donderdag 7 juli 2016

Rudy's wereld


Vakantie bis.

De zomer is bij uitstek de favoriete periode van de West-Europeaan om naar het buitenland te trekken. Die Europeaan wordt daar echter steevast met een fundamenteel probleem geconfronteerd: vreemde talen. Steek de grens over, en je moet een andere woordenschat gebruiken om zelfs maar een brood te kunnen kopen. Uiteraard leidt dit vaak tot hilarische toestanden, want mensen denken als snel dat de kennis van drie vreemde woordjes hen tot taalexpert maakt. Wat je dénkt te zeggen spoort echter niet altijd met wat je écht zegt. 
Een notoir voorbeeld hiervan is de Vlaming die in een Londens restaurant een steak wilde bestellen, en de vraag kreeg hoe die gebakken moest zijn. Hij wilde eigenlijk een steak 'bleu' - zo eentje die nauwelijks in de pan heeft gelegen, met veel bloed dus - maar 'blue' begreep de kelner niet. Dus deelde onze Vlaming in z'n beste Engels mee dat hij een ’bloody steak' wilde. Waarop de kelner met Brits flegma antwoordde: "Yes, sir, and I presume you want some fucking patatoes as well?"

Sommige klassieke voorbeelden zijn ondertussen zelfs welbekende grappen geworden. Een van de bekendste is ongetwijfeld het in Frankrijk bij de bakker bestellen van 'deux pistolets' of 'un pain Français'. In het eerste geval zal de bakker antwoorden dat hij 'geen wapens verkoopt', in het tweede geval dat het 'allemààl Franse broden zijn.' Het is met andere woorden van alle tijden.


Mijn vader en grootvader waren in de familie gekend voor hun creatief gebruik van vreemde talen. Mijn grootvader vroeg ooit in Spanje om een 'bièra', waarop ze hem prompt een mierzoet miniliqeurtje brachten. Een 'cerveza' veranderde hij daarna prompt in een 'cervela', in Vlaanderen een bekende worstvormige snack. In de familie was zijn vraag aan een Oostenrijkse visser of 'poison bien beet aujourd'hui' legendarisch, vooral als je weet dat poison (één 's') 'vergif' betekent in plaats van 'vis'. Mijn vader bestelde in Italië ooit 'uno kilo vino', tot groot jolijt van het voltallige personeel. En het bloed kruipt waar het niet gaan kan: zelf heb ik ooit 'deux oux' gevraagd in plaats van 'douze eux' in een poging twaalf eieren te kopen. Uiteraard antwoordde de man achter de toonbank 'on ne vent pas des oux, monsieur'. 
Mijn favoriete taalanekdote is echter nog altijd vaders avontuur bij een Italiaanse apotheker. 
Ik was acht, en we stonden met ons tentje voor veertien dagen op een camping in Diano Marina, een badplaatsje niet ver van San Remo in Noord-Italië. Zomer, dus druk, maar best wel gezellig. Leuke bar, een winkeltje, een speeltuin... En de zon. Perfect. Ware het niet dat mijn pa na enkele dagen last kreeg van verstopping. Waarschijnlijk was zijn darmstelsel niet gewend aan het Italiaans eten (we spreken nu over vorige eeuw, niet vergeten) of reageerde hij slecht op de Italiaanse wijn, of speelden die spaghettislierten een vuil spelletje eens ze de maag gepasseerd waren, geen idee. Alleen: na vijf dagen was pa nog niet één keer gewéést en liep hij krom van de krampen. Hij moést dus een medicijn vinden dat er voor zou zorgen dat hij opnieuw naar het toilet kon. 
Wij dus naar de apotheker in een nabijgelegen dorp. Waar het taalprobleem natuurlijk prompt de kop opstak.


Diano Marina

Ik nodig je uit: probeer in een land waarvan je de taal niet machtig bent eens met gebaren duidelijk te maken dat je niet naar het toilet kunt, en een pilletje nodig hebt om je stelsel terug op gang te krijgen. Liefst wanneer er nog vijf wachtenden achter je staan, die het allemaal als een quiz interpreteren en het juiste antwoord proberen te raden. (Tip: als je deze zomer na enkele glazen met vrienden eens een keertje wilt lachen, laat ze het dan maar eens proberen.) 
Ik moet bekennen: alle respect voor mijn vader. Al duurde het redelijk lang, uiteindelijk slaagde hij wel in zijn opzet. De apotheker barstte na minuten lang wanhopig fronsen ineens uit in een tirade die alleen Italianen kunnen produceren. De man begon te ratelen en stopte daar pas mee nadat hij een hele uitleg had gegeven over de inhoud van het doosje dat hij aan mijn vader had verkocht. Tel daarbij de andere Italiaanse klanten die de apotheker voortdurend onderbraken omdat ze blijkbaar de kwaliteit van het medicijn extra wilden benadrukken, en je zit dicht bij de originele kakafonie. Bovendien maakten die klanten enthousiast dezelfde geluiden die mijn arme vader enkele minuten eerder had gebruikt om de apotheker zijn probleem duidelijk te maken. Als je het je probeert voor te stellen, kom je automatisch bij Monty Python terecht.

Ik denk niet dat pa het grappig vond. Hij kon er in elk geval niet om lachen. Maar hij had wel z'n medicijn, en hij had de uitleg van de apotheker perfect begrepen: het spul zag er volgens de apotheker uit als een lat chocolade, en pa moest daar vier blokjes van innemen om de file in z'n darmen te doen oplossen. Niet meer dan vier, had de apotheker nog gezegd. Het aantal niet even verdubbelen om het wat sneller te laten vooruitgaan of zo. De andere klanten hadden dat trouwens uitgebreid bevestigd, begeleid door dat alom gekende gebaar, waarbij ze de vingertoppen recht omhoog tegen elkaar hielden en een korte 'è' uitstootten. 
Het had moeite gekost, maar pa had wat hij moest hebben. Zelf stond ik in mateloze bewondering voor mijn vader, voor zijn durf en oplossingsgericht denken. Ook al vond ik zijn zelfverzekerdheid toch een beetje gevaarlijk voor iemand die wijn per kilo bestelde. 
Eerst wilde pa meteen een café binnenlopen en zijn medicijn nemen, maar mijn moeder vond dat een slecht idee. 'Je weet niet hoe snél die Italiaanse pillen misschien werken', was haar argument. Zelfs mijn vader zag daar de wijsheid van in, en dus strompelde hij kermend met ons mee tot op de camping.
Mijn bewondering voor hem steeg nog toen we daar vaststelden dat hij de apotheker inderdaad goed begrepen had. Het medicijn zag er wel degelijk uit als een brede lat chocolade, verdeeld in afbreekbare blokjes. Zijn eventuele laatste twijfels verdwenen dan ook als sneeuw voor de zon. Hij brak vier blokjes af en werkte ze met een glas water naar binnen, zoals de apotheker had gezegd.
Of beter: zoals hij dàcht dat de apotheker had gezegd.


Het was wel degelijk goed spul. Na een tiental minuten dachten mijn moeder en ik ineens zelfs even dat we een onweer hoorden. 
Donder? En er was geen wolk aan de lucht? 
Niks onweer. Vaders uitgebreid verteringsstelsel kondigde na vijf dagen inactiviteit zijn wedergeboorte aan. Zelden zo'n gelukkige uitdrukking gezien als op het gezicht van mijn vader. Eindelijk! Nog even en de krampen waren weg. Hij huppelde haast vrolijk naar het publieke toilet van de camping. Er kon hem niks meer gebeuren.
Dacht hij. 
En dachten wij.

Hij raakte maar net op tijd op het toilet, want het medicijn deed wel degelijk zijn werk. En hoe: gelukkig hadden ze de beerput waar de toiletten boven stonden enkele dagen eerder leeggemaakt, of de camping had na mijn vaders bijdrage met een probleem gezeten. 
Min vader riep van achter zo'n houten deur met een weggesneden hartje dat ik moeder op de hoogte mocht brengen, want dat 'het' gelukt was. Hij kwam direct.
Toen hij een half later nog steeds niet bij de tent was opgedoken, bleek dat een eerste aanwijzing dat zijn kennis van Italiaans misschien toch nog hiaten vertoonde. 

Mijn vader zat nog steeds op het toilet. Reageerde hij misschien extreem op het medicijn? Had hij de blokjes moeten kauwen in plaats van doorslikken? We wisten het niet. Dus ging mijn moeder met het medicijn naar de barman van de camping, en vroeg hem of hij eens wilde lezen wat er op de verpakking stond. En dat eventueel wilde vertalen. De man sprak gelukkig ook een beetje Frans. 
Wat bleek? Vader had de maximum dosis verkeerd begrepen. Het waren geen vier blokjes: het was één vierde van één blokje. Hij had met andere woorden de maximale dosis verzestienvoudigd.
Foutje in de interpretatie.


Vader heeft twee volle dagen op het toilet doorgebracht, en weigerde absoluut welk tegengif dan ook. Maar om zijn darmen aan het werk te houden moesten die wel gevuld worden. Twee dagen lang je vader voortdurend eten moeten brengen terwijl hij op een publiek toilet zit en daar niet af kan, laat een diepe indruk na op een zesjarige. Kamperen is daarna nooit meer aantrekkelijk geweest. En chocolade brengt me nog altijd aan het lachen.
Geniet dus van jullie vakantie, mensen. Denk alleen niet te snel dat je die vreemde taal ook machtig bent. Denk ook niet dat je een bezettingsmacht bent - omdat je het land bent binnengereden als deel van een kilometers lange colonne campingcars, heb je nog geen speciale rechten verworven. Gedraag je dan ook niet als een arrogante bezetter, maar als een gast.
En wees voorzichtig - ook met chocola. 

Geen opmerkingen: