dinsdag 22 november 2016

Auteurs bloggen: Diana Ruwaard


Daar is het dan: boek twee!

Het heeft wel de nodige bloed, zweet en tranen gekost, zoals ze dat altijd mooi verwoorden. Na mijn debuut stond ik te popelen om met mijn tweede thriller aan de slag te gaan. Want tja, het verhaal was nog niet klaar, Spencer en Jennifer hebben een onopgeloste zaak. En degenen die ‘De verzamelaar’ hebben gelezen kwamen allemaal tot vrijwel dezelfde conclusie: dit smaakt naar meer, kan niet wachten op het vervolg.

Het verzinnen van een nieuwe verhaal was zo gebeurd. Ik ben erachter dat ik de nare gewoonte heb om tijdens het schrijfproces van het ene boek al een volgend boek te vormen in mijn hoofd. Een ware wervelstorm aan gedachten wat regelmatig leidt tot slapeloze nachten, omdat ik nog niet ontdekt heb hoe ik het uit kan schakelen. Een korte uitleg over mijn schrijfproces: ik zet de grote lijnen van het verhaal in een bestand. Dan maak ik een overzicht in Excel. Op elke regel komt een hoofdstuknummer met een paar korte zinnen waar het over moet gaan. De regels krijgen kleuren, voor elk personage een afzonderlijke kleur, zodat ik weet vanuit welk perspectief ik het wil schrijven. Dan kan het schrijven beginnen.

Zo ook voor boek twee. Het voelt soms net als een recept uit een kookboek. Ik hou me aan het voorschrift en er komt een lekker hoofdgerecht uit, in dit geval een spannende thriller. Vol goede moed begon ik dus aan het tweede boek. Ik had al meteen een titel: Irukandji. Erg exotisch en totaal anders dan de verzamelaar. Tot aan hoofdstuk twintig. De twijfel sloeg toe. Is het spannend genoeg? Wat als…

Ik weet het nog precies. Ik zat ’s avonds met mijn handen op het toetsenbord en wilde net aan het volgende hoofdstuk beginnen. Toen zag ik ineens een beeld voor me. Een man, vastgebonden aan een stoel, zijn onderbeen lag eraf, overal bloed. Yes! Dat is wat ik nodig had! En het paste totaal niet in het verhaal wat ik aan het schrijven was. Neeeee. En nu? Ik besloot er een nachtje over te slapen (lees: piekeren). Steeds meer beelden kwamen in me op. Ik kon het niet meer negeren. Dit moet boek twee worden. Alles wat ik tot dan had geschreven, heb ik geparkeerd in een aparte map. Weggooien is zonde natuurlijk, want met het verhaal is niets mis. Alleen is het niet wat ik wil voor het boek dat na mijn debuut komt.

Weken van schrijven, schrijven en schrijven (het ging als vanzelf, wat een goede keuze was dit zeg!). En daarna herschrijven, herschrijven en nog een beetje schaven en schuren aan het verhaal. Dit laatste proces doe ik het liefst samen met mijn redactrice. We hebben daar een leuke manier voor gevonden en het is altijd erg leerzaam en gezellig. Ik kan wel zeggen dat ik van herschrijven geniet, tot het aan het einde wel stiekem een beetje mijn neus uit komt, al geef ik dat nooit toe. Rond die tijd is het gelukkig klaar. En hoe makkelijk ik de titel eerder had verzonnen voor het verhaal dat ik geparkeerd heb voor onbepaalde tijd, des te lastiger was het nu. Oef! Paniekaanvallen, werkelijk waar. Wel honderd titels verzonnen! En allemaal waren ze net niet goed genoeg. Volkomen in de put wilde ik de handdoek al in de ring gooien. Laat maar zitten dat tweede boek. Toen was daar ineens de titel: bloeden zal je. Het beschrijft precies hoe de dader zich voelt.

Aangezien ik zelf uitgever ben, kan ik het daarna niet uit handen geven, maar moet ik verder aan de slag. De opmaak. En mijn man, die de cover van mijn boeken maakt, heb ik een por gegeven dat ook hij aan de gang moest gaan. Ik zal alle verdere technische details achterwege laten, maar het is nog een heel proces voor het boek naar de drukker kan. En alles moet uiteraard perfect zijn, dus we hadden ons verkeken op hoeveel werk het was.

Uiteindelijk ben ik ver voorbij mijn zelf opgelegde deadline gegaan. In eerste instantie wilde ik het voor de zomer uitgeven. Dat had gekund, misschien, eventueel (twijfelachtig) maar niet als je zomaar besluit om na tig hoofdstukken opnieuw te beginnen met een ander verhaal. Net voor de zomer besloten we dat 28 oktober een mooie dag voor een presentatie was. Dat zouden we makkelijk redden, op onze sloffen. Helaas, weer mis. Na de nodige tegenslagen, griepepidemie├źn en avonden waarin ik moest toegeven dat af en toe een televisieserie kijken ook nodig was om door te kunnen gaan, is het dan zover! ‘Bloeden zal je’ is een feit, 25 november komt hij uit. Eureka. De boeken zijn gisteren in grote dozen aangeleverd bij ons thuis. Heerlijk!

Nu kan ik me opmaken voor het moeilijkste deel van het proces (voor mij dan): de boekpresentatie. Schrijven lijkt vanzelf te gaan, soepel, makkelijk en snel. De woorden die uit mijn mond moeten komen tijdens een presentatie, die lijken hun weg niet naar buiten te kunnen vinden, verstoppen zich op een plek waar ik ze niet meer terug kan vinden. Gelukkig ben ik dit keer beter voorbereid dan de vorige keer. Hoop ik, want ik moet eerlijk bekennen dat ik nog niet begonnen ben. Wat ik wel weet is dat ik tijdens de presentatie de aanwezigen mee wil nemen in een reis door mijn hoofd. Mijn gedachtenkronkels, mijn wervelstorm die nooit in sterkte lijkt af te nemen. Ik heb er nu al zin in en ik hoop dat de mensen me na afloop niet laten opsluiten om diezelfde schrijfgedachten.

Geen opmerkingen: