woensdag 2 november 2016

Bookflash 'Toen het donker werd' - Simone van der Vlugt en WIN !



Simone van der Vlugt 'Toen het donker werd' 

‘Dus jij wacht hier. Niet naar boven gaan,’ zegt Luuk terwijl hij het portier van de auto opendoet. 
Menno knikt. ‘Ik blijf hier. Zo lang zal het toch niet duren?’
‘Nee, ik ben zo terug.’ ‘Tot zo.’ 
Menno kijkt hoe zijn zeventienjarige zoon uitstapt en naar het restaurant loopt. In de plassen op de parkeerplaats reflecteren de lichtjes van de lantaarnpalen en het restaurant. Zijn ogen volgen Luuk, die om de hoek verdwijnt naar de achterzijde van het restaurant. 
Met een zucht laat hij zich terugzakken in zijn stoel en legt zijn hoofd tegen de steun. Hij staart voor zich uit, het donker in. Het enige wat hij hoort is het zachte tikken van de regen op het dak, en af en toe een golf van geluid als de deur van het restaurant opengaat en er gasten weggaan of binnenkomen. 
De Meerval. Twee Michelinsterren, niet slecht. Daarom begrijpt hij niet waarom Luuks afspraak juist hier plaatsvindt. 
Zijn vingers trommelen op het stuur, zijn blik glijdt naar de plek waar Luuk uit het zicht is verdwenen. Om de tijd te verdrijven pakt hij zijn mobiel en checkt zijn mail. Een tiental berichten komt binnen, met een eigen bedrijf is er altijd wat. 
Hij zet zijn leesbril op en zit een tijdje te lezen en te typen.  
Daarna kijkt hij op Facebook. Niet dat hij daar actief is, hij heeft alleen een account om anderen te checken. Werknemers en sollicitanten bijvoorbeeld. Wat mensen posten vertelt veel over hun persoonlijkheid. Te veel. Hij kan er met zijn verstand niet bij dat mensen hun hele hebben en houden op internet zetten. 
Op kantoor heeft hij een verbod ingesteld op het gebruik van smartphones tijdens vergaderingen en bedrijfsuitjes. De bedoeling van een vergadering is dat je vergadert, niet dat je stiekem je privéberichten leest, en bedrijfsuitjes zijn om te bonden, niet om op je smartphone te zitten tikken. 
Hij kijkt hoe laat het is. Luuk is al een kwartier weg. 
Hoelang kan het duren om een envelop af te geven? Je overhandigt hem en je vertrekt. Tenzij er problemen zijn. 
Menno zet zijn telefoon uit, opent het portier, stapt uit en vergrendelt de auto. De regen daalt zachtjes op hem neer. Hij drentelt wat heen en weer, blijft staan en kijkt naar het restaurant. Het begint harder te regenen. Met zijn hoofd wat voorovergebogen loopt hij naar De Meerval en slaat de hoek om. 

Op het plaatsje achter het restaurant is het nog donkerder dan op de parkeerplaats. Een flikkerende lamp is de enige lichtbron en die dreigt het elk moment te begeven. Langs de muur staat een rij vuilnisbakken, voor de deur ligt een plas waar sigarettenpeuken in drijven. Hij probeert eroverheen te springen, maar kan niet voorkomen dat hij met één dure Italiaanse schoen in het water belandt. 
Met een geïrriteerde zucht duwt hij de deur open en stapt een halletje in. Er komt één deur op uit, die waarschijnlijk naar de keuken leidt, en een trap, die hij op gaat. 
Halverwege slaat de twijfel toe. Luuk heeft hem uitdrukkelijk gevraagd zich er niet mee te bemoeien. Voor hetzelfde geld staat hij daarbinnen gewoon een beetje te ouwehoeren.  

Net als hij overweegt terug te gaan, dringen er geluiden tot hem door: gebonk, mensen die met stemverheffing praten, een onderdrukte kreet. De laatste twee treden van de trap neemt Menno tegelijk. Er zijn maar twee deuren boven en hij opent de rechter, waar nu nog meer herrie achter vandaan komt. Zijn ogen vliegen door het vertrek. Het is een bescheiden feestzaal met een bar. Daar staan twee mannen. Een van hen, kaal en breedgeschouderd, heeft Luuk bij zijn haar gegrepen en houdt zijn gezicht stevig tegen de bar gedrukt. 
 ‘Dacht je dat, hè? Dacht je dat?’ schreeuwt hij in Luuks oor. 
De andere man, lang en met een knotje achter op zijn hoofd, staat erbij met de handen in de zij, zijn rug naar Menno toe gedraaid. Geen van hen heeft de deur open horen gaan. 
‘Hé!’ zegt Menno. 
Hij heeft nog geen vijf stappen gezet of hij ziet een pistool op zich gericht. In een reflex gaan zijn handen omhoog. 
‘Wie ben jij? Wat moet je hier?’ De lange man is jong, waarschijnlijk halverwege de twintig, maar de uitdrukking op zijn gezicht en de scherpe klank van zijn stem maken hem jaren ouder. 
‘Niet schieten! Dat is mijn vader!’ roept Luuk. 
‘Ik vroeg je wat, idioot. Wat moet je hier?’ 
Het pistool blijft op Menno gericht, met droge mond kijkt hij in de loop. 
‘Ik kwam alleen even kijken waar mijn zoon bleef. Is er een probleem?’ 
‘Je zoon krijgt een waarschuwing, dat zie je toch,’ zegt de kale. 
‘Hoezo, “een waarschuwing”? Hij heeft toch betaald?’ 
‘Maar daar hebben we wel erg lang op moeten wachten. En daar houden we niet zo van, van wachten.’ 
‘Oké,’ zegt Menno behoedzaam. ‘Dat begrijp ik, maar je hebt je punt nu wel gemaakt, toch?’ 
De mannen wisselen een blik. De een lacht en laat het pistool langs zijn lichaam bungelen, de ander geeft Luuk een duw. 
‘Oprotten,’ zegt hij. 

In de auto moet Menno even bijkomen. Pas na een paar minuten is hij in staat iets te zeggen, dan komen de vragen achter elkaar. 
‘Wat was dat in godsnaam? Je zei dat je alleen een schuld hoefde af te lossen. Ik kreeg goddomme een pistool op me gericht!’ 
‘Ik weet het niet. Ze zijn gek. Kunnen we gaan, pap?’ Nerveus tuurt Luuk uit het zijraam. 
‘Ze hadden ons wel dood kunnen schieten! Wat is er aan de hand, Luuk? Ik wil alles weten. Alles!’ 
‘Rijd nou maar! Straks komen ze naar beneden!’ 
Hoewel zijn hart als een razende bonst, start Menno de motor. Luuk heeft gelijk, ze moeten hier weg. Haastig rijdt hij de parkeerplaats af. 
‘Dit zijn niet zomaar een paar vrienden met wie je hebt zitten gokken. Die twee zijn een stuk ouder dan jij. En gewapend. Godallemachtig, gewapend! Waar ken je ze van?’ 
‘Gewoon.’ ‘Hoe bedoel je, “gewoon”?’ 
‘Van de kroeg. Vrienden van mij kenden ze en vroegen of ik mee ging pokeren. Wist ik veel wat voor gasten dat waren.’ 
‘Maar nu is het klaar? Je hebt betaald, dus je bent van ze af?’ 
Luuk knikt. 
‘Zeker weten? Kijk me aan, Luuk.’ 
‘Ja! Het is klaar, ik ben van ze af.’ 
‘Mooi.’ Grimmig neemt Menno de rotonde en slaat rechts af. Als ze de weg weer volgen, kijkt hij naar zijn zoon. ‘Je betaalt me elke cent terug. Drieduizend euro, verdomme. Voorlopig heb jij geen weekend en geen vakanties meer.’ 
‘Dat weet ik, dat heb je al tien keer gezegd.’ 
‘Een beetje dimmen, hè. Ik had ook kunnen zeggen: zoek het maar uit.’ 
‘Ja,’ zegt Luuk. ‘Bedankt, pap.’ In stilzwijgen rijden ze verder. Voor de oprijlaan van een moderne, witte villa remt Menno af, drukt op de afstandsbediening en wacht tot het hek opengaat. Opnieuw kijkt hij Luuk aan. 
‘Geen woord tegen je moeder,’ zegt hij, en hij geeft gas.



Wil jij kans maken om deze thriller van Simone te winnen en erachter komen hoe dit verder gaat aflopen?

Geef dan antwoord op de volgende vraag:

Hoeveel is de schuld die Luuk moet betalen en waarmee heeft hij die schulden gemaakt?


Weet je het? Mail dan je antwoord voor a.s. zondag 6 november 24.00 uur naar perfecteburen@gmail.com o.v.v. winactie Simone vd Vlugt en je gebruikersnaam op Facebook.

Let wel, je dient lid te zijn van onze besloten Facebookgroep om kans te maken op dit spannende boek. Ben je dat nog niet? Meld je dan snel aan, het is zo gepiept via deze link. Je bent van harte welkom!

In het interview met Simone dat op 28 november online gaat maken we de winnaar bekend.





Dit boekfragment is eigendom van Ambo|Anthos Amsterdam en is met toestemming van de uitgever geplaatst. Het is niet toegestaan dit fragment te kopiëren zonder schriftelijke toestemming van Ambo|Anthos !

Meld je aan voor de nieuwsbrief van Ambo|Anthos.
Zo blijf je op de hoogte van de nieuwste boeken van Ambo|Anthos uitgevers en ontvang je leuke extra’s, zoals prijsvragen, exclusieve aanbiedingen en leesfragmenten. Ook word je geïnformeerd over onze lezingen, signeersessies en over andere interessante bijeenkomsten die wij geregeld organiseren. Aanmelden kan via www.amboanthos.nl/nieuwsbrief 

Toen het donker werd. S.v.d.V. 31-08-2016
isbn 978 90 263 3556 3 (gebonden) isbn 978 90 263 3208 1 (paperback) 
© 2016 Simone van der Vlugt Omslagontwerp Roald Triebels, Amsterdam 
Omslagillustratie ©Tracie Taylor/Trevillion Images 
Foto auteur © Wim van der Vlugt 
Verspreiding voor België: Veen Bosch & Keuning uitgevers nv, Antwerpen  

Geen opmerkingen: