woensdag 27 juli 2016

‘De invasie van De Tearling’ – Erika Johansen

 
Genre: fantasy
Uitgever: Boekerij
ISBN: 978 90 225 7667 0
Uitvoering: paperback
Aantal pagina’s: 508
Uitgave: 30 juni 2016

Hartelijk dank aan uitgeverij Boekerij voor het beschikbaar stellen van het recensieboek.

Cover
In de lijn van het eerste boek is ook de cover van het tweede deel gemaakt. Ditmaal is het een koningsblauw kussen met een koninklijk attribuut op het kussen. Het betreft een gouden bol met een kruis erop. De bol is aan de onderkant met bloed besmeerd. Net als bij het eerste deel ‘De kroon van De Tearling’ heeft de cover een bekraste achtergrond, maar in een iets warmere kleur grijs. De titel staat ook nu weer boven het kussen in dezelfde kleur als de kleur van het kussen. Een extraatje is dat het binnenblad van de kaft nu ook in het koningsblauw is. De cover krijgt van mij dankzij dat extraatje een 8.

Verhaal
Nadat Kelsea in deel 1 ‘De kroon van De Tearling’ de troon heeft bestegen, heeft ze direct de rode koningin van Mortmesne tegen zich in het harnas gejaagd. De maandelijkse transporten heeft ze met onmiddellijke ingang verboden. Als boete diende De Tearling maandelijks inwoners naar Mortmesne te sturen. Waar zij op de zwarte markt verkocht werden, cadeau gedaan werden aan medestanders van de rode koningin of ze werden door haar als slaaf ingelijfd. Nu Kelsea deze voorwaarde uit het vredescontract met Mortmesne heeft geschonden, bereidt De Tearling zich voor op de onvermijdelijke invasie van het leger van de rode koningin.

Samenvatting van het verhaal
In dit tweede deel speelt het verhaal zich voornamelijk af in de Veste, de woonburcht van Kelsea, in het kamp van de rode koningin en in de oude wereld. Kelsea probeert de gevolgen van haar besluit om de transporten te verbieden te overzien. Lazarus is inmiddels het hoofd van haar koninklijke garde geworden en hij dient tevens als klankbord van Kelsea. De groei, die zij als koningin meemaakt, wordt steeds duidelijker zichtbaar. Kelsea komt steeds meer te weten over de kracht van haar kroonjuwelen en probeert hier mee om te gaan. 

In dit deel maken we als lezer ook kennis met een aantal nieuwe personages. Zo zijn er Lily, met wie Kelsea zich sterk verbonden voelt, Greg en Jonathan. Zij leven in de oude wereld en Kelsea probeert erachter te komen wat deze personen te maken hebben met haar leven in de nieuwe wereld. De rode koningin komt ook zelf ten tonele. De worsteling van Kelsea met haar keuzes zorgt ervoor dat de zoektocht naar de juiste verdediging tegen de invasie van het leger van Mortmesne een fascinerende tocht wordt.

Conclusie
Erika Johansen heeft met ‘De invasie van De Tearling’ een zeer goed vervolg gegeven aan het eerste deel. De personages worden steeds verder uitgediept, en ze brengt ook fascinerende nieuwe personen ten tonele. Wat echter als eerste opvalt, is dat het verdiepen al begint met de landkaart voor in het boek. Ten opzichte van de landkaart in het eerste boek ‘De kroon van De Tearling’ is deze landkaart wat mij betreft al met meer zorg gemaakt. Op de landkaart wordt al duidelijk dat geschiedenis een deel van het verhaal vormt. De Tearling is een Engels aandoend land, met als hoofdstad New London, en Mortmesne is een land dat Franstalig is. Engeland en Frankrijk zijn in onze geschiedenis eeuwenlang elkaars aartsvijanden geweest en het is dan ook niet verwonderlijk dat ze voor de aartsvijanden in dit boek voor een Engels- en Franstalig gebied heeft gekozen. 

De groei die ze Kelsea, als koningin en vrouw, laat meemaken zorgt voor een mooie diepgang. Kelsea was in het eerste deel een redelijk naïeve, impulsieve, maar ook intelligente jonge vrouw. Nu wordt ze met rasse schreden volwassen en dit zorgt voor een interne strijd tussen verstand, gevoel en wat uiteindelijk de best passende oplossingen zijn voor zowel haar als vrouw als wel als koningin. Dit voortschrijdend inzicht wordt prachtig verwoord in het begin van het verhaal. ‘Kelsea was een driftkop. Daar was ze niet trots op. Kelsea haatte zichzelf als ze boos was; als haar hart bonkte en haar blik werd verduisterd door een dikke sluier van woede, zag ze toch nog heel duidelijk het pad voor zich dat van ongecontroleerde boosheid regelrecht naar vernietiging liep. Woede vertroebelde je oordeel en stortte je in verkeerde beslissingen. Woede was het voorrecht van een kind, niet van een koningin’. Niet alleen prachtig verwoord, maar ook getuigt deze passage van een universele wijsheid. 

Je laten regeren door woede levert alleen maar verliezers op. Dat gegeven diept ze in dit tweede deel verder uit door een inkijk te geven in de wereld voor De Oversteek van de oude naar de nieuwe wereld. De wereld voor De Oversteek geeft Erika Johansen weer met het Amerika van nu, maar dan dertig jaar verder (2046). Deze wereld is een technocratische wereld. De mensen zijn gechipt en kunnen elk moment van de dag gevolgd worden en worden dat ook. De kloof tussen arm en rijk is immens groot geworden. Er zijn de rijke mensen, die binnen de veilige muren van hun gemeenschap wonen, en de armen. De armen wonend buiten de veilige muren, in een gebied waar niets veilig is, ziekte overheerst en het leven totaal uitzichtloos is. Net als in elk tijdperk ontstaat ook hier onrust en creëert ze met de verzetsgroep De Blauwe Horizon een tegenhanger die streeft naar een utopische samenleving. De naam van de verzetsgroep is dan ook goed gekozen. 

De manier waarop ze deze verhaallijn samenweeft met het leven in de nieuwe wereld, de wereld van Kelsea en De Tearling, is een heel intrigerende plot. Waar je als lezer in eerste instantie nog verrast kan zijn door de overgang van de verhaallijnen en deze transitie abrupt kan aanvoelen, zie je gaandeweg hoe intelligent het verhaal zich ontwikkelt. En passant geeft de schrijfster ook een stevige waarschuwing af, of vormt ze misschien zelfs een aanklacht tegen de huidige maatschappij. De hebzucht, de constante stroom van informatievoorziening en -winning, het vluchtelingenprobleem, de olievoorraad, humaniteit versus kapitalisme wordt op een prachtige manier verweven in het verhaal van Kelsea. 

De grote vraag lijkt te zijn of de mensheid in staat is van de geschiedenis te leren of dat de mensheid gedoomd is tot mislukken. Is er hoop of is alle hoop verloren? En als er hoop is, wat is daar dan voor nodig? Moed? Wat is moed eigenlijk? Het tiende hoofdstuk begint met een fraaie verwoording van dat vraagstuk ‘We denken altijd dat we weten wat moed inhoudt. Als er een beroep op mij wordt gedaan, zeggen we, dan zou ik daar gehoor aan geven. Ik zou niet aarzelen. Totdat het moment daar is en we inzien dat de vereisten van ware moed heel anders zijn dan we ons voorstelden, lang geleden op die stralende ochtend toen we ons dapper voelden. – Verzamelde werken van pater Tyler, uit de archieven van de Arvath’. 

Eigenlijk heeft elk hoofdstuk een prachtige inleiding. Een inleiding waardoor het verhaal aanvoelt als een geschiedenisboek, zonder puur de droge feiten te vermelden, maar door er een levend verhaal van te maken. Volgens mij is geschiedenis dat ook. Geen doods gegeven, maar een uitbeelding van het vroegere leven dat verder geschreven wordt in het huidige leven. Zeker nu, in deze zeer onrustige tijden, waarin de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt, de onvrede van de bevolking groeit, de verdeeldheid in de wereld steeds verder uitbreidt, zou het goed zijn om eens stil te staan bij het verleden om te kijken of er eventueel lessen eruit getrokken kunnen worden. 

Ik kan ‘De invasie van De Tearling’ niets anders geven dan 5*. 

Ik kan namelijk niet een echt minpunt noemen. Het maakt natuurlijk ook heel nieuwsgierig of Erika Johansen dit hoge niveau van de eerste twee delen kan vasthouden, maar vooralsnog twijfel ik daar niet aan.

Lisette Woest-Appeldoorn – recensente De Perfecte Buren


Geen opmerkingen: