zondag 5 februari 2017

Maak kennis met Moordwijf Marlen Beek~Visser


In deze columnreeks lees je elke keer een ontboezeming van één van de Moordwijven: jeugdzondes, blunders, stiekeme moordneigingen, enge plekken uit de jeugd en guilty pleasures. Deze keer Marlen Beek-Visser. 


Twee walletjes

Er was een periode in mijn leven dat ik van twee walletjes at: ik kon niet kiezen tussen twee mannen.

Ze hadden het er wel zelf naar gemaakt: B. bracht mij dagelijks thuis, gaf me cassettebandjes met zíjn favoriete muziek - het was ongetwijfeld goed bedoeld- en schroomde niet om en plein public zijn liefde aan mij te betuigen. D. pakte het subtieler aan: hij zette een vriend in, die een briefje in mijn handen drukte met de vraag of ik verkering wilde met D. Omdat ik er niet uit was wie mijn voorkeur had en ik bovendien geen van beiden wilde kwetsen, liet ik me de aandacht van twee kanten welgevallen. Totdat ik erachter kwam dat ze het van elkaar wisten. Die bewuste ochtend stonden ze voor me, zij aan zij. B. die extraverter en communicatief vaardiger was, deed de aftrap.
‘We willen het nu weten, op wie ben je het meest verliefd, op D. of op mij?’
Hij gaf me een knipoog die ik veiligheidshalve negeerde. D. zei niets, maar keek me aan met die dromerige blik die ik niet kon peilen. Ik zei dat ik het niet wist.

‘Wanneer weet je het wel?’ Geduld was niet een van B.’s sterkste kanten.
‘Overmorgen?’ vroeg ik mezelf hardop af. Ik realiseerde me dat ik tijd moest winnen.
B. trok zijn wenkbrauwen op naar D. Als het gaat om de ondoorgrondelijkheid van de vrouw zijn mannen zelfs onder de meest delicate omstandigheden solidair. Ze draaiden zich om en liepen gebroederlijk weg. Ik had met allebei een keer gezoend. B. deed het in zijn enthousiasme nogal wild, maar had me na afloop wel op de fiets naar huis gebracht. D. nam de tijd, maar na de zoenpartij was hij ineens vertrokken. Zonder mij. Ik bleef ontgoocheld achter in de fietsenberging. Twee lange dagen was ik aan het wikken en wegen. Ik maakte lijstjes met voor- en nadelen, staarde me blind op hun foto’s. Objectief gezien was de keuze simpel: B. droeg me op handen en nam vaak wat lekkers voor me mee. D. was verre van romantisch en ongrijpbaar; een boek dat nog gelezen moest worden.
Ergens diep van binnen vormde zich een lichte voorkeur voor de één. Tegelijkertijd voelde ik de pijn van de ander. De volgende ochtend had ik de oplossing. Ze stonden me al op te wachten.
‘En?’ B. hield het niet meer.
‘Ik ben voor één kwart op B. en voor drie kwart op D.’
Hoe ik dat heb kunnen zeggen, vraag ik me nu nog wel eens af.
B. stortte in. D. glimlachte voor het eerst. Vanaf die dag was het aan. Ik liep drie warme zomerweken op wolken. B. kreeg ‘troostverkering’ met Sandra. Vier weken later propte D. een briefje in mijn handen, waarna hij zich uit de voeten maakte. Hij was een jongen van de schriftelijke communicatie. ‘Ik vind het niet zo leuk voor jou, maar ik maak het uit.’ Het stond er echt. Het leek zelfs alsof hij zijn best had gedaan om netjes te schrijven.
Ik was ingeruild voor een ‘meissie uit Koudekerk’, hoorde ik later. B. was nog steeds bezet. Vol zelfmedelijden draaide ik het cassettebandje van The Police, dat B. me had gegeven. Ik was twaalf jaar en een levensles wijzer.
---
Marlen Beek-Visser is het derde Moordwijf dat haar ontboezemingen deelt. Volgende keer is het de beurt aan Moordwijf Ingrid Oonincx.

Geen opmerkingen: