zouden kunnen appreciëren als ik hen gedurende enkele uren zou onderdompelen in bepaalde karakteristieke geuren, enkel en alleen omdat ik niet uit mijn zetel durfde te komen. Bovendien viel er met mijn darmen niet te argumenteren. Zoals men in ons lokaal dialect zegt: "als ge nù niet gaat dan hebt ge prijs, vriend." Zò voelde het.
Er zat dus maar één ding op: de riem losmaken, rechtstaan, door de middengang naar het achtereind van het vliegtuig lopen, en daar het toilet binnengaan. En stilletjes hopen dat het vliegtuig geen motor verloor terwijl ik dat deed.
De Caravelle leek me een goed hart toe te dragen. Het liet me rustig naar achteren lopen, de toiletdeur achter me op slot draaien en mezelf op de pot installeren. No sweat.


Het was de eerste keer dat ik in een vliegtuig zat, en dus ook de eerste keer dat ik van zo'n klein vliegtuigtoilet gebruikmaakte. Het viel me op hoe clean het wel was: spierwitte  micawanden, hagelwit kastje met een stapeltje wc-papier, een soort gootsteen van wit plastic, en een kraan waarvan ik me afvroeg waar ze in godsnaam haar water vandaan haalde. 
En toen gebeurde het.
Halverwege het ogenblik waarop de resten van mijn ontbijt in gecomprimeerde vorm mijn lichaam verlieten, besloot de Caravelle zijn beproefde wapen in te zetten. Het vliegtuig donderde kraaiend van plezier in een luchtzak.
De gevolgen waren catastrofaal.

Samengevat kwam het hierop neer: het toilet zakte gedurende een enkel ogenblik een tiental centimeter onder me weg - al had ik het gevoel dat ik plots tien centimeter de lucht inging - de in sausijsvorm gecomprimeerde resten van mijn ontbijt plooiden zonder dat ik het besefte onder mijn bil, waarna ik met een klap terug op de toiletbril plofte. Het resultaat was redelijk hallucinant: ik vond mezelf ineens terug in een toilet waarvan de witte micamuren nu onmiskenbaar veranderd waren in iets dat een hypermodern abstract kunstwerk had kunnen zijn, tenminste als de bruine puntjes die je overal kon zien niet verdacht veel hadden geleken op niet langer gecomprimeerde ontbijtresten. En ook zo roken.
Toen werd er voor de eerste keer op de deur geklopt. Iemand wilde naar het toilet. 
Onder geen beding was ik van plan om uit een gespikkeld toilet tevoorschijn te komen. De andere passagiers hadden de luchtzak natuurlijk ook gevoeld, en één plus één is zelfs hoog in de lucht nog altijd twee: iedereen zou weten wat er gebeurd was. Afgaan is één. Létterlijk afgaan een stap te ver.
Nadat ik eerst behoorlijk wat tijd had besteed aan het fatsoeneren van mezelf, besloot ik daarna om de witte muren terug in hun oorspronkelijke staat te herstellen met de hulp van toiletpapier. Dat bleek moeilijker dan gedacht: mijn eerste twee pogingen veranderden twee bruine puntjes in bruine vegen, waardoor ik nog meer toiletpapier moest ontrollen om die weer te verwijderen. 

Het duurde uiteindelijk een kwartier vooraleer ik ongeveer alles had weggeveegd van wat ik persoonlijk tegen de muur had gespetterd. Toen ik ten slotte de toiletdeur ontgrendelde en opentrok, werd ik geconfronteerd met een rij passagiers die me behoorlijk nijdig aanstaarden. Niemand maakte een opmerking, maar weten wat ze dachten was niet zo moeilijk. Ik wurmde me er zo snel mogelijk voorbij, en wist enkele seconden later dat degene die eerst in de rij had gestaan, een Brit was. 
De toon waarop ik achter me ‘Jesus! What the hell...' hoorde, kan ik me nog steeds herinneren. 

Heb ik na deze ervaring nog gevlogen? Ja. Ben ik ooit op m'n 'gemak' geweest op een vliegtuig? Neen. Figuurlijk niet, en letterlijk niet.
Ik eet gewoon niet meer de dag van het opstijgen. Noch de avond ervoor. Ik zal de schade wel inhalen na de landing.
 

Aan zij die gaan vliegen deze zomer - good luck. Stay safe. Stay clean. 

It’s important to use your brain, specially when it is not in control.

Geen opmerkingen: