maandag 26 september 2016

In gesprek met......Marnix Peeters



Wie is deze sympathieke Vlaming?

Marnix Peeters begon zijn carrière als muzieksamensteller bij Studio Brussel, maar ontdekte al snel dat hij vooral een mens van letters is..... In onderstaand interview ontdek je dit en nog veel meer! 

‘Kijk niet zo, konijntje’ is onlangs verschenen bij Prometheus en was in september ons ‘Boek van de maand’.





Onderaan het interview staat het antwoord op de vraag; Wie of wat is ‘Konijntje’?
We hebben een eerlijke hand laten graaien in de juiste antwoorden die bij ons binnen kwamen. Ben jij een van de gelukkige die een exemplaar gewonnen heeft? Stuur je adresgegevens naar perfecteburen@gmail.com en het boek komt zo spoedig mogelijk jouw richting uit.

Wie is Marnix Peeters?
Een schrijver van verhalen. Een jong veulen dat naar vrijheid hunkert, en daarom pas laat in het leven trouwde en op een berg in de Oostkantons ging wonen. Broer van Annemie. (Annemie Peeters is een Belgische radio- en tv-presentatrice)


Je begon je carrière bij Studio Brussel als muzieksamensteller. Kun je ons daar iets meer over vertellen. Ik heb geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen.
Het was de tijd toen muziekprogramma’s op de radio nog niet door computers werden samengesteld maar door mensen — ik maakte het avondprogramma Update, een nogal experimenteel uurtje met de toenmalige Chantal Pattyn, die erg veel van harde gitaren hield. 


Daarna werd je 'interviewer'/journalist bij HUMO en Het Laatste Nieuws. Wanneer kwamen de kriebels om een boek te schrijven?  
Het waren geen kriebels om een boek te schrijven — het waren veeleer kriebels om een verhaal te vertellen, om het ‘schrijven voor het plezier’ opnieuw een kans te geven, nadat het jarenlang ‘schrijven om den brode’ was geweest; dat was natuurlijk geweldig, dat je met schrijven je geld kunt verdienen, maar het werd allengs een zenuwachtiger bedoening, journalist zijn — met kortere deadlines en zwaardere vrachten — en dus besloot ik te gaan freelancen; de vrijgekomen uren werden vanzelf ingevuld met ‘plezierschrijven’, zoals ik dat jaren geleden altijd al had gedaan, maar de intentie van een boek kwam er pas toen die verzinsels werden opgepikt door mensen uit het uitgeefbedrijf in Amsterdam, die me aanspoorden om in boekvorm te beginnen denken. Daaruit is ‘De dag dat we Andy zijn arm afzaagden’ uit voortgekomen.

Hoe begin je aan een verhaal/boek. Komt het idee ineens of ben je er al een tijdje mee bezig?  
Het is een heerlijk proces dat heel veel tijd in beslag neemt, maar dat bijzonder verkwikkend en aangenaam is: ik zit graag in de natuur, die in de Oostkantons royaal voorradig is, en omdat je in de natuur niet veel meer kan doen dan ademen, rondkijken en verzinnen is dat wat ik vooral doe: personages dienen zich vanzelf aan. In een latere fase sta ik elke dag heel vroeg op — rond half vijf — en schrijf ik geconcentreerd drie à vier uur lang. 

'God in Vlaanderen' was je eerste boek (als ik goed geïnformeerd ben) Een boek over het leeglopen van onze kerken en het geloof. Wat was de trigger om hierover te schrijven?
Die wortels zitten nog in mijn journalistieke leven — ik had verslag gemaakt van de heiligverklaring van Pater Damiaan in Rome, en had in ongeveer dezelfde periode een grote reportagereeks over Lourdes gemaakt — telkens samen met dezelfde fotograaf, Rudi Van Beek. Het onderwerp — volksdevotie — boeide ons dermate  — en de verhalen liggen werkelijk voor het oprapen — dat we beslisten om er dieper op in te gaan. 

Je debuut roman 'De dag dat we Andy zijn arm afzaagden' is vertaald in het Italiaans. Waarom in het Italiaans, wat deed het met je en was het in Italië ook zo'n succes?
De Romeinse uitgever Castelvecchio had interesse in het boek — grote uitgevers houden de internationale markten schijnbaar nauwgezet in het oog — en kocht vrij snel de vertaalrechten. ‘Il giorno che segammo il braccio a Andy’ verscheen een jaar na de Nederlandse uitgave, en heeft het zeer goed gedaan op de grote Italiaanse markt — ik krijg tot op de dag van vandaag mails en reacties vanuit dat land, wat heel plezierig is. Ik spreek zelf geen Italiaans, maar ik heb één boek dat ik van voor tot achter kan lezen. Het klinkt ook zo fantastisch! 




     
Je schrijfstijl is op zijn zachtst uitgedrukt 'bijzonder en expliciet' te noemen. Hoe omschrijf je die zelf? 
Euh… Ik neem geen blad voor de mond. Waarom zou je ook — er worden al meer dan genoeg bladen voor de mond genomen, en literatuur is de uitdrukkingsvorm bij uitstek om je eens lekker te laten gaan. Neem Oscar in ‘Kijk niet zo, konijntje’: je kunt zo’n man heerlijk laten zeggen wat je zelf nooit hardop zou durven zeggen, en dat is een ontzettend mooie uitlaatklep — het is één groot plezier om met zo’n figuur aan de slag te gaan. 

Ook de covers springen in het oog. Die van 'Niemand hield van Billie Vuist' is best pakkend. Bepaal je zelf (mee) wat er uiteindelijk op de cover komt?
Ik laat de vormgever in eerste instantie vrijuit zijn gang gaan — Kris Demey maakt de meeste van mijn omslagen. Hij komt met een aantal voorstellen op de proppen, waarbij hij telkens op een andere manier de inhoud van het boek een rol laat spelen. Hij leest het boek ook zeer aandachtig — en het is plezierig om zijn interpretaties te zien: neem ‘Natte dozen’, het omslag met de bokaal met worsten: het verwijst naar de dichtgeschroefde, beteugelde (seksuele) hunkeringen van het hoofdpersonage. Dat vond ik bijzonder goed gevonden. 



Op de cover van 'Kijk niet zo, konijntje' staat een poes die aan een ijsje likt. Je zou eigenlijk een konijn verwachten. Vanwaar die keuze?
Het is een zwarte poes die aan iets lekkers likt. Daar kun je meerdere kanten mee uit, letterlijk of figuurlijk. En natuurlijk is het ook spannend om met die bizarre tegenstelling te werken —konijn versus poes… Ik merkte in elk geval dat iedereen aan wie ik het omslag liet zien, voor het boek er was, in de lach schoot en het een bijzonder aantrekkelijk beeld vond. 



In 'Kijk niet zo, konijntje', komt Oscar van Beuseghem (Natte Dozen) weer ten tonele. Was dit de bedoeling of .......?
Oscar drong zichzelf op. Mijn vrouw zei geregeld: verdorie, was Oscar er nog maar, als we dingen zagen gebeuren op straat of op televisie. Oscar met zijn ongezouten maar weelderig verwoorde commentaren, die toch telkens een iets pittiger invalshoek bedenkt bij actuele problemen en tendensen. Ik besloot om hem nog eens een kans te geven, en na enkele dagen wist ik het zeker: ik moet het werk aan mijn (toenmalige) boek even opschorten, en Oscar weer de wildernis in sturen. 

Je hebt de gave om humor en ontroering samen met hedendaagse actualiteit in één boek te 'proppen'. Is humor een manier (voor jou) om hiermee om te gaan?
Absoluut. Humor is mijn medicijn voor àlles. Ik kan onmogelijk leven zonder te lachen — niet dat ik alles zo maar weglach, maar het is toch een onmisbaar onderdeel van mijn bestaan. Ook als ik ernstige onderwerpen behandel — zoals mensenhandel en kinderprostitutie in ‘Niemand hield van Billie Vuist’ — kan ik dat niet zonder de humor erbij te betrekken. Het is wellicht een afwijking. 

Stel ik ken je boeken niet. Waarom zou ik ze 'moeten' lezen?
Zoals het op de T-shirts staat: Moet Just Niks. Maar als je je graag amuseert, en je graag lacht, en graag wordt meegesleept in een goed verhaal, zonder allerlei pretenties of kapsones, dan ben je bij mij aan het juiste adres. Adrenaline! Plezier! Verrassingen! 



Zitten er biografische momenten in je boeken?
Ik hoop van niet — het zou veel over mijn leven zeggen — maar uiteraard sluipt er wel eens een naam of een persoon of een flard van een waar vertelsel het verhaal binnen. 

Waarom kies je, als Vlaming, voor een Nederlandse uitgever?
Eigenlijk heeft de uitgever mij gekozen — in het begin De Bezige Bij, nu Prometheus. Het is gewoon een feit dat de grote uitgeefhuizen nog altijd in Amsterdam staan — en bij Prometheus voel ik me prima omringd, met Vlamingen als Brusselmans, Lanoye en Saskia de Coster. 

Hoe ga je om met complimenten of juist met kritiek na bijvoorbeeld een 'negatieve' recensie?
Ik vind alle soorten opmerkingen zeer interessant en leerrijk — niet dat ik er per se rekening mee houd, maar gewoon om te beseffen: iedereen heeft zijn eigen smaak, en daar hoef je niets méér bij te denken of te voelen. Er zijn lezers die totaal de humor van mijn boeken niet inzien, wel, ik versta dat. Sommige mensen vinden Hans Teeuwen het einde, anderen gaan naar Geert Hoste kijken — die twee liggen lichtjaren uit elkaar, ook al brengen ze allebei mensen aan het lachen. Niks aan te doen.

Je lijkt me een mens die 'fysieke contacten' hoog in het vaandel draagt. Wat betekent in dit geval 'sociale media' voor jou? 
Sociale media zijn een essentieel onderdeel geworden van onze communicatie — het belang van de klassieke, oude media wordt almaar dunner. Het is niet gemakkelijk om er je weg in te vinden, vind ik, maar wel heel plezierig. 

Je bent nog altijd (freelance)journalist. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zegt men. Geldt dat in dit geval bij jou?
Journalistiek wordt hoe langer hoe meer bijzaak — ik schrijf momenteel elke zaterdag een column over het leven in de Oostkantons voor De Morgen, en dat kun je eigenlijk al niet meer echt ‘journalistiek’ noemen. Ik wil het wel blijven doen — het blijft een van de mooiste vakken op aarde — er gaat weinig boven interessante mensen interviewen, vind ik. 

Waar kan je absoluut niet tegen?
Ik hou niet van rijke mensen. Raar hè? Rijke mensen zijn zelden plezierige mensen — in hoofdzaak doordat ze vaak ongelukkige mensen zijn, en dat komt dan weer doordat ze zich te veel zorgen maken om alles wat ze hebben — als je veel hebt, kun je veel verliezen. 


Lees je zelf en wat lees je dan zoal?
Vooral Angelsaksische literatuur en non-fictie — ik lees meeste drie of vier boeken tegelijk, uit verschillende genres — momenteel is dat de nieuwe Geert Mak, een boek over de abdij van Westvleteren, en een roman van een nieuw Amerikaans talent, Chad Dundas, getiteld ‘Champion of the world’. Over boksers in de jaren twintig. 


Als je maar aan een project zou mogen werken het komend jaar, welk project zou dit dan zijn?
Mijn volgende boek — de roman die is moeten wijken voor Oscar Van Beuseghem. 

Waar kan iemand je midden in de nacht voor wakker maken?
Om een goed verhaal te vertellen. Mijn vrouw en ik doen dat geregeld, in het echt.  

Tot slot: wat zou je nog graag afvinken op je bucket-list?
Eerlijk? Ik kan niets bedenken, ook al doe ik nog zo mijn best. Ik ben, om het simpel te zeggen, een zeer gelukkig mens. Als ik het gevoel had dat ik iets te kort kwam of iets miste in mijn leven, zou ik al volop bezig zijn met er werk van te maken. 

Marnix, bedankt voor je spontane medewerking en fijn dat we bij de boekpresentatie van ‘Kijk niet zo, konijntje’ aanwezig mochten zijn.

Succes bij alles wat je nog van plan bent te doen en blijf genieten op je berg in de Oostkantons!



Karin - team De Perfecte Buren

Het antwoord op de vragen: Welk personage speelde eerder een hoofdrol in een vorige roman van Marnix en wat was de titel van deze roman? zijn: Oscar Van Beuseghem en 'Natte dozen' 

De gelukkige winnaars zijn: Sarra Mahieu (winnaar winactie van Het lijkt me straf, maar wie weet (al) over welk boek het gaat? van 22 augustus) - Joyce Van Sint Feijth - Sammy Verbruggen - Werner van Gink en Els de Backer.

Geen opmerkingen: