donderdag 16 juni 2016

WIN ‘Smeulende waanzin’ van Lizi Mulder.


Na ‘Zinsbedrog‘ is 'Smeulende waanzin' haar tweede boek met Lore Bossuyt en Patrick Verbist in de hoofdrol. Beide boeken zijn perfect als standalone te lezen.

We mogen van de uitgever AquaZZ enkele exemplaren (zowel papier als PDF) weggeven voor een groepsrecensie. Wil jij ‘Smeulende waanzin’ graag meerecenseren en kun je binnen de drie weken je recensie aanleveren, doe dan mee!


* Meld je aan als lid van onze besloten groep op Facebook en reageer daar op deze post (Alleen leden maken kans om te winnen)
* Geef aan of je PDF of papier wilt lezen en aanvaard de verzendkosten voor de papieren exemplaren
* Like onze Frontpage hier.
* Like de auteurspagina van Lizi Mulder hier.
* Aanmelden kan t/m aanstaande zondag 20.00 uur. 


Als opwarmertje hier alvast een leesfragment uit ‘Smeulende waanzin’:


Slaap werd schromelijk overschat. Dat was toch Hannes rotsvaste overtuiging. Ze deed niets liever dan tekenen na bedtijd. Of, zoals nu, vanuit het open venster één hoog met rode oortjes de achttienjarige buurjongen begluren. Hij stond te kussen in het schijnsel van de straatlamp. Zijn donkere haar contrasteerde met dat van het blonde meisje. Zijn armen dwaalden over haar schouders en rug.
Met haar elf lentes was Hanne te jong voor jaloezie. Maar net als haar oma had ze oog voor schoonheid. Hoe vaak had ze hem die zomer al niet vanop een afstandje geschetst? Zijn profiel als hij, verderop zittend op het strand, naar de branding staarde. De contouren van zijn bovenlichaam, de lengte van zijn benen, terwijl hij – zijn haren uitschuddend na een duik in zee – het hart van vele meisjes sneller deed slaan.

Het koppeltje beneden nam een adempauze. Hij fluisterde iets, zijn liefje-van-de-dag giechelde en schudde haar staartje van links naar rechts.
Op haar tippen en met gespitste oren leunde Hanne verder uit het raam. In de avondstilte was zijn stem net hoorbaar. Met lieve woorden probeerde hij het blondje ervan te overtuigen mee naar zijn kamer te gaan. Zijn declaratie dat de vakantie weldra voorbij zou zijn, deed haar zwichten.
Eén verdieping hoog veroorzaakten die woorden een krop in Hannes keel. Vandaag hadden er al merkbaar minder zomergasten over de zeedijk van Baaltje geflaneerd. Op de horecaterrassen was, ondanks het mooie weer, soms een zitje vrij gebleven. Her en der hadden op het strand crêpepapieren bloemen gelegen, achteloos vergeten. Kleurige knutselwerkjes die kinderen eerder nog – volgens aloude traditie aan de Belgische kust – enthousiast hadden geruild.

Het was de voorlaatste zaterdag van augustus. Bijna het einde van een historisch warme zomer. Volgend weekend zou ook zijn familie afscheid nemen. Hanne zou achterblijven, hopend op een weerzien volgend jaar.
Het gepiep van het tuinpoortje bracht haar aandacht terug naar de scène beneden. Met een buiging nodigde de buurjongen zijn liefje uit in zijn voortuin. Giechels ontsnapten haar, die hij smoorde met zijn mond. Daarop verdwenen de tieners uit haar gezichtsveld.

In haar droom die nacht zag Hanne hem terug en kuste hij háár. De zoen deed haar het warm krijgen en na een poos naar adem happen. Tot iets haar deed ontwaken ...

Nukkig om het abrupte einde van de nachtelijke fantasie kneep ze haar ogen stijf dicht in de hoop snel weer in te dommelen. Maar dan werd ze zich bewust van een vreemde geur en dito geluid. Haar ogen sprongen open. Verschrikt kwam ze rechtop in bed. Haar neus en ogen prikten, terwijl ze rond tuurde in haar kamer. In het licht van de lantaarn dat door het raam naar binnen viel, zag ze de omtrek van haar kleerkast en bureau. Ze moest hoesten en werd overmand door een onheilspellend gevoel. Het veroorzaakte onaangename kriebelingen in haar buik. Toen haar ogen zich aan de semi-duisternis hadden aangepast, zag ze rook als mist door de deurspleet binnenstromen. Angst sloeg haar om het hart. Stond het huis in brand? Ze gilde en kreeg opnieuw een hoestbui. Waarom had mama haar niet wakker gemaakt? flitste er door haar hoofd. Sliep ze nog? Ze moest haar wakker maken!
Met een hand over haar neus en mond verliet Hanne het bed. Blootsvoets liep ze naar de deur en rukte die open. Hitte en een knisperend lawaai verlamden haar van schrik. Ze moest zo snel mogelijk het huis uit zien te komen! Maar de bezorgdheid voor haar moeder won het van die vluchtreflex. Voorovergebogen en kuchend rende ze naar mama’s slaapvertrek. Daarbij passeerde ze het trapgat. Een grijze wolk zocht zich als een slang een weg omhoog. Met de moed der wanhoop en haar hart dat klopte in haar keel sleurde ze haar blik weg van het beangstigende beeld. Hervatte haar weg op de overloop. Maar mama was niet in haar kamer! Meer nog: haar bed was onbeslapen ... Hanne panikeerde nu helemaal. Zweet vormde zich onder haar oksels, maakte haar handen klammig. Was mama nog beneden? O, god! Omdat het laag bij de grond makkelijker ademen was, kroop ze op handen en knieën terug naar de trap. Die luttele meters leken kilometers. De samengepakte rook pijnigde als venijnige stukjes glas haar waterende ogen. Ze zag amper een hand voor zich uit. Op de tast bereikte ze de bovenste traptree. Een oranje gloed zinderde onheilspellend in de diepte. Hanne kokhalsde. Ze werd misselijk. Haar ogen brandden. Toen ze lucht in haar longen probeerde te zuigen, maakte ze een piepend geluid. Alles rondom haar begon te draaien, de vloer wiebelde onder haar blote voeten. ‘Mama!’ riep ze radeloos. Maar de kreet bleef steken in haar keel. Het was stil in haar hoofd. Ze had het gevoel dat ze werd opgetild. Dat moeten de engeltjes zijn, dacht ze. Ze had een visioen van zichzelf gedragen op de handen van de bovennatuurlijke gevleugelde wezentjes. Hun sussende woorden kalmeerden haar. Mama zweefde naast haar en glimlachte sereen. ‘Rustig maar, liefje,’ klonk het schor fluisterend. ‘Alles komt goed.’


15 jaar later ~ Antwerpen, zaterdagavond 28 juni

De club vibreerde. Letterlijk. Patrick Verbist voelde de beats van Netsky’s Running Low en de springende menigte door de zolen van zijn Floris Van Bommels. De DJ achter de draaitafel spoorde, gillend in de microfoon, de feestgangers aan helemaal uit hun dak te gaan. De decibels gingen nog hoger de lucht in, net als de met smartphones en breekstaafjes verlengde armen. Groene en paarse lichtstralen zwiepten over de hoofden, deden de in de grote ruimte zwevende spiegelballen fonkelen. Vrouwen met maar een paar driehoekjes textiel om het lijf kronkelden op de tonen van de muziek op kleine podia. Leunend tegen een hoge tafel naast de dansvloer nam Patrick een slok van zijn tonic. En verveelde zich stierlijk. Het hele opgefokte gedoe deed hem niets, constateerde hij, terwijl hij zijn donkere ogen over de clubscene liet dwalen. Of beter: niets meer.
De trendy uitgaanstempel was tot een goed jaar geleden zijn favoriete stek geweest om te ontspannen na een hectische week. Eén van zijn jachtterreinen ook als hij zin had in seks. Het vinden van gelijkgestemde vrouwelijke zielen was nooit een probleem. Ook al cultiveerde Patrick dat niet, toch wist hij dat hij sexappeal had. Menige knappe, langbenige schone had hij van hieruit mee naar huis genomen. Thuis was – kon het handiger? – zijn appartement aan het Willemdok op het Antwerpse Eilandje op wandelafstand van de discotheek.
‘Ik denk dat we touche hebben,’ werd er in zijn rechteroor geroepen. Serge, zijn vier jaar jongere broer, keek hem triomfantelijk aan. Met zijn kin gebaarde hij naar de twee vrouwen die op hun zoetst glimlachend tussen het volk op hen toeliepen. Patrick rolde met zijn ogen richting de spots.
‘Als je het riskeert die “hi-ik-ben-Sergio-nee-niet-die-maar-be- ter-in-bed” bullshit te verkopen, dan ben ik weg, Junior. Ik zweer het. En voor alle duidelijkheid: ik ben niet op zoek naar een scharrel.’ Al wat hij als antwoord kreeg, was een brede grijns.
Toegegeven: met zijn groene ogen, bestudeerd-nonchalant kapsel en stoppelbaard, kon Serge echt wel doorgaan voor een jonge versie van Sergio Herman, de Zeeuwse culinaire wonderboy. Toch opteerde broerlief wijselijk voor een andere openingszin.

Omdat de muziek te hard klonk om een gesprek te voeren, nam het viertal na enige introductieminuten de trap naar het design dakterras. Het was een aangename eind-juni avond. R&B zorgde onder de sterrenhemel voor een relaxte sfeer en martini cocktails deden de rest. Het vrouwelijke duo bleek uit de buurt van Rotterdam afkomstig te zijn. Nadat ze een dagje hadden geshopt in de sinjorenstad, brachten ze een eerste bezoek aan de gerenommeerde club. De grote, slanke brunette had zich op een witte loungezetel tegen Serge aan gevlijd. Ze hing – figuurlijk én lijfelijk – aan zijn lippen. Tegenover Patrick op een poefje zat de blondine te staren in haar cocktail. Na enige timide lachjes en een opmerking over hoe megacool ze alles wel vond, wist ze klaarblijkelijk niet meer wat te zeggen. Normaliter liet Patrick het nooit zover komen: over versierpraat moest je hem niets meer leren. Kwam hij haar ter hulp met gefakete interesse in haar bezigheden? Met haar lange golvende haren, leuk snoetje en niet-misse benen was ze best aangenaam om zien. Het was lang geleden dat hij zich op een rol tussen de lakens had getrakteerd. Haar verleiden zou kinderspel zijn.

Luister naar je lichaam, had de dokter geadviseerd. Naar de Nederlandse glimlachend, deed hij exact dat. Aansluitend stak hij zijn hand op en trok de aandacht van een van de obers. Hij bestelde voor de rest van het gezelschap, betaalde en ging staan.
‘G-ga je al?’ sputterde hoe-heette-ze-ook-weer. Hij nam zijn toevlucht tot het lamme excuus dat hij vroeg op moest. Uit beleefdheid voegde hij eraan toe dat hij hoopte haar nog eens te zien. ‘Dat zou ik ook leuk vinden,’ zei ze. Opgefleurd gaf ze hem haar mobiel nummer. Serge had zich losgemaakt van de bijdehandse vriendin en nam hem apart. ‘Nu al bedtijd, grote broer?’ vroeg hij onderzoekend. ‘Is er iets mis met het gezelschap?’ ‘Nee. Gewoon geen zin vanavond. Als ze er iets over vraagt, zeg haar dan gewoon dat ik mijn avondje niet had.’
‘Ik begin me toch stilaan zorgen te maken,’ ging Serge hoofdschuddend door. ‘Die sabbatperiode van jou begint wreed op permanent celibaat te lijken.’
‘Niks om je hersenen over te breken. Heb jij alles onder controle?’
Serge tuitte in antwoord zijn lippen en gooide een kus naar zijn date. Patrick grinnikte. ‘Doe niks wat ik niet zou doen, Junior. En als –’ ‘Ja, ja, ik weet het. En als ik het toch doe, dan zal ik voorzichtig zijn.’ ‘Juist.’ Patrick klopte zijn broertje tussen de schouderbladen. ‘Zorg dat je morgenmiddag niet te laat komt op Tobias’ verjaardagsfeestje. Anders vilt pa je levend.’ ‘Ik zou niet durven,’ antwoordde Junior grijnzend.

Onderuitgezakt in een zetel vier hoog op het terras van zijn flat, met Vaya Con Dios’ Heading For A Fall zachtjes op de achtergrond, aanschouwde Patrick een uur later de in het dok aangemeerde boten. Daarbij dacht hij terug aan de danseres die hij bij het buitengaan van de discotheek had gezien. Niet haar nauwelijks verhulde lijf had zijn aandacht getrokken, maar de kleine bloemtattoo links op haar onderbuik. Een half jaar geleden had hij in Sint-Idesbald ook zo’n bodyart gespot bij een andere vrouw, zij het in volkomen andere omstandigheden. Spelend op het strand met haar hond, had zij een stok weggegooid. Daarbij was haar truitje omhoog gekomen en had hij een stukje van haar buik gezien. Hij had haar nooit gesproken en toen meestal alleen maar vanop een afstandje gezien. Desondanks sloop de herinnering aan haar van tijd tot tijd, zoals nu, binnen in zijn hoofd.

Gelach steeg op vanaf een van de terrassen beneden. De helft van een gezelschap stond op en nam luidruchtig afscheid van de achterblijvers.
Het was maanden geleden dat hij in zijn andere flat in Sint-Idesbald was geweest, mijmerde Patrick voort. Volgende zaterdag was het Kite Day in de jachtclub, een event dat hij niet wilde missen. Onder de douche dacht hij aan de kick die het scheren over het water en het controleren van de vlieger hem gaven. Tussen de lakens gleden zijn gedachten terug af naar ‘Walks With Dog’, zoals hij haar was gaan noemen.

Najaar aan de kust kon een heel trieste bedoening zijn. De horeca was doods, het strand vaak nat en verlaten. Maar in zijn downperiode, met zijn energieniveau lager dan ooit, had die desolaatheid hem goed gedaan. Op doktersadvies had hij in de tweede helft van vorig jaar behoorlijk wat gas terug genomen van zijn baan vol verantwoordelijkheden. Dit door zoveel mogelijk te delegeren. Zaken waarvoor zijn fiat of input toch nodig waren, had hij geprobeerd vanop afstand te regelen. Voor het overige had hij al lezend, wandelend langs de waterlijn of – zodra hij zich terug energieker voelde – kiteboardend zijn zinnen verzet. Hij had zelfs kookboeken gekocht en tot zijn verbazing vastgesteld dat voedsel bereiden hem nog plezierde ook.

Toen hij haar voor het eerst vanachter het raam met het beest voorbij zijn flatgebouw had zien stappen, had hij zich afgevraagd wat een jonge vrouw daar deed op een gure laatherfstdag. De koude wind had haar korte rode jasje doen bollen en haar schouderlange lichtblonde haren doen rondvliegen. Met zijn blik had hij haar steeds kleiner wordende gestalte gevolgd tot ze uit zijn gezichtsveld verdwenen was. De volgende ochtend had hij het duo opnieuw op het strand ontwaard. Hun dagelijkse passage was gedurende een aantal weken iets geworden waar hij naar uitkeek.
Patrick nestelde zich dieper in zijn hoofdkussen. Hij herinnerde zich zijn toenemende rusteloosheid toen ze op een morgen niet verscheen en de dag erop ook niet. Hoezeer hij de afgelopen winter het panorama vanaf zijn flat ook had afgespeurd, nooit had hij nog een glimp van haar opgevangen.

‘Nondedju! Het is altijd hetzelfde met hem,’ grolde pa.
De familie Verbist, exclusief Serge, zat bij Jurgen, de oudste van de drie broers, en zijn sportieve blonde vrouw Anja in de tuin aan de feestdis. Kleurige slingers hingen in de bomen, een Spiderman kleed sierde de tafel en pa was aan zijn tweede Malheur toe. Zijn humeur paste minuut na minuut beter bij het donkere bier. ‘Ik ben er zeker van dat hij een goede reden heeft, Kurt,’ suste ma hem. Dat zal wel, dacht Patrick en wenste zijn broertje in stilte alvast veel sterkte. Hun vader was ooit nog doelman in het handbal geweest en was nog altijd een meer dan imposante man. Ma was een breekbaar popje in vergelijking.

In de verte klonk de deurbel. Jurgen stond op en beende naar binnen.
‘Wáár is dat feestvarken?’ klonk het even later uitbundig. Met een doos in geschenkpapier verscheen Serge op het gras. Zijn verjaardagkroon vasthoudend, schoot Tobias weg van de tafel en snelde op zijn oom toe. Die zette het cadeau neer, tilde zijn neefje op en draaide hem in het rond. ‘Gelukkige verjaardag, snuitje.’ Met de jongen in zijn armen liep hij op de gastvrouw af. Hij nam haar hand en beroerde de rug ervan met zijn lippen. ‘Alles goed, Anja schat? En met mijn laatkomer van een neefje?’ Liefdevol keek hij naar zijn schoonzus, die zeven maanden zwanger was van een vierde mannelijke Verbist telg. ‘En sorry dat ik te laat ben. Maar je kunt niet geloven wat ik heb meegemaakt.’

Hij zette Tobias neer, gaf ma een innige kus en pa een hand, diens gegrom negerend. Xander en Jasper, Jurgens andere zonen van acht en zes, kregen een aai over hun kruin. Met een knipoog nam hij tot slot in de stoel naast Patrick plaats.
‘Ik popel om het te horen,’ morde pa knarsetandend. ‘Wel...’ begon Junior. ‘Vannacht is mijn auto “gejat”, zoals ze het in Nederland zeggen. Vanmorgen heb ik dus meer dan een uur ginder op het politiekantoor vertoefd. En aangezien Bridget ...’ ‘Wat deed jij vannacht in Nederland?’ vroeg ma. ‘Wie is Bridget?’ informeerde Anja.
‘Ze is een Rotterdamse die Patrick en ik gisteravond in een discotheek hebben leren kennen. Omdat zij en haar vriendin met de trein gekomen waren en Patrick vroeg is weggegaan, heb ik de twee vrouwen – hoffelijk als ik ben – een lift naar huis gegeven.’ Patrick stak zijn handen in de lucht om aan te geven dat hij met Serges nachtelijke escapades niets te maken had. ‘Dus je wagen is gestolen, terwijl je de dames galant naar de voordeur begeleidde, neem ik aan?’ vroeg Jurgen grijnslachend. ‘Wel ... Niet helemaal. Schiedam is nogal ver van hier. Dus heeft Bridget me aangeboden te blijven slapen.’ Hij glimlachte hoogst onschuldig.
‘Ik denk niet dat ik dát deel wil weten,’ klonk pa nors. ‘Dat geloof ik ook niet,’ sprak Patrick tussen zijn tanden. Onverstoord opgewekt vervolgde Serge zijn verhaal. ‘Aangezien Bridget geen auto heeft, ben ik van bij haar met de fiets vertrokken.’ ‘Helemaal tot hier, nonkel Serge?’ vroeg Tobias met grote ogen. ‘Nee, snuit. Dat zou nogal ver zijn. Tot Rotterdam-Centraal en vervolgens met de trein naar Berchem. Van daar weer per fiets naar me thuis om je geschenk op te pikken’ – hij knipoogde naar de jarige – ‘en dan tot hier. Jongens, was dat een calvarietocht! Nog eens sorry, iedereen.’

Serge had helemaal geen fiets, wist Patrick, de rest van de familie deelde die wetenschap niet en leek zijn verhaal toch half te geloven.
Pa wierp zijn jongste zoon een vieze blik toe. Daarop kneep hij zijn oudste kleinkind in de wang en vroeg of die nog geen zin had in een stukje taart.
Tobias begon te stralen. ‘Taart, mama! Het is tijd voor de kaarsjes.’ Zijn enthousiasme werd gedeeld door zijn broertjes. ‘Daar ben je weer goed mee weggekomen,’ gromde Patrick vanuit zijn mondhoek stilletjes tegen Junior. ‘Al wat ik verteld heb, is de waarheid, broerlief,’ antwoordde Serge op dezelfde manier. En daarop harder: ‘Je hebt nog de groeten van Jolanda. Ik heb haar je telefoonnummer gegeven, want naar het schijnt was je dat vergeten.’ Patrick gaf hem een por in de ribben. ‘Verdomme, uilskuiken. Dat was niet de bedoeling.’ ‘Oeps, sorry,’ gniffelde Serge. ‘Ze is toch een leuke meid. Heel begripvol ook voor je probleempje ...’
‘Welk probleempje?’ vroeg Patrick fronsend. ‘Heeft Patrick problemen?’ vroegen ma en Jurgen tegelijkertijd. ‘Wel, ik weet niet of hij het zelf al wereldkundig heeft gemaakt,’ begon Serge op haast plechtige toon, ‘Maar onze Patrick heeft wat last van een falend libido.’ ‘Wat is een li-di-bo, Bompa?’ informeerde Jasper.
Pa, die net het laatste van zijn bier naar binnen goot, verslikte zich. Zodra hij uitgehoest was, keek hij hulpeloos naar ma. ‘Dat grote-mensen woord zal je papa je wel uitleggen als je wat ouder bent, schatje,’ sprong ma haar man bij. Patrick, die zich ook bijna verslikte, maar wel in zijn kolere brand- de los. ‘Daar is helemaal niks van aan. Waar haal je dat, kieken? Omdat ik –’ ‘Je kunt daar toch best eens voor naar de dokter gaan, lieverd,’ reageerde ma. ‘En desnoods kan je er ook pilletjes voor innemen.’ Patrick verkocht de intussen breed grijnzende Serge een schampslag tegen het hoofd. ‘Lolbroek. Voor alle duidelijkheid: er is niks mis met mij. Ik ben gewoon veel selectiever qua vrouwen dan meneertje hier.’

‘Ha, daar is Anja met de taart!’ verhief pa opgelucht zijn stem boven iedereen uit.
De hele familie begon in de handen te klappen, de feesteling het hardst. De grote ronde biscuit met kaarsjes werd voor hem op de tafel gezet. Tobias blies ze in één keer uit en Happy Birthday werd ingezet. ‘Een gelukkige elfde verjaardag, schattebout,’ verklaarde Anja glunderend na afloop van het gezang. Ze gaf haar oudste zoon een dikke zoen. Haar uitspraak gaf Patrick op slag een stekende pijn in de borststreek. De onaangename pijn negerend, presenteerde hij net als de anderen zijn bordje voor een punt zoetigheid. Met een geforceerde glimlach toastte hij mee. Maar het gevoel werd erger. Het was alsof er een mes tussen zijn ribben stak en iemand het lemmet langzaam draaide. Hij bood aan in de keuken een nieuwe fles frisdrank te halen en haastte zich van tafel. Koud water in zijn gezicht en diep ademhalen leken te helpen. Uit de koelkast nam hij de fles cola, schonk een groot glas uit en dronk het in één teug leeg. Zijn voorhoofd tegen een bovenkastje plaatsend, draaide hij met zijn schouders om de spanning te doen wegebben. ‘Gaat het, lieverd?’

Patrick draaide zich om en keek in de bezorgde, donkerbruine ogen van zijn moeder. Ogen die een evenbeeld waren van die van hem. Hij had moeten weten dat ze hem zou doorzien: ze was een opmerkzame vrouw. ‘Ja, ma. Het is al beter. Het was alleen niet tot me doorgedrongen dat Tobias elf werd vandaag.’ ‘Na al die jaren is de hoogste tijd dat je je erover zet, Patrick,’ zei ze zacht. ‘We denken allen nog vaak aan haar. Maar het zijn de mooie herinneringen die je moet koesteren.’
Patrick slikte. ‘Ja, dat weet ik. Maar ik –’ ‘Stop met jezelf de schuld te geven, lieverd,’ onderbrak Annie haar zoon ferm. Arme jongen, dacht ze. Ook al hoefde haar middelste zoon op zijn drieëndertig qua testosterongehalte niet onder te doen voor haar man in zijn jongere jaren. Ze deed een stap naar hem toe, opende haar armen en hij kwam in haar omhelzing. Met haar wang tegen zijn brede borstkas roefelde ze door zijn dikke, donkerbruine haardos. ‘Het was niet jouw fout, Patrick. Leer dat nu eindelijk eens te aanvaarden,’ vervolgde ze op een veel zachtere, sussende toon. ‘Het is tijd dat je het loslaat, zoon van me.’ ‘Ik weet het,’ fluisterde hij na een diepe zucht.
Hierna beëindigde ze haar moederlijke knuffel en volgde hem terug naar buiten. Daarbij zag ze in de gang bij de voordeur een rood-wit stadsfietsje staan. Ze schudde haar bruine krullen en lach- te kort. Voor een keer had Serge dus toch geen leugentje om bestwil verteld. Wanneer zou ze ooit hoogte krijgen van die eeuwige snoodaard?


Gent, dinsdag 1 juli

‘Ik stel voor dat je terugkomt als je nuchter bent.’ ‘En ‘k-k stelle vuure, da gie uwe moile ewd,’ sneerde de twintiger in plat Gents en met dubbele tong. Hij had een Belgische vlag om de nek geknoopt en wees dreigend met zijn vinger. ‘W-wie peist ge da ge zijt, bitch. ‘k Doe mè me lijf wa kwille.’ De kerel was bijna een kop groter dan zij én stond met twee vrienden voor de balie. Toch was Lore Bossuyt niet van plan zich te laten intimideren. Haar lichtblonde haren achter haar rechteroor kammend, antwoordde ze: ‘Je doet inderdaad met je lijf wat je wilt. Maar in deze toestand zal je hier vanavond niet geholpen worden.’ Ze wees naar het verbodsteken dat tussen de ingekaderde foto’s van bodyart aan de muur hing. ‘Alcohol in je bloed én je laten tatoeëren is een no-go in deze shop.’ Haar kordate antwoord verstomde hem even. Prima. Gedecideerd nam ze er het reservatieboek bij om een afspraak te noteren. Voordat ze echter de kans kreeg dit te openen, schoot zijn hand uit en omklemde haar pols als een bankschroef. Furieus plaatste ze haar andere hand op die van hem en zette er haar nagels in. Dan keek ze hem pal in de ogen en siste: ‘Haal je hand weg.’
In luttele tellen kreeg zijn gezicht haast dezelfde kleur als het rood van de driekleur op zijn wangen. Bovendien zag ze vanuit haar ooghoek zijn twee maatjes dichterbij komen. Wow, niet goed, dacht ze. Lore was een vrouw die altijd haar mannetje wilde staan. Maar ze besefte dat het overwicht te groot was. Snel keek ze over haar schouder.


In de twee bemande werkstations waren Greg, de baas van de zaak, en David, zijn wat slungelige rechterhand, aan het werk. Greg bracht de omlijningen van een tijger aan op de rug van een man die op een behandelingstafel lag. David kleurde iets in op de arm van een studente. Geen van de vier aanwezigen had het gezicht in Lores richting gedraaid. Dat was geen probleem, suste ze zichzelf. Ze rechtte haar schouders. Maar, terwijl ze haar hoofd naar voren draaide, werd ze bij haar bovenkleding gegrepen en haast over de balie gesleurd. ‘Urkt ne kier hiere, zot wijf, –’ siste de man met zijn neus op een paar centimeter van haar gezicht. Terwijl ze de jonge zatlap in de ogen keek – en die ogen beloofden weinig goeds – evalueerde ze haar opties. Ze kon de assistentie van Greg en David inroepen, maar dan zouden ze hun geconcentreerde arbeid moeten staken. Nee dus. Kiezend voor de tweede mogelijkheid riep ze uit: ‘Bouca, hier!’
Van achteraan in de tattoo-shop kwam gegrom, gevolgd door een harde, diepe blaf. De deur naar de traphal zwaaide open. ‘Holy shit,’ klonk het in een walm van bier toen de imposante zwart-wit gevlekte Duitse dog zijn opwachting maakte. De hand die haar T-shirt vasthield, liet los. In vijf sprongen stond de hond met een schofthoogte van meer dan negentig centimeter op een meter van de nu lijkbleke dronk- aard. Bouca’s oren lagen tegen zijn kop, elke spier stond gespannen en zijn tanden waren ontbloot. Zelfs in Lores ogen zag hij eruit als een uiterst efficiënt roofdier.
‘Bouca, zit!’ beval ze gedecideerd. De harlekijn viervoeter besliste, zoals gewoonlijk, om niet te luisteren. Een gespierde arm werd behoedend om haar schouders gelegd. Greg was naast haar komen staan. ‘Sorry, scheetse. Ik had niet door dat er hier vooraan een crise was,’ zei hij zacht, terwijl hij haar in de ogen keek. Aansluitend bekeek hij het lastige trio. Lore zag zijn ogen tot spleetjes verworden. ‘Is er een probleem, dames?’ informeerde hij.

Greg Storms mocht dan kleiner zijn dan de grootste van het drietal, hij had geïnkte armen om U tegen te zeggen. Zijn kort opgeschoren kapsel en priemende grijze ogen versterkten zijn agressieve looks. De keetschoppers keken van het kolossale dier naar de gespierde man en konden zich niet snel genoeg uit de voeten maken.
Greg sloeg zijn tweede arm om haar heen en trok haar tegen zich aan. ‘Gaat het?’ fluisterde hij in haar oor. ‘Ja, ça va,’ knikte Lore tegen zijn borstkas. Greg zag er dan wel ruig en stoer uit, maar voor haar was hij een lieve, loyale vriend. Hij hield haar op armlengte en fronste. ‘Waar ging dat over?’ Ze keek fronsend in zijn lichte ogen. ‘Niks bijzonders. Weer eentje die zich niet wilde schikken naar huisregel nummer één. En dan besloot fysiek te worden.’ Hij drukte een zoen op haar voorhoofd. ‘Sorry.’
‘Hé, het is niet jouw schuld,’ reageerde ze, zich losmakend uit zijn omhelzing. ‘Maar voor de receptie zoek je waarschijnlijk toch best iemand met ballen aan zijn lijf. Letterlijk.’

Ghent Tattoo Shop begon naam en faam te verwerven binnen de subcultuur. Greg was de gezellige, als een ouderwetse barbierstudio ingerichte zaak vier jaar geleden in zijn eentje begonnen. Zijn team bestond nu uit vier artiesten en hij was op zoek naar iemand voor het onthaal. Op piekmomenten hielp Lore haar vriend/huis- baas/bovenbuur wanneer ze kon uit de nood. Greg grinnikte. ‘Iemand zoals jij dus. Jezus, Lore. Zo koelbloedig ... Die drie mannen zagen er echt niet vriendelijk uit. Wat was je volgende zet geweest? Een trap in zijn kruis?’

Lore schokschouderde en bukte zich om Bouca een welverdiende knuffel te geven. Als de kerel alleen was geweest, dan zou ze haar favoriete instaplaarsjes inderdaad misschien wel in de strijd hebben geworpen. Maar ze waren met zijn drieën geweest, zij had de hulp van een hond moeten inroepen en dat stak haar tegen.
Het belletje boven de deur rinkelde. Lore ging staan en zette haar zakelijke gezicht op. Greg legde zijn hand op haar schouder. ‘Ik handel dit wel af. Ga jij maar alvast naar boven.’ ‘Ben je zeker? Je hebt nog een klant die je moet afwerken.’ ‘Dat geeft niet. Het is Walt maar.’ ‘Hé, dat heb ik gehoord!’ klonk het van achteraan.
Greg lachte kort en keek over zijn schouder. ‘Pas op, maatje, of ik zet een dikke Garfield op je rug in plaats van een tijger.’ Hij keek Lore recht aan. ‘En? Klaar om naar zee te vertrekken?’‘Ja,’ antwoordde ze, zij het wat aarzelend. Praktisch gezien toch, dacht ze erbij. Emotioneel was ze überhaupt niet rijp voor de weken die zich voor haar uitstrekten. ‘Ik help je morgenochtend wel met het inladen van de jeep,’ bood Greg aan. Haar ongemak aanvoelend, kneep hij even in haar wang.
Ze drukte haar dankbaarheid uit met een kus. ‘Ik maak spaghetti. Je kunt een bord krijgen als je wil voor we naar de voetbalmatch in de Overpoort gaan kijken.’



De groepsrecensie van ‘Zinsbedrog’ vind je hier

Het interview met Lizi Mulder kan je hier lezen. 

Geen opmerkingen: