dinsdag 18 oktober 2016

Auteurs bloggen: Ilse Ruijters


Interviews, gastblogs, boekpresentaties. Superleuk allemaal. Tenzij ze gruwelijk verkeerd gaan en je met het schaamrood op je kaken oog in oog met Linda de Mol staat. Huiver mee, Leesclub De Perfecte Buren, zo mis kan het gaan...


Sinds deze maand ligt mijn gloednieuwe thriller Later als ik dood ben in de winkel. Precies een half jaar later dan gepland. In januari dacht ik nog: maart ga ik wel halen. Maar in februari besloten de uitgever en ik toch maar voorzichtig een maandje uit te stellen. Dat werd twee maanden, drie maanden en tenslotte de najaar catalogus. Goed voor mijn boek, maar rampzalig voor de PR, want ik was zo rond de jaarwisseling al begonnen met het aanschrijven van bladen.


Onze Hond reageerde als eerste. Een ontzettend aardige, relaxte journalist kwam een zes pagina’s tellend artikel over mijn lieve viervoeter Dunya schrijven. Tot zo ver ging alles goed. Maar toen belde Nouveau om een afspraak te maken. Ik maakte een rondedansje – Nouveau! Hoe stoer is dat! – en natuurlijk ging de vaas om. Terwijl ik de scherven van de vloer veegde keek ik eens om me heen. Vanuit een nieuw perspectief bezag ik ons huis. Een puinhoop. Dus daar moest ik iets aan doen.


Nu ben ik niet voor één gat te vangen. Ik nam de dag voor het interview vrij en poetste de hele benedenverdieping (en dat is best veel werk, want we wonen in een ‘kast van een huis’ – maar daarover straks meer). Ik deed mijn nagels, epileerde mijn wenkbrauwen en stond een uur voor de kast om te bepalen wat ik aan zou trekken. Uiteindelijk koos ik voor mijn tien jaar oude lievelingsbroek van Wolford en een simpele witte blouse. Ik spurtte nog even op de fiets naar de Jumbo om alle ingrediënten voor brownies te halen en zat er op de dag van het interview helemaal gestyled en op-en-top klaar bij.


Althans, dat vond ik. De fotografe keek weliswaar goedkeurend naar het huis, maar vroeg aan mij: weet je al wat je aan gaat trekken? Ik had het lef niet om te zeggen dat dit het dus was. ‘Iets glamorous is het beste,’ raadde ze aan. ‘En je haar?’ Ze wees op mijn bos krullen die ik casual-sjiek had opgestoken. ‘Weet je al wat je daarmee doen?’

Totaal in paniek trok ik me terug in de slaapkamer. Wat moest ik aan. Wat?! Alle comfortabele voor-schrijven-hoef-je-er-niet-sjiek-uit-te-zien-outfits vielen af. Wat over bleven waren jurkjes. Maar die waren stuk voor stuk tot boven de knie. Leuk, maar niet met lijkbleke, harige winterbenen! Terwijl ik in het bad met een scheermesje mijn onderbenen te lijf ging, probeerde ik nog snel wat extra volume in mijn haar te föhnen. Ik hoopte dat de journaliste en fotografe de wachttijd zouden doden met het eten van brownies, maar toen ik terugkwam stond de schaal er nog onaangeroerd bij.



Uiteindelijk ben ik op de foto gegaan in mijn boekpresentatiejurkje. Mijn oorspronkelijke outfit mocht ik aan voor de ik-zit-hier-heel-relaxed-op-bed-wat-te-schrijven-foto. Soort pyjama-shoot dus. Maar het kan nog erger. Want de Linda Wonen belde een paar maanden later. Of ze de covershoot voor het themanummer ‘Een kast van een huis’ met onze woning op de achtergrond mochten doen. Natuurlijk was het luide antwoord ‘jaaaa’. Niet alleen omdat dit dé kans was om Linda de Mol mijn boek in handen te duwen en om te vragen of ze toevallig nog een nieuwe columniste nodig hadden, ook omdat het een mooie reclame zou zijn voor het architectenbureau van mijn man Bas.

Nou, voor de ene foto waren drie afspraken nodig. Op De Grote Dag van de Shoot denderde maar liefst twintig man mijn huis in. Twintig man, en niemand, helemaal niemand wilde een brownie (waarom blijf ik die dingen eigenlijk bakken?). Ik was zo zenuwachtig dat ik bleef haken achter een keukenkastje (geloof me, ik heb het geprobeerd te reconstrueren, maar ik weet nog steeds niet hoe ik dat voor elkaar heb gekregen) en languit op de keukenvloer ging.

Gegeneerd zocht ik steun op de bovenverdieping, waar het architectenbureau zit. ‘Just relax,’ kreeg ik daar te horen – het merendeel van de architecten dat voor Bas werkt, komt uit het buitenland. ‘And who the f*ck is Linda de Mol?’. Dat laatste was niet cynisch, maar bloedserieus bedoeld.

Twee uur later arriveerde La Mol. Linda is net zo hartelijk als op televisie, nam vriendelijk mijn boek aan, maakte een praatje over het huis, sloeg beleefd een brownie af en liet zich volledig op haar gemak optutten in mijn werkkamer. Ik daarentegen gedroeg me als een konijn dat stil op straat blijft zitten, terwijl er steeds groter wordende koplampen op hem afkomen. Ik vroeg niets, helemaal niets, over een mogelijke column, laat staan over aandacht voor mijn boek.

Sterker nog, toen de coverfoto gemaakt was, was ik blij dat het voorbij was: godszijdank was ik niet op mijn snufferd gegaan in Linda’s bijzijn! Maar toen kwam, op de valreep, het hele architectenbureau naar beneden voor een groepsfoto. Ik hoorde een van de stagiaires zich voorstellen aan de blonde visagiste: ‘Ilse told us ‘bout you. So nice to meet a Dutch celebrety’. Linda stond ernaast en ik dacht nog: die vrouw zal wel denken.


Toen de jongen die ik zo snel had aangeschoten om de foto te maken, echter met Linda in de auto stapte, zuchtte ik diep. Jeroen Rietbergen, de vriend van, en de toetsenist van de Edwin Eversband, had ik aangezien voor een jongen van de productie. ‘Ach, maak jij effetjes een fotootje.’




Ik denk niet dat ze me zullen herinneren. Ik hen wel. De blauwe plek op mijn knie heeft er dagen gezeten en van het feit dat ik die middag alle overgebleven brownies heb opgegeten, heb ik tot op de dag van vandaag spijt.


Binnenkort op ons blog de recensie van 'Later als ik dood ben'.

Geen opmerkingen: