donderdag 11 augustus 2016

Bookflash Boek van de maand: 'In de familie' van Joyce Spijker


Joyce Spijker

In de familie

Spraakmakend familiedrama achter de schermen van politiek Den Haag
© 2016 Joyce Spijker en Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam

I cannot think of any need in childhood as strong as the need for a father’s protection.
Sigmund Freud


1


Twee gigantische blauwpaarse ogen kijken Nina van een afstand aan. Ze werken hypnotiserend en bevatten meer magenta dan natuurlijk daglicht kan veroorzaken. Nina snuift, Mister Photoshop is a wonderful man, maar je moet wel maat weten te houden. Ze parkeert haar versleten Volkswagen Golf op een plek die net vrijkomt. Door haar vaart komt ze ruw tot stilstand tegen de varkensrug die het vak afsluit. De auto kreunt uit onvrede. Ze trekt de sleutel uit het contact en kijkt naast zich. Op de bijrijdersstoel liggen lege Spaflesjes, Red Bullblikjes en een lege chipszak. Slordig gooit ze de troep op de achterbank en stopt wat losse papiertjes in haar tas. Een echte opruimbeurt komt later wel. Om haar heen lopen mensen met neerslachtige gezichten naar hun auto’s. Ze zijn gehaast en lijken de late zonnestralen niet op te merken. Kantoorslaven die het mooiste van de dag verliezen omdat ze vastgeklonken zitten aan hun pc. De foto van de kinderen op hun bureau herinnert hen aan de enige reden waarom ze dag in dag uit weer komen opdagen. Nina sluit haar ogen, blij dat haar dat lot bespaard is gebleven. Voor haar werk moet ze soms op de meest idiote tijdstippen of plaatsen opdraven, maar ze zou nog geen week willen ruilen met een van deze stakkers.
Ze kijkt weer even naar de levensgrote verkiezingsposter boven de in- gang van het partijbureau. Het heeft iedere keer weer iets vervreemdends om het gezicht dat ze sinds jaar en dag kent, zo opgeblazen te zien. Nog even, dan is het circus weer voor vier jaar voorbij. Van haar mag het nu al over zijn.
Achter de balie zit een receptioniste die ze niet kent, ze is hier lang niet geweest. Het meisje glimlacht vriendelijk, haar kaarsrechte witte tanden flonkeren in het zonlicht. Nina heeft de neiging er een foto van te maken, maar laat haar iPhone in haar zak en steekt haar hand uit. ‘Mijn naam is Nina Satijn. Ik kom mijn vader ophalen, mag ik doorlopen?’
Het meisje wijst naar de stoelen voor de balie. ‘Als je even wacht, zal ik hem voor je bellen.’
Nina slikt haar eerste reactie in. ‘Ik blijf wel staan.’
Het blondje drukt een nummer in, wacht een seconde en praat dan zo zacht dat Nina niets verstaat. Ongedurig kijkt ze op haar telefoon. Iets voor half zes. Als ze over een half uurtje bij oma willen zijn, moeten ze opschieten;
ze weet hoeveel waarde haar oma aan de klok hecht. Het meisje giechelt aanstellerig in de hoorn en houdt een hand voor haar mond. Hebbes, Nina legt het gebaar snel vast zonder flits. Ze houdt ervan om mensen op onbewaakte ogenblikken te fotograferen, dan zeggen de portretten het meest.
‘Hij komt er zo aan,’ zegt het meisje opgewekt en ze legt de hoorn neer.
‘Fijn,’ bromt Nina. Ze zet de zware tas op de grond en kijkt om zich heen. Dit gebouw is heel anders dan het ministerie waar papa normaal gesproken zijn tijd doorbrengt. Daar wordt ze keer op keer opnieuw gescreend als ze naar binnen wil en ze moet er haar tas laten doorzoeken. Dit oude kantoorgebouw steekt er schril tegen af. Toch zetelt de partij hier al jaren. Haar vader begon als jong broekie in de onderste regionen, maar naarmate zijn status toenam, ruilde hij het flyeren op straat in voor het pluche en de tv-studio’s. Daar ziet ze hem meestal, in pixels reagerend op wetsvoorstellen of Kamervragen. De laatste keer dat ze echt met hem heeft gesproken, kan ze zich niet meer herinneren.
‘Nina?’
Ze draait zich om. Een jongeman wiebelt heen en weer, zijn licht-
blauwe stropdas valt net over zijn ceintuur en hij kijkt alsof hij nog nooit een misstap heeft begaan. Beteuterd laat ze haar blik zakken naar haar besmeurde Allstars, die een heel ander verhaal vertellen dan de opgepoetste brogues tegenover haar en schudt met tegenzin de hand die hij haar reikt.
‘Lars Bennink, ik werk voor je vader.’ Onverholen trots klinkt pijnlijk duidelijk door in zijn stem.
‘Hartstikke fijn, Lars.’ Ze kan de sarcastische toon niet verbloemen. ‘Waar is hij? Ik kom hem halen. We zijn aan de late kant.’
De jongen schuifelt nog steeds heen en weer. ‘Er is iets tussengekomen.’
‘Hoezo?’
‘Nou,’ zijn zorgvuldig opgebouwde zelfvertrouwen vervaagt onder haar blik, ‘er zijn persvragen gesteld en die moet hij eerst beantwoorden. Dat duurt wel even. Misschien kun je beter alvast gaan, dan kom jij in elk geval niet te laat.’
Nina pakt haar tas en slingert die over haar schouder. De glimlach van de
jongen groeit. Dan zet ze af en dendert ze langs hem heen. ‘Ga jij die persvragen lekker beantwoorden, Lars, dan loop ik even naar mijn vader, want hij gaat nu mee.’


2


Marsala Satijn gaat op de rand van haar bed zitten en staart naar haar kledingkast. Ze heeft geen idee wat ze aan moet trekken. Het is buiten nog lekker warm, maar vanavond koelt het in een rap tempo af, zo gaat dat als de bladeren vallen. Ze laat haar handen over haar blanke benen en buik dwalen. Die zijn niet meer zo strak als twintig jaar geleden, maar ze heeft niet te klagen. Met een nagel trekt ze lijntjes over haar huid. Vroeger lag ze uren in de zon te bakken om net als haar vriendinnen een beetje kleur te krijgen, maar met haar rode haren was dat ijdele hoop. Het enige wat de zon voor haar in petto had, was een pijnlijk trekkende huid voor het vervellingsproces van start ging. Nu blijft ze in de schaduw en smeert zich in met een sunblock om huid- veroudering tegen te gaan, een tijdelijke blos weegt niet op tegen de fijne rimpels rond haar mond en ogen waar ze dagelijks tegen vecht.
Ze speurt de openstaande kledingkast af en rilt bij het vooruitzicht van die avond. Emma’s huis is donker, monumentaal en volgestouwd met herinneringen. Kan ze er niet onderuit? Een doffe hoofdpijn bonkt tegen haar slapen. Ze valt achterover op bed en staart naar het plafond. Het wordt verlicht door zonnestralen die van de spiegel terugkaatsen. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes. Ze houdt van licht. Als ze werkt, kan ze niet zonder. Veel mensen denken dat licht alleen voor schilders van levensbelang is, maar niets is minder waar. Wanneer zij een beeld maakt, is de lichtinval essentieel voor de manier waarop ze het uithakt.
Het fijnste vindt ze het grove werk: alsof er niets van het kostbare materiaal over hoeft te blijven, bijna roekeloos. Toen Boudewijn dat voor het eerst zag, was hij aangeslagen. Beestachtig vond hij het, barbaars. Maar die eerste fase, ontdekken welk beeld er in de steen verscholen zit, is het mooist. Pas wanneer het is geslepen en afgewerkt, wordt het verkoopbaar, maar zelf houdt ze het meest van de ongepolijste versie, waarin de ziel nog ruw en aards is.
Thuis is het precies andersom. De villa, door haarzelf minimalistisch ingericht met dure spullen, straalt smaak uit. Verfijning, met glanzende materialen en rechte lijnen. Boudewijn gaf haar de vrije hand, maar ze weet dat hij dat niet nog eens zal doen. Het ‘steriele karakter’, zoals hij het noemt, is een van de redenen waarom hij zich ’s avonds vaak terugtrekt in zijn werkkamer vol ouwe meuk. Het maakt haar niet uit. De leegte in huis geeft haar rust. Dat deed het tenminste, de laatste maanden blijft zij ook liever in het rommelige atelier achter in de tuin. Al is het maar om de tijd te overbruggen tot ze met goed fatsoen naar bed kan.
‘Mam! Ik ben weg!’ brult Merlot vanaf de gang.
Marsala springt op en ziet haar dochter nog net in haar ooghoek voordat die de trap af roffelt.
‘Staan blijven, jij!’
Merlot draait zich verbaasd om. Haar onschuldige ogen, sproetjes en rode vlecht raken haar recht in het hart. Wat is ze snel groot ge- worden. Ze kan zich de dag dat haar dochter geboren werd nog scherp voor de geest halen. Het was een razendsnelle bevalling, maar krachtig. De weeën begonnen toen ze met een beitel in haar handen stond en vier uur later kreeg ze haar kleine meisje in haar armen. Ze was perfect, ongerept.
‘Waar ga je heen?’
‘Uit.’

‘Hoezo uit? We gaan zo naar oma, ik rij.’

‘Oma?’ echoot haar dochter verbaasd. ‘O fuck, is dat vandaag?’
‘Alsof je dat niet wist.’ Het liegen heeft ze van haar vader.

‘Ik heb met Janou afgesproken om een drankje te gaan drinken, dus ik kan niet,’ zegt haar dochter triomfantelijk.

‘Dan ga je maar later. Nina zal er zijn, je vader ook. We gaan over tien minuten.’
‘Mam!’
Marsala bijt op haar kiezen. ‘Geen gezeik,’ zegt ze streng. ‘Bel Janou maar
en draai beneden alvast alle deuren op slot. We gaan, of we dat nou leuk vinden of niet.’


3


Nina sprint naar de tussendeur en rukt vergeefs aan de knop. Verdorie, die baliegriet heeft haar geen pasje meegegeven. Toch nog iets van controle, hier.
‘Nina! Dat kan zomaar niet!’ hoort ze achter zich. Als ze zich omdraait, ziet ze Lars als een ijshockeyer over de vloer glijden. Dan geeft de knop onder haar vingers mee, iemand aan de andere kant van de deur wil naar buiten. Ze glipt door de opening. Bij de gesloten kantoordeur met haar vaders naam op een wit kaartje, twijfelt ze even. Dan opent ze de deur zonder te kloppen. Papa staat met zijn gezicht naar het raam, een hand in zijn broekzak, de ander aan zijn oor. Zijn donkerblauwe pak straalt zakelijkheid uit en zijn volle grijze haardos is nonchalant in model gekamd. Ze weet dat de vrouwen nog steeds voor hem vallen; dat was nooit anders, maar nu hij minister is, meer dan ooit. Justitie, voornamer kan het niet worden. Ze klikt met haar telefoon om het beeld vast te leggen.
‘Je kunt niet zomaar doorlopen, dat mag niet!’ roept Lars terwijl hij haar aan de kant duwt. Hij hijgt van de inspanning.
‘Natuurlijk wel,’ zegt Nina kalm, ‘dat heb je net gezien.’
Het gezicht van de jongen loopt rood aan. Hij moet van haar leeftijd zijn, misschien iets ouder, maar hij gedraagt zich als een beteuterde kleuter die erachter komt dat de kerstman niet bestaat. ‘We hebben werk te doen,’ snauwt hij gepikeerd. ‘Je mag blijven, als je wilt, maar Boudewijn meenemen is geen optie.’

‘Jawel, want mijn oma is jarig en zij verwacht ons om zes uur.’ Nina kijkt op haar telefoon. ‘En dat is over exact vijfentwintig minuten.’
‘Over vijfentwintig minuten staat de Nederlandse pers hier op de stoep en dat gaat voor,’ bijt Lars haar toe. Een adertje op zijn voorhoofd pulseert wild. ‘Dus ik zou je vriendelijk...’

‘Nina, schatje, wat fijn dat je er bent.’ Papa drukt het telefoongesprek
weg en kijkt haar stralend aan. Ze stuift naar voren en geeft hem een zoen. Een-nul, denkt ze als ze Lars achter zich laat. ‘Dag papa, ga je mee? We zijn al aan de late kant.’
Zijn gezicht zakt in een schuldbewuste plooi. ‘Ik kan niet weg schat, ik hoor net dat we nog wat te doen hebben, het spijt me.’
‘Denk je dat die verkiezingsdingen niet heel even kunnen wachten?’ ‘Dit is gewoon ministerswerk, Nina, daar word ik voor betaald.’
‘Maar...’

‘Je weet dat ik graag mee wil, lieverd, maar dit moet. Rij maar vast, ik zou het rot vinden om je te laten wachten. Jacques brengt me wel. Ik kom zo snel mogelijk, voor het eten nog. Beloofd.’
Nina slikt. Ieder argument dat in haar hoofd keihard leek, wordt vloeibaar. De kus op haar voorhoofd is warm en nat. Ze voelt zich weer vijf en moet haar kiezen op elkaar klemmen om niet in huilen of in een stroom verwijten uit te barsten. Vroeger was het anders, zou ze hem naar zijn hoofd willen slingeren, maar ze durft niet.
Zonder Lars nog een blik te gunnen, verlaat ze de kamer. Ze voelt zijn triomfantelijke glimlach op haar rug.
Als ze twintig minuten later eindelijk de stad uit is en gas geeft richting Wassenaar, maken de Foo Fighters plaats voor Het Journaal. Zou ze haar vader horen? Dat is wel het laatste waar ze zin in heeft. Ze steekt haar hand uit om van zender te wisselen, maar wordt verrast door de woorden van de nieuwslezer: ‘Vanmiddag is in Wassenaar het ontzielde lichaam van een bejaarde vrouw gevonden. De vrouw woonde al- leen en werd aangetroffen in de garage. De vrouw is door geweld om het leven gekomen. Van de dader ontbreekt ieder spoor.’
In een reflex staat Nina op de rem. Achter haar toetert een auto. Ze reageert niet. Er schiet maar één gedachte door haar hoofd: haar oma is een alleenstaande bejaarde vrouw die woont in een riante villa in Wassenaar. Met garage.

Verder lezen? In de familie is sinds 1 juni 2016 verkrijgbaar in alle (online) boekhandels.

Geen opmerkingen: