maandag 11 juli 2016

In gesprek met Luc Boonen



Overdag werkt deze Vlaamse Limburger als vrachtwagenchauffeur en ‘s avonds klimt hij in de pen om zijn hoofd leeg te maken. ‘De lijst’ is zijn meest recente boek, inmiddels al zijn derde. Wist je trouwens dat hij met zijn debuut ‘Uit de hoogte’ genomineerd was voor de Hercule Poirotprijs 2013? In dit interview lees je waarschijnlijk nog veel meer dat je (nog) niet weet over LUC BOONEN.

Kijk zeker naar het filmpje van de boekpresentatie ----> het is eens wat anders!




Wie is Luc Boonen?
Een 47-jarige man, echtgenoot, vader van drie kinderen, vrachtwagenchauffeur in een horeca-groothandel, gediplomeerd woudloper.

Overdag werk je en ‘s avonds schrijf je. Voor jou is schrijven ‘je hoofd leeg maken’. Volgens mij zit je hoofd ‘vol’ met een scenario dat je op papier moet krijgen, om over de deadline nog maar te zwijgen. Probeer ons eens uit te leggen wat daar nu zo ‘ontspannend’ aan is.
Mijn uitgever geeft me de vrijheid en de tijd om aan een boek te werken. Ik offer een groot deel van mijn vrije tijd op. Soms betekent dat zes à zeven avonden per week schrijven. Af en toe las ik ook een rustpauze in. Een manuscript moet rijpen. Ik dwing mezelf om een aantal woorden per maand te halen, wat niet wil zeggen dat ik maniakaal te werk ga. Maar als ik in de ‘flow’ zit, komen de woorden vaak vanzelf. Altijd een notitieboekje bij de hand, om eventuele plotwendingen, suggesties, ingevingen, quotes enz te noteren. Ik gebruik ook een aantal schrijftrucjes, bv halverwege een zin stoppen om ’s anderendaags meteen verder te kunnen gaan. Het is en blijft werk, maar ik kan lang genieten van een goede zin of een heerlijke alinea. Soms is schrijven hard labeur. Vaak is het ook pure fun, als je een bepaalde zin of alinea voor de honderdste keer leest en je er nog steeds om kunt glimlachen.

Je debuut ‘Uit de hoogte’ dateert van 2013. Een late roeping als schrijver of zat het er altijd al in en kwam het er toen pas uit? Dit debuut gaat over Walter die uit verveling zijn buren observeert. Zelf ga je nooit zonder verrekijker de deur uit (las ik). Ik ga er vanuit dat je zelf ook graag je medemens gadeslaat. Was dit je inspiratie om ‘Uit de hoogte’ op papier te zetten? Vertel.....
Ik heb nooit de ambitie gehad om te schrijven. In 2010 had ik één goed idee voor een boek. Ik heb dat voorgelegd aan mijn broer, Stefan en die reageerde vrij simpel: ‘Schrijf het dan op.’ ‘Uit de hoogte’ was mijn eerste manuscript. Bij Manteau was men verwonderd dat ik nog nooit eerder geschreven had. En ja, er zitten autobiografische trekjes in mijn debuut. Ik zat zelf in een boom toen ik het idee kreeg om de buren te begluren. En nee, ik kijk voornamelijk naar beesten…dat is eigenlijk mijn grootste hobby.



Dit boek werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs 2013. Wat deed dat met jou als debutant en kun je dat gevoel omschrijven?
De nominatie voor de Hercule Poirotprijs was ontzettend leuk. Ik had in de zomer van 2013 al enkele mooie recensies over ‘Uit de hoogte’ gekregen. Het zette me aan om meer te schrijven.

Je tweede boek ‘De tafel’ is een verhaal over een oma en haar kleinzoon, totaal iets anders dan je eerste boek. Vanwaar kwam dit idee?
Ik had een idee voor een roman in mijn hoofd, weeral gebaseerd op een observatie in mijn onmiddellijke omgeving. Mijn kinderen halen nog steeds pudding bij oma, al meer dan vijftien jaar. Een heerlijk ritueel op woensdagmiddag dat niet lijkt te sneuvelen. Tegelijkertijd las ik een artikel over de gruwel en psychische terreur in weeshuizen in de jaren vijftig. Combineer die twee en je hebt het verhaal van een zestienjarige jongen die de biografie van zijn oma wil schrijven.

‘De lijst’ is je derde boek en zoals je zelf omschrijft ‘geen doorsnee’ thriller. Hoe kwam je op het idee voor dit verhaal?
Waar en wanneer het idee voor ‘De lijst’ in me opkwam, weet ik niet meer. ‘Wat als er een duivels lijstje na twintig jaar opdoemt?’ Maar ik wist meteen dat ik met dat basisidee weer aan de slag kon. Het is geen doorsneethriller. Pas op p.128 doet een politie-inspecteur zijn intrede.
Ik schrijf liever over ‘gewone’ mensen wiens leven overhoop wordt gegooid. Mijn uitgever merkte na de eerste versie op dat het een thriller zonder lijken was. Is het een psychologische thriller of godbetert, een literaire thriller? Ik weet het niet, en eerlijk gezegd: het interesseert me niet. Het moet draaien om een goed verhaal, zonder dat alle clichés of wetmatigheden van het genre weer uit de kast moeten.

Je schrijft herkenbaar en menselijk, uit het leven gegrepen. Daarbij gebruik je (zeker in ‘De lijst’) de nodige humor. Zijn dit eigenschappen die je herkent bij jezelf?
Ik schrijf zoals ik gebekt ben. Humor en spanning moeten elkaar afwisselen. Een grijns of een traan is me evenveel waard als een afgekloven vingerkootje. Ik denk dat ik mijn schrijfstijl te pakken heb. Ik let op het ritme van de zinnen, de leesbaarheid van het verhaal. Mijn motto is steeds: taal leeft! Ik blijf voortdurend streven om iets te verwoorden op de manier die ik juist acht. Ook al houdt dat in dat ik voortdurend aan mijn tekst moet schaven, schrappen en herschrijven. Maar dat is in wezen de essentie van schrijven.



Ik citeer: ‘ Twitter is een irritant en schijterig vogeltje. De zaadjes in de diarree van meningen ontkiemen massaal tot nieuwe en meestal irrelevante tweets’. Je twittert niet! Hoe kom je dan in godsnaam op zo’n zin? Komt zoiets spontaan of is dit weldoordacht?
In ‘De lijst’ is er een grote rol weggelegd voor de sociale media, met name de impact die het kan hebben. Soms neemt de kuddegeest het over van het gezond verstand, een andere keer wordt de nagel op de kop geslagen. Ik gebruik voornamelijk het eerste, om de eenvoudige reden dat mijn boek dat nodig heeft. Een goede quote kan soms een heel verhaal samenvatten, maar vaak sneuvelt elke nuancering in een tweet. Er hangt geen kwaliteitslabel vast aan elke tweet.

De boekpresentatie van ‘De lijst’ was niet alledaags. Was dit een ingeving van jezelf of .......?
In Hamont-Achel hebben ze nog iets over voor cultuur. Ik kreeg een kapel (item van ‘De lijst’) en heb er dankbaar gebruik van gemaakt. Alain Hulsbosch is een fantastische gitarist en sprong meteen op de kar om mee te werken aan de boekvoorstelling. Guns ’n roses. Appetite for destruction. Het zit allemaal in mijn boek. De evenknie van de echte Slash bovenop het altaar. De waanzin van het boek mocht ook op de boekvoorstelling te zien zijn. En ik offer me graag op om dat kracht bij te zetten. Alle aanwezigen vonden het fantastisch. Iets compleet onverwachts. En misschien hebben we het bewijs geleverd dat literatuur niet saai hoeft te zijn.


Zitten er autobiografische elementen in je verhalen?
In al mijn verhalen zitten autobiografische elementen. Zeker in mijn debuut. Naar het schijnt is dat typisch voor een debutant. Welke autobiografische elementen ga ik niet uit de doeken doen. Ik ga alleen glimlachen als iemand me een concrete vraag stelt.



Je boeken zijn (tot hier toe) stand-alones. Is dit een bewuste keuze en waarom?
Ik schrijf inderdaad stand-alones. Als je series schrijft, ben je gebonden aan een kern van vaste personages. Ik verkies om personages te kneden die bij het basisidee van mijn boek passen. Ieder verhaal staat op zich, iedere plot heeft zijn eigen karakters nodig. En ik situeer mijn verhalen doodgraag bij ‘gewone’ mensen. Ik denk dat het dan veel makkelijker is om mee te leven met de personages. Geen ver-van-mijn-bed-show, maar, naar ik hoop, realistische personages die in ongewone situaties belanden. Misschien komen er ooit een aantal personages terug in een volgend boek, maar alleen als ik een basisidee heb dat daarom vraagt. Het is trouwens bijzonder leuk om nieuwe personages te bedenken. Het voorrecht van een schrijver…

Je verhalen zijn puur fictie, maar leunen erg dicht tegen realiteit. Hoe begin je aan een verhaal. Zijn het allemaal losse elementen die je samenvoegt of heb je gelijk een totaal plaatje voor ogen?
Als fictie aanleunt bij de realiteit, wordt de beleving groter. Geen draken of monsters in mijn boek. Mensen van vlees en bloed die iets meemaken in deze tijd. Ik probeer een beetje te surfen op de tijdsgeest. Ik begin te bouwen op mijn basisidee. Ik heb totaal geen idee hoe het boek gaat eindigen. Soms stuurt mijn research me in een bepaalde richting, vaak stel ik me continu vragen in welke richting het boek gaat evolueren. Ik werk chaotisch, structuurloos zelfs. De ingeving van het moment is me meer waard dan een vooraf uitgetekend plan waaraan je nadien nauwelijks meer nog kunt ontsnappen. En natuurlijk is er overleg met mijn uitgever. Hij suggereerde om met de scene op de parking te openen. Ik herlees vaak hetgeen ik heb geschreven. Of het verhaal klopt. Eigenlijk zie ik schrijven als een grote taal- en verhaalpuzzel. Een zelfkritische geest is daarbij onontbeerlijk. Er sneuvelen soms scenes die ik twintig
keren eerder als fantastisch beschouwde, maar de eenentwintigste onherroepelijk verwijder.

Wat hoop je te bereiken met je boeken?
Ik heb geen grootse idealen ivm mijn boeken. Ik ga de pikorde in de wereldliteratuur echt niet op zijn kop zetten. Wel ga ik voor honderd procent leesplezier. Ik schrijf niet met een recensent voor ogen, ik kies ervoor om ontspanning te bieden. Dat lijkt me trouwens de reden waarom de meeste mensen een boek lezen.

Stel één van je boeken wordt verfilmd. Dat is DE kroon op je werk. Wie zou je zeker in de cast willen en waarom?
Van ‘Uit de hoogte’ zijn een tijdlang filmplannen geweest. Die plannen zijn opgeborgen na een mislukt subsidierondje. Er ligt dus ergens een filmscenario stof te vergaren in een kast. Doodjammer natuurlijk dat dat project niet doorging. Dat zou mijn carrière een flinke boost gegeven hebben. Maar nu ik lig niet meer wakker van die gemiste kans. Sommigen zeggen dat ik nogal beeldend schrijf en dat mijn boeken heel erg makkelijk verfilmd kunnen worden. Dat beschouw ik eerder als een compliment dan als een gemiste mogelijkheid.

Hecht je waarde aan recensies en doe je er iets mee?
Recensies: iedere schrijver heeft het daar moeilijk mee. Als je een thriller schrijft, wordt de kans op een recensie sowieso kleiner. Thrillers worden vaak beschouwd als het lelijke kleine eendje in de literatuur. De hoeveelheid thrillerrecensies loopt niet evenredig met het aandeel verkochte boeken. Doodjammer. Dat lijkt bijna op de miskenning van een bepaald soort lezer, de man en vrouw die zich graag laat verleiden door een (ont)spannend verhaal.
Ik heb met ‘Uit de hoogte’ zeer goede recensies gehad. En toch blijft me van dat boek vooral de mening van een lezeres bij. Er zit een stukje ‘rouw’ in dat boek. Zij had zelf lang geleden een kind verloren en vertelde me dat ik nou eens precies schreef zoals zij zich al jaren voelde. En tegen zo’n mooie lezersreactie kan geen enkele recensent op

Lees je zelf en wat ligt er nu bijvoorbeeld op je nachtkastje?
En daar is de rotvraag weer: wat lees jezelf? Ik lees zoals de meeste mensen: voornamelijk op vakantie. Ik werk fulltime, heb een gezin, schrijf een boek en heb nog andere hobby’s. Jonathan Franzen wacht al een tijdje op mij. Ik lees fictie en non-fictie. Ik lees eigenlijk alles. Slechts één voorwaarde: het moet een goed verhaal zijn.

Als afsluiter: Welke liedjes zitten er in de soundtrack van jouw leven?
De soundtrack van mijn leven? Ik geef je vijf nummers/groepen die nog steeds een diepe impact op me hebben. The Poques: het leven is en blijft een feest.
The Pixies: rock ’n roll vindt zich om de zoveel jaren heruit. Dead can dance: intense, bezwerende muziek die door merg en been gaat. Massive Attack: ritme, beat, headbangen, unieke sound, fantastische live-optredens Sigur Rós: een muzikaal universum op zich.


Luc, bedankt voor je bereidwillige medewerking en je tijd.
Succes met schrijven en alles wat je doet, maar vooral blijven observeren :-)


Karin - Team De Perfecte Buren
Lees hier mijn recensie over De lijst 

Geen opmerkingen: