zaterdag 4 februari 2017

Maak kennis met Moordwijf Anita Larkens


In deze nieuwe columnreeks lees je elke maand een ontboezeming van één van de Moordwijven: jeugdzondes, blunders, stiekeme moordneigingen, enge plekken uit de jeugd en guilty pleasures.
Anita Larkens trapt af.


The summer of love … and murder

 Anita Larkens

Het is de zomer van 1967. De liefde wordt uitbundig gevierd. In Vietnam is Amerika’s Operatie Rolling Thunder volop gaande. En in Utrecht wordt Hans van Zon aangehouden voor meervoudige moord.

Terwijl ik in Delfzijl nog in de luiers loop, wordt seriemoordenaar Hans van Z. – zoals hij dan nog in de pers wordt genoemd – tot levenslang veroordeeld wegens twee moorden, een roofmoord en een poging tot roofmoord. Deze vier zaken zijn met de 26-jarige jongeman in verband te brengen, hoewel men dan al vermoedt dat hij nog voor meer onopgeloste moorden verantwoordelijk is.

Gladde prater en charmeur als hij is, weet Van Z. in de observatiekliniek in Utrecht therapeute en maatschappelijk werkster Riet van der Brink voor zich te winnen. Ze trouwen in 1974. Pas in 1986, als Van Z. vervroegd vrijkomt, kunnen ze echt samen leven. De plek waar ze dat doen is – na wat omzwervingen – in Delfzijl. In Noord, in de Kustwegflat. Ik ben dan allang uit de luiers en bijna volwassen.
De Kustwegflat is een speelplek uit mijn kindertijd. In de jaren 60 verrees er een nieuwbouwwijk in Noord. Het was de tijd van Jantje Beton. De Kustwegflat was een voorbeeld van de vele betonflats die er in Nederland uit de grond werden gestampt. Het groen en de speelplekken moesten beschermd worden.
Maar ook de Nieuwbouw was een prachtige speelplek. Met mijn vriendjes en vriendinnetjes zwierf ik door het betondorp. We trokken aan touwtjes waar nog geen lichtstroom op zat. We renden door de deurloze binnenmuren. Toen de Kustwegflat eindelijk bewoond was, namen we de lift en drukten op een willekeurige knop. Waar we stopten, belden we aan en vroegen we of Jantje/Pietje/Klaasje buiten kwam spelen. Een niet-bestaand kind voorzag ons van het excuus voor het indoor-deurtjebellen.
Later ontstond het ‘wat als’. Wat als Hans van Z. er toen al gewoond had?
Dat hij vrij was betekende niet dat het moorden gestopt was. Daarvan was iedereen in de regio overtuigd. Bij elk verdacht sterfgeval werd zijn naam genoemd, ook al was hij snel ingeburgerd. Want wat een innemende man! Zo zat mijn oma een keer nietsvermoedend in het winkelcentrum van Delfzijl, waar ze aan de praat raakte met een man. Hij maakte indruk op haar; zo voorkomend, zo oprecht geïnteresseerd. Ze zag de gentleman, niet de moordenaar. Zijn naam, Hans van Zon, hoorde ze pas toen het gesprek voorbij was.
‘Ik hield van de man, niet van de moordenaar,’ zei echtgenote Rietje eens. Iets in haar woorden treft doel. Want is dat niet precies waar ik over schrijf? Goede mensen, die slechte dingen doen?
Ik weet niet of Hans van Zon een goed mens was. In de kranten werd hij ‘beestmens’ genoemd. Hij was een beïnvloedbare man, iemand met een dun vernis van intellect en charme. Een interessant karakter voor een boek, al betogen sommige journalisten dat hij geen echte persoonlijkheid had. Zijn vader had de klei waarvan de kleine Hans gemaakt was platgeslagen en zijn moeder had hem zo goed en zo kwaad als ze kon weer opgebouwd: het ruwe er af, de polijst er op.
Maar hoe hij ook glom, Hans bleef zichzelf een homp klei voelen. Een huichelaar. De gruwelijke moorden had hij verricht in opdracht van onderwereld- en vaderfiguur Oude Nol, maar het bloed zat aan zijn handen. Levenslang, besliste de rechter. En hoewel hij al na negentien jaar vrijkwam, was dat precies wat Hans van Zon kreeg: levenslang.
Een paria. Een circusattractie. Hij zocht zijn toevlucht tot pillen en drank en stierf in 1998 op 57-jarige leeftijd. In Delfzijl. In Noord. In betondorp. In het decor van mijn jeugd.
---

Anita Larkens is het eerste Moordwijf dat een enge plek uit haar jeugd beschrijft die haar schrijven heeft beïnvloed. Volgende keer is het de beurt aan Moordwijf Liesbeth van Kempen.

Geen opmerkingen: