zaterdag 5 november 2016

In gesprek met Piet Baete


Piet Baete (°1978, Oostende) heeft in Knokke-Heist zijn humaniorastudies gedaan. Hij studeerde later Germaanse talen in Leuven. Daarna trok hij naar de Verenigde Staten voor studies scenarioschrijver aan de UCLA (Los Angeles). Hij heeft scenariowerk voor film en tv op z'n actief. Zo schreef hij mee aan de tv-series Team Spirit en Aspe.

‘Dromen van de dood’ was de eerste psychologische thriller van de hand van Piet Baete. Met ‘Wie niet weg is’ slaat Baete een andere weg in. Nieuwsgierig wie Piet is en wat hij allemaal doet en denkt? Lees dan zeker het interview dat ik met hem had.



Wie is Piet?
Een man die de wereld wilt blijven inkijken met de verbazing van een kind van acht. Iemand die liever bruggen bouwt dan iets afbreekt, die houdt van zijn vrouw en van dieren. En die elke dag een strijd levert met zichzelf, al was het maar in de hoop een beter mens te worden.


Je studeerde Germaanse talen en daarna ging je naar de Verenigde Staten voor studies scenarioschrijver aan de U.C.L.A in Los Angeles. Waarom Amerika en wat moeten we ons voorstellen bij zo’n opleiding.
Na mijn studies in Leuven wilde ik graag iets van de wereld zien. En waar kon ik de stiel beter leren dan in het mekka van de film, zo dacht ik toen. De opleiding koppelde theorie aan praktijk. Eén avond een hoorcollege, een andere avond lazen we elkaars scènes in een kleine groep. Het was de bedoeling dat je in negen maanden tijd twee filmscenario’s klaar had. Dat is me toen ook gelukt. Met wisselend resultaat, laten we maar zeggen ;-)

Amerika is BIG, zeker wat de filmindustrie betreft. Geen goesting gehad om er te blijven en daar ‘je ding te doen’?
Ik heb nooit overwogen om in Los Angeles te blijven, omdat het – naar mijn gevoel – de meest vreselijk stad is waar je ooit terecht kunt komen. Het krioelt er van jongens en meisjes met allemaal dezelfde droom: rijk en beroemd worden. Maar uiteraard zijn de plaatsjes duur en de dromen snel stuk. L.A. is daarom de stad van de hopelozen, die tegen beterweten in toch blijven vasthouden aan een droom die al lang stuk is. In L.A. heb ik geleerd dat loslaten en wegstappen heel moeilijk is, maar absoluut noodzakelijk.

Vier jaar lang heb je niets geschreven, tenminste geen boeken. Waarom die ‘sabbat’ jaren?
Na mijn vijf misdaadromans had ik nood aan iets anders. Ik volg altijd mijn intuïtie. Als het even op is, dan is het op. Dan beter niks schrijven dan iets te forceren. Ik heb geschreven voor televisie, maar uiteindelijk is daar toch weer dat idee, leeft de liefde voor het boek weer op en ben je vertrokken.



Je roman ‘Wie niet weg is’ ligt nu in de winkel. Hoe voelt dat?
Ik ben vooral trots op wat het is geworden. Ik heb er heel hard aan gewerkt, maar heb er vooral veel plezier aan beleefd. Het schrijven van het boek is in dat opzicht honderd keer leuker dan alles wat daarna komt. Er gaat niks boven het gevoel dat je hebt nadat je een paar hoofdstukken hebt geschreven en een paar personages voelt openbloeien. Natuurlijk is de aandacht leuk, maar dat is geen doel op zich. Het doel is: een goed boek schrijven en mensen raken.

Je verhaal gaat over Tristan, een emotioneel vat. Zitten er autobiografische elementen in dit verhaal?
Uiteraard. Maar ik denk dat veel van de emoties die Tristan ervaart, herkenbaar zijn voor ieder van ons. Die reactie krijg ik heel erg vaak: “Tristan zegt wat ik denk.” Maar goed, hij is als een ingebeelde broer van me. Ik herken me in Tristan, net zoals hij zich in mij zou herkennen. Hij probeert het ene aan het andere te koppelen, op zoek naar waarheid en betekenis. En soms faalt hij of doet hij dingen die niet echt netjes zijn. Maar dat maakt hem net een mens van vlees en bloed.

Wie je boek al gelezen heeft zal deze vraag doorzien (en voor anderen een reden temeer om het aan te schaffen) Wat is jouw vergif?
Niemand om me heen hebben. Meer dan ooit besef ik dat ik mensen nodig heb om me gelukkig te voelen. Niet omdat ik bevestiging zoek, maar omdat ik het geweldig vind om met mensen in dialoog te treden, te horen wat zij denken en voelen. En, als ik dat kan, iets bij te dragen aan hun leven. In zekere zin ga ik – net als Tristan – van ontmoeting naar ontmoeting en ben ik benieuwd naar het verhaal van de mensen. Dat is altijd de moeite waard.

Dit verhaal stemt tot nadenken. Was het je bedoeling om de lezer een bepaalde boodschap mee te geven met je boek?
De enige boodschap in dit boek is de boodschap die de lezer er zelf uithaalt. Er is geen absolute waarheid, maar Tristan doet wel verschillende pogingen om alles wat klaarder te zien. Dat deelt hij ook met de lezer. Maar hij voegt er telkens aan toe dat hij het eigenlijk ook niet goed weet.

Met ‘Wie niet weg is’ ben je niet aan je proefstuk toe. In 2007 debuteerde je met je eerst boek ‘Dromen van de dood’, een psychologische thriller. Daar kwamen nog vier thrillers achteraan. Waarom nu een roman?
Omdat ik een idee belangrijker vind dan een genre. Ik vond het niet noodzakelijk om altijd thrillers te schrijven, omdat je daar nu eenmaal in bent gerold. Net zo min is iemand verplicht om altijd dezelfde job te blijven uitoefenen. Misschien start je morgen een eigen boetiek of restaurant. Ik vind dat je gewoon moet doen wat goed voelt.

Zou je ook een kinder- of kookboek kunnen schrijven?
Een kinderboek: zeker. Ik heb de voorbije jaren ook meegewerkt aan Galaxy Park, een jeugdreeks op Canvas waar ik nog altijd trots op ben. En hoewel ik heel graag kook (en elke dag kook) zou ik een kookboek nooit overwegen. Dat laat ik over aan mensen die er echt verstand van hebben. Ik snap ook niet dat sommige “celebrities” zich er wél aan wagen. Van zodra je ook maar een beetje verstand hebt van styling of koken of diëten, kan je er een boek over schrijven. Dat is absurd en doet onrecht aan mensen die er wel hun beroep van hebben gemaakt en er elke dag hun ziel in leggen. Met alle respect: mensen moeten hun helden beter kiezen. Geloof me: dat zijn niet de Astrid Bryans van deze wereld. Vaak zijn het mensen die ver buiten de spotlights staan.

Je bent geboren en getogen aan zee en woont nu in de ‘groene’ rand van Antwerpen. Hoe kom je hier terecht en mis je de kust en de zee niet?
Het is een beetje een cliché: als je aan zee woont, dan is de zee gewoon de zee. Ze is er altijd. Maar zodra je verhuist naar het binnenland verlang je terug naar het strand en de wind die je nat op je kaken slaat. Mijn vrouw is van Wilrijk. We hebben een huis gekocht in Boechout, een schitterende gemeente vol groen en jonge mensen. Ik woon hier ontzettend graag, maar de band met Knokke-Heist, die raakt nooit stuk. Daar liggen mijn roots. Dat kun je onmogelijk vervangen. Dat hoeft trouwens ook niet.



Welke liedjes zitten er in de soundtrack van jouw leven?
Vooral singer-songwriters geven mijn leven kleur. Bon Iver, Elliott Smith, Jeff Buckley, Feist, Vance Joy, Paolo Nuttini. Momenteel luister ik graag naar ‘Lost in the Light’ van Bahamas. Geen bekend nummer, maar heel betoverend. Zoek het maar eens op. Ik hou ervan om nummers te ontdekken op Spotify die niet in een of andere top-50 staan.

Wat is je laatste ervaring waardoor je een sterker persoon bent geworden?
Ik ben nu bijna veertig. Dat doet me beseffen dat ik wellicht zowat in het midden van mijn leven zit. Als je dan bedenkt hoe snel het eerste deel voorbij is gevlogen, dan sta je pas echt stil bij de eindigheid van alles en bij de noodzaak van wat je in je leven echt nog wil doen. Het is een gedachte waarmee je wordt geconfronteerd, maar waar je tegelijk ook kracht uit put. En het feit dat je nog zoveel dingen wilt doen en zien, illustreert dat je je ook nog altijd wilt laten leiden door verwondering.

Wat zijn je ambities voor de toekomst?
Ik wil nog meer romans schrijven. Ik heb zoveel plezier beleefd aan het schrijven van ‘Wie niet weg is’ dat ik die richting verder uit wil. Het voelde aan als thuiskomen. Uiteraard hoop ik dat ik iets zal toevoegen aan het leven van de lezers. Een boek moet voor mij meer zijn dan “het las vlot” en “het was spannend”. Ik wil een snaar raken. Iets veranderen. Troost bieden.

Als je een half uurtje vrije tijd hebt, hoe besteed je die vrije tijd dan?
Ik ga wandelen met mijn hond. Ik word gelukkig van Elton (zo heet mijn bruine labrador) gelukkig te zien. Ik ben best wel streng op hem. Soms vergeet ik dat hij een hondje is dat niks liever doet dan spelen, stokken apporteren, zwemmen. En dan brengt hij me terug naar de essentie en stelt hij me indirect de vraag terug: wat doe jij het liefst? Wat wil je nog graag doen?



Kun je kiezen? Zo ja, licht dan ook even toe: serieus of grappig, knuffel of kus, kust of stad, aardappelen of pasta?
Vooral de keuze tussen kust en stad is moeilijk. Ik ben heel graag aan zee. Ik ben er opgegroeid. De zee is een houvast. Vroeger als kind wist ik mijn weg naar huis, wanneer ik wist waar de zee was. ’s Winters uitwaaien op het strand met mijn vrouw en Elton, daarna iets gaan drinken in een brasserie op de dijk. Heerlijk. Maar de stad… Nergens voel ik me meer op mijn gemak. Mijn hoofdpersonage Tristan beschrijft ook dat gevoel. Er lopen zoveel gekke figuren rond in de stad dat hij niks anders kan dan besluiten dat hij zelf redelijk ‘normaal’ is. Een besef dat hem heel rustig maakt. Met mij is dat niet anders.

En de laatste: Wat is jouw meeste dierbare plekje op aarde?
Dat is de plek in mijn hart, waar mijn vrienden zitten, mijn naasten, mijn vele herinneringen, de plaatsen die ik heb bezocht waar ik altijd ook een stukje van mezelf heb achtergelaten en iets voor in de plaats heb gekregen. De plek zit al behoorlijk vol, maar er is altijd plaats voor meer.

Piet, hartelijk dank voor dit interview, de gezellige babbel in de Barabas, de lunch en je openhartigheid. Altijd leuk om de persoon achter de auteur te leren kennen en dan ook nog eens met zo'n heerlijke hond als Elton!


Succes bij alles wat je nog van plan bent te doen in de toekomst. Blijf je intuïtie volgen :-) 
Piet:Graag gedaan!



Karin - Team De Perfecte Buren

Lees hier de recensie over 'Wie niet weg is'.

Geen opmerkingen: