dinsdag 1 november 2016

Thrillerdebuut Stephenie Meyer in aantocht! Een exclusief leesfragment.


In de eerste thriller van Stephenie Meyer moet een voormalig geheim-agent nog één laatste zaak op zich nemen om haar naam te zuiveren en haar leven te redden.

Wij mogen dankzij Uitgeverij De Boekerij een exclusieve introductie met jullie delen over dit thrillerdebuut. Nog even geduld dus!

Bijna niemand weet dat ze ooit voor de Amerikaanse regering werkte. Ze was de onbetwiste expert op haar vakgebied en vormde zelf een van de grootste geheimen van een dienst die zelf zo geheim is dat hij niet eens een naam heeft. Tot de dienst ineens besloot dat ze een te groot risico vormde en jacht op haar begon te maken.
Tegenwoordig blijft ze zelden lang op dezelfde plek en wisselt ze zo vaak mogelijk van naam. De enige persoon die ze durfde te vertrouwen is vermoord. En nog altijd beschikt ze over informatie die zo gevoelig is dat de dienst haar zo snel mogelijk wil liquideren. Als de dienst haar een uitweg biedt, beseft ze dat het haar enige kans op een normaal leven is. De nieuwe klus die ze moet aannemen in ruil voor haar leven betekent echter dat ze nog meer gevoelige informatie moet inwinnen – informatie die haar alsnog in levensgevaar zou kunnen brengen.
Ze besluit de klus aan te nemen en maakt zich klaar voor de gevaarlijkste missie ooit, die er niet gemakkelijker op wordt als ze valt voor een man die haar kansen alleen maar kan verkleinen. Ze zal al haar unieke vaardigheden moeten inzetten om in leven te blijven…

Stephenie Meyer werd wereldberoemd met haar Twilight-reeks. De chemicusis haar thrillerdebuut en verschijnt 8 november a.s.

Lees hier exclusief een fragment uit De chemicus!



Aan de overkant van de straat vanaf het bankje was de plek waar Carston het liefst lunchte. Het was niet de ontmoetingsplek die ze had voorgesteld. Bovendien was ze vijf dagen te vroeg.
Ze kwam van achteren op hem af, dezelfde route nemend die hij slechts een paar minuten eerder had genomen. Zijn eten was gekomen – kip parmigiana – en hij leek helemaal op te gaan in het eten ervan. Maar ze wist dat Carston beter dan zij kon doen alsof hij iets was wat hij niet was.
Ze liet zich zonder ophef in de stoel tegenover hem zakken. Zijn mond zat vol brood toen hij opkeek.
Ze wist dat hij een goede acteur was. Ze was ervan uitgegaan dat hij zijn ware reactie zou wegstoppen en de emotie zou tonen die hij wilde tonen voor ze de eerste zou kunnen opmerken. Omdat hij er totaal niet verbaasd uitzag, nam ze aan dat ze hem volkomen had verrast. Als hij haar wél had verwacht, zou hij zich hebben gedragen alsof haar plotselinge verschijning hem had gechoqueerd. Maar dit, deze kalme blik over de tafel, de ogen die niet groter waren geworden, het methodische kauwen; dit was hoe hij deed als hij zijn verbazing onder controle hield. Dat wist ze voor bijna tachtig procent zeker.
Ze zei niets. Ze beantwoordde alleen maar zijn uitdrukkingsloze blik tot hij klaar was met het kauwen op zijn sandwich.
‘Het was blijkbaar te eenvoudig om elkaar gewoon te ontmoeten zoals we hadden gepland,’ zei hij.
‘Te eenvoudig voor je sluipschutter, absoluut.’ Ze sprak de woorden luchtig uit, met hetzelfde volume als hij had gedaan. Iedereen die het zou horen, zou denken dat het een grapje was. Maar de twee andere lunchende groepjes waren luid aan het praten en lachen, en de mensen die op het trottoir voorbijliepen, hadden oortjes in of waren met hun smartphone bezig. Niemand sloeg acht op wat ze zei behalve Carston.
‘Daar heb ik nooit iets mee te maken gehad, Juliana. Dat moet je weten.’
Het was haar beurt om te doen alsof ze niet verrast was. Het was zo lang geleden dat iemand haar had aangesproken met haar echte naam dat het klonk als de naam van een vreemde. Na de aanvankelijke schok voelde ze een lichte golf van blijdschap. Het was goed dat haar naam haar vreemd in de oren klonk. Dat betekende dat ze het goed deed.

Hij keek even naar haar overduidelijke pruik. In feite leek die vrij veel op haar echte haar, maar nu zou hij vermoeden dat ze er iets heel anders onder verborg. Toen dwong hij zijn ogen weer terug naar die van haar. Hij wachtte nog even op een reactie, maar toen ze niets zei ging hij verder, zijn woorden zorgvuldig kiezend.
‘De, eh, partijen die besloten dat je moest… heengaan zijn… in onmin geraakt. Het is sowieso nooit een populair besluit geweest, en nu worden wij, degenen die er altijd op tegen waren, niet meer geregeerd door die partijen.’
Het zou waar kunnen zijn. Maar dat was het waarschijnlijk niet.
Hij beantwoordde de scepsis in haar ogen. ‘Heb je de afgelopen negen maanden nog… vervelende verstoringen meegemaakt?’
‘En ik maar denken dat ik gewoon beter was geworden in verstoppertje dan jullie.’
‘Het is voorbij, Juliana. De rechtvaardigheid heeft het gewonnen van het machtsvertoon.’
‘Ik ben dol op verhalen met een goede afloop.’ Het sarcasme droop ervanaf.
Hij kromp ineen, gekwetst door het sarcasme. Of hij deed alsof. ‘Zo’n heel goede afloop is het niet,’ zei hij langzaam. ‘Een goede afloop zou betekenen dat ik nooit contact met je had gezocht. Je zou voor de rest van je leven met rust gelaten zijn. En dat zou een lang leven zijn geweest, voor zover dat in onze macht lag.’
Ze knikte alsof ze het met hem eens was, alsof ze hem geloofde. In de dagen van weleer had ze altijd aangenomen dat Carston precies was wie hij leek te zijn. Hij was heel lang het gezicht van de goeien geweest. Het was nu op een vreemde manier bijna grappig om, als een spel, te proberen te ontcijferen wat elk woord werkelijk betekende.
Behalve dan dat er een stemmetje was dat vroeg: En als het nou eens geen spel is? Als dit nou eens waar is… als ik vrij zou kunnen zijn?
‘Jij was de beste, Juliana.’
‘Dokter Barnaby was de beste.’
‘Ik weet dat je dit niet wilt horen, maar hij had jouw talent gewoon niet.’
‘Dank je.’
Hij trok zijn wenkbrauwen op.
‘Niet voor het compliment,’ legde ze uit. ‘Dank je wel dat je me niet probeert te vertellen dat zijn dood een ongeluk was.’ Dit allemaal nog steeds op luchthartige toon.
‘Het was een slechte keuze, gemotiveerd door paranoia en trouweloosheid. Iemand die bereid is zijn partner te verraden, zal die partner er altijd van verdenken dat hij precies dezelfde soort plannetjes maakt. Oneerlijke mensen geloven niet dat eerlijke mensen bestaan.’
Ze hield haar gezicht uitdrukkingsloos terwijl hij praatte.

In de drie jaar dat ze voortdurend op de vlucht was geweest, had ze nooit ook maar één enkel geheimpje verklapt. Nooit had ze haar achtervolgers reden gegeven om van haar te denken dat ze een verrader was. Zelfs terwijl ze probeerden haar te doden, was ze trouw gebleven. En dat had haar afdeling niets kunnen schelen, helemaal niets.
‘Maar nu krijgen ze zelf het lid op de neus, met hun trouweloze koppen,’ ging Carston verder. ‘Want we hebben nooit meer iemand gevonden die zo goed was als jij. Wat zeg ik, we hebben zelfs niemand gevonden die ook maar half zo goed was als Barnaby. Het verbaast me elke keer weer hoe mensen kunnen vergeten dat echt talent een schaars goed is.’
Hij wachtte, duidelijk hopend dat ze iets zou zeggen, hopend dat ze iets zou vragen, een blijk van interesse zou tonen. Ze keek hem alleen maar beleefd aan, zoals iemand naar de onbekende caissière zou kijken die haar boodschappen voor haar afrekende.
Hij zuchtte en leunde toen naar voren, plotseling vol concentratie. ‘We hebben een probleem. We hebben het soort antwoorden nodig die alleen jij ons kunt geven. We hebben niemand anders die deze taak kan uitvoeren. En we kunnen deze niet verknallen.’
‘Jullie, niet we,’ zei ze eenvoudig.
‘Daarvoor ken ik je te goed, Juliana. Jij geeft om onschuldige mensen.’
‘Vroeger wel. Je zou kunnen zeggen dat dat deel van me vermoord is.’
Carstons gezicht vertrok weer. ‘Juliana, het spijt me. Ik heb er altijd spijt van gehad. Ik probeerde ze tegen te houden. Ik was zo opgelucht toen je door hun vingers glipte. Telkens als je door hun vingers glipte.’
Onwillekeurig was ze ervan onder de indruk dat hij het allemaal toegaf. Geen ontkenningen, geen smoesjes. Niks Het was helaas gewoon een ongeluk met de materialen in het lab of vergelijkbare dingen die ze had verwacht. Of Wij waren het niet, het waren vijanden van de staat. Geen verhaaltjes, alleen maar de bevestiging.
‘En nu heeft iedereen spijt.’ Zijn stem werd zacht en ze moest ingespannen luisteren om hem te verstaan. ‘Omdat we jou niet hebben, en er mensen zullen doodgaan, Juliana. Duizenden mensen. Honderdduizenden.’
Deze keer wachtte hij terwijl ze daarover nadacht.
Ze praatte nu zelf ook zacht, maar zorgde er wel voor dat er geen interesse of emotie hoorbaar was in haar stem. ‘We hebben het hier over de echt erge dingen, of niet?’
Een zucht.

Nergens werd de afdeling zo nerveus van als van terrorisme. Ze was gerekruteerd voor het emotionele stof helemaal was neergedaald rond het gat waar de Twin Towers hadden gestaan. Terrorisme voorkomen was altijd de belangrijkste component van haar baan geweest, de beste rechtvaardiging ervoor. De dreiging van terrorisme was ook gemanipuleerd, verdraaid, verwrongen, tot ze op het laatst bijna niet meer geloofde in het idee dat ze daadwerkelijk het werk van een patriot deed.
‘En over een grote bom,’ zei ze, zonder dat het een vraag was. De grootste angst was altijd dit: dat op een gegeven moment iemand die echt een hekel had aan de Verenigde Staten de hand wist te leggen op iets nucleairs. Dat was de donkere schaduw die haar beroep aan het oog van de wereld onttrok, wat haar zo onmisbaar maakte, hoezeer de gewone burger ook wilde denken dat ze niet bestond.
En het wás gebeurd; meer dan eens. Mensen zoals zij hadden ervoor gezorgd dat die situaties niet op enorme menselijke tragedies waren uitgelopen. Het was een uitruil. Verschrikking op kleine schaal tegenover slachting op grote schaal.
Carston schudde zijn hoofd en plotseling had hij een gekwelde blik in zijn lichte ogen. Ze huiverde inwendig een beetje toen ze besefte dat het deur nummer twee was. Er bestonden maar twee angsten die zo groot waren.
Het is biologisch. Ze sprak de woorden niet echt uit, ze vormde ze alleen maar geluidloos met haar mond.
Carstons sombere blik was haar antwoord.

Ze keek eventjes omlaag en rangschikte al zijn antwoorden in twee kolommen. Kolom één: Carston was een getalenteerde leugenaar die dingen zei die haar ertoe zouden aanzetten een plek te bezoeken waar ze er beter op ingericht waren om eens en voor altijd met Juliana Fortis af te rekenen. Hij was snel aan het improviseren en bespeelde al haar gevoeligheden uitstekend.
Kolom twee: iemand had een biologisch massavernietigingswapen, en de gevestigde machten wisten niet waar het was of wanneer het zou worden gebruikt.
IJdelheid legde ook een beetje gewicht in de schaal en deed hem een beetje overhellen. Ze wist dat ze goed was. Het was waar dat ze waarschijnlijk niemand hadden gevonden die beter was.
Toch zou ze haar geld op kolom één zetten.
‘Julie, ik wil je niet dood hebben,’ zei hij zacht, radend wat haar gedachtegang was. ‘Ik zou geen contact met je hebben gezocht als dat het geval was. Ik zou niet oog in oog met je wíllen komen. Want ik weet zeker dat je op dit moment minstens zes verschillende manieren bij je draagt waarop je me kunt vermoorden, en alle reden van de wereld om een ervan te gebruiken.’
‘Dacht je nou echt dat ik er maar zes mee zou nemen?’ vroeg ze.
Heel even fronste hij zenuwachtig en besloot toen te lachen. ‘Je bewijst mijn gelijk voor me. Ik heb geen doodswens, Julie. Ik ben eerlijk tegen je.’
Ze keerde terug naar haar luchtige stem. ‘Ik heb liever dat je me dokter Fortis noemt. Ik geloof dat we het stadium van voornamen wel achter ons hebben gelaten.’
Hij trok een gekrenkt gezicht. ‘Ik vraag je niet om me te vergeven. Ik had meer moeten doen.’
Ze knikte, al was het opnieuw niet omdat ze het met hem eens was, maar alleen om het gesprek vooruit te helpen.
‘Ik vraag je om me te helpen. Nee, niet mij. Om de onschuldige mensen te helpen die zullen sterven als je het niet doet.’
‘Als ze sterven, is dat niet mijn schuld.’
‘Dat weet ik, Ju… dokter. Ik weet het. Het zal mijn schuld zijn. Maar wie de schuldige is zal hun niet echt uitmaken, want dan zijn ze dood.’
Ze hield zijn blik vast. Ze was niet van plan degene te zijn die als eerste met zijn ogen knipperde.
Zijn uitdrukking werd duisterder. ‘Wil je horen wat het met ze zal doen?’
‘Nee.’
‘Het zou zelfs voor jou wel eens te gruwelijk kunnen zijn.’
‘Dat betwijfel ik. Maar het doet er niet echt toe. Wat er zou kúnnen gebeuren is van ondergeschikt belang.’
‘Ik zou wel eens willen weten wat er belangrijker is dan honderdduizenden Amerikaanse levens.’
‘Het klinkt vreselijk egoïstisch, maar in- en uitademen wint het toch wel van al het andere voor mij.’
‘Je kunt ons niet helpen als je dood bent,’ zei Carston bot. ‘We hebben van de les geleerd. Dit zal niet de laatste keer zijn dat we je nodig hebben. We zullen niet nog een keer dezelfde fout maken.’
Ze haatte het, maar de weegschaal sloeg weer een stukje verder uit. Wat Carston zei klonk echt logisch. Beleidswisselingen had ze absoluut wel vaker meegemaakt. Stel nou dat het allemaal waar was. Ze kon wel spelen dat het haar niets deed, maar Carston kende haar goed. Ze zou er moeite mee hebben om te leven met een ramp van deze omvang als ze dacht dat er ook maar een kleine kans was dat ze er iets aan had kunnen doen. Dat was hoe ze haar helemaal in het begin hadden gestrikt voor waarschijnlijk de ergste baan van de hele wereld. 

Geen opmerkingen: